<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: CRvB over verschil in premie voor verplichte en vrijwillige verzekering	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Wed, 27 Nov 2019 10:39:00 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-3218</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 27 Nov 2019 10:39:00 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7131#comment-3218</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2019:3699 
Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 21-11-2019 Datum publicatie 25-11-2019 Zaaknummer 17/7856 AOW Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om toegelaten te worden tot de inkoop vrijwillig verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW). Appellante voldoet niet aan de voorwaarden voor het afsluiten van een vrijwillige verzekering. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit terecht ongegrond verklaard. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. Vindplaatsen Rechtspraak.nl 
17 7856 AOW Datum uitspraak: 21 november 2019
Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
2 november 2017, 17/3278 (aangevallen uitspraak)

Daaruit:
 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Aan de mogelijkheid tot het afsluiten van een vrijwillige verzekering zoals door appellante beoogd, zijn voorwaarden verbonden:
1) de aanvraag moet worden ingediend binnen tien jaar na het moment van ingang van de verplichte verzekering voor de AOW, en
2. betrokkene moet minimaal vijf jaar verplicht verzekerd zijn geweest voor de AOW en mag in diezelfde periode niet onderworpen zijn geweest aan een buitenlandse wettelijk verplichte ouderdomsverzekering.
4.2. Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil vanaf welke datum appellante verplicht verzekerd is geraakt voor de AOW, op 1 mei 2006 of op 25 april 2007.
4.3.Uitgaande van de datum 1 mei 2006 wordt met de rechtbank geoordeeld dat appellante met haar aanvraag van 24 december 2016 onweersproken de termijn van tien jaar heeft overschreden, zodat de aanvraag inkoop vrijwillige verzekering te laat is ingediend.
4.4. Uitgaande van de datum 25 april 2007 is de aanvraag binnen de termijn van tien jaar ingediend, maar is vervolgens de vraag aan de orde of appellante heeft voldaan aan de voorwaarde dat zij vijf jaar verplicht verzekerd is geweest. Als met toepassing van artikel 6 van Vo 883/2004 de tijdvakken van verplichte verzekering in Nederland en Duitsland worden samengeteld, is appellante verplicht verzekerd geweest van 25 april 2007 tot en met 16 september 2008 en van 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2012. Hiermee wordt de termijn van vijf jaar niet gehaald. Voor de stelling van appellante dat zij voor een langere periode in Duitsland verplicht verzekerd is geweest dan door het Duitse bevoegde orgaan is vastgesteld, bestaat geen enkel aanknopingspunt. De periode van verplichte verzekering die voor de termijn van vijf jaar in aanmerking komt, wordt dan ook vastgesteld op 4 jaar en ruim tien maanden. 
4.5. Voorts is nog in geschil of voor de vaststelling of wordt voldaan aan de in artikel 38 van de AOW genoemde de termijn van vijf jaar, mag worden volstaan met het meetellen van de Duitse tijdvakken van verplichte verzekering. Anders gezegd is de vraag of uit het Europese recht volgt dat ook tijdvakken van vrijwillige verzekering in Duitsland in aanmerking moeten worden genomen. De Raad beantwoordt deze laatste vraag ontkennend. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, en zoals ook is overwogen in het door appellante aangehaalde Besluit nr. H6, blijft iedere lidstaat bevoegd om in zijn wetgeving met inachtneming van het recht van de Unie de voorwaarden voor toekenning van prestaties krachtens een stelsel van sociale zekerheid te bepalen. Deze voorwaarden mogen echter niet op discriminerende wijze worden toegepast. Van dit laatste is geen sprake nu appellante niet wordt benadeeld ten opzichte van een persoon die een tijdvak van vrijwillige verzekering voor de AOW heeft gehad, welk tijdvak ook niet zou hebben meegeteld voor de termijn van vijf jaar. Ook de tekst van artikel 6 van Vo 883/2004 in verbinding met artikel 1, onder t, leidt niet tot een ander oordeel nu het begrip “tijdvakken van verzekering” in die bepalingen niet inhoudt dat in de nationale wetgeving geen beperking tot samentelling van tijdvakken van alleen verplichte verzekering mag worden gemaakt. 
4.6. Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor het afsluiten van een vrijwillige verzekering. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit terecht ongegrond verklaard. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2019:3699<br />
Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 21-11-2019 Datum publicatie 25-11-2019 Zaaknummer 17/7856 AOW Rechtsgebieden<br />
Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie<br />
Afwijzing aanvraag om toegelaten te worden tot de inkoop vrijwillig verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW). Appellante voldoet niet aan de voorwaarden voor het afsluiten van een vrijwillige verzekering. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit terecht ongegrond verklaard. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. Vindplaatsen Rechtspraak.nl<br />
17 7856 AOW Datum uitspraak: 21 november 2019<br />
Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer<br />
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van<br />
2 november 2017, 17/3278 (aangevallen uitspraak)</p>
<p>Daaruit:<br />
 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.<br />
4.1. Aan de mogelijkheid tot het afsluiten van een vrijwillige verzekering zoals door appellante beoogd, zijn voorwaarden verbonden:<br />
1) de aanvraag moet worden ingediend binnen tien jaar na het moment van ingang van de verplichte verzekering voor de AOW, en<br />
2. betrokkene moet minimaal vijf jaar verplicht verzekerd zijn geweest voor de AOW en mag in diezelfde periode niet onderworpen zijn geweest aan een buitenlandse wettelijk verplichte ouderdomsverzekering.<br />
4.2. Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil vanaf welke datum appellante verplicht verzekerd is geraakt voor de AOW, op 1 mei 2006 of op 25 april 2007.<br />
4.3.Uitgaande van de datum 1 mei 2006 wordt met de rechtbank geoordeeld dat appellante met haar aanvraag van 24 december 2016 onweersproken de termijn van tien jaar heeft overschreden, zodat de aanvraag inkoop vrijwillige verzekering te laat is ingediend.<br />
4.4. Uitgaande van de datum 25 april 2007 is de aanvraag binnen de termijn van tien jaar ingediend, maar is vervolgens de vraag aan de orde of appellante heeft voldaan aan de voorwaarde dat zij vijf jaar verplicht verzekerd is geweest. Als met toepassing van artikel 6 van Vo 883/2004 de tijdvakken van verplichte verzekering in Nederland en Duitsland worden samengeteld, is appellante verplicht verzekerd geweest van 25 april 2007 tot en met 16 september 2008 en van 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2012. Hiermee wordt de termijn van vijf jaar niet gehaald. Voor de stelling van appellante dat zij voor een langere periode in Duitsland verplicht verzekerd is geweest dan door het Duitse bevoegde orgaan is vastgesteld, bestaat geen enkel aanknopingspunt. De periode van verplichte verzekering die voor de termijn van vijf jaar in aanmerking komt, wordt dan ook vastgesteld op 4 jaar en ruim tien maanden.<br />
4.5. Voorts is nog in geschil of voor de vaststelling of wordt voldaan aan de in artikel 38 van de AOW genoemde de termijn van vijf jaar, mag worden volstaan met het meetellen van de Duitse tijdvakken van verplichte verzekering. Anders gezegd is de vraag of uit het Europese recht volgt dat ook tijdvakken van vrijwillige verzekering in Duitsland in aanmerking moeten worden genomen. De Raad beantwoordt deze laatste vraag ontkennend. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, en zoals ook is overwogen in het door appellante aangehaalde Besluit nr. H6, blijft iedere lidstaat bevoegd om in zijn wetgeving met inachtneming van het recht van de Unie de voorwaarden voor toekenning van prestaties krachtens een stelsel van sociale zekerheid te bepalen. Deze voorwaarden mogen echter niet op discriminerende wijze worden toegepast. Van dit laatste is geen sprake nu appellante niet wordt benadeeld ten opzichte van een persoon die een tijdvak van vrijwillige verzekering voor de AOW heeft gehad, welk tijdvak ook niet zou hebben meegeteld voor de termijn van vijf jaar. Ook de tekst van artikel 6 van Vo 883/2004 in verbinding met artikel 1, onder t, leidt niet tot een ander oordeel nu het begrip “tijdvakken van verzekering” in die bepalingen niet inhoudt dat in de nationale wetgeving geen beperking tot samentelling van tijdvakken van alleen verplichte verzekering mag worden gemaakt.<br />
4.6. Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor het afsluiten van een vrijwillige verzekering. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit terecht ongegrond verklaard. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2880</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 24 Sep 2019 09:07:27 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7131#comment-2880</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2867&quot;&gt;Dick van den Bergh&lt;/a&gt;.

Het verschil in premiebetaling tussen verplichte en vrijwillige verzekering AOW speelt slechts bij degenen die geen of een zeer laag inkomen hebben, aangezien de regering een minimum premie AOW slechts voor de vrijwillige verzekering heeft ingesteld. Mijns inziens is er aanleiding dit in strijd te achten met het arrest Van Pommeren Bourgondiën (althans voor een EU-inwoner).

&quot;Waarom zou de AOW anders moeten?&quot; Dat is een politieke beslissing die alles met solidariteit (tussen generaties en naar inkomen) te maken heeft. In Nederland wordt een ieder die volledig verzekerd is geweest een dusdanig inkomen te ontvangen dat hij in beginsel bij pensionering daaraan voldoende kan hebben om zelf van te leven, ongeacht of hij (meestal : zij) ooit gewerkt heeft. Zou je dit loslaten dan zou je voor een vrij grote groep bijstand moeten verlenen met voor hen min of meer vergelijkbare kosten. Toegegeven: het is wel een sterke vorm van solidariteit (dus veel inkomensoverdrachten), die de meeste andere landen niet kennen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2867">Dick van den Bergh</a>.</p>
<p>Het verschil in premiebetaling tussen verplichte en vrijwillige verzekering AOW speelt slechts bij degenen die geen of een zeer laag inkomen hebben, aangezien de regering een minimum premie AOW slechts voor de vrijwillige verzekering heeft ingesteld. Mijns inziens is er aanleiding dit in strijd te achten met het arrest Van Pommeren Bourgondiën (althans voor een EU-inwoner).</p>
<p>&#8220;Waarom zou de AOW anders moeten?&#8221; Dat is een politieke beslissing die alles met solidariteit (tussen generaties en naar inkomen) te maken heeft. In Nederland wordt een ieder die volledig verzekerd is geweest een dusdanig inkomen te ontvangen dat hij in beginsel bij pensionering daaraan voldoende kan hebben om zelf van te leven, ongeacht of hij (meestal : zij) ooit gewerkt heeft. Zou je dit loslaten dan zou je voor een vrij grote groep bijstand moeten verlenen met voor hen min of meer vergelijkbare kosten. Toegegeven: het is wel een sterke vorm van solidariteit (dus veel inkomensoverdrachten), die de meeste andere landen niet kennen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2879</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 24 Sep 2019 08:53:33 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7131#comment-2879</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2862&quot;&gt;Hans Carstens&lt;/a&gt;.

Neen. In deze casus is de CRvB de hoogste instantie. Er zal dan een nieuwe kandidaat moeten opstaan, zonder inkomen, die een vrijwillige AOW verzekering afsluit of gaat afsluiten.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2862">Hans Carstens</a>.</p>
<p>Neen. In deze casus is de CRvB de hoogste instantie. Er zal dan een nieuwe kandidaat moeten opstaan, zonder inkomen, die een vrijwillige AOW verzekering afsluit of gaat afsluiten.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Dick van den Bergh		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2867</link>

		<dc:creator><![CDATA[Dick van den Bergh]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 19 Sep 2019 21:45:11 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7131#comment-2867</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2860&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

Dit begrijp ik niet. De AOW premie is toch geen vast bedrag maar een percentage over een inkomen met een max. Indien er ergens verschillen zijn dan is het wel de AOW met de AOW premies ongeacht verplicht of vrijwillig. De uitbetaling is voor een ieder gelijk. Discussiepunt zou kunnen zijn; is het moreel goed te praten dat iemand AOW ontvangt en er nimmer in betaald heeft? Of is een gelijke uitbetaling moreel te verantwoorden. Verblijf is de bepalende factor en niet het betalen van premies. Geheel anders dan bijv. in de BRD en de VS. Indien men niet in een bedrijfspensioen betaalt ontvangt men ook niets. Waarom zou dit met de AOW anders moeten? Gaarne geen uitleg over solidariteit enz. Hele volksstammen bekommeren zich niet over solidariteit en leven uitsluitend loket gericht.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2860">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>Dit begrijp ik niet. De AOW premie is toch geen vast bedrag maar een percentage over een inkomen met een max. Indien er ergens verschillen zijn dan is het wel de AOW met de AOW premies ongeacht verplicht of vrijwillig. De uitbetaling is voor een ieder gelijk. Discussiepunt zou kunnen zijn; is het moreel goed te praten dat iemand AOW ontvangt en er nimmer in betaald heeft? Of is een gelijke uitbetaling moreel te verantwoorden. Verblijf is de bepalende factor en niet het betalen van premies. Geheel anders dan bijv. in de BRD en de VS. Indien men niet in een bedrijfspensioen betaalt ontvangt men ook niets. Waarom zou dit met de AOW anders moeten? Gaarne geen uitleg over solidariteit enz. Hele volksstammen bekommeren zich niet over solidariteit en leven uitsluitend loket gericht.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Rudi Holzhauer		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2865</link>

		<dc:creator><![CDATA[Rudi Holzhauer]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 19 Sep 2019 19:57:26 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7131#comment-2865</guid>

					<description><![CDATA[door ingezetenschap een voldoende band hebben met dat land

Hmmm. Door meer dan 70, 80 of 90% belastingheffing en -betaling heb je volgens mij geheel zelfstandig ook een &quot;voldoende band&quot;. Wat vind jij van dat argument? Categorie: wel de lusten niet de lasten!?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>door ingezetenschap een voldoende band hebben met dat land</p>
<p>Hmmm. Door meer dan 70, 80 of 90% belastingheffing en -betaling heb je volgens mij geheel zelfstandig ook een &#8220;voldoende band&#8221;. Wat vind jij van dat argument? Categorie: wel de lusten niet de lasten!?</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Hans Carstens		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2862</link>

		<dc:creator><![CDATA[Hans Carstens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 19 Sep 2019 16:30:22 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7131#comment-2862</guid>

					<description><![CDATA[Is Hoger Beroep mogelijk, ditmaal met overweging arrest Van Pommeren-Bourgondien ?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Is Hoger Beroep mogelijk, ditmaal met overweging arrest Van Pommeren-Bourgondien ?</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/09/19/crvb-over-verschil-in-premie-voor-verplichte-en-vrijwillige-verzekering/#comment-2860</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 19 Sep 2019 12:42:57 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7131#comment-2860</guid>

					<description><![CDATA[Commentaar jdv: Deze uitspraak bevat verschillende aspecten in verband met de verhoging AOW-leeftijd. Het interessants vind ik het oordeel van de CRvB dat een verschil in premie tussne vrijwillige en verplichte AOW-verezkering toelaatbaar is. Jammer genoeg heeft betrokkene niet het EHvJ arrest Van Pommeren-Bourgondien in de overwegingen betrokken (en de CRvB heeft er ook niet naar gekeken). Dat wijst wel degelijk op ontoelaatbaarheid van verschillen in premies.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Commentaar jdv: Deze uitspraak bevat verschillende aspecten in verband met de verhoging AOW-leeftijd. Het interessants vind ik het oordeel van de CRvB dat een verschil in premie tussne vrijwillige en verplichte AOW-verezkering toelaatbaar is. Jammer genoeg heeft betrokkene niet het EHvJ arrest Van Pommeren-Bourgondien in de overwegingen betrokken (en de CRvB heeft er ook niet naar gekeken). Dat wijst wel degelijk op ontoelaatbaarheid van verschillen in premies.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
