<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Waardeoverdracht pensioen naar Nederland	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2019/12/04/waardeoverdracht-pensioen-naar-nederland/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2019/12/04/waardeoverdracht-pensioen-naar-nederland/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Mon, 20 Jan 2020 09:30:06 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2019/12/04/waardeoverdracht-pensioen-naar-nederland/#comment-3491</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 20 Jan 2020 09:30:06 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=7411#comment-3491</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:PHR:2019:1369 Parket bij de Hoge Raad, 20-12-2019, 19/01201 
Datum conclusie:
20-12-2019 
Datum publicatie:
17-01-2020 
Rechtsgebieden:
Belastingrecht 
Bijzondere kenmerken:

Vindplaatsen:
Viditax (FutD), 17-01-2020 
Rechtspraak.nl 
Inhoudsindicatie:
Het geschil betreft de vraag of de Belgische pensioenregeling van een in Nederland werkzame belastingplichtige kan worden aangemerkt als pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964. A-G Niessen heeft conclusie genomen in de volgende zaak. Belanghebbende werkt sedert 1978 voor hetzelfde concern. Eerst in een Belgische vestiging waar hij in pensioenregeling deelnam. Vanaf 1 juli 2007 werkt hij in een Nederlandse vestiging van dat concern waarbij hij bleef deelnemen aan de Belgische pensioenregeling. Die regeling kent de mogelijkheid van afkoop en voldoet daarom niet aan de eisen die de Wet LB 1964 aan een pensioenregeling stelt. De Inspecteur heeft die regeling voor een periode van vijf jaar aangewezen als “zuivere pensioenregeling”. Na ommekomst van die periode past de werkgever de zogenoemde omkeerregel niet meer toe. Belanghebbende komt daartegen op. Het Hof ’s Hertogenbosch geeft hem gelijk omdat de omkeerregel wel wordt toegepast wanneer een Nederlands ingezetene bij een in België gevestigde werkgever in een Belgische pensioenregeling deelneemt. De Staatssecretaris komt tegen de uitspraak van het Hof in cassatie. De A-G meent met de Staatssecretaris dat in het laatstgenoemde geval niet het gelijkheidsbeginsel wordt toegepast, maar artikel 1.7, lid 2, onderdeel c, Wet IB 2001, waarin buitenlandse pensioenregelingen onder voorwaarden worden “erkend”. Die regel van artikel 1.7 Wet IB 2001 geldt niet voor de toepassing van de loonbelasting. Naar aanleiding van het incidenteel beroep in cassatie van belanghebbende betoogt de A-G dat het afkoopverbod Europeesrechtelijk een dispariteit is, die niet als belemmering van het vrije verkeer van werknemers kan worden aangemerkt, alsmede dat de buitenlandse verzekeraar zonder nadere fiscale eisen in Nederland zijn diensten kan aanbieden. De conclusie strekt tot gegrondbevinding van het principale beroep in cassatie en tot ongegrondbevinding van het incidentele beroep in cassatie.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:PHR:2019:1369 Parket bij de Hoge Raad, 20-12-2019, 19/01201<br />
Datum conclusie:<br />
20-12-2019<br />
Datum publicatie:<br />
17-01-2020<br />
Rechtsgebieden:<br />
Belastingrecht<br />
Bijzondere kenmerken:</p>
<p>Vindplaatsen:<br />
Viditax (FutD), 17-01-2020<br />
Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
Het geschil betreft de vraag of de Belgische pensioenregeling van een in Nederland werkzame belastingplichtige kan worden aangemerkt als pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964. A-G Niessen heeft conclusie genomen in de volgende zaak. Belanghebbende werkt sedert 1978 voor hetzelfde concern. Eerst in een Belgische vestiging waar hij in pensioenregeling deelnam. Vanaf 1 juli 2007 werkt hij in een Nederlandse vestiging van dat concern waarbij hij bleef deelnemen aan de Belgische pensioenregeling. Die regeling kent de mogelijkheid van afkoop en voldoet daarom niet aan de eisen die de Wet LB 1964 aan een pensioenregeling stelt. De Inspecteur heeft die regeling voor een periode van vijf jaar aangewezen als “zuivere pensioenregeling”. Na ommekomst van die periode past de werkgever de zogenoemde omkeerregel niet meer toe. Belanghebbende komt daartegen op. Het Hof ’s Hertogenbosch geeft hem gelijk omdat de omkeerregel wel wordt toegepast wanneer een Nederlands ingezetene bij een in België gevestigde werkgever in een Belgische pensioenregeling deelneemt. De Staatssecretaris komt tegen de uitspraak van het Hof in cassatie. De A-G meent met de Staatssecretaris dat in het laatstgenoemde geval niet het gelijkheidsbeginsel wordt toegepast, maar artikel 1.7, lid 2, onderdeel c, Wet IB 2001, waarin buitenlandse pensioenregelingen onder voorwaarden worden “erkend”. Die regel van artikel 1.7 Wet IB 2001 geldt niet voor de toepassing van de loonbelasting. Naar aanleiding van het incidenteel beroep in cassatie van belanghebbende betoogt de A-G dat het afkoopverbod Europeesrechtelijk een dispariteit is, die niet als belemmering van het vrije verkeer van werknemers kan worden aangemerkt, alsmede dat de buitenlandse verzekeraar zonder nadere fiscale eisen in Nederland zijn diensten kan aanbieden. De conclusie strekt tot gegrondbevinding van het principale beroep in cassatie en tot ongegrondbevinding van het incidentele beroep in cassatie.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
