<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Bestuursbrief over kbb-regeling aan Staatssecretaris Wiebes	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2017/02/17/bestuursbrief-over-kbb-regeling-aan-staatssecretaris-wiebes/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2017/02/17/bestuursbrief-over-kbb-regeling-aan-staatssecretaris-wiebes/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Tue, 26 Feb 2019 09:18:20 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2017/02/17/bestuursbrief-over-kbb-regeling-aan-staatssecretaris-wiebes/#comment-1591</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 26 Feb 2019 09:18:20 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://vbngb.eu/?p=3088#comment-1591</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBZWB:2018:6371 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-11-2018, BRE - 18 _ 2050 

Datum uitspraak: 09-11-2018 Datum publicatie: 22-02-2019 Rechtsgebieden: Belastingrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak  Vindplaatsen: Viditax (FutD), 22-02-2019 FutD 2019-0520 FutD 2019-0521 V-N Vandaag 2019/422 Rechtspraak.nl Inhoudsindicatie:
Kwalificerende buitenlandse belastingplicht, artikel 7.8 van de Wet IB 2001 Vanaf 1 januari 2015 kan belanghebbende niet meer kiezen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige omdat hij woonachtig is in Turkije en dat land niet is opgenomen in de regeling voor de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Belanghebbende stelt dat er sprake is van discriminatie nu inwoners van Zwitserland en de BES-eilanden wel gebruik kunnen maken van de regeling voor de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Inwoners van Turkije zijn volgens de rechtbank echter niet vergelijkbaar met inwoners van Zwitserland of de BES-eilanden. Er is dan ook geen sprake van verboden discriminatie. Daarnaast merkt de rechtbank op dat er een rechtvaardiging bestaat voor het onderscheid. De wetgever heeft het onderscheid op basis van inwonerschap bewust aanvaard mede uit overwegingen van uitvoerbaarheid en eenvoudige en eenduidige wetgeving. De inperking van de landenkring in artikel 7.8, zesde lid, van de Wet IB 2001 is niet evident van redelijke grond ontbloot. De wetgever heeft zijn ruime beoordelingsvrijheid niet overschreden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBZWB:2018:6371 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-11-2018, BRE &#8211; 18 _ 2050 </p>
<p>Datum uitspraak: 09-11-2018 Datum publicatie: 22-02-2019 Rechtsgebieden: Belastingrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg &#8211; enkelvoudig, Mondelinge uitspraak  Vindplaatsen: Viditax (FutD), 22-02-2019 FutD 2019-0520 FutD 2019-0521 V-N Vandaag 2019/422 Rechtspraak.nl Inhoudsindicatie:<br />
Kwalificerende buitenlandse belastingplicht, artikel 7.8 van de Wet IB 2001 Vanaf 1 januari 2015 kan belanghebbende niet meer kiezen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige omdat hij woonachtig is in Turkije en dat land niet is opgenomen in de regeling voor de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Belanghebbende stelt dat er sprake is van discriminatie nu inwoners van Zwitserland en de BES-eilanden wel gebruik kunnen maken van de regeling voor de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Inwoners van Turkije zijn volgens de rechtbank echter niet vergelijkbaar met inwoners van Zwitserland of de BES-eilanden. Er is dan ook geen sprake van verboden discriminatie. Daarnaast merkt de rechtbank op dat er een rechtvaardiging bestaat voor het onderscheid. De wetgever heeft het onderscheid op basis van inwonerschap bewust aanvaard mede uit overwegingen van uitvoerbaarheid en eenvoudige en eenduidige wetgeving. De inperking van de landenkring in artikel 7.8, zesde lid, van de Wet IB 2001 is niet evident van redelijke grond ontbloot. De wetgever heeft zijn ruime beoordelingsvrijheid niet overschreden.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
