<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Staatssecretaris Snel: heffing over pensioenen in het belastingverdrag met Duitsland	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2018/06/13/staatssecretaris-snel-over-heffing-over-pensioenen-belastingverdrag-met-duitsland/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2018/06/13/staatssecretaris-snel-over-heffing-over-pensioenen-belastingverdrag-met-duitsland/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Mon, 06 Feb 2023 13:38:51 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2018/06/13/staatssecretaris-snel-over-heffing-over-pensioenen-belastingverdrag-met-duitsland/#comment-11820</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2023 13:38:51 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=5485#comment-11820</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBZWB:2023:342
InstantieRechtbank Zeeland-West-Brabant Datum uitspraak 20-01-2023 Datum publicatie 31-01-2023 ZaaknummerBRE 21/4026
Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie Inkomstenbelasting - belastingverdrag met Duitsland - inkomensgrens € 15.000
VindplaatsenRechtspraak.nl Viditax (FutD), 31-1-2023 V-N Vandaag 2023/222 FutD 2023-0364
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2023 in de zaak tussen 
[belanghebbende] , wonende in Duitsland, belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Daaruit:
 Beoordeling door de rechtbank
3.1.
De rechtbank beoordeelt primair of Nederland heffingsbevoegd is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. Indien Nederland heffingsbevoegd is, is niet langer tussen partijen in geschil dat belanghebbende voor het jaar 2017 kwalificerende buitenlands belastingplichtige is en dat belanghebbende recht heeft op aftrek van de uitgaven voor specifieke zorgkosten en giften.
3.2.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat nu zijn inkomen, na aftrek van de uitgaven voor specifieke zorgkosten en giften, lager is dan € 15.000 hij op grond van het belastingverdrag met Duitsland niet belastingplichtig is in Nederland. Hij is daarom geen inkomstenbelasting in Nederland verschuldigd, aldus belanghebbende.
3.3.
De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten belastbare inkomen uit werk en woning.1 Het belastbare inkomen uit werk en woning bestaat onder meer uit het belastbare loon verminderd met de persoonsgebonden aftrek.2
3.4.
Artikel 17 van het belastingverdrag3 tussen Nederland en Duitsland (het verdrag), luidt voor zover hier van belang, als volgt:
1.	Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 18, tweede lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat slechts in die staat belastbaar. Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende staat aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat zijn slechts in die andere staat belastbaar.
2.	Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, mag een pensioen of andere soortgelijke beloning, alsmede een lijfrente of een pensioen betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende staat (socialezekerheidspensioen) ook worden belast in de verdragsluitende staat waaruit het of deze afkomstig is, in overeenstemming met de wetgeving van die staat, indien het totale brutobedrag ervan in enig kalenderjaar de som van 15.000 euro te boven gaat.”
3.5.
De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat het door belanghebbende genoten (totale) bruto-inkomen van € 17.635 afkomstig is uit Nederland. Volgens het verdrag dient te worden gekeken naar de som van ‘het totale brutobedrag’ van de uitkeringen (loon) afkomstig uit Nederland. Dit betreft niet - zoals belanghebbende meent – het brutobedrag waarbij wel rekening wordt gehouden met aftrek van de uitgaven voor specifieke zorgkosten en giften. Belanghebbende gaat daarom uit van een onjuiste uitleg van het verdragsartikel. Nu het totale brutobedrag van de uitkeringen hoger is dan € 15.000, is Nederland heffingsbevoegd.
3.6.
Nu tussen partijen niet meer in geschil is dat belanghebbende in dat geval recht heeft op de door hem opgevoerde aftrekposten, dient het belastbare inkomen uit werk en woning op € 13.740 te worden vastgesteld.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBZWB:2023:342<br />
InstantieRechtbank Zeeland-West-Brabant Datum uitspraak 20-01-2023 Datum publicatie 31-01-2023 ZaaknummerBRE 21/4026<br />
Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg &#8211; enkelvoudig<br />
Inhoudsindicatie Inkomstenbelasting &#8211; belastingverdrag met Duitsland &#8211; inkomensgrens € 15.000<br />
VindplaatsenRechtspraak.nl Viditax (FutD), 31-1-2023 V-N Vandaag 2023/222 FutD 2023-0364<br />
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2023 in de zaak tussen<br />
[belanghebbende] , wonende in Duitsland, belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.<br />
Daaruit:<br />
 Beoordeling door de rechtbank<br />
3.1.<br />
De rechtbank beoordeelt primair of Nederland heffingsbevoegd is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. Indien Nederland heffingsbevoegd is, is niet langer tussen partijen in geschil dat belanghebbende voor het jaar 2017 kwalificerende buitenlands belastingplichtige is en dat belanghebbende recht heeft op aftrek van de uitgaven voor specifieke zorgkosten en giften.<br />
3.2.<br />
Belanghebbende heeft aangevoerd dat nu zijn inkomen, na aftrek van de uitgaven voor specifieke zorgkosten en giften, lager is dan € 15.000 hij op grond van het belastingverdrag met Duitsland niet belastingplichtig is in Nederland. Hij is daarom geen inkomstenbelasting in Nederland verschuldigd, aldus belanghebbende.<br />
3.3.<br />
De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten belastbare inkomen uit werk en woning.1 Het belastbare inkomen uit werk en woning bestaat onder meer uit het belastbare loon verminderd met de persoonsgebonden aftrek.2<br />
3.4.<br />
Artikel 17 van het belastingverdrag3 tussen Nederland en Duitsland (het verdrag), luidt voor zover hier van belang, als volgt:<br />
1.	Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 18, tweede lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat slechts in die staat belastbaar. Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende staat aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat zijn slechts in die andere staat belastbaar.<br />
2.	Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, mag een pensioen of andere soortgelijke beloning, alsmede een lijfrente of een pensioen betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende staat (socialezekerheidspensioen) ook worden belast in de verdragsluitende staat waaruit het of deze afkomstig is, in overeenstemming met de wetgeving van die staat, indien het totale brutobedrag ervan in enig kalenderjaar de som van 15.000 euro te boven gaat.”<br />
3.5.<br />
De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat het door belanghebbende genoten (totale) bruto-inkomen van € 17.635 afkomstig is uit Nederland. Volgens het verdrag dient te worden gekeken naar de som van ‘het totale brutobedrag’ van de uitkeringen (loon) afkomstig uit Nederland. Dit betreft niet &#8211; zoals belanghebbende meent – het brutobedrag waarbij wel rekening wordt gehouden met aftrek van de uitgaven voor specifieke zorgkosten en giften. Belanghebbende gaat daarom uit van een onjuiste uitleg van het verdragsartikel. Nu het totale brutobedrag van de uitkeringen hoger is dan € 15.000, is Nederland heffingsbevoegd.<br />
3.6.<br />
Nu tussen partijen niet meer in geschil is dat belanghebbende in dat geval recht heeft op de door hem opgevoerde aftrekposten, dient het belastbare inkomen uit werk en woning op € 13.740 te worden vastgesteld.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2018/06/13/staatssecretaris-snel-over-heffing-over-pensioenen-belastingverdrag-met-duitsland/#comment-2908</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 28 Sep 2019 07:45:46 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=5485#comment-2908</guid>

					<description><![CDATA[Staatssecretaris Snel stuurde een brief naar de 2de Kamer over fiscale knelpunten voor grensarbeiders die soms ook van belang is voor gepensioneerden buiten Nederland. Lees meer op:
&lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/27/fiscale-knelpunten-grensarbeiders-2019&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/27/fiscale-knelpunten-grensarbeiders-2019&lt;/a&gt;
daaruit (..)
Nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland 
 Sinds 1 januari 2016 is het (nieuwe) belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland van kracht.12 De implementatie van het nieuwe belastingverdrag is goed verlopen. Ik heb echter signalen ontvangen over enkele knelpunten die grensarbeiders ervaren bij de toepassing van het nieuwe belastingverdrag. Hieronder ga ik daar nader op in.
Kortdurende socialezekerheidsuitkeringen 
Vanuit verschillende belangengroepen en in het rapport van de Vereniging voor Belastingwetenschap is kritiek gekomen op het effect van de grens van € 15.000 op een tweetal specifieke Duitse kortdurende socialezekerheidsuitkeringen die samenhangen met loon uit dienstbetrekking. Het gaat daarbij om het zogenoemde Krankengeld (uitkering bij ziekte) en Elterngeld (uitkering voor ouders met jonge kinderen). 
Het heffingsrecht over loon uit dienstbetrekking van grensarbeiders die in Nederland wonen en in Duitsland werken, wordt op grond van het belastingverdrag in beginsel toegekend aan de werkstaat. Als deze grensarbeiders de hiervoor genoemde kortdurende socialezekerheidsuitkeringen uit Duitsland ontvangen die samenhangen met die werkzaamheden en deze niet meer bedragen dan € 15.000, is het heffingsrecht daarover toegewezen aan de woonstaat. Bij bijvoorbeeld ziekte vindt er dan als het ware een verschuiving van het heffingsrecht plaats van de werkstaat (loon) naar de woonstaat (socialezekerheidsuitkering van € 15.000 of minder)13. 
De genoemde uitkeringen zijn in Duitsland onbelast. Doordat het belastingverdrag het heffingsrecht over deze uitkeringen onder bepaalde voorwaarden aan de woonstaat toewijst, kan de situatie ontstaan dat een in Duitsland onbelaste uitkering in Nederland leidt tot een belaste uitkering.  Daarnaast kan er discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing ontstaan als een ontvanger van dergelijke uitkeringen sociaal verzekerd blijft in de werkstaat. Deze situatie is inherent aan het feit dat ieder land zijn eigen belastingstelsel heeft. Als uitgangspunt geldt dat belastingverdragen slechts heffingsrechten verdelen. De nationale wetgeving van verdragslanden bepaalt vervolgens op welke wijze dat heffingsrecht geeffectueerd wordt. Daarnaast gelden voor de belasting- en premieheffing verschillende regels die niet altijd synchroon lopen Ik begrijp dat de verschuiving van de belastingheffing en de mogelijke discoördinatie bij de hiervoor genoemde Duitse socialezekerheidsuitkeringen als onredelijk wordt ervaren. Een oplossing voor deze situatie vergt een aanpassing van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland. Ik ben hierover momenteel in constructief overleg met Duitsland om te onderzoeken of er een oplossing gevonden kan worden voor de hiervoor beschreven situatie. Overheidsfuncties 
Artikel 18 van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland ziet op loon en pensioenen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van een overheidsfunctie. Ik heb signalen ontvangen dat de toepassing van deze bepaling tot interpretatieverschillen aanleiding zou kunnen geven. Dit speelt in de situatie dat een inwoner van Duitsland met de Nederlandse nationaliteit voor een Nederlandse overheidsinstelling werkzaam is en in een kalenderjaar een aantal thuiswerkdagen heeft. De Belastingdienst heeft als uitgangspunt dat de staat waaruit de betalingen afkomstig zijn (in casu Nederland) exclusief heffingsbevoegd is en er geen splitsing dient plaats te vinden naar het aantal in Nederland en in Duitsland vanuit huis gewerkte dagen. De uitzondering zoals deze geldt voor lokaal geworven personeel is hier niet van toepassing. Uit contact met de Duitse bevoegde autoriteiten over dit punt zijn geen signalen naar voren zijn gekomen dat Duitsland de bepaling anders interpreteert.  Uitleg socialezekerheidsuitkering 
Ik heb begrepen dat er onduidelijkheid kan bestaan over de vraag of bepaalde uitkeringen uit Duitsland als socialezekerheidsuitkering kwalificeren voor de toepassing van het belastingverdrag. Dit is van belang voor de vraag of uitkeringen onder artikel 17 van het belastingverdrag vallen en meetellen voor de daarin opgenomen grens van € 15.000. Het gaat daarbij om de vraag of uitkeringen worden betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende staat. Daaruit volgt dat de kwalificatie van het bronland het uitgangspunt is. Op ambtelijk niveau is goed contact met Duitsland. Eventuele interpretatieverschillen worden regelmatig op ambtelijk niveau besproken met als doel deze in een vroeg stadium op te lossen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Staatssecretaris Snel stuurde een brief naar de 2de Kamer over fiscale knelpunten voor grensarbeiders die soms ook van belang is voor gepensioneerden buiten Nederland. Lees meer op:<br />
<a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/27/fiscale-knelpunten-grensarbeiders-2019" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/27/fiscale-knelpunten-grensarbeiders-2019</a><br />
daaruit (..)<br />
Nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland<br />
 Sinds 1 januari 2016 is het (nieuwe) belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland van kracht.12 De implementatie van het nieuwe belastingverdrag is goed verlopen. Ik heb echter signalen ontvangen over enkele knelpunten die grensarbeiders ervaren bij de toepassing van het nieuwe belastingverdrag. Hieronder ga ik daar nader op in.<br />
Kortdurende socialezekerheidsuitkeringen<br />
Vanuit verschillende belangengroepen en in het rapport van de Vereniging voor Belastingwetenschap is kritiek gekomen op het effect van de grens van € 15.000 op een tweetal specifieke Duitse kortdurende socialezekerheidsuitkeringen die samenhangen met loon uit dienstbetrekking. Het gaat daarbij om het zogenoemde Krankengeld (uitkering bij ziekte) en Elterngeld (uitkering voor ouders met jonge kinderen).<br />
Het heffingsrecht over loon uit dienstbetrekking van grensarbeiders die in Nederland wonen en in Duitsland werken, wordt op grond van het belastingverdrag in beginsel toegekend aan de werkstaat. Als deze grensarbeiders de hiervoor genoemde kortdurende socialezekerheidsuitkeringen uit Duitsland ontvangen die samenhangen met die werkzaamheden en deze niet meer bedragen dan € 15.000, is het heffingsrecht daarover toegewezen aan de woonstaat. Bij bijvoorbeeld ziekte vindt er dan als het ware een verschuiving van het heffingsrecht plaats van de werkstaat (loon) naar de woonstaat (socialezekerheidsuitkering van € 15.000 of minder)13.<br />
De genoemde uitkeringen zijn in Duitsland onbelast. Doordat het belastingverdrag het heffingsrecht over deze uitkeringen onder bepaalde voorwaarden aan de woonstaat toewijst, kan de situatie ontstaan dat een in Duitsland onbelaste uitkering in Nederland leidt tot een belaste uitkering.  Daarnaast kan er discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing ontstaan als een ontvanger van dergelijke uitkeringen sociaal verzekerd blijft in de werkstaat. Deze situatie is inherent aan het feit dat ieder land zijn eigen belastingstelsel heeft. Als uitgangspunt geldt dat belastingverdragen slechts heffingsrechten verdelen. De nationale wetgeving van verdragslanden bepaalt vervolgens op welke wijze dat heffingsrecht geeffectueerd wordt. Daarnaast gelden voor de belasting- en premieheffing verschillende regels die niet altijd synchroon lopen Ik begrijp dat de verschuiving van de belastingheffing en de mogelijke discoördinatie bij de hiervoor genoemde Duitse socialezekerheidsuitkeringen als onredelijk wordt ervaren. Een oplossing voor deze situatie vergt een aanpassing van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland. Ik ben hierover momenteel in constructief overleg met Duitsland om te onderzoeken of er een oplossing gevonden kan worden voor de hiervoor beschreven situatie. Overheidsfuncties<br />
Artikel 18 van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland ziet op loon en pensioenen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van een overheidsfunctie. Ik heb signalen ontvangen dat de toepassing van deze bepaling tot interpretatieverschillen aanleiding zou kunnen geven. Dit speelt in de situatie dat een inwoner van Duitsland met de Nederlandse nationaliteit voor een Nederlandse overheidsinstelling werkzaam is en in een kalenderjaar een aantal thuiswerkdagen heeft. De Belastingdienst heeft als uitgangspunt dat de staat waaruit de betalingen afkomstig zijn (in casu Nederland) exclusief heffingsbevoegd is en er geen splitsing dient plaats te vinden naar het aantal in Nederland en in Duitsland vanuit huis gewerkte dagen. De uitzondering zoals deze geldt voor lokaal geworven personeel is hier niet van toepassing. Uit contact met de Duitse bevoegde autoriteiten over dit punt zijn geen signalen naar voren zijn gekomen dat Duitsland de bepaling anders interpreteert.  Uitleg socialezekerheidsuitkering<br />
Ik heb begrepen dat er onduidelijkheid kan bestaan over de vraag of bepaalde uitkeringen uit Duitsland als socialezekerheidsuitkering kwalificeren voor de toepassing van het belastingverdrag. Dit is van belang voor de vraag of uitkeringen onder artikel 17 van het belastingverdrag vallen en meetellen voor de daarin opgenomen grens van € 15.000. Het gaat daarbij om de vraag of uitkeringen worden betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende staat. Daaruit volgt dat de kwalificatie van het bronland het uitgangspunt is. Op ambtelijk niveau is goed contact met Duitsland. Eventuele interpretatieverschillen worden regelmatig op ambtelijk niveau besproken met als doel deze in een vroeg stadium op te lossen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
