<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Consultatie over Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Thu, 15 Jul 2021 08:54:29 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-7161</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 15 Jul 2021 08:54:29 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-7161</guid>

					<description><![CDATA[Datum14-07-2021BetreftUitvoering RVU door pensioenfondsen
Tijdens het plenaire debat in de Eerste Kamer met betrekking tot het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en Verlofsparen heb ik de Eerste Kamer toegezegd in een brief nader in te gaan op de vraag of het mogelijk is dat pensioenfondsen een RVU-uitkering uitvoeren. Daarbij heb ik ook aangegeven dat voor de beantwoording van deze vraag ook inhoudelijke experts betrokken zouden worden. Ik heb prof. dr. Erik Lutjens, hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, en prof. mr. drs. Mark Heemskerk, hoogleraar Pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen, bereid gevonden een bijdrage te leveren aan deze brief. Ik heb hen de inhoudelijke argumentatie zoals die in deze brief is opgenomen voorgelegd en heb hen gevraagd om een analyse. Deze analyses treft u aan als bijlagen van deze brief.
 Daaruit:
Is de RVU een werkzaamheid in verband met pensioen? 
In de Pensioenwet worden vervroegde uitkeringsregelingen niet beschouwd als pensioen, dat is zelfs uitdrukkelijk opgenomen (artikel 2, lid 4, Pensioenwet 4). Daarnaast bevat de Pensioenwet een verbod op nevenactiviteiten voor pensioenfondsen. Alleen nevenactiviteiten die gezien kunnen worden als werkzaamheden in verband met pensioen zijn hiervan uitgezonderd (artikel 116, Pensioenwet)5. In de memorie van toelichting bij de Pensioenwet is dit nader geduid door te stellen dat het moet gaan om werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met pensioen. 
Het kabinet stelt zich op het standpunt dat de RVU geen rechtstreeks verband houdt met pensioen. Een eventuele RVU heeft namelijk geen directe invloed op de (inhoud van de) pensioenregeling of andersom.

(..)
 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Wouter Koolmees


Commentaar jdv: Uit deze stellingname vloeit mijns inziens voort dat ene RVU uitkering geen basis is voor verdragsgerechtigdheid in de zin van Vo883/2004, art. 23 t/m 25, omdat deze niet als vroegpensioen te beschouwen is.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Datum14-07-2021BetreftUitvoering RVU door pensioenfondsen<br />
Tijdens het plenaire debat in de Eerste Kamer met betrekking tot het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en Verlofsparen heb ik de Eerste Kamer toegezegd in een brief nader in te gaan op de vraag of het mogelijk is dat pensioenfondsen een RVU-uitkering uitvoeren. Daarbij heb ik ook aangegeven dat voor de beantwoording van deze vraag ook inhoudelijke experts betrokken zouden worden. Ik heb prof. dr. Erik Lutjens, hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, en prof. mr. drs. Mark Heemskerk, hoogleraar Pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen, bereid gevonden een bijdrage te leveren aan deze brief. Ik heb hen de inhoudelijke argumentatie zoals die in deze brief is opgenomen voorgelegd en heb hen gevraagd om een analyse. Deze analyses treft u aan als bijlagen van deze brief.<br />
 Daaruit:<br />
Is de RVU een werkzaamheid in verband met pensioen?<br />
In de Pensioenwet worden vervroegde uitkeringsregelingen niet beschouwd als pensioen, dat is zelfs uitdrukkelijk opgenomen (artikel 2, lid 4, Pensioenwet 4). Daarnaast bevat de Pensioenwet een verbod op nevenactiviteiten voor pensioenfondsen. Alleen nevenactiviteiten die gezien kunnen worden als werkzaamheden in verband met pensioen zijn hiervan uitgezonderd (artikel 116, Pensioenwet)5. In de memorie van toelichting bij de Pensioenwet is dit nader geduid door te stellen dat het moet gaan om werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met pensioen.<br />
Het kabinet stelt zich op het standpunt dat de RVU geen rechtstreeks verband houdt met pensioen. Een eventuele RVU heeft namelijk geen directe invloed op de (inhoud van de) pensioenregeling of andersom.</p>
<p>(..)<br />
 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid<br />
Wouter Koolmees</p>
<p>Commentaar jdv: Uit deze stellingname vloeit mijns inziens voort dat ene RVU uitkering geen basis is voor verdragsgerechtigdheid in de zin van Vo883/2004, art. 23 t/m 25, omdat deze niet als vroegpensioen te beschouwen is.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-6912</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 19 May 2021 10:17:51 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-6912</guid>

					<description><![CDATA[Datum18-05-2021BetreftVerzamelbrief bedrag ineens (pensioen)., Minitser van SZW

Daaruit: 

 
 Met deze brief informeer ik u – mede namens de staatssecretarissen van Financiën - over de stand van zaken met betrekking tot het keuzerecht voor een gedeeltelijke afkoop van het ouderdomspensioen (“bedrag ineens”), vanwege enkele toezeggingen die ik heb gedaan tijdens de behandeling van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen in de Tweede Kamer op 5 november 2020 en in de Eerste Kamer op 12 januari jl.
(…)

Internationale aspecten bedrag ineens 
Tijdens het wetgevingsoverleg van 5 november 2020 in de Tweede Kamer heb ik aan de leden Smeulders (GroenLinks) en Omtzigt (CDA) toegezegd om na overleg met de Staatssecretaris van Financiën in te gaan op de vraag hoe de uitkering van het bedrag ineens in internationale situaties uitwerkt. Meer specifiek is tijdens het wetgevingsoverleg gevraagd hoe het wetsvoorstel uit zou werken voor personen die (tijdelijk) verhuizen naar Duitsland, België, Spanje, Frankrijk en Ierland. Daarbij heb ik toegezegd in te gaan op de vraag of er in relatie tot deze landen sprake is van een heffingslek. 
In de nota naar aanleiding van het verslag ben ik ingegaan op de behandeling van het bedrag ineens onder de belastingverdragen met Spanje, Frankrijk, België en Duitsland.3 Kort gezegd geldt onder de belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met Spanje en Frankrijk een exclusief heffingsrecht voor het woonland van de ontvanger van een pensioen of andere soortgelijke beloning. Indien een inwoner van een van deze landen een pensioen uit Nederland ontvangt en gebruikmaakt van de mogelijkheid het bedrag ineens op te nemen dan is het gevolg van deze belastingverdragen dat het woonland hierover het heffingsrecht heeft. 
De belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met België en Duitsland bevatten een specifieke bepaling voor de afkoop van pensioen. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België geldt, kort gezegd, dat het bronland belasting mag heffen over een pensioenafkoopsom die wordt uitbetaald vóór de pensioeningangsdatum. Omdat het bij het bedrag ineens een (gedeeltelijke) afkoop betreft op de pensioeningangsdatum, geldt voor de verdeling van heffingsrechten over het bedrag ineens dat wordt opgenomen door een inwoner van België echter de hoofdregel voor pensioenen. Deze hoofdregel houdt in dat het woonland het heffingsrecht heeft over het pensioen (waaronder dus het bedrag ineens), tenzij, samengevat, het pensioen in België niet tegen het algemene tarief wordt belast en een bepaald maximum wordt overschreden. 
Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland regelt dat pensioenafkoopsommen altijd in het bronland mogen worden belast. Nederland kan dus heffen over pensioenafkoopsommen in de vorm van een bedrag ineens 
die worden betaald aan een inwoner van Duitsland. Een dergelijke afspraak over de verdeling van heffingsrechten bij afkoopsommen is ook opgenomen in het belastingverdrag tussen Nederland en Ierland. 
Belastingverdragen zijn met name bedoeld om heffingsrechten te verdelen om daarmee dubbele belasting te voorkomen. De wijze waarop landen toegekende heffingsrechten naar hun nationale recht effectueren, valt onder hun eigen soevereiniteit. Nederland is gebonden aan de belastingverdragen en kan daar dus voor het bedrag ineens niet van afwijken. Ook niet als een land op een andere manier invulling geeft aan zijn heffingsrecht dan Nederland. Het is echter al geruime tijd verdragsbeleid dat Nederland zich bij onderhandelingen ervoor inzet dat in ieder geval het heffingsrecht over, kort gezegd, pensioenafkoopsommen wordt toegewezen aan het bronland, zodat wordt voorkomen dat in Nederland fiscaal gefacilieerd pensioen in het buitenland fiscaal voordelig kan worden afgekocht. Deze verdragsinzet is niet in alle belastingverdragen al gerealiseerd. 
Het voorgaande brengt mee dat het denkbaar is dat inwoners van bepaalde landen – afhankelijk van het lokale belastingrecht – een lagere belastingdruk ervaren dan het geval zou zijn geweest als zij in Nederland zouden wonen. De verwachting is echter dat slechts een zeer beperkte groep zal emigreren om van dergelijke mogelijkheden gebruik te maken. Emigratie heeft in het algemeen namelijk een grote impact op het persoonlijke leven. Voor de raming is ingeschat dat voor slechts 0,1% van de mensen die met pensioen gaan het potentiële voordeel groot genoeg is, en dat van deze zeer kleine groep naar verwachting 20% daadwerkelijk deze stap zal maken.4 Deze 20% is de standaardcategorie bij een onzeker maar niet te verwaarlozen gedragseffect. In totaal gaat het dus om 0,02% van de mensen die met pensioen gaan, oftewel jaarlijks enige tientallen personen. Als een persoon claimt niet langer inwoner te zijn van Nederland en zich beroept op een belastingverdrag met een ander land zal bovendien voor de toepassing van dat belastingverdrag moeten worden beoordeeld of deze persoon wel daadwerkelijk inwoner is geworden van dit land. Indien een (tijdelijke) emigratie hoofdzakelijk is gebaseerd op het claimen van een voordeel uit een belastingverdrag, kunnen daarnaast ook antimisbruikmaatregelen van toepassing zijn – zoals de Principal Purposes Test (PPT) die in veel verdragen via het Multilateraal Instrument (MLI) doorwerkt – waardoor deze verdragsvoordelen kunnen worden geweigerd. De Belastingdienst zal in een voorkomend geval kritisch bezien of een (tijdelijke) emigratie hoofdzakelijk is ingegeven vanuit fiscale motieven.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Datum18-05-2021BetreftVerzamelbrief bedrag ineens (pensioen)., Minitser van SZW</p>
<p>Daaruit: </p>
<p> Met deze brief informeer ik u – mede namens de staatssecretarissen van Financiën &#8211; over de stand van zaken met betrekking tot het keuzerecht voor een gedeeltelijke afkoop van het ouderdomspensioen (“bedrag ineens”), vanwege enkele toezeggingen die ik heb gedaan tijdens de behandeling van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen in de Tweede Kamer op 5 november 2020 en in de Eerste Kamer op 12 januari jl.<br />
(…)</p>
<p>Internationale aspecten bedrag ineens<br />
Tijdens het wetgevingsoverleg van 5 november 2020 in de Tweede Kamer heb ik aan de leden Smeulders (GroenLinks) en Omtzigt (CDA) toegezegd om na overleg met de Staatssecretaris van Financiën in te gaan op de vraag hoe de uitkering van het bedrag ineens in internationale situaties uitwerkt. Meer specifiek is tijdens het wetgevingsoverleg gevraagd hoe het wetsvoorstel uit zou werken voor personen die (tijdelijk) verhuizen naar Duitsland, België, Spanje, Frankrijk en Ierland. Daarbij heb ik toegezegd in te gaan op de vraag of er in relatie tot deze landen sprake is van een heffingslek.<br />
In de nota naar aanleiding van het verslag ben ik ingegaan op de behandeling van het bedrag ineens onder de belastingverdragen met Spanje, Frankrijk, België en Duitsland.3 Kort gezegd geldt onder de belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met Spanje en Frankrijk een exclusief heffingsrecht voor het woonland van de ontvanger van een pensioen of andere soortgelijke beloning. Indien een inwoner van een van deze landen een pensioen uit Nederland ontvangt en gebruikmaakt van de mogelijkheid het bedrag ineens op te nemen dan is het gevolg van deze belastingverdragen dat het woonland hierover het heffingsrecht heeft.<br />
De belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met België en Duitsland bevatten een specifieke bepaling voor de afkoop van pensioen. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België geldt, kort gezegd, dat het bronland belasting mag heffen over een pensioenafkoopsom die wordt uitbetaald vóór de pensioeningangsdatum. Omdat het bij het bedrag ineens een (gedeeltelijke) afkoop betreft op de pensioeningangsdatum, geldt voor de verdeling van heffingsrechten over het bedrag ineens dat wordt opgenomen door een inwoner van België echter de hoofdregel voor pensioenen. Deze hoofdregel houdt in dat het woonland het heffingsrecht heeft over het pensioen (waaronder dus het bedrag ineens), tenzij, samengevat, het pensioen in België niet tegen het algemene tarief wordt belast en een bepaald maximum wordt overschreden.<br />
Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland regelt dat pensioenafkoopsommen altijd in het bronland mogen worden belast. Nederland kan dus heffen over pensioenafkoopsommen in de vorm van een bedrag ineens<br />
die worden betaald aan een inwoner van Duitsland. Een dergelijke afspraak over de verdeling van heffingsrechten bij afkoopsommen is ook opgenomen in het belastingverdrag tussen Nederland en Ierland.<br />
Belastingverdragen zijn met name bedoeld om heffingsrechten te verdelen om daarmee dubbele belasting te voorkomen. De wijze waarop landen toegekende heffingsrechten naar hun nationale recht effectueren, valt onder hun eigen soevereiniteit. Nederland is gebonden aan de belastingverdragen en kan daar dus voor het bedrag ineens niet van afwijken. Ook niet als een land op een andere manier invulling geeft aan zijn heffingsrecht dan Nederland. Het is echter al geruime tijd verdragsbeleid dat Nederland zich bij onderhandelingen ervoor inzet dat in ieder geval het heffingsrecht over, kort gezegd, pensioenafkoopsommen wordt toegewezen aan het bronland, zodat wordt voorkomen dat in Nederland fiscaal gefacilieerd pensioen in het buitenland fiscaal voordelig kan worden afgekocht. Deze verdragsinzet is niet in alle belastingverdragen al gerealiseerd.<br />
Het voorgaande brengt mee dat het denkbaar is dat inwoners van bepaalde landen – afhankelijk van het lokale belastingrecht – een lagere belastingdruk ervaren dan het geval zou zijn geweest als zij in Nederland zouden wonen. De verwachting is echter dat slechts een zeer beperkte groep zal emigreren om van dergelijke mogelijkheden gebruik te maken. Emigratie heeft in het algemeen namelijk een grote impact op het persoonlijke leven. Voor de raming is ingeschat dat voor slechts 0,1% van de mensen die met pensioen gaan het potentiële voordeel groot genoeg is, en dat van deze zeer kleine groep naar verwachting 20% daadwerkelijk deze stap zal maken.4 Deze 20% is de standaardcategorie bij een onzeker maar niet te verwaarlozen gedragseffect. In totaal gaat het dus om 0,02% van de mensen die met pensioen gaan, oftewel jaarlijks enige tientallen personen. Als een persoon claimt niet langer inwoner te zijn van Nederland en zich beroept op een belastingverdrag met een ander land zal bovendien voor de toepassing van dat belastingverdrag moeten worden beoordeeld of deze persoon wel daadwerkelijk inwoner is geworden van dit land. Indien een (tijdelijke) emigratie hoofdzakelijk is gebaseerd op het claimen van een voordeel uit een belastingverdrag, kunnen daarnaast ook antimisbruikmaatregelen van toepassing zijn – zoals de Principal Purposes Test (PPT) die in veel verdragen via het Multilateraal Instrument (MLI) doorwerkt – waardoor deze verdragsvoordelen kunnen worden geweigerd. De Belastingdienst zal in een voorkomend geval kritisch bezien of een (tijdelijke) emigratie hoofdzakelijk is ingegeven vanuit fiscale motieven.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-5622</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 20 Jan 2021 11:12:58 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-5622</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-5584&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

De Eerste Kamer motie verzoekt de regering:

- 
de modaliteiten van het keuzerecht voor een bedrag ineens nader te preciseren en om ongewenste effecten te voorkomen, de regelingen zo nodig aan te passen, zoals bijvoorbeeld door een uitzondering van het bedrag ineens op de huurtoeslag;
- 
de invoering van het bedrag ineens tot 2023 uit te stellen om in de tussentijd een alternatieve uitvoering te zoeken die minder complex is, beter communiceerbaar en substantieel lagere uitvoeringskosten kent, en draagvlak heeft bij de uitvoeringsorganisaties;
- 
en de beide Kamers voor het slaan van het invoerings-Koninklijk Besluit hierover te informeren.
In het debat op 12 januari 2021 zegde minister Koolmees na kritiek van de Kamer op de uitvoerbaarheid van het onderdeel Bedrag ineens van het voorstel al toe de invoering van dat deel van de wet met een jaar uit te stellen tot 1 januari 2023.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-5584">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>De Eerste Kamer motie verzoekt de regering:</p>
<p>&#8211;<br />
de modaliteiten van het keuzerecht voor een bedrag ineens nader te preciseren en om ongewenste effecten te voorkomen, de regelingen zo nodig aan te passen, zoals bijvoorbeeld door een uitzondering van het bedrag ineens op de huurtoeslag;<br />
&#8211;<br />
de invoering van het bedrag ineens tot 2023 uit te stellen om in de tussentijd een alternatieve uitvoering te zoeken die minder complex is, beter communiceerbaar en substantieel lagere uitvoeringskosten kent, en draagvlak heeft bij de uitvoeringsorganisaties;<br />
&#8211;<br />
en de beide Kamers voor het slaan van het invoerings-Koninklijk Besluit hierover te informeren.<br />
In het debat op 12 januari 2021 zegde minister Koolmees na kritiek van de Kamer op de uitvoerbaarheid van het onderdeel Bedrag ineens van het voorstel al toe de invoering van dat deel van de wet met een jaar uit te stellen tot 1 januari 2023.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-5621</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 20 Jan 2021 11:11:10 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-5621</guid>

					<description><![CDATA[Motie-Oomen over Bedrag ineens aangenomen

19 januari 2021
De Eerste Kamer heeft vandaag de motie-Oomen-Ruijten (CDA) c.s. over het keuzerecht voor een bedrag na stemming ineens aangenomen. Alleen de fracties van de VVD, PVV, D66, Fractie-Otten en OSF stemden tegen. De motie was ingediend tijdens het plenair debat op 12 januari 2021 met minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wetsvoorstel Bedrag ineens, Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en verlofsparen. Het wetsvoorstel zelf werd vorige week zonder stemming aangenomen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Motie-Oomen over Bedrag ineens aangenomen</p>
<p>19 januari 2021<br />
De Eerste Kamer heeft vandaag de motie-Oomen-Ruijten (CDA) c.s. over het keuzerecht voor een bedrag na stemming ineens aangenomen. Alleen de fracties van de VVD, PVV, D66, Fractie-Otten en OSF stemden tegen. De motie was ingediend tijdens het plenair debat op 12 januari 2021 met minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wetsvoorstel Bedrag ineens, Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en verlofsparen. Het wetsvoorstel zelf werd vorige week zonder stemming aangenomen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-5584</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 13 Jan 2021 11:15:37 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-5584</guid>

					<description><![CDATA[Regeling ‘Bedrag ineens’ jaar later ingevoerd

12 januari 2021
De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 12 januari met minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wetsvoorstel Bedrag ineens, Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en verlofsparen. Aan het einde van het debat werd het wetsvoorstel zonder stemming aanvaard. Na kritiek van de Kamer op de uitvoerbaarheid van het onderdeel Bedrag ineens van het voorstel zegde de minister namelijk toe de invoering van dat deel van de wet met een jaar uit te stellen tot 1 januari 2023. Over een tijdens het debat ingediende motie van senator Oomen (CDA) stemt de Eerste Kamer dinsdag 19 januari.

&lt;a href=&quot;https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20210112/regeling_bedrag_ineens_jaar_later&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20210112/regeling_bedrag_ineens_jaar_later&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Regeling ‘Bedrag ineens’ jaar later ingevoerd</p>
<p>12 januari 2021<br />
De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 12 januari met minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wetsvoorstel Bedrag ineens, Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en verlofsparen. Aan het einde van het debat werd het wetsvoorstel zonder stemming aanvaard. Na kritiek van de Kamer op de uitvoerbaarheid van het onderdeel Bedrag ineens van het voorstel zegde de minister namelijk toe de invoering van dat deel van de wet met een jaar uit te stellen tot 1 januari 2023. Over een tijdens het debat ingediende motie van senator Oomen (CDA) stemt de Eerste Kamer dinsdag 19 januari.</p>
<p><a href="https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20210112/regeling_bedrag_ineens_jaar_later" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20210112/regeling_bedrag_ineens_jaar_later</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-4749</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 11 Sep 2020 11:38:24 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-4749</guid>

					<description><![CDATA[Bijlage Onderbouwing en Evaluatie (CW 3.1) 
Vrijstelling RVU-heffing als onderdeel van het wetsvoorstel bedrag ineens, vrijstelling RVU-heffing en uitbreiden verlofsparen 
Deze bijlage is onderdeel van de pilot naar het vergroten van de vindbaarheid van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet.1 Volgens artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW 3.1) dienen alle voorstellen met financiële consequenties een toelichting te bevatten op de doelen, beleidsinstrumenten, doeltreffendheid, doelmatigheid en financiële consequenties. Tevens dienen voorstellen een evaluatieparagraaf te bevatten. Met de pilot wordt beoogd de vindbaarheid van de vereiste toelichtingen bij voorstellen met (kans op) significante financiële gevolgen te vergroten.
&lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-vrijstelling-rvu-heffing&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-vrijstelling-rvu-heffing&lt;/a&gt;

zie ook: 
 Bijlage Onderbouwing en Evaluatie (CW 3.1) 
Keuzerecht bedrag ineens als onderdeel van het wetsvoorstel Bedrag ineens, vrijstelling RVU-heffing en uitbreiden verlofsparen
&lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-keuzerecht-bedrag-ineens&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-keuzerecht-bedrag-ineens&lt;/a&gt;

Beschrijving voorstel/regeling
Het wetsvoorstel bevat onder meer de mogelijkheid tot
afkoop van een deel van de aanspraken op
ouderdomspensioen. Beoogd is met ingang van 1
januari 2022 een afkoop van maximaal 10% van het
ouderdomspensioen mogelijk te maken. Aan die afkoop
worden voorwaarden gesteld om zo veel mogelijk te
waarborgen dat (1) deelnemers bij opname van een
bedrag ineens worden beschermd tegen een te grote
achteruitgang in de hoogte van de periodieke
levenslange pensioenuitkering en (2) de solidariteit
binnen pensioenfondsen zo min mogelijk onder druk
komt te staan.
Het keuzerecht gaat ook gelden voor een zogenoemd
bevroren pensioen in eigen beheer en het nettopensioen
en voor oudedagsvoorzieningen die zijn opgebouwd in
de derde pijler, alsmede de nettolijfrente.
Interactie burgers/bedrijven
Verwacht wordt dat niet-ingezetenen vaker met vragen
contact op zullen nemen met Belastingtelefoon
buitenland. Naar verwachting zullen die vragen niet
eenvoudig te beantwoorden zijn en zal de inspecteur
meer terugbelverzoeken ontvangen.
Voor 2020 en 2021 wordt een toename verwacht in
verzoeken om een beschikking als bedoeld in artikel 19c
van de Wel LB. Beoordeling daarvan is een
arbeidsintensief proces.
Communicatie vindt plaats via de reguliere kanalen:
o.a. de toelichtingen op de aangiftemiddelen IH, de
website en het Handboek Loonheffingen worden
aangepast.
Maakbaarheid systemen
Niet van toepassing.
Handhaafbaarheid
Bij afkoop van pensioen in eigen beheer kan het zo zijn
dat er toezicht moet worden uitgeoefend om te beoordelen
of de eigen beheer BV de voorwaarden juist heeft
beoordeeld. Het wordt daarbij lastiger om te controleren
of aan alle voorwaarden is voldaan. Daarnaast is er een
te verwachten toename van het aantal verzoeken om
een verdragsverklaring. Er is tevens een toename te
verwachten van het aantal verzoeken om een
verdragsverklaring. Afkoop van 10% van pensioen in
eigen beheer kan met name tot extra werkzaamheden
leiden als er ook een deel van het pensioen extern bij
een verzekeraar is opgebouwd.
Fraudebestendigheid
Deze maatregel is minder fraudebestendig omdat de BV
in eigen beheer makkelijker om de voorwaarden heen
kan.
Complexiteitsgevolgen
De maatregel vormt een complexiteitstoename door de
toename van het aantal wetten en regels met een
verslechtering van de handhaafbaarheid voor de
uitvoering.
 Zie: &lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/uitvoeringstoets-belastingdienst-bedrag-ineens&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/uitvoeringstoets-belastingdienst-bedrag-ineens&lt;/a&gt;

Voorts van de zijde van de SVB:
 
 Gevolgen eenmalige afkoop voor AOW-partnertoeslag, Anw, OBR 
In de memorie van toelichting staat ten aanzien van de AOW-toeslag en de nabestaandenuitkering dat uitbetaling van een pensioenbedrag ineens tot gevolg kan hebben “dat de partnertoeslag AOW of Anw-uitkering gedurende één maand wordt verminderd of stopgezet”. 
De SVB komt echter op basis van uitspraken van de CRvB tot de conclusie dat het volledige bedrag ineens niet in één maand mag worden gekort op de overbruggingsuitkering, de AOW-toeslag of de nabestaandenuitkering. Een toelichting hierop treft u aan in de bijlage. De memorie van toelichting dient op dit punt te worden aangepast, bij voorkeur met een voorstel tot het op een andere manier korten van het bedrag ineens op de overbruggingsuitkering, de AOW-toeslag en de nabestaandenuitkering. 
Alternatieven zijn het toerekenen van het bedrag ineens over de periode waar deze betrekking op heeft. Dit alternatief is in de meeste gevallen ongunstiger dan korten in de maand van uitbetalen. Andere  mogelijkheid is afzien van korten, zoals dat ook voor de afkoop kleine pensioenen in het inkomensbesluit is geregeld. Graag treden we hierover in overleg. 
Wanneer de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel en het inkomensbesluit op dit punt ongewijzigd blijft, verwachten we dat met succes een beroep kan worden gedaan op de uitspraken van de CRvB uit 2014
 Uitvoerbaarheid 
Verzoek is te verduidelijken of en op welke wijze het bedrag ineens gekort dient te worden op de AOW-partnertoeslag, Anw en de overbruggingsregeling. Het bedrag ineens kan uit gegevens uit de polisadministratie worden herkend. Vervolgens dienen deze gegevens handmatig te worden verwerkt. 
Ongeacht de gekozen variant, is de inschatting dat dit uitvoerbaar is. 
Voorts geven we u in overweging het wetsvoorstel aan te passen waarmee wordt voorkomen dat AIO-gerechtigden structureel een inkomen onder de bijstandsnorm hebben als gevolg van het bedrag ineens. 
Invoeringsdatum 
De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2021. 
Mits voor indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt verduidelijkt wat de gevolgen zijn van het bedrag ineens op de AOW, Anw en OBR, is de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2021 voor de SVB uitvoerbaar.
Lees verder op: &lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2020/09/03/reactie-svb-op-wetsvoorstel-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2020/09/03/reactie-svb-op-wetsvoorstel-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Bijlage Onderbouwing en Evaluatie (CW 3.1)<br />
Vrijstelling RVU-heffing als onderdeel van het wetsvoorstel bedrag ineens, vrijstelling RVU-heffing en uitbreiden verlofsparen<br />
Deze bijlage is onderdeel van de pilot naar het vergroten van de vindbaarheid van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet.1 Volgens artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW 3.1) dienen alle voorstellen met financiële consequenties een toelichting te bevatten op de doelen, beleidsinstrumenten, doeltreffendheid, doelmatigheid en financiële consequenties. Tevens dienen voorstellen een evaluatieparagraaf te bevatten. Met de pilot wordt beoogd de vindbaarheid van de vereiste toelichtingen bij voorstellen met (kans op) significante financiële gevolgen te vergroten.<br />
<a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-vrijstelling-rvu-heffing" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-vrijstelling-rvu-heffing</a></p>
<p>zie ook:<br />
 Bijlage Onderbouwing en Evaluatie (CW 3.1)<br />
Keuzerecht bedrag ineens als onderdeel van het wetsvoorstel Bedrag ineens, vrijstelling RVU-heffing en uitbreiden verlofsparen<br />
<a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-keuzerecht-bedrag-ineens" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/onderbouwing-en-evaluatie-keuzerecht-bedrag-ineens</a></p>
<p>Beschrijving voorstel/regeling<br />
Het wetsvoorstel bevat onder meer de mogelijkheid tot<br />
afkoop van een deel van de aanspraken op<br />
ouderdomspensioen. Beoogd is met ingang van 1<br />
januari 2022 een afkoop van maximaal 10% van het<br />
ouderdomspensioen mogelijk te maken. Aan die afkoop<br />
worden voorwaarden gesteld om zo veel mogelijk te<br />
waarborgen dat (1) deelnemers bij opname van een<br />
bedrag ineens worden beschermd tegen een te grote<br />
achteruitgang in de hoogte van de periodieke<br />
levenslange pensioenuitkering en (2) de solidariteit<br />
binnen pensioenfondsen zo min mogelijk onder druk<br />
komt te staan.<br />
Het keuzerecht gaat ook gelden voor een zogenoemd<br />
bevroren pensioen in eigen beheer en het nettopensioen<br />
en voor oudedagsvoorzieningen die zijn opgebouwd in<br />
de derde pijler, alsmede de nettolijfrente.<br />
Interactie burgers/bedrijven<br />
Verwacht wordt dat niet-ingezetenen vaker met vragen<br />
contact op zullen nemen met Belastingtelefoon<br />
buitenland. Naar verwachting zullen die vragen niet<br />
eenvoudig te beantwoorden zijn en zal de inspecteur<br />
meer terugbelverzoeken ontvangen.<br />
Voor 2020 en 2021 wordt een toename verwacht in<br />
verzoeken om een beschikking als bedoeld in artikel 19c<br />
van de Wel LB. Beoordeling daarvan is een<br />
arbeidsintensief proces.<br />
Communicatie vindt plaats via de reguliere kanalen:<br />
o.a. de toelichtingen op de aangiftemiddelen IH, de<br />
website en het Handboek Loonheffingen worden<br />
aangepast.<br />
Maakbaarheid systemen<br />
Niet van toepassing.<br />
Handhaafbaarheid<br />
Bij afkoop van pensioen in eigen beheer kan het zo zijn<br />
dat er toezicht moet worden uitgeoefend om te beoordelen<br />
of de eigen beheer BV de voorwaarden juist heeft<br />
beoordeeld. Het wordt daarbij lastiger om te controleren<br />
of aan alle voorwaarden is voldaan. Daarnaast is er een<br />
te verwachten toename van het aantal verzoeken om<br />
een verdragsverklaring. Er is tevens een toename te<br />
verwachten van het aantal verzoeken om een<br />
verdragsverklaring. Afkoop van 10% van pensioen in<br />
eigen beheer kan met name tot extra werkzaamheden<br />
leiden als er ook een deel van het pensioen extern bij<br />
een verzekeraar is opgebouwd.<br />
Fraudebestendigheid<br />
Deze maatregel is minder fraudebestendig omdat de BV<br />
in eigen beheer makkelijker om de voorwaarden heen<br />
kan.<br />
Complexiteitsgevolgen<br />
De maatregel vormt een complexiteitstoename door de<br />
toename van het aantal wetten en regels met een<br />
verslechtering van de handhaafbaarheid voor de<br />
uitvoering.<br />
 Zie: <a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/uitvoeringstoets-belastingdienst-bedrag-ineens" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/03/uitvoeringstoets-belastingdienst-bedrag-ineens</a></p>
<p>Voorts van de zijde van de SVB:</p>
<p> Gevolgen eenmalige afkoop voor AOW-partnertoeslag, Anw, OBR<br />
In de memorie van toelichting staat ten aanzien van de AOW-toeslag en de nabestaandenuitkering dat uitbetaling van een pensioenbedrag ineens tot gevolg kan hebben “dat de partnertoeslag AOW of Anw-uitkering gedurende één maand wordt verminderd of stopgezet”.<br />
De SVB komt echter op basis van uitspraken van de CRvB tot de conclusie dat het volledige bedrag ineens niet in één maand mag worden gekort op de overbruggingsuitkering, de AOW-toeslag of de nabestaandenuitkering. Een toelichting hierop treft u aan in de bijlage. De memorie van toelichting dient op dit punt te worden aangepast, bij voorkeur met een voorstel tot het op een andere manier korten van het bedrag ineens op de overbruggingsuitkering, de AOW-toeslag en de nabestaandenuitkering.<br />
Alternatieven zijn het toerekenen van het bedrag ineens over de periode waar deze betrekking op heeft. Dit alternatief is in de meeste gevallen ongunstiger dan korten in de maand van uitbetalen. Andere  mogelijkheid is afzien van korten, zoals dat ook voor de afkoop kleine pensioenen in het inkomensbesluit is geregeld. Graag treden we hierover in overleg.<br />
Wanneer de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel en het inkomensbesluit op dit punt ongewijzigd blijft, verwachten we dat met succes een beroep kan worden gedaan op de uitspraken van de CRvB uit 2014<br />
 Uitvoerbaarheid<br />
Verzoek is te verduidelijken of en op welke wijze het bedrag ineens gekort dient te worden op de AOW-partnertoeslag, Anw en de overbruggingsregeling. Het bedrag ineens kan uit gegevens uit de polisadministratie worden herkend. Vervolgens dienen deze gegevens handmatig te worden verwerkt.<br />
Ongeacht de gekozen variant, is de inschatting dat dit uitvoerbaar is.<br />
Voorts geven we u in overweging het wetsvoorstel aan te passen waarmee wordt voorkomen dat AIO-gerechtigden structureel een inkomen onder de bijstandsnorm hebben als gevolg van het bedrag ineens.<br />
Invoeringsdatum<br />
De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2021.<br />
Mits voor indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt verduidelijkt wat de gevolgen zijn van het bedrag ineens op de AOW, Anw en OBR, is de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2021 voor de SVB uitvoerbaar.<br />
Lees verder op: <a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2020/09/03/reactie-svb-op-wetsvoorstel-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2020/09/03/reactie-svb-op-wetsvoorstel-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-3640</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 04 Mar 2020 12:14:29 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-3640</guid>

					<description><![CDATA[Wie gebruik wil maken van de (nog door het parlement goed te keuren regeling van eenmalige afkoop , met een max van 10% van opgebouwde pensioenrechten) en naar het buitenland wil vertrekken zal dus met de volgende aspecten rekening moeten houden:
1. het kan slechts op pensioeningangsdatum, maar er kunnen verschillende pensioeningangsdata zijn bij gebruikmaking van een pensioendeeltijdregeling. Gebruikmaking van de laatste kan ook dienen om negatieve fiscale effecten van opname van een grote afkoopsom ineens te beperken. Er zijn berichten dat bij een hoge afkoopsom de ineens aan Nederland te betalen (extra) belasting (incl. premies volksverzekeringen)  hoog kan zijn, al wordt deze mogelijk wat beperkt door gebruikmaking van de middelingsregeling. Een afkoopsom zal bij de hogere (box1 ) inkomens al snel aan het hoogste Nederlandse tarief onderhevig kunnen zijn (ong. 50%)
2. de vraag dient zich aan of men voor of na emigratiedatum het pensioen wenst op te nemen. Voor emigratiedatum leidt in beginsel tot Nederlandse heffing, na emigratiedatum tot Nederlandse heffing of die van het nieuwe woonland- het laatste afhankelijk van de bepalingen in het belastingverdrag met Nederland (zo dat er is).
3. bij inspectie van toewijzing van heffing aan het woonland moet gezocht worden naar de bepalingen die afkoopsom na pensionering regelen (er staan in het verdrag soms ook bepalingen die  de afkoop voor pensionering regelen). Afkoop van een Nederlands overheidspensioen zal voor heffing vrijwel altijd toegewezen zijn aan Nederland in een verdrag. Voor private pensioenen en overheidsbedrijfspensioenen verschilt het per verdrag.
4. de bepalingen over toewijzing van de afkoopsom staan vaak in het pensioenartikel van het verdrag, maar soms is een restartikel (overig inkomen) van toepassing. Dan zal het heffingsrecht meestal aan het woonland toevallen.
5. bij toewijzing aan het woonland geldt evenals bij Nederland dat een vrij hoog tarief van toepassing kan zijn , afhankelijk van de tariefstructuur van het fiscale stelsel van het woonland. Bij sommige landen is daarentegen door een beperkt betrekken van de afkoopsom in de fiscale heffing juist een fiscaal voordeel te behalen. Of er een effectieve middelingsregeling voor het woonland geldt verdient bij hoge afkoopsommen ook aandacht. Denk voorts aan het progressievoorbehoud waarbij het woonland wel rekening mag houden voor tariefstelling met een afkoopsom die aan Nederland ter heffing is toegewezen. Als er helemaal niets geregeld is over afkoopsommen in een belastingverdrag (of er is geen belastingverdrag)  mogen in theorie Nederland en het woonland beide heffen, en is men - prioritair- afhankelijk van een eenzijdige regeling van het woonland voor voorkoming dubbele belasting.
6. de Nederlandse middelingsregeling kent de mogelijkheid het inkomen zowel voor premieheffing als belastingheffing te middelen over drie jaren. Voor buitenlands belastingplichtigen geldt echter dat dat slechts mogelijk is als ze kwalificeren onder art. 7.8. WetIB2001. Dat stelt sterke beperkingen aan de middelingsmogelijkheid, zeker als de afkoopsom na emigratiedatum wordt verkregen.
7. Bij gescheidenen moet rekening gehouden worden met rechten die de ex-partner op een deel van de afkoopsom verwerft (zie hierboven).
8. Voor lijfrenten (derde pijler) komt een vergelijkbare regeling. Het heffingsrecht voor afkoopsommen lijfrente is echter niet altijd op dezelfde wijze geregeld als voor pensioenen in belastingverdragen, en vergt dus apart onderzoek.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wie gebruik wil maken van de (nog door het parlement goed te keuren regeling van eenmalige afkoop , met een max van 10% van opgebouwde pensioenrechten) en naar het buitenland wil vertrekken zal dus met de volgende aspecten rekening moeten houden:<br />
1. het kan slechts op pensioeningangsdatum, maar er kunnen verschillende pensioeningangsdata zijn bij gebruikmaking van een pensioendeeltijdregeling. Gebruikmaking van de laatste kan ook dienen om negatieve fiscale effecten van opname van een grote afkoopsom ineens te beperken. Er zijn berichten dat bij een hoge afkoopsom de ineens aan Nederland te betalen (extra) belasting (incl. premies volksverzekeringen)  hoog kan zijn, al wordt deze mogelijk wat beperkt door gebruikmaking van de middelingsregeling. Een afkoopsom zal bij de hogere (box1 ) inkomens al snel aan het hoogste Nederlandse tarief onderhevig kunnen zijn (ong. 50%)<br />
2. de vraag dient zich aan of men voor of na emigratiedatum het pensioen wenst op te nemen. Voor emigratiedatum leidt in beginsel tot Nederlandse heffing, na emigratiedatum tot Nederlandse heffing of die van het nieuwe woonland- het laatste afhankelijk van de bepalingen in het belastingverdrag met Nederland (zo dat er is).<br />
3. bij inspectie van toewijzing van heffing aan het woonland moet gezocht worden naar de bepalingen die afkoopsom na pensionering regelen (er staan in het verdrag soms ook bepalingen die  de afkoop voor pensionering regelen). Afkoop van een Nederlands overheidspensioen zal voor heffing vrijwel altijd toegewezen zijn aan Nederland in een verdrag. Voor private pensioenen en overheidsbedrijfspensioenen verschilt het per verdrag.<br />
4. de bepalingen over toewijzing van de afkoopsom staan vaak in het pensioenartikel van het verdrag, maar soms is een restartikel (overig inkomen) van toepassing. Dan zal het heffingsrecht meestal aan het woonland toevallen.<br />
5. bij toewijzing aan het woonland geldt evenals bij Nederland dat een vrij hoog tarief van toepassing kan zijn , afhankelijk van de tariefstructuur van het fiscale stelsel van het woonland. Bij sommige landen is daarentegen door een beperkt betrekken van de afkoopsom in de fiscale heffing juist een fiscaal voordeel te behalen. Of er een effectieve middelingsregeling voor het woonland geldt verdient bij hoge afkoopsommen ook aandacht. Denk voorts aan het progressievoorbehoud waarbij het woonland wel rekening mag houden voor tariefstelling met een afkoopsom die aan Nederland ter heffing is toegewezen. Als er helemaal niets geregeld is over afkoopsommen in een belastingverdrag (of er is geen belastingverdrag)  mogen in theorie Nederland en het woonland beide heffen, en is men &#8211; prioritair- afhankelijk van een eenzijdige regeling van het woonland voor voorkoming dubbele belasting.<br />
6. de Nederlandse middelingsregeling kent de mogelijkheid het inkomen zowel voor premieheffing als belastingheffing te middelen over drie jaren. Voor buitenlands belastingplichtigen geldt echter dat dat slechts mogelijk is als ze kwalificeren onder art. 7.8. WetIB2001. Dat stelt sterke beperkingen aan de middelingsmogelijkheid, zeker als de afkoopsom na emigratiedatum wordt verkregen.<br />
7. Bij gescheidenen moet rekening gehouden worden met rechten die de ex-partner op een deel van de afkoopsom verwerft (zie hierboven).<br />
8. Voor lijfrenten (derde pijler) komt een vergelijkbare regeling. Het heffingsrecht voor afkoopsommen lijfrente is echter niet altijd op dezelfde wijze geregeld als voor pensioenen in belastingverdragen, en vergt dus apart onderzoek.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-3629</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 03 Mar 2020 13:01:13 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-3629</guid>

					<description><![CDATA[Met behulp van deze site is per woonland vrij snel te zien of afkoopsommen van pensioenen in Nederland of in het woonland aan belastingheffing onderhevig zijn (incl. een verwijzing naar het artikelnummer in het belastingverdrag voor verdere details):

&lt;a href=&quot;https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/emigratie/belastingverdragen/waar_belasting_betalen/spanje/&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/emigratie/belastingverdragen/waar_belasting_betalen/spanje/&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Met behulp van deze site is per woonland vrij snel te zien of afkoopsommen van pensioenen in Nederland of in het woonland aan belastingheffing onderhevig zijn (incl. een verwijzing naar het artikelnummer in het belastingverdrag voor verdere details):</p>
<p><a href="https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/emigratie/belastingverdragen/waar_belasting_betalen/spanje/" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/emigratie/belastingverdragen/waar_belasting_betalen/spanje/</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-3296</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 09 Dec 2019 11:54:14 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-3296</guid>

					<description><![CDATA[NOB-reactie internetconsultatie Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen
06 december 2019 
Het geconsulteerde wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is maatschappelijk van belang, daarom maakt de Orde graag van gelegenheid gebruik om te reageren op deze internetconsultatie.
 Lees verder op: &lt;a href=&quot;https://www.nob.net/nob-reactie-internetconsultatie-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.nob.net/nob-reactie-internetconsultatie-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen&lt;/a&gt;

DAARUIT: 
 Een opname ineens kwalificeert volgens de Orde als een afkoop van pensioen zoals bedoeld in de door Nederland gesloten bilaterale verdragen ter voorkoming van dubbele belasting (hierna belastingverdragen). Bijna alle belastingverdragen voorzien in een bronstaatheffing voor afkoop van pensioen, terwijl veel belastingverdragen in beginsel alleen een woonstaatheffing voor jaarlijkse pensioenuitkeringen kennen. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor de belastingverdragen met België en het Verenigd Koninkrijk, twee landen waar veel Nederlanders naar toe emigreren. De Orde constateert dat bij inwerkingtreding van het Wetsvoorstel, een deel van het heffingsrecht over pensioen aan in het buitenland woonachtige (gewezen) deelnemers, naar Nederland wordt gehaald.
In het Besluit van 20 december 2018 zijn voorwaarden opgenomen waar buitenlandse pensioenlichamen aan moeten voldoen om te worden vrijgesteld van (Nederlandse) vennootschapsbelasting en dividendbelasting.3 Een van de voorwaarden is dat de door het buitenlandse pensioenlichaam uitgevoerde pensioenregeling, een afkoopverbod kent behoudens afkoop van kleine pensioenen. Naar de mening van de Orde is er mogelijk sprake van strijdigheid met het vrije verkeer van kapitaal zoals bedoeld in artikel 63 VwEU, indien deze voorwaarde niet wordt aangepast conform de in het Wetsvoorstel opgenomen maatregel omtrent opname van een bedrag ineens. De Orde verneemt graag of het kabinet bereid is om bovengenoemde voorwaarde overeenkomstig aanpassen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>NOB-reactie internetconsultatie Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen<br />
06 december 2019<br />
Het geconsulteerde wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is maatschappelijk van belang, daarom maakt de Orde graag van gelegenheid gebruik om te reageren op deze internetconsultatie.<br />
 Lees verder op: <a href="https://www.nob.net/nob-reactie-internetconsultatie-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.nob.net/nob-reactie-internetconsultatie-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen</a></p>
<p>DAARUIT:<br />
 Een opname ineens kwalificeert volgens de Orde als een afkoop van pensioen zoals bedoeld in de door Nederland gesloten bilaterale verdragen ter voorkoming van dubbele belasting (hierna belastingverdragen). Bijna alle belastingverdragen voorzien in een bronstaatheffing voor afkoop van pensioen, terwijl veel belastingverdragen in beginsel alleen een woonstaatheffing voor jaarlijkse pensioenuitkeringen kennen. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor de belastingverdragen met België en het Verenigd Koninkrijk, twee landen waar veel Nederlanders naar toe emigreren. De Orde constateert dat bij inwerkingtreding van het Wetsvoorstel, een deel van het heffingsrecht over pensioen aan in het buitenland woonachtige (gewezen) deelnemers, naar Nederland wordt gehaald.<br />
In het Besluit van 20 december 2018 zijn voorwaarden opgenomen waar buitenlandse pensioenlichamen aan moeten voldoen om te worden vrijgesteld van (Nederlandse) vennootschapsbelasting en dividendbelasting.3 Een van de voorwaarden is dat de door het buitenlandse pensioenlichaam uitgevoerde pensioenregeling, een afkoopverbod kent behoudens afkoop van kleine pensioenen. Naar de mening van de Orde is er mogelijk sprake van strijdigheid met het vrije verkeer van kapitaal zoals bedoeld in artikel 63 VwEU, indien deze voorwaarde niet wordt aangepast conform de in het Wetsvoorstel opgenomen maatregel omtrent opname van een bedrag ineens. De Orde verneemt graag of het kabinet bereid is om bovengenoemde voorwaarde overeenkomstig aanpassen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-3174</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 19 Nov 2019 12:26:11 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7349#comment-3174</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-3171&quot;&gt;Niek Groenendijk&lt;/a&gt;.

Ja, de afkoop wordt meegeteld in het bijdrageinkomen van de zorgbijdrage aan het CAK (immers is onderdeel van wereldinkomen box 1). Wie afkoopt moet zelf opletten dat dit tot inkomensverhoging in een (of meer) jaren leidt (bijv. dus ook verlies van zorgtoeslag in het buitenland). Zie ook verdere opmerkingen onder 7.1.1.2. in het genoemde document. Merk op dat men voor middeling als buitenlands belastingplichtige kwalificerend moet zijn om die regeling (uit de inkomstenbelasting) te kunnen laten toepassen. Dat zal voor (potentiële) pensioenemigranten mede een overweging kunnen zijn om de uitkering ineens juist wel (maar soms ook niet, afhankelijk van het belastingverdrag) in de binnenlandse periode te laten toepassen  ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2019/11/19/consultatie-over-wet-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen/#comment-3171">Niek Groenendijk</a>.</p>
<p>Ja, de afkoop wordt meegeteld in het bijdrageinkomen van de zorgbijdrage aan het CAK (immers is onderdeel van wereldinkomen box 1). Wie afkoopt moet zelf opletten dat dit tot inkomensverhoging in een (of meer) jaren leidt (bijv. dus ook verlies van zorgtoeslag in het buitenland). Zie ook verdere opmerkingen onder 7.1.1.2. in het genoemde document. Merk op dat men voor middeling als buitenlands belastingplichtige kwalificerend moet zijn om die regeling (uit de inkomstenbelasting) te kunnen laten toepassen. Dat zal voor (potentiële) pensioenemigranten mede een overweging kunnen zijn om de uitkering ineens juist wel (maar soms ook niet, afhankelijk van het belastingverdrag) in de binnenlandse periode te laten toepassen  </p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
