<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: CRvB over voorwaarden vrijwillige verzekering AOW	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2019/11/27/crvb-over-voorwaarden-vrijwillige-verzekering-aow/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2019/11/27/crvb-over-voorwaarden-vrijwillige-verzekering-aow/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Thu, 18 Nov 2021 10:50:43 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/11/27/crvb-over-voorwaarden-vrijwillige-verzekering-aow/#comment-9224</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Nov 2021 10:50:43 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7389#comment-9224</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBAMS:2021:6168
Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 14-10-2021 Datum publicatie 17-11-2021 Zaaknummer 21/1405 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg – enkelvoudig Inhoudsindicatie
Vrijwillige verzekering AOW bijzondere omstandigheid termijnoverschrijding van 1 jaar na verhuizing naar het buitenland. Vindplaatsen
Rechtspraak.nl 
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/1405
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] (Zweden), eiser (hierna: [eiser] ),
en
de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder (hierna: Svb)
Wat aan deze procedure voorafging
1. [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1960, woont sinds 2017 in Zweden. [eiser] is vertrokken naar Zweden met een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Op 11 oktober 2017 is zijn verzekering in Nederland geëindigd. [eiser] heeft op 24 september 2020 een vrijwillige AOW-verzekering aangevraagd.
2. Met het primaire besluit heeft de Svb de aanvraag van [eiser] afgewezen. De Svb geeft hiervoor als reden dat een vrijwillige verzekering alleen mogelijk is als dit binnen één jaar na het einde van de verzekering van [eiser] in Nederland bij de Svb zou zijn aangevraagd. [eiser] kon tot 11 oktober 2018 een vrijwillige verzekering aanvragen. De aanvraag van [eiser] is dus te laat.
3. In het bestreden besluit heeft de Svb toegelicht dat alleen in bijzondere situaties van de aanmeldingstermijn kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als sprake is van onjuist of onvolledige voorlichting gegeven door een publiekrechtelijk orgaan en er redelijkerwijs niet aan de voorlichting getwijfeld had hoeven worden, of in het geval van een geestelijke stoornis. Een te late aanmelding als gevolg van onbekendheid met de wetgeving wordt uitdrukkelijk niet gezien als een verschoonbare reden voor een te late aanmelding. [eiser] heeft geen zodanige bijzondere omstandigheden en redenen genoemd voor de te late indiening.
Standpunt van [eiser]
4. [eiser] voert aan dat hij in de veronderstelling was dat hij in Zweden een ouderdomspensioen vergelijkbaar met een AOW-pensioen zou opbouwen. Volgens [eiser] vond dit in de eerste jaren na zijn verhuizing ook daadwerkelijk plaats, dit heeft hij onderbouwd met een berekening van zijn Zweedse belastingaanslag over 2018. Dit is in december 2019 door de Zweedse pensioenorganisatie bevestigd met een aanmelding bij de Zweedse pensioenorganisatie. Pas in 2020 kwam het Zweedse orgaan met terugwerkende kracht op haar eerder beslissingen terug. De WAZ-uitkering is in Zweden geen grondslag voor de pensioenopbouw. Tot 2020 was er voor hem dus geen noodzaak zich aan te melden bij de Svb voor een vrijwillige verzekering voor de AOW. Hij zou dan ook dubbel premie hebben betaald, namelijk in Zweden en in Nederland. [eiser] stelt dat de procedures die hij wil gaan starten tegen de fouten van de Zweedse pensioenvaststelling jaren gaan duren, waardoor hij pas een eindbesluit krijgt jaren na de termijn die de Svb hanteert. Hij wenst dan ook primair dispensatie te krijgen van deze termijn, subsidiair ontheffing te krijgen van zijn belasting- en premieheffing in Zweden en Nederland over alle belastingjaren die afzonderlijk herroepelijk zijn geworden en nog meer subsidiair ontheffing te krijgen tot één jaar na het einde van het belastingjaar. Ter zitting heeft [eiser] nog benadrukt dat hij zich voor vertrek naar Zweden heeft verdiept in de regelingen die voor hem zouden gelden. Verder heeft [eiser] desgevraagd naar voren gebracht dat hij kort na aankomst in Zweden zich met behulp van een medewerker van de Zweedse belastingdienst heeft ingeschreven voor de Zweedse belasting en dat hij daarbij ook is geïnformeerd over premieafdracht voor de verschillende verzekeringen.
Het oordeel van de rechtbank
8. Gelet op de hiervoor genoemde wetsartikelen had [eiser] zijn aanvraag tot vrijwillige verzekering voor de AOW vóór 11 oktober 2018 bij de Svb moeten indienen. Dit is een jaar na de verhuizing naar Zweden. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] zijn aanvraag te laat, namelijk op 24 september 2020, heeft ingediend. Partijen zijn het niet eens over de vraag of sprake is van een bijzonder geval op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
9. De rechtbank is van oordeel dat in het geval van [eiser] sprake is van een bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakt. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende feiten omstandigheden. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat hij zich voorafgaand aan zijn vertrek naar Zweden, via internet heeft verdiept in de toepasselijke regelingen. Kort na zijn aankomst in Zweden heeft hij zich met behulp van een medewerker van de Zweedse belastingdienst ingeschreven voor de Zweedse belasting en hij is daarbij ook geïnformeerd over premieafdracht voor de verschillende verzekeringen. Op de inkomsten van [eiser] zijn de eerste jaren na zijn verhuizing ook daadwerkelijk premies ingehouden voor de Zweedse ouderdomsverzekering. [eiser] heeft dit onderbouwd met een berekening van zijn Zweedse belastingaanslag over 2018 en dit is in december 2019 ook door de Zweedse pensioenorganisatie bevestigd met een aanmelding bij de Zweedse pensioenorganisatie. Pas in 2020 kwam het Zweedse orgaan met terugwerkende kracht terug op haar eerdere beslissingen. Tot 2020 was er voor [eiser] dus geen noodzaak zich aan te melden bij de Svb voor vrijwillige verzekering voor de AOW, hij zou dan ook dubbel premie hebben betaald, namelijk in Zweden en in Nederland.
Conclusie
10. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat [eiser] gelijk krijgt en dat de Svb [eiser] alsnog moet toelaten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBAMS:2021:6168<br />
Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 14-10-2021 Datum publicatie 17-11-2021 Zaaknummer 21/1405 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg – enkelvoudig Inhoudsindicatie<br />
Vrijwillige verzekering AOW bijzondere omstandigheid termijnoverschrijding van 1 jaar na verhuizing naar het buitenland. Vindplaatsen<br />
Rechtspraak.nl<br />
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/1405<br />
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2021 in de zaak tussen<br />
[eiser] , te [woonplaats] (Zweden), eiser (hierna: [eiser] ),<br />
en<br />
de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder (hierna: Svb)<br />
Wat aan deze procedure voorafging<br />
1. [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1960, woont sinds 2017 in Zweden. [eiser] is vertrokken naar Zweden met een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Op 11 oktober 2017 is zijn verzekering in Nederland geëindigd. [eiser] heeft op 24 september 2020 een vrijwillige AOW-verzekering aangevraagd.<br />
2. Met het primaire besluit heeft de Svb de aanvraag van [eiser] afgewezen. De Svb geeft hiervoor als reden dat een vrijwillige verzekering alleen mogelijk is als dit binnen één jaar na het einde van de verzekering van [eiser] in Nederland bij de Svb zou zijn aangevraagd. [eiser] kon tot 11 oktober 2018 een vrijwillige verzekering aanvragen. De aanvraag van [eiser] is dus te laat.<br />
3. In het bestreden besluit heeft de Svb toegelicht dat alleen in bijzondere situaties van de aanmeldingstermijn kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als sprake is van onjuist of onvolledige voorlichting gegeven door een publiekrechtelijk orgaan en er redelijkerwijs niet aan de voorlichting getwijfeld had hoeven worden, of in het geval van een geestelijke stoornis. Een te late aanmelding als gevolg van onbekendheid met de wetgeving wordt uitdrukkelijk niet gezien als een verschoonbare reden voor een te late aanmelding. [eiser] heeft geen zodanige bijzondere omstandigheden en redenen genoemd voor de te late indiening.<br />
Standpunt van [eiser]<br />
4. [eiser] voert aan dat hij in de veronderstelling was dat hij in Zweden een ouderdomspensioen vergelijkbaar met een AOW-pensioen zou opbouwen. Volgens [eiser] vond dit in de eerste jaren na zijn verhuizing ook daadwerkelijk plaats, dit heeft hij onderbouwd met een berekening van zijn Zweedse belastingaanslag over 2018. Dit is in december 2019 door de Zweedse pensioenorganisatie bevestigd met een aanmelding bij de Zweedse pensioenorganisatie. Pas in 2020 kwam het Zweedse orgaan met terugwerkende kracht op haar eerder beslissingen terug. De WAZ-uitkering is in Zweden geen grondslag voor de pensioenopbouw. Tot 2020 was er voor hem dus geen noodzaak zich aan te melden bij de Svb voor een vrijwillige verzekering voor de AOW. Hij zou dan ook dubbel premie hebben betaald, namelijk in Zweden en in Nederland. [eiser] stelt dat de procedures die hij wil gaan starten tegen de fouten van de Zweedse pensioenvaststelling jaren gaan duren, waardoor hij pas een eindbesluit krijgt jaren na de termijn die de Svb hanteert. Hij wenst dan ook primair dispensatie te krijgen van deze termijn, subsidiair ontheffing te krijgen van zijn belasting- en premieheffing in Zweden en Nederland over alle belastingjaren die afzonderlijk herroepelijk zijn geworden en nog meer subsidiair ontheffing te krijgen tot één jaar na het einde van het belastingjaar. Ter zitting heeft [eiser] nog benadrukt dat hij zich voor vertrek naar Zweden heeft verdiept in de regelingen die voor hem zouden gelden. Verder heeft [eiser] desgevraagd naar voren gebracht dat hij kort na aankomst in Zweden zich met behulp van een medewerker van de Zweedse belastingdienst heeft ingeschreven voor de Zweedse belasting en dat hij daarbij ook is geïnformeerd over premieafdracht voor de verschillende verzekeringen.<br />
Het oordeel van de rechtbank<br />
8. Gelet op de hiervoor genoemde wetsartikelen had [eiser] zijn aanvraag tot vrijwillige verzekering voor de AOW vóór 11 oktober 2018 bij de Svb moeten indienen. Dit is een jaar na de verhuizing naar Zweden. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] zijn aanvraag te laat, namelijk op 24 september 2020, heeft ingediend. Partijen zijn het niet eens over de vraag of sprake is van een bijzonder geval op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is.<br />
9. De rechtbank is van oordeel dat in het geval van [eiser] sprake is van een bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakt. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende feiten omstandigheden. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat hij zich voorafgaand aan zijn vertrek naar Zweden, via internet heeft verdiept in de toepasselijke regelingen. Kort na zijn aankomst in Zweden heeft hij zich met behulp van een medewerker van de Zweedse belastingdienst ingeschreven voor de Zweedse belasting en hij is daarbij ook geïnformeerd over premieafdracht voor de verschillende verzekeringen. Op de inkomsten van [eiser] zijn de eerste jaren na zijn verhuizing ook daadwerkelijk premies ingehouden voor de Zweedse ouderdomsverzekering. [eiser] heeft dit onderbouwd met een berekening van zijn Zweedse belastingaanslag over 2018 en dit is in december 2019 ook door de Zweedse pensioenorganisatie bevestigd met een aanmelding bij de Zweedse pensioenorganisatie. Pas in 2020 kwam het Zweedse orgaan met terugwerkende kracht terug op haar eerdere beslissingen. Tot 2020 was er voor [eiser] dus geen noodzaak zich aan te melden bij de Svb voor vrijwillige verzekering voor de AOW, hij zou dan ook dubbel premie hebben betaald, namelijk in Zweden en in Nederland.<br />
Conclusie<br />
10. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat [eiser] gelijk krijgt en dat de Svb [eiser] alsnog moet toelaten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
