<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Wetsvoorstel temporisering verhoging AOW-leeftijd ingediend	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Wed, 05 Jun 2024 12:57:18 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-4594</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 11 Aug 2020 00:46:28 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-4594</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2367&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

ECLI:NL:CRVB:2020:1766 Centrale Raad van Beroep, 06-08-2020, 17/7434 AOW
Datum uitspraak:
06-08-2020
Datum publicatie:
07-08-2020
Rechtsgebieden:
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken:
Hoger beroep
Vindplaatsen:
Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
De Raad volgt niet de interpretatie die appellant aan artikel 7a van de AOW geeft. In het jaar 2016 is de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar en zes maanden. Deze leeftijd bereikt appellant in 2016, namelijk op [datum in] 2016. Hij heeft dus vanaf die datum recht op ouderdomspensioen. Deze wetsuitleg, die ook de Svb hanteert, komt overeen met de bedoeling van de wetgever, zoals die ook in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7a van de AOW tot uitdrukking is gebracht. Wel is het zo dat appellant door de invoering van artikel 7a van de AOW pas met 65 jaar en zes maanden zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt en dus zes maanden later dan voor de wetswijziging het geval zou zijn geweest van zijn ouderdomspensioen kan genieten. De door de wetswijziging veroorzaakte latere ingangsdatum van het ouderdomspensioen met zes maanden vormt dus een inmenging in het recht van appellant op het ongestoorde genot van zijn eigendom als bedoeld in de eerste zin van artikel 1 van het Eerste Protocol. De Raad heeft in de uitspraken van 18 juli 2016 gemotiveerd waarom de inmenging in het eigendomsrecht in het algemeen proportioneel en gerechtvaardigd is te achten. Wat appellant heeft aangevoerd tegen het gebruik van de term algemeen belang in deze uitspraak, brengt de Raad niet tot een ander oordeel. Geen sprake van een onevenredig zware last. Wat er verder ook zij van de klacht die appellant heeft met betrekking tot de behandeling ter zitting van zijn zaak bij de rechtbank, maakt deze klacht niet dat de procedure bij de rechter niet voldoet aan de daaraan op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM te stellen eisen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2367">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>ECLI:NL:CRVB:2020:1766 Centrale Raad van Beroep, 06-08-2020, 17/7434 AOW<br />
Datum uitspraak:<br />
06-08-2020<br />
Datum publicatie:<br />
07-08-2020<br />
Rechtsgebieden:<br />
Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken:<br />
Hoger beroep<br />
Vindplaatsen:<br />
Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
De Raad volgt niet de interpretatie die appellant aan artikel 7a van de AOW geeft. In het jaar 2016 is de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar en zes maanden. Deze leeftijd bereikt appellant in 2016, namelijk op [datum in] 2016. Hij heeft dus vanaf die datum recht op ouderdomspensioen. Deze wetsuitleg, die ook de Svb hanteert, komt overeen met de bedoeling van de wetgever, zoals die ook in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7a van de AOW tot uitdrukking is gebracht. Wel is het zo dat appellant door de invoering van artikel 7a van de AOW pas met 65 jaar en zes maanden zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt en dus zes maanden later dan voor de wetswijziging het geval zou zijn geweest van zijn ouderdomspensioen kan genieten. De door de wetswijziging veroorzaakte latere ingangsdatum van het ouderdomspensioen met zes maanden vormt dus een inmenging in het recht van appellant op het ongestoorde genot van zijn eigendom als bedoeld in de eerste zin van artikel 1 van het Eerste Protocol. De Raad heeft in de uitspraken van 18 juli 2016 gemotiveerd waarom de inmenging in het eigendomsrecht in het algemeen proportioneel en gerechtvaardigd is te achten. Wat appellant heeft aangevoerd tegen het gebruik van de term algemeen belang in deze uitspraak, brengt de Raad niet tot een ander oordeel. Geen sprake van een onevenredig zware last. Wat er verder ook zij van de klacht die appellant heeft met betrekking tot de behandeling ter zitting van zijn zaak bij de rechtbank, maakt deze klacht niet dat de procedure bij de rechter niet voldoet aan de daaraan op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM te stellen eisen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-4583</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 07 Aug 2020 12:20:17 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-4583</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2020:1766 Centrale Raad van Beroep, 06-08-2020, 17/7434 AOW
Datum uitspraak: 06-08-2020 Datum publicatie: 07-08-2020 Rechtsgebieden: Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Vindplaatsen: Rechtspraak.nl 
Inhoudsindicatie: De Raad volgt niet de interpretatie die appellant aan artikel 7a van de AOW geeft. In het jaar 2016 is de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar en zes maanden. Deze leeftijd bereikt appellant in 2016, namelijk op [datum in] 2016. Hij heeft dus vanaf die datum recht op ouderdomspensioen. Deze wetsuitleg, die ook de Svb hanteert, komt overeen met de bedoeling van de wetgever, zoals die ook in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7a van de AOW tot uitdrukking is gebracht. Wel is het zo dat appellant door de invoering van artikel 7a van de AOW pas met 65 jaar en zes maanden zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt en dus zes maanden later dan voor de wetswijziging het geval zou zijn geweest van zijn ouderdomspensioen kan genieten. De door de wetswijziging veroorzaakte latere ingangsdatum van het ouderdomspensioen met zes maanden vormt dus een inmenging in het recht van appellant op het ongestoorde genot van zijn eigendom als bedoeld in de eerste zin van artikel 1 van het Eerste Protocol. De Raad heeft in de uitspraken van 18 juli 2016 gemotiveerd waarom de inmenging in het eigendomsrecht in het algemeen proportioneel en gerechtvaardigd is te achten. Wat appellant heeft aangevoerd tegen het gebruik van de term algemeen belang in deze uitspraak, brengt de Raad niet tot een ander oordeel. Geen sprake van een onevenredig zware last. Wat er verder ook zij van de klacht die appellant heeft met betrekking tot de behandeling ter zitting van zijn zaak bij de rechtbank, maakt deze klacht niet dat de procedure bij de rechter niet voldoet aan de daaraan op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM te stellen eisen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2020:1766 Centrale Raad van Beroep, 06-08-2020, 17/7434 AOW<br />
Datum uitspraak: 06-08-2020 Datum publicatie: 07-08-2020 Rechtsgebieden: Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Vindplaatsen: Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie: De Raad volgt niet de interpretatie die appellant aan artikel 7a van de AOW geeft. In het jaar 2016 is de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar en zes maanden. Deze leeftijd bereikt appellant in 2016, namelijk op [datum in] 2016. Hij heeft dus vanaf die datum recht op ouderdomspensioen. Deze wetsuitleg, die ook de Svb hanteert, komt overeen met de bedoeling van de wetgever, zoals die ook in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7a van de AOW tot uitdrukking is gebracht. Wel is het zo dat appellant door de invoering van artikel 7a van de AOW pas met 65 jaar en zes maanden zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt en dus zes maanden later dan voor de wetswijziging het geval zou zijn geweest van zijn ouderdomspensioen kan genieten. De door de wetswijziging veroorzaakte latere ingangsdatum van het ouderdomspensioen met zes maanden vormt dus een inmenging in het recht van appellant op het ongestoorde genot van zijn eigendom als bedoeld in de eerste zin van artikel 1 van het Eerste Protocol. De Raad heeft in de uitspraken van 18 juli 2016 gemotiveerd waarom de inmenging in het eigendomsrecht in het algemeen proportioneel en gerechtvaardigd is te achten. Wat appellant heeft aangevoerd tegen het gebruik van de term algemeen belang in deze uitspraak, brengt de Raad niet tot een ander oordeel. Geen sprake van een onevenredig zware last. Wat er verder ook zij van de klacht die appellant heeft met betrekking tot de behandeling ter zitting van zijn zaak bij de rechtbank, maakt deze klacht niet dat de procedure bij de rechter niet voldoet aan de daaraan op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM te stellen eisen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-4481</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 09 Jul 2020 12:19:58 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-4481</guid>

					<description><![CDATA[Memorie van toelichting wetsvoorstel verandering koppeling AOW-leeftijd
Daaruit:
2. AOW- en pensioenrichtleeftijd minder snel omhoog In het pensioenakkoord is afgesproken dat het tempo, waarmee de AOW- en pensioenrichtleeftijd stijgen, gematigd wordt. Een eerste stap hiertoe is gezet met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd die een minder snelle stijging van de AOWleeftijd tot 67 jaar in 2024 regelt. Achterliggende reden voor deze minder snelle stijging op korte termijn is dat veel oudere werknemers aangeven dat zij zich overvallen voelen door de verhoging van de AOW-leeftijd en dat zij zich ernstig zorgen maken of ze het werk vol kunnen houden, mede omdat zij zich niet altijd goed hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd. Door de minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd kunnen oudere werknemers die nu vlak voor hun pensioen staan en geboren zijn tussen 31 augustus 1953 en 1 januari 1958, eerder met pensioen. Het kabinet en sociale partners hebben ook oog voor de zorgen van veel burgers over de ontwikkeling van de AOW-leeftijd op lange termijn. Het kabinet erkent dat als de levensverwachting verder doorstijgt, dit vragen oproept over de houdbaarheid van de 1- op-1-koppeling van de AOW- en pensioenrichtleeftijd aan de levensverwachting. Ook door de Tweede Kamer is deze vraag onder woorden gebracht in de motie Van Haersma Buma c.s.7 De motie verzoekt de regering te bezien hoe de levensverwachting zich zal ontwikkelen en wat op lange termijn vanuit gezondheid en betaalbaarheid een redelijke verhouding is tussen de duur van het werkzame leven en de duur van het pensioen en hoe een alternatief ingepast kan worden in houdbare overheidsfinanciën. In het verlengde van deze motie heeft het kabinet bij de matiging van de koppeling verschillende afwegingen betrokken, zoals het draagvlak bij burgers en de opinie over een redelijke verhouding tussen de duur van het werkzame leven en de duur van het pensioen, nu en in de toekomst. Ook de toekomstige ontwikkelingen van gezondheid en duurzame inzetbaarheid, van arbeidsmarktpotentieel en grijze druk, en van houdbaarheid en betaalbaarheid van overheidsfinanciën zijn bij deze afweging betrokken. Op deze verschillende afwegingen wordt hieronder ingegaan.
(..)
 4. Opbouwsystematiek en overgangsrecht Het aanpassen van de AOW-leeftijd heeft onder andere ook gevolgen voor de opbouwperiode. De AOW kent een opbouwsystematiek waarbij men 2% AOW-pensioen per jaar opbouwt. Dit geldt voor ingezetenen en personen die in Nederland werken. De mogelijkheid van een onvolledig AOW-pensioen is inherent aan deze opbouwsystematiek. Als gevolg van de minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd verschuift de AOW-opbouwperiode met een overeenkomstige periode. Deze verschuiving van de AOW-opbouwperiode heeft voor mensen die gedurende hun hele leven in Nederland wonen geen effect. Opbouwmaanden die vervallen aan het eind van de opbouwperiode doordat de opbouwperiode mee schuift met de AOW-leeftijd worden volledig gecompenseerd door de extra opbouwmaanden die ontstaan door diezelfde verschuiving aan het begin van de opbouwperiode. Personen die zich later in Nederland hebben gevestigd zullen, wanneer zij tot aan de nieuwe AOW-leeftijd in Nederland wonen of werken, een kortere opbouwperiode hebben ten opzichte van de huidige koppeling en prognoses van het CBS omdat hun AOW eerder zal ingaan. De 2/3- koppeling leidt tot een lagere AOW-leeftijd en dus een kortere opbouwtijd voor mensen die na hun 17e jaar in Nederland zijn komen wonen. Met betrekking tot de opbouwperiode bestaat tot de vaststelling van de AOW- en aanvangsleeftijd vijf jaar van tevoren steeds een element van onzekerheid omdat de deze leeftijden afhankelijk zijn van bedoelde prognoses van het CBS. Er vindt met de nieuwe koppeling echter wel een verandering van de condities plaats waaronder een wettelijke aanspraak kan ontstaan. Dit kan een negatief gevolg hebben voor de omvang van de aanspraak vanwege een kortere opbouwperiode in de hierboven omschreven gevallen. Dit negatieve effect van de minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd kan raken aan de in artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) vervatte bescherming van eigendom.19 Gezien het bij de maatregel gediende algemene belang, zoals hierboven uiteengezet, en de betrekkelijk lange termijn van ten minste 4 jaar voor 2025 en ten minste 5 jaar voor de daaropvolgende jaren tussen aankondiging en het tijdstip waarop de voorgestelde wijzing effecten zal sorteren, acht de regering deze potentiële inmenging in door artikel 1 EP bij het EVRM beschermde rechten zondermeer proportioneel. Bij de beoordeling van de proportionaliteit is ook van belang of voorzien wordt in overgangsrecht om het negatieve effect voor specifieke groepen te beperken. Hierbij is van belang dat de regering waarde hecht aan de AOW als generieke ouderdomsvoorziening waarbij de AOW-leeftijd voor iedereen gelijk is. De keuze om de AOW-leeftijd op termijn minder snel te verhogen is daarmee onderdeel van het nagestreefde doel. Gezien deze aard van de maatregel ligt een op specifieke groepen gerichte overgangsregeling of eerbiedigende werking minder voor de hand, tenzij de maatregel een onevenredig zware individuele last op zou leveren voor bepaalde (groepen) personen. De regering acht dit niet het geval, nu deze maatregel pas vanaf 2025 effect heeft. Daarmee is voorzien in een ruime overgangstermijn. Mede in het licht van het bovenstaande wordt overgangsrecht niet nodig geacht. De beoogde wijzigingen treden in werking met ingang van de dag na de uitgifte van het Staatsblad waarin de wet wordt geplaatst. De SVB informeert toekomstige AOW-gerechtigden over hun AOW-leeftijd via de website. Op de website van de SVB is onder meer een wizard geplaatst, waarmee burgers hun AOW-leeftijd en eerste AOW-datum kunnen berekenen. Ook op de website van mijnpensioenoverzicht.nl kunnen burgers hun AOW-leeftijd berekenen en de gevolgen zien van het mogelijk eerder of later opnemen van hun aanvullende pensioen. Met het voorliggende voorstel worden geen veranderingen aangebracht in de aanvraagprocedure voor de AOW. De SVB bevordert AOW-toekenningen door toekomstige AOW-gerechtigden circa vijf maanden voor het bereiken van de AOWleeftijd te informeren over de mogelijkheid AOW aan te vragen. Als iemand één maand voor het bereiken van de AOW-leeftijd nog geen aanvraag heeft gedaan, verstuurt de SVB een rappel-brief. Deze gaat altijd per post, ook als iemand de berichtenbox heeft aangezet. Wanneer iemand desondanks twee maanden na het bereiken van de AOWleeftijd nog geen aanvraag heeft ingediend, gaat de SVB actief contact zoeken met deze klant, (bellen, kaartje). Op deze wijze wordt het niet-gebruik van de AOW bijna in zijn geheel teruggedrongen.
 Lees verder op:
 &lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/08/memorie-van-toelichting-wetsvoorstel-verandering-koppeling-aow-leeftijd&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/08/memorie-van-toelichting-wetsvoorstel-verandering-koppeling-aow-leeftijd&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Memorie van toelichting wetsvoorstel verandering koppeling AOW-leeftijd<br />
Daaruit:<br />
2. AOW- en pensioenrichtleeftijd minder snel omhoog In het pensioenakkoord is afgesproken dat het tempo, waarmee de AOW- en pensioenrichtleeftijd stijgen, gematigd wordt. Een eerste stap hiertoe is gezet met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd die een minder snelle stijging van de AOWleeftijd tot 67 jaar in 2024 regelt. Achterliggende reden voor deze minder snelle stijging op korte termijn is dat veel oudere werknemers aangeven dat zij zich overvallen voelen door de verhoging van de AOW-leeftijd en dat zij zich ernstig zorgen maken of ze het werk vol kunnen houden, mede omdat zij zich niet altijd goed hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd. Door de minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd kunnen oudere werknemers die nu vlak voor hun pensioen staan en geboren zijn tussen 31 augustus 1953 en 1 januari 1958, eerder met pensioen. Het kabinet en sociale partners hebben ook oog voor de zorgen van veel burgers over de ontwikkeling van de AOW-leeftijd op lange termijn. Het kabinet erkent dat als de levensverwachting verder doorstijgt, dit vragen oproept over de houdbaarheid van de 1- op-1-koppeling van de AOW- en pensioenrichtleeftijd aan de levensverwachting. Ook door de Tweede Kamer is deze vraag onder woorden gebracht in de motie Van Haersma Buma c.s.7 De motie verzoekt de regering te bezien hoe de levensverwachting zich zal ontwikkelen en wat op lange termijn vanuit gezondheid en betaalbaarheid een redelijke verhouding is tussen de duur van het werkzame leven en de duur van het pensioen en hoe een alternatief ingepast kan worden in houdbare overheidsfinanciën. In het verlengde van deze motie heeft het kabinet bij de matiging van de koppeling verschillende afwegingen betrokken, zoals het draagvlak bij burgers en de opinie over een redelijke verhouding tussen de duur van het werkzame leven en de duur van het pensioen, nu en in de toekomst. Ook de toekomstige ontwikkelingen van gezondheid en duurzame inzetbaarheid, van arbeidsmarktpotentieel en grijze druk, en van houdbaarheid en betaalbaarheid van overheidsfinanciën zijn bij deze afweging betrokken. Op deze verschillende afwegingen wordt hieronder ingegaan.<br />
(..)<br />
 4. Opbouwsystematiek en overgangsrecht Het aanpassen van de AOW-leeftijd heeft onder andere ook gevolgen voor de opbouwperiode. De AOW kent een opbouwsystematiek waarbij men 2% AOW-pensioen per jaar opbouwt. Dit geldt voor ingezetenen en personen die in Nederland werken. De mogelijkheid van een onvolledig AOW-pensioen is inherent aan deze opbouwsystematiek. Als gevolg van de minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd verschuift de AOW-opbouwperiode met een overeenkomstige periode. Deze verschuiving van de AOW-opbouwperiode heeft voor mensen die gedurende hun hele leven in Nederland wonen geen effect. Opbouwmaanden die vervallen aan het eind van de opbouwperiode doordat de opbouwperiode mee schuift met de AOW-leeftijd worden volledig gecompenseerd door de extra opbouwmaanden die ontstaan door diezelfde verschuiving aan het begin van de opbouwperiode. Personen die zich later in Nederland hebben gevestigd zullen, wanneer zij tot aan de nieuwe AOW-leeftijd in Nederland wonen of werken, een kortere opbouwperiode hebben ten opzichte van de huidige koppeling en prognoses van het CBS omdat hun AOW eerder zal ingaan. De 2/3- koppeling leidt tot een lagere AOW-leeftijd en dus een kortere opbouwtijd voor mensen die na hun 17e jaar in Nederland zijn komen wonen. Met betrekking tot de opbouwperiode bestaat tot de vaststelling van de AOW- en aanvangsleeftijd vijf jaar van tevoren steeds een element van onzekerheid omdat de deze leeftijden afhankelijk zijn van bedoelde prognoses van het CBS. Er vindt met de nieuwe koppeling echter wel een verandering van de condities plaats waaronder een wettelijke aanspraak kan ontstaan. Dit kan een negatief gevolg hebben voor de omvang van de aanspraak vanwege een kortere opbouwperiode in de hierboven omschreven gevallen. Dit negatieve effect van de minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd kan raken aan de in artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) vervatte bescherming van eigendom.19 Gezien het bij de maatregel gediende algemene belang, zoals hierboven uiteengezet, en de betrekkelijk lange termijn van ten minste 4 jaar voor 2025 en ten minste 5 jaar voor de daaropvolgende jaren tussen aankondiging en het tijdstip waarop de voorgestelde wijzing effecten zal sorteren, acht de regering deze potentiële inmenging in door artikel 1 EP bij het EVRM beschermde rechten zondermeer proportioneel. Bij de beoordeling van de proportionaliteit is ook van belang of voorzien wordt in overgangsrecht om het negatieve effect voor specifieke groepen te beperken. Hierbij is van belang dat de regering waarde hecht aan de AOW als generieke ouderdomsvoorziening waarbij de AOW-leeftijd voor iedereen gelijk is. De keuze om de AOW-leeftijd op termijn minder snel te verhogen is daarmee onderdeel van het nagestreefde doel. Gezien deze aard van de maatregel ligt een op specifieke groepen gerichte overgangsregeling of eerbiedigende werking minder voor de hand, tenzij de maatregel een onevenredig zware individuele last op zou leveren voor bepaalde (groepen) personen. De regering acht dit niet het geval, nu deze maatregel pas vanaf 2025 effect heeft. Daarmee is voorzien in een ruime overgangstermijn. Mede in het licht van het bovenstaande wordt overgangsrecht niet nodig geacht. De beoogde wijzigingen treden in werking met ingang van de dag na de uitgifte van het Staatsblad waarin de wet wordt geplaatst. De SVB informeert toekomstige AOW-gerechtigden over hun AOW-leeftijd via de website. Op de website van de SVB is onder meer een wizard geplaatst, waarmee burgers hun AOW-leeftijd en eerste AOW-datum kunnen berekenen. Ook op de website van mijnpensioenoverzicht.nl kunnen burgers hun AOW-leeftijd berekenen en de gevolgen zien van het mogelijk eerder of later opnemen van hun aanvullende pensioen. Met het voorliggende voorstel worden geen veranderingen aangebracht in de aanvraagprocedure voor de AOW. De SVB bevordert AOW-toekenningen door toekomstige AOW-gerechtigden circa vijf maanden voor het bereiken van de AOWleeftijd te informeren over de mogelijkheid AOW aan te vragen. Als iemand één maand voor het bereiken van de AOW-leeftijd nog geen aanvraag heeft gedaan, verstuurt de SVB een rappel-brief. Deze gaat altijd per post, ook als iemand de berichtenbox heeft aangezet. Wanneer iemand desondanks twee maanden na het bereiken van de AOWleeftijd nog geen aanvraag heeft ingediend, gaat de SVB actief contact zoeken met deze klant, (bellen, kaartje). Op deze wijze wordt het niet-gebruik van de AOW bijna in zijn geheel teruggedrongen.<br />
 Lees verder op:<br />
 <a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/08/memorie-van-toelichting-wetsvoorstel-verandering-koppeling-aow-leeftijd" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/08/memorie-van-toelichting-wetsvoorstel-verandering-koppeling-aow-leeftijd</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2693</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 21 Aug 2019 08:54:23 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-2693</guid>

					<description><![CDATA[zie deze antwoorden op Kamervragen van de SP over AOW en zwaar werk (met nog enkele andere onderwerpen rakend aan de AOW-en pensioneringsleeftijd in Nederland):
 &lt;a href=&quot;https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2019Z06266&#038;did=2019D32678&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2019Z06266&amp;did=2019D32678&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>zie deze antwoorden op Kamervragen van de SP over AOW en zwaar werk (met nog enkele andere onderwerpen rakend aan de AOW-en pensioneringsleeftijd in Nederland):<br />
 <a href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2019Z06266&amp;did=2019D32678" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2019Z06266&#038;did=2019D32678</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Harry van der Slots		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2384</link>

		<dc:creator><![CDATA[Harry van der Slots]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 27 Jun 2019 11:12:10 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-2384</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2383&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

Beste Jan, 

Het gaat eigenlijk nergens meer om. Maar toch: ik word begin juli 65. Ik bereik mijn AOW leeftijd op 66 jaar / 4 maanden, ofwel begin november 2020. Ik heb dus vanaf begin juli nog 16 maanden om me daaraan aan te passen. En dus geen 18 maanden... Toch?
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2383">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>Beste Jan, </p>
<p>Het gaat eigenlijk nergens meer om. Maar toch: ik word begin juli 65. Ik bereik mijn AOW leeftijd op 66 jaar / 4 maanden, ofwel begin november 2020. Ik heb dus vanaf begin juli nog 16 maanden om me daaraan aan te passen. En dus geen 18 maanden&#8230; Toch?</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2383</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 27 Jun 2019 09:34:49 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-2383</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2382&quot;&gt;Theo&lt;/a&gt;.

zie tabel 1 in de MvT waaruit blijkt dat voor het eerst per 2021 de AOW-leeftijd 8 maanden lager komt te liggen dan volgens de huidige wetgeving. de groep die daarvan nadeel ondervindt heeft dus volgens de mInister 1,5 jaar de tijd (de overgangstermijn) om zich daaraan aan te passen. Die 1,5 jaar is de periode 1 juli 2019 tot 1 januari 2021.

Er blijft verder (vanaf 2025, nadat de AOW-leeftijd 67 jaar is geworden per 2024 dwz 3 jaren later dan thans nog voorzien) een koppeling tussen AOW-leeftijd en de stijging van de levensverwachting bestaan, zoals thans ook al het geval is, echter wordt die stijging volgens dit wetsvoorstel slechts ten dele omgezet in een verhoging van de AOW-leeftijd (namelijk voor 2/3de). Gezien CBS prognoses zou dit kunnen betekenen dat de periode dat je (min of meer) in gezondheid AOW-pensioen geniet - gemiddeld althans - constant gaat worden. Dat lijkt me iets redelijker dan de huidige systematiek waarbij dat niet of minder het geval is.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2382">Theo</a>.</p>
<p>zie tabel 1 in de MvT waaruit blijkt dat voor het eerst per 2021 de AOW-leeftijd 8 maanden lager komt te liggen dan volgens de huidige wetgeving. de groep die daarvan nadeel ondervindt heeft dus volgens de mInister 1,5 jaar de tijd (de overgangstermijn) om zich daaraan aan te passen. Die 1,5 jaar is de periode 1 juli 2019 tot 1 januari 2021.</p>
<p>Er blijft verder (vanaf 2025, nadat de AOW-leeftijd 67 jaar is geworden per 2024 dwz 3 jaren later dan thans nog voorzien) een koppeling tussen AOW-leeftijd en de stijging van de levensverwachting bestaan, zoals thans ook al het geval is, echter wordt die stijging volgens dit wetsvoorstel slechts ten dele omgezet in een verhoging van de AOW-leeftijd (namelijk voor 2/3de). Gezien CBS prognoses zou dit kunnen betekenen dat de periode dat je (min of meer) in gezondheid AOW-pensioen geniet &#8211; gemiddeld althans &#8211; constant gaat worden. Dat lijkt me iets redelijker dan de huidige systematiek waarbij dat niet of minder het geval is.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Theo		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2382</link>

		<dc:creator><![CDATA[Theo]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 26 Jun 2019 14:01:57 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-2382</guid>

					<description><![CDATA[Ik begrijp dat het wetsvoorstel al door de 2e kamer is. Ik kan niks substantieels vinden voor mensen die nadeel ondervinden. Behalve dan dat je tijdig geïnformeerd wordt als je gaat inleveren. En daarbij sjoemelt de Minister ook nog een beetje:  

” Voorts treden de meer verstrekkende gevolgen van de maatregel voor bovengenoemde groepen later in, omdat de maximale afwijking van het huidige tijdspad in 2021, anderhalf jaar na de beoogde publicatiedatum in het Staatsblad, wordt bereikt.&quot; 

Anderhalf jaar? Maar het is toch 1 jaar en 4 maanden?

En eerder noemde ik al die 5 jaren termijn op de SVB site en op de site van de belastingdienst. Ook in het wetsvoorstel wordt het genoemd:

&quot;In artikel 7a, tweede lid, is thans bepaald dat ieder jaar, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2017, wordt vastgesteld of de pensioengerechtigde en de aanvangsleeftijd verder worden verhoogd, indien uit de berekening aan de hand van de in artikel 7a, tweede lid, genoemde formule blijkt dat de ontwikkeling van de levensverwachting daar aanleiding toe geeft. Die verhoging treedt op grond van artikel 7a, derde lid, telkens in werking vijf jaar na de uiterste datum van vaststelling. De eventuele eerste verhoging zou in werking treden met ingang van 1 januari 2022.  

&quot;...ontwikkeling van de levensverwachting&quot; maar daar ging het bij deze wijziging toch helemaal niet over...?

Ach, het zij zo. Iedereen is waarschijnlijk zo blij met het akkoord, dat ik misschien wel de enige ben die nog zit te mekkeren...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ik begrijp dat het wetsvoorstel al door de 2e kamer is. Ik kan niks substantieels vinden voor mensen die nadeel ondervinden. Behalve dan dat je tijdig geïnformeerd wordt als je gaat inleveren. En daarbij sjoemelt de Minister ook nog een beetje:  </p>
<p>” Voorts treden de meer verstrekkende gevolgen van de maatregel voor bovengenoemde groepen later in, omdat de maximale afwijking van het huidige tijdspad in 2021, anderhalf jaar na de beoogde publicatiedatum in het Staatsblad, wordt bereikt.&#8221; </p>
<p>Anderhalf jaar? Maar het is toch 1 jaar en 4 maanden?</p>
<p>En eerder noemde ik al die 5 jaren termijn op de SVB site en op de site van de belastingdienst. Ook in het wetsvoorstel wordt het genoemd:</p>
<p>&#8220;In artikel 7a, tweede lid, is thans bepaald dat ieder jaar, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2017, wordt vastgesteld of de pensioengerechtigde en de aanvangsleeftijd verder worden verhoogd, indien uit de berekening aan de hand van de in artikel 7a, tweede lid, genoemde formule blijkt dat de ontwikkeling van de levensverwachting daar aanleiding toe geeft. Die verhoging treedt op grond van artikel 7a, derde lid, telkens in werking vijf jaar na de uiterste datum van vaststelling. De eventuele eerste verhoging zou in werking treden met ingang van 1 januari 2022.  </p>
<p>&#8220;&#8230;ontwikkeling van de levensverwachting&#8221; maar daar ging het bij deze wijziging toch helemaal niet over&#8230;?</p>
<p>Ach, het zij zo. Iedereen is waarschijnlijk zo blij met het akkoord, dat ik misschien wel de enige ben die nog zit te mekkeren&#8230;</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2367</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 24 Jun 2019 08:50:50 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-2367</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2331&quot;&gt;Theo&lt;/a&gt;.

Moeilijk te beantwoorden wat de rechter een buitensporige individuele last zal vinden. ik heb een keer gezien dat een netto-inkomensdaling van 30% zo&#039;n ontoelaatbare buitensporige last werd gevonden. En dan nog zullen andere omstandigheden wel een rol spelen (bijv. een laag inkomen).]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2331">Theo</a>.</p>
<p>Moeilijk te beantwoorden wat de rechter een buitensporige individuele last zal vinden. ik heb een keer gezien dat een netto-inkomensdaling van 30% zo&#8217;n ontoelaatbare buitensporige last werd gevonden. En dan nog zullen andere omstandigheden wel een rol spelen (bijv. een laag inkomen).</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2332</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 18 Jun 2019 19:33:07 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-2332</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2331&quot;&gt;Theo&lt;/a&gt;.

Het principe dat volledige opbouw van AOW in 50 jaren plaatsvindt zal niet veranderen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2331">Theo</a>.</p>
<p>Het principe dat volledige opbouw van AOW in 50 jaren plaatsvindt zal niet veranderen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Theo		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2331</link>

		<dc:creator><![CDATA[Theo]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 18 Jun 2019 15:37:54 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=6924#comment-2331</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2329&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

Citaat....: 
&quot;En mogelijk degenen die, nu al ver in de zestig zijnde, hun WW-uitkering of WIA-uitkering (indien hoger dan de vervroegde AOW) eerder kwijtraken dan thans verwacht. We hebben al gezien dat uiteindelijk ivm eigendomsontneming dan tevens een buitensporige last aantoonbaar moet zijn.&quot;
Ik ben zo&#039;n geval. Maar wat is dan een buitensporige last? De verlaging van mijn pensioengerechtigde leeftijd van 67 naar 66 jaar/4 maanden kost mij zo´n €19.000,- Tel daar bij op de kleine lijfrentepolisjes waarvan ik de afkoop al geregeld heb, gebaseerd op 67 jaar als pensioengerechtigde leeftijd.
De site van de belastingdienst vermeldt: &quot;U weet 5 jaar van te voren wanneer u AOW krijgt.&quot; Dat heeft weliswaar betrekking op mensen die na 1 oktober 1956 geboren zijn, maar toch?! En ook wel bijzonder: De SVB heeft precies diezelfde opmerking over die 5 jaar al weggehaald van haar site, terwijl het nog steeds maar om een voorstel gaat....!
En tot slot: Toen 67 mijn AOW leeftijd werd zette men mijn beginleeftijd op 17 jaar. Of met andere woorden: als de overheid met AOW-leeftijd gaat schuiven, dan kunnen ze net zo gemakkelijk de beginleeftijd mee laten schuiven. 50 jaar blijft 50 jaar....]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/06/18/wetsvoorstel-temporisering-verhoging-aow-leeftijd-ingediend/#comment-2329">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>Citaat&#8230;.:<br />
&#8220;En mogelijk degenen die, nu al ver in de zestig zijnde, hun WW-uitkering of WIA-uitkering (indien hoger dan de vervroegde AOW) eerder kwijtraken dan thans verwacht. We hebben al gezien dat uiteindelijk ivm eigendomsontneming dan tevens een buitensporige last aantoonbaar moet zijn.&#8221;<br />
Ik ben zo&#8217;n geval. Maar wat is dan een buitensporige last? De verlaging van mijn pensioengerechtigde leeftijd van 67 naar 66 jaar/4 maanden kost mij zo´n €19.000,- Tel daar bij op de kleine lijfrentepolisjes waarvan ik de afkoop al geregeld heb, gebaseerd op 67 jaar als pensioengerechtigde leeftijd.<br />
De site van de belastingdienst vermeldt: &#8220;U weet 5 jaar van te voren wanneer u AOW krijgt.&#8221; Dat heeft weliswaar betrekking op mensen die na 1 oktober 1956 geboren zijn, maar toch?! En ook wel bijzonder: De SVB heeft precies diezelfde opmerking over die 5 jaar al weggehaald van haar site, terwijl het nog steeds maar om een voorstel gaat&#8230;.!<br />
En tot slot: Toen 67 mijn AOW leeftijd werd zette men mijn beginleeftijd op 17 jaar. Of met andere woorden: als de overheid met AOW-leeftijd gaat schuiven, dan kunnen ze net zo gemakkelijk de beginleeftijd mee laten schuiven. 50 jaar blijft 50 jaar&#8230;.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
