Kamerbrief over de toekomst van de sociale dimensie EU

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten

Datum 24 mei 2019

Betreft Toekomst van de sociale dimensie van de EU

 

In het Algemeen Overleg met de vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 maart 2018 heb ik toegezegd om met de Kamer na te denken over de positionering, strategie en speerpunten voor de sociale dimensie van de Europese Unie (EU) voor de komende jaren. In deze brief vindt u, in aansluiting op de Kamerbrief over de Staat van de Europese Unie 20191, de zienswijze van het kabinet op de toekomst van de sociale dimensie van de EU.

Na de verkiezingen voor het Europees Parlement treedt een nieuwe Commissie aan die haar beleidsagenda voor de komende vijf jaar zal presenteren. De Europese Raad zal in juni 2019 in de strategische agenda de prioriteiten vaststellen die zij wil inbrengen bij de nieuwe Commissie. Op 9 mei jl. hebben de EU-leiders op de informele top in Sibiu (Roemenië) in algemene zin gesproken over de toekomst van de EU, voortbouwend op het witboek uit 2017 over de toekomst van de EU.

De Europese discussie over de ontwikkeling van de sociale dimensie post 2020 zal zich de komende periode verder uitkristalliseren. Het kabinet wil daaraan actief bijdragen om als invloedrijke gesprekspartner richting te kunnen geven aan de verdere ontwikkeling van de sociale dimensie in een voor Nederland gewenste richting. Het kabinet is hierover in gesprek met andere lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement, en zal deze gesprekken voorzetten langs de lijnen van deze brief. Het SER-advies ‘prioriteiten voor een fair Europa’, waarvan ik u parallel – mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat – de kabinetsappreciatie doe toekomen, is ondersteunend aan de visie van het kabinet.

In deze brief geef ik eerst een terugblik op de ontwikkeling van de sociale dimensie onder de huidige Commissie (I) en ga ik vervolgens in op de zienswijze van het kabinet op de toekomstige ontwikkeling van de sociale dimensie (II). Tot slot gaat de brief in op de vervolgstappen in Europa (III).

(…)

De coördinatie van sociale zekerheid

Coördinatie van socialezekerheidsstelsels moet het vrije verkeer van werknemers ondersteunen en voorkomen dat werknemers dubbel of niet verzekerd zijn of hun opgebouwde rechten verliezen als zij in een andere lidstaat gaan werken. Het kabinet ondersteunt deze doelstellingen.

Tegelijkertijd is het belangrijk dat het systeem waarborgen bevat, die de toegang tot de sociale stelsels voorbehouden aan mensen die een band hebben met de lidstaat die de uitkering verstrekt. Daarnaast moet de EU-wetgeving – daar waar de stelsels gericht zijn op werkhervatting – het activerende karakter van de stelsels ondersteunen. De regels moeten tot slot handhaafbaar zijn en voorzien in adequate controles die fraude of systematisch misbruik voorkomen. Het kabinet zal zich hiervoor blijven inzetten.15

Voetnoot 15: 15 De sociale dimensie strekt zich ook uit tot het terrein van de gezondheidszorg, meer specifiek het Nederlandse sociale ziektekostenstelsel. Op hoofdlijnen is het in deze brief geschetste beleid dan ook van toepassing op de zorg.

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/05/24/kamerbrief-toekomst-van-de-sociale-dimensie-van-de-eu

7 Reacties

  1. Vraag: betekent die intrigerende voetnoot 15, gelezen samen met de hoofdtekst, dat de minister van mening is dat degene die een wettelijk pensioen uit Nederland ontvangt recht heeft op (te exporteren) verstrekkingen van de ZVW en WLZ? Dat zou een revolutie zijn t.o.v. de huidige verdragsgerechtigdheid. Het lijkt me een vraag die de VBNGB aan het ministerie van SZW (en Nederlandse parlementariërs) kan voorleggen.

    Antwoord
  2. Kan wat betreft de gezondheidszorg het dubbel belasten van de Nederlander die bij voorbeeld in België woont niet vermeden worden door de bijdrage in de wet van 01/01/2006 te verwijderen daar we in België, en mogelijk ook in andere landen, via de belasting al betalen.

    Antwoord
    • zie daartoe de factsheet over discoördinatie van fiscale en sociale stelsels, waar dit onderwerp behandeld wordt. Uw suggestie is een van de mogelijkheden voor woonstaten die hun ziektekostenstelsel (geheel) uit de algemenen middelen financieren. Of België daartoe behoort betwijfel ik. Ook als dat het geval is moet wel rekening gehouden worden met het huidige beginsel dat woonstaten de (hoge) kosten van gezondheidszorg van pensioenimmigranten bij verordening kunnen afwentelen op pensioenstaten. Maar dat daarbij met de wijze van financiering van de woonlandzorg geen rekening wordt gehouden brengt staten met een “schatkistfinanciering” op ongerechtvaardigde winst indien de belastingheffing op buitenlandse pensioenen aan de woonstaat is toegewezen. Andere methoden om de pensioenimmigrant te compenseren lijken minder complicaties met zich te brengen.

      Antwoord
  3. Veelal duurt het gemiddeld tien jaar voordat een wet of aanpassing van kracht wordt. Derhalve geduld geboden en goede moed houden.

    Antwoord
  4. Inderdaad, Belgen betalen RIZIV bijdragen, indien de RIZIV niet toekomt gaan ze het tekort aanvullen met belastinggeld van alle Be. belastingbetalers: ook van verdragsgerechtigde Nederlanders die in Nederland al NL (pseudo) -, IAB-; WLZ BIJDRAGEN (geen premies.) betalen = veel hoger dan 3,55% RIZIV bijdrage. Ter vergelijing: RIZIV bijdrage Be.pensioen = 3,55%. Ik meen dat hierover al een rechtszaak/vraag aan de Minister? is geweest maar de beslissing hierover zou ik moeten nakijken.

    Antwoord
    • Als er in België een rechtszaak over dit onderwerp is geweest is het van belang die op te sporen.
      Mogelijk is het heffen van een premie voor Vlaamse zorgverzekering bij verdragsgerechtigden die aan het CAK betalen betwistbaar op grond van bijv. de EHvJ arresten Sehrer en Hoogstad. U bent echter niet duidelijk over de vraag of
      verdragsgerechtigden ten laste van CAK de 3,55 % bijdrage aan het RIZIV betalen.
      Onder de huidige stelsels van coördinatie van belastingen (belastingverdragen) en sociale zekerheid (in de EU Vo883/2004) is er niets aan het “dubbele betalen” van ziektekosten te doen als het enerzijds belastingen betreft en anderzijds sociale zekerheid. Ook het feit dat een verdragsgerechtigde aan Nederland meer betaalt voor de woonlandzorg dan de niet-verdragsgerechtigde die in België verzekerd is, is rechtmatig binnen het kader van Vo883/2004 en het primaire EU recht. Mogelijkheden om het probleem via gewijzigde regelgeving op te lossen staan in de genoemde factsheet.

      Antwoord
  5. In mijn vorig schrijven (27.05.2019) ben ik misschien niet duidelijk genoeg geweest.
    Verdragsgerechtigden:
    – betalen een NL-pseudo premie-bijdrage maar mogen geen NL verzekeraar kiezen.
    -betalen in Be. -hogere- belastingen over AOW en NL pensioenen dus zij betalen mee RIZIV ziektekostenverzekeringen die is in feite voor verdragsgerechtigden hoger dan 3,55%.
    -betalen in België ziekenfondspremie (mutualiteit) en verplichte beperkte aanvullende verzekering.
    Ook hetgeen de heer Harkx bedoelt: we betalen onze Belgische verzekering al via de Belgische belastingen.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.