<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: AOW en duurzaam gescheiden leven	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Thu, 04 Jan 2024 11:04:29 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Ed Roosen		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-13509</link>

		<dc:creator><![CDATA[Ed Roosen]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Jan 2024 11:04:29 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-13509</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2023:2500
Instantie: Centrale Raad van Beroep - Datum uitspraak: 21-12-2023 -
Datum publicatie: 04-01-2024 - Zaaknummer: 23/165 AOW
Rechtsgebieden: Socialezekerheidsrecht - Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Herziening ouderdomspensioen naar de norm van een gehuwde. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven.

4.5. Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de feiten en omstandigheden niet ondubbelzinnig dat appellant en zijn partner beiden afzonderlijk een eigen leven leiden als ware zij niet als partner geregistreerd.
Hiervoor is het volgende van belang. Appellant en [B.] hebben gezamenlijk een woning in eigendom. Zij beschikken over een gezamenlijke
rekening voor het onderhoud aan de woning. Appellant en [B.] hebben zich beide bij de BRP op dit adres laten inschrijven als woonadres. In het kader van een adresonderzoek in verband met deze inschrijving verricht door de gemeente, heeft [B.] in juni 2022 verklaard niet langer dan acht maanden per jaar in het buitenland te verblijven. Appellant heeft toen verklaard dat [B.] samen met hem op het BRP-adres verblijft. Voor zover appellant al moet worden gevolgd in zijn stelling dat deze verklaring niet betekent dat [B.] fysiek op het BRP-adres verblijft en daar alleen bij wijze van uitzondering aanwezig is, is niet gebleken dat appellant aan [B.] een zakelijke vergoeding betaalt voor zijn voortdurende bewoning van hun gezamenlijk eigendom. Verder hebben appellant en [B.]
gekozen voor een geregistreerd partnerschap met het oog op de erfbelasting bij het overlijden van één van beiden. Naast de omstandigheid dat appellant en [B.] regelmatig contact hebben met elkaar, duiden de hiervoor genoemde omstandigheden zowel op een vorm van zorg als op een financiële verwevenheid. De Raad komt tot de conclusie dat appellant in de periode in geding niet duurzaam gescheiden leefde van zijn partner in de zin van artikel 1, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de AOW, zodat hij voor de toepassing van die wet niet is aan te merken als ongehuwde.

Klik &lt;a href=&quot;https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:CRVB:2023:2500&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow ugc&quot;&gt;hier&lt;/a&gt; om het volledige artikel te lezen.

Cees Vermeeren
VBNGB bestuurslid en landencoördinator België]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2023:2500<br />
Instantie: Centrale Raad van Beroep &#8211; Datum uitspraak: 21-12-2023 &#8211;<br />
Datum publicatie: 04-01-2024 &#8211; Zaaknummer: 23/165 AOW<br />
Rechtsgebieden: Socialezekerheidsrecht &#8211; Bijzondere kenmerken: Hoger beroep<br />
Inhoudsindicatie: Herziening ouderdomspensioen naar de norm van een gehuwde. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven.</p>
<p>4.5. Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de feiten en omstandigheden niet ondubbelzinnig dat appellant en zijn partner beiden afzonderlijk een eigen leven leiden als ware zij niet als partner geregistreerd.<br />
Hiervoor is het volgende van belang. Appellant en [B.] hebben gezamenlijk een woning in eigendom. Zij beschikken over een gezamenlijke<br />
rekening voor het onderhoud aan de woning. Appellant en [B.] hebben zich beide bij de BRP op dit adres laten inschrijven als woonadres. In het kader van een adresonderzoek in verband met deze inschrijving verricht door de gemeente, heeft [B.] in juni 2022 verklaard niet langer dan acht maanden per jaar in het buitenland te verblijven. Appellant heeft toen verklaard dat [B.] samen met hem op het BRP-adres verblijft. Voor zover appellant al moet worden gevolgd in zijn stelling dat deze verklaring niet betekent dat [B.] fysiek op het BRP-adres verblijft en daar alleen bij wijze van uitzondering aanwezig is, is niet gebleken dat appellant aan [B.] een zakelijke vergoeding betaalt voor zijn voortdurende bewoning van hun gezamenlijk eigendom. Verder hebben appellant en [B.]<br />
gekozen voor een geregistreerd partnerschap met het oog op de erfbelasting bij het overlijden van één van beiden. Naast de omstandigheid dat appellant en [B.] regelmatig contact hebben met elkaar, duiden de hiervoor genoemde omstandigheden zowel op een vorm van zorg als op een financiële verwevenheid. De Raad komt tot de conclusie dat appellant in de periode in geding niet duurzaam gescheiden leefde van zijn partner in de zin van artikel 1, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de AOW, zodat hij voor de toepassing van die wet niet is aan te merken als ongehuwde.</p>
<p>Klik <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:CRVB:2023:2500" target="_blank" rel="noopener nofollow ugc">hier</a> om het volledige artikel te lezen.</p>
<p>Cees Vermeeren<br />
VBNGB bestuurslid en landencoördinator België</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-12353</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 12 May 2023 11:37:50 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-12353</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2023:863 Centrale Raad van Beroep, 04-05-2023, 22/279 AOW
Datum uitspraak: 04-05-2023 Datum publicatie: 11-05-2023
Rechtsgebieden:
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
Herziening en terugvordering ouderdomspensioen. Appellant en zijn echtgenote leidden geen leven alsof ze niet met elkaar gehuwd waren. Vanaf medio maart 2020 is zijn echtgenote ook bij appellant in Nederland komen wonen. Van een situatie van duurzaam gescheiden leven is dan ook geen sprake.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2023:863 Centrale Raad van Beroep, 04-05-2023, 22/279 AOW<br />
Datum uitspraak: 04-05-2023 Datum publicatie: 11-05-2023<br />
Rechtsgebieden:<br />
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken: Hoger beroep<br />
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
Herziening en terugvordering ouderdomspensioen. Appellant en zijn echtgenote leidden geen leven alsof ze niet met elkaar gehuwd waren. Vanaf medio maart 2020 is zijn echtgenote ook bij appellant in Nederland komen wonen. Van een situatie van duurzaam gescheiden leven is dan ook geen sprake.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-12352</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 12 May 2023 11:36:45 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-12352</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2023:864 Centrale Raad van Beroep, 04-05-2023, 20/3505 AOW
Datum uitspraak: 04-05-2023 Datum publicatie: 11-05-2023
Rechtsgebieden: Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
Toekenning ouderdomspensioen naar de norm van een gehuwde pensioengerechtigde. Er was geen sprake van een gewilde verbreking van de huwelijkse samenleving. Tussen appellant en zijn echtgenote was er, ten tijde in geding, regelmatig contact, bezocht men elkaar en onderhield appellant zijn echtgenote financieel. Dat zij, doordat zij in verschillende landen woonachtig waren, niet feitelijk samenwoonden, doet hier niet aan af.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2023:864 Centrale Raad van Beroep, 04-05-2023, 20/3505 AOW<br />
Datum uitspraak: 04-05-2023 Datum publicatie: 11-05-2023<br />
Rechtsgebieden: Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken: Hoger beroep<br />
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
Toekenning ouderdomspensioen naar de norm van een gehuwde pensioengerechtigde. Er was geen sprake van een gewilde verbreking van de huwelijkse samenleving. Tussen appellant en zijn echtgenote was er, ten tijde in geding, regelmatig contact, bezocht men elkaar en onderhield appellant zijn echtgenote financieel. Dat zij, doordat zij in verschillende landen woonachtig waren, niet feitelijk samenwoonden, doet hier niet aan af.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-11947</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 09 Mar 2023 13:13:01 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-11947</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBMNE:2022:6227 Rechtbank Midden-Nederland, 14-12-2022, UTR 22/2982
Datum uitspraak: 14-12-2022
Datum publicatie: 09-03-2023
Rechtsgebieden: Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
AOW, huwelijk met een partner in Marokko, niet gemeld, meldplicht blijkt voldoende uit de communicatie van verweerder, AOW uitkering daarom terecht gewijzigd en te veel ontvangen bedrag teruggevorderd, geen dringende redenen, beroep ongegrond]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBMNE:2022:6227 Rechtbank Midden-Nederland, 14-12-2022, UTR 22/2982<br />
Datum uitspraak: 14-12-2022<br />
Datum publicatie: 09-03-2023<br />
Rechtsgebieden: Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg &#8211; enkelvoudig<br />
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
AOW, huwelijk met een partner in Marokko, niet gemeld, meldplicht blijkt voldoende uit de communicatie van verweerder, AOW uitkering daarom terecht gewijzigd en te veel ontvangen bedrag teruggevorderd, geen dringende redenen, beroep ongegrond</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-11765</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 17 Jan 2023 14:58:02 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-11765</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBMNE:2022:3599
Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak08-09-2022 Datum publicatie17-01-2023 ZaaknummerUTR 22/1651
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
AOW - duurzaam gescheiden leven - beroep gegrond
VindplaatsenRechtspraak.nl
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/1651

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (de Svb)

daaruit:
5. De rechtbank is van oordeel dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat er vanaf de huwelijksdatum sprake is van een situatie waarin eiser en [A] (hierna: [A] ) duurzaam gescheiden leven. Uit het dossier blijkt weliswaar dat eiser nadat hij op 9 november 2021 is getrouwd graag invulling wilde geven aan zijn huwelijk, maar gebleken is dat deze intentie nooit heeft bestaan bij de (ex-)echtgenote, [A] . Zij is vlak na het huwelijk teruggekeerd naar Suriname. Na haar terugkeer heeft eiser geprobeerd om telefonisch contact met haar te onderhouden, maar [A] heeft hem medegedeeld dit niet te willen. Vervolgens zijn eiser en zijn nicht naar Suriname gegaan en hebben zij geprobeerd [A] te bezoeken. Aldaar bleek dat zij niet woonachtig was op het adres waar zij formeel was ingeschreven, maar dat zij ergens anders woonde. Ook bleek dat zij al voorafgaand aan het huwelijk samenwoonde met een andere man met wie zij een relatie had en dat deze situatie na haar terugkeer naar Suriname is voortgezet. De rechtbank stelt vast dat verweerder deze feiten niet heeft betwist. Onder deze omstandigheden kan niet worden aangenomen dat ook [A] bij de sluiting van het huwelijk de intentie had om invulling aan haar huwelijk met eiser te geven. Het heeft er alle schijn van dat [A] het huwelijk met eiser uitsluitend is aangegaan om op termijn het Nederlanderschap of een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. Zij leidde reeds vanaf het moment van het aangaan van het huwelijk een leven alsof zij niet met eiser was gehuwd. Dit was haar wil en deze situatie is ook bestendig gebleken. Eiser en [A] zijn immers gescheiden. Daarom is er vanaf de sluiting van het huwelijk sprake van duurzaam gescheiden leven.
6. Gelet op het voorgaande moet in de situatie van eiser vanaf 9 november 2021 worden uitgegaan van duurzaam gescheiden leven als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW. Dit betekent dat eiser in aanmerking komt voor een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank zal in het belang van een definitieve beslechting van het geschil op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak voorzien zoals in het dictum is vermeld.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBMNE:2022:3599<br />
Instantie Rechtbank Midden-Nederland<br />
Datum uitspraak08-09-2022 Datum publicatie17-01-2023 ZaaknummerUTR 22/1651<br />
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg &#8211; enkelvoudig<br />
Inhoudsindicatie<br />
AOW &#8211; duurzaam gescheiden leven &#8211; beroep gegrond<br />
VindplaatsenRechtspraak.nl<br />
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/1651</p>
<p>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2022 in de zaak tussen<br />
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser<br />
en<br />
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (de Svb)</p>
<p>daaruit:<br />
5. De rechtbank is van oordeel dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat er vanaf de huwelijksdatum sprake is van een situatie waarin eiser en [A] (hierna: [A] ) duurzaam gescheiden leven. Uit het dossier blijkt weliswaar dat eiser nadat hij op 9 november 2021 is getrouwd graag invulling wilde geven aan zijn huwelijk, maar gebleken is dat deze intentie nooit heeft bestaan bij de (ex-)echtgenote, [A] . Zij is vlak na het huwelijk teruggekeerd naar Suriname. Na haar terugkeer heeft eiser geprobeerd om telefonisch contact met haar te onderhouden, maar [A] heeft hem medegedeeld dit niet te willen. Vervolgens zijn eiser en zijn nicht naar Suriname gegaan en hebben zij geprobeerd [A] te bezoeken. Aldaar bleek dat zij niet woonachtig was op het adres waar zij formeel was ingeschreven, maar dat zij ergens anders woonde. Ook bleek dat zij al voorafgaand aan het huwelijk samenwoonde met een andere man met wie zij een relatie had en dat deze situatie na haar terugkeer naar Suriname is voortgezet. De rechtbank stelt vast dat verweerder deze feiten niet heeft betwist. Onder deze omstandigheden kan niet worden aangenomen dat ook [A] bij de sluiting van het huwelijk de intentie had om invulling aan haar huwelijk met eiser te geven. Het heeft er alle schijn van dat [A] het huwelijk met eiser uitsluitend is aangegaan om op termijn het Nederlanderschap of een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. Zij leidde reeds vanaf het moment van het aangaan van het huwelijk een leven alsof zij niet met eiser was gehuwd. Dit was haar wil en deze situatie is ook bestendig gebleken. Eiser en [A] zijn immers gescheiden. Daarom is er vanaf de sluiting van het huwelijk sprake van duurzaam gescheiden leven.<br />
6. Gelet op het voorgaande moet in de situatie van eiser vanaf 9 november 2021 worden uitgegaan van duurzaam gescheiden leven als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW. Dit betekent dat eiser in aanmerking komt voor een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank zal in het belang van een definitieve beslechting van het geschil op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak voorzien zoals in het dictum is vermeld.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-11670</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 23 Dec 2022 11:24:34 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-11670</guid>

					<description><![CDATA[Zie deze uitspraak over niet duurzaan gescheiden leven van twee personen die gehuwd zijn (voro de AOW)

 ECLI:NL:CRVB:2022:2775
Uitspraak delen
InstantieCentrale Raad van Beroep
Datum uitspraak22-12-2022
Datum publicatie23-12-2022
Zaaknummer22 / 499 AOW
RechtsgebiedenSocialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerkenHoger beroep
Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering ouderdomspensioen naar het pensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde. Schending inlichtingenverplichting. Boete.
VindplaatsenRechtspraak.nl


4.7.
In artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW is bepaald dat als ongehuwd mede wordt aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
4.8.
Voor gevallen waarin geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a. ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;
b. ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;
c. ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan immers bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen (uitspraak van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932). Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken (uitspraken van 2 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1277 en 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1093).
Verder kan in het algemeen worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk betrokkenen de intentie hebben om een vorm van echtelijke samenleving aan te gaan. Dat kan door het voeren van een gezamenlijke huishouding of op een andere manier. Er kan niet helemaal worden uitgesloten dat onder omstandigheden vanaf de huwelijksdatum van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken. Dat moet dan wel ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijken. Verwezen wordt naar de uitspraak van de Raad van 30 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2154.
4.9.
Uit de feiten en omstandigheden blijkt niet ondubbelzinnig dat tussen appellant en de echtgenote geen sprake was van echtelijke samenleving. Van een situatie waarin beide echtgenoten een eigen leven leiden als waren zij niet met de ander gehuwd, was niet aan de orde. Er was sprake van regelmatige contacten met elkaar, wederzijdse zorg voor elkaar en financiële betrokkenheid bij elkaar. Appellant heeft namelijk tijdens de hoorzitting verklaard dat de echtgenoten zich naar buiten als stel presenteerden, dat hij wel eens iets voor de echtgenote betaalde, dat appellant en de echtgenote één of twee keer per maand bij elkaar langskwamen, dat zij telefonisch contact hadden en dat zij samen familie bezochten. Van belang is ook dat er geen aanwijzingen zijn dat het gescheiden leven blijvend zou zijn bedoeld. De situatie waarin de echtgenoten nog niet (volledig) samenwoonden lijkt eerder tijdelijk te zijn bedoeld. Appellant heeft namelijk in een brief van 3 februari 2021 toegelicht dat hij in 2015 voorlopig nog niet wilde samenwonen met de echtgenote. Gelet op de genoemde feiten en omstandigheden vindt de Raad, net als de rechtbank, dat in de periode in geding geen sprake was van duurzaam gescheiden leven van appellant en zijn echtgenote.
4.10.
Niet in geschil is dat appellant niet (eerder dan in 2021) aan de Svb heeft gemeld dat hij op 28 augustus 2015 is getrouwd met zijn echtgenote. Partijen verschillen van mening of appellant hierdoor zijn inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 49 van de AOW heeft geschonden.
4.11.
Net als de rechtbank, vindt de Raad dat appellant door zijn huwelijk niet (tijdig) aan de Svb te melden zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen. Het had appellant redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat een huwelijk van invloed kon zijn op (de hoogte van) het ouderdomspensioen. Ook als appellant niet duidelijk was of het huwelijk rechtsgeldig was en of hij ondanks het huwelijk als ongehuwde zou worden aangemerkt, dan nog heeft hij kunnen weten dat het huwelijk van invloed kon zijn op (de hoogte van) het ouderdomspensioen. Appellant heeft in november 2015 en december 2016 contact met de Svb opgenomen. Bij dit laatste contact heeft appellant verklaard dat hij nog geen partner heeft gevonden en dat als hij gaat trouwen, hij dit laat weten. Appellant heeft de juistheid van de weergave van deze gesprekken door de Svb niet betwist. De omstandigheid dat appellant (naar zijn zeggen) uit het contact met de Svb tot een andere (onjuiste) conclusie is gekomen over de vraag of hij als gehuwd moet worden beschouwd, moet voor rekening en risico van appellant komen. Bij gelegenheid van het contact van de Svb met appellant in 2015 en 2016 is appellant duidelijk gemaakt dat hij een huwelijk moet melden. Dit is appellant daarnaast ook meegedeeld in de bijlage bij het besluit van 30 januari 2015 tot toekenning van het ouderdomspensioen.
4.12.
Uit overweging 4.1 tot en met 4.11 volgt dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat appellant voor de toepassing van de AOW niet is aan te merken als ongehuwde en appellant de inlichtingenplicht niet is nagekomen. Nu het niet nakomen van de inlichtingenplicht ertoe heeft geleid dat appellant in de periode in geding ten onrechte een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde is verleend, was de Svb verplicht dit ouderdomspensioen te herzien naar het pensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zie deze uitspraak over niet duurzaan gescheiden leven van twee personen die gehuwd zijn (voro de AOW)</p>
<p> ECLI:NL:CRVB:2022:2775<br />
Uitspraak delen<br />
InstantieCentrale Raad van Beroep<br />
Datum uitspraak22-12-2022<br />
Datum publicatie23-12-2022<br />
Zaaknummer22 / 499 AOW<br />
RechtsgebiedenSocialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerkenHoger beroep<br />
Inhoudsindicatie<br />
Herziening en terugvordering ouderdomspensioen naar het pensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde. Schending inlichtingenverplichting. Boete.<br />
VindplaatsenRechtspraak.nl</p>
<p>4.7.<br />
In artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW is bepaald dat als ongehuwd mede wordt aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.<br />
4.8.<br />
Voor gevallen waarin geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:<br />
a. ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;<br />
b. ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;<br />
c. ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.<br />
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan immers bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen (uitspraak van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932). Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken (uitspraken van 2 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1277 en 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1093).<br />
Verder kan in het algemeen worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk betrokkenen de intentie hebben om een vorm van echtelijke samenleving aan te gaan. Dat kan door het voeren van een gezamenlijke huishouding of op een andere manier. Er kan niet helemaal worden uitgesloten dat onder omstandigheden vanaf de huwelijksdatum van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken. Dat moet dan wel ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijken. Verwezen wordt naar de uitspraak van de Raad van 30 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2154.<br />
4.9.<br />
Uit de feiten en omstandigheden blijkt niet ondubbelzinnig dat tussen appellant en de echtgenote geen sprake was van echtelijke samenleving. Van een situatie waarin beide echtgenoten een eigen leven leiden als waren zij niet met de ander gehuwd, was niet aan de orde. Er was sprake van regelmatige contacten met elkaar, wederzijdse zorg voor elkaar en financiële betrokkenheid bij elkaar. Appellant heeft namelijk tijdens de hoorzitting verklaard dat de echtgenoten zich naar buiten als stel presenteerden, dat hij wel eens iets voor de echtgenote betaalde, dat appellant en de echtgenote één of twee keer per maand bij elkaar langskwamen, dat zij telefonisch contact hadden en dat zij samen familie bezochten. Van belang is ook dat er geen aanwijzingen zijn dat het gescheiden leven blijvend zou zijn bedoeld. De situatie waarin de echtgenoten nog niet (volledig) samenwoonden lijkt eerder tijdelijk te zijn bedoeld. Appellant heeft namelijk in een brief van 3 februari 2021 toegelicht dat hij in 2015 voorlopig nog niet wilde samenwonen met de echtgenote. Gelet op de genoemde feiten en omstandigheden vindt de Raad, net als de rechtbank, dat in de periode in geding geen sprake was van duurzaam gescheiden leven van appellant en zijn echtgenote.<br />
4.10.<br />
Niet in geschil is dat appellant niet (eerder dan in 2021) aan de Svb heeft gemeld dat hij op 28 augustus 2015 is getrouwd met zijn echtgenote. Partijen verschillen van mening of appellant hierdoor zijn inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 49 van de AOW heeft geschonden.<br />
4.11.<br />
Net als de rechtbank, vindt de Raad dat appellant door zijn huwelijk niet (tijdig) aan de Svb te melden zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen. Het had appellant redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat een huwelijk van invloed kon zijn op (de hoogte van) het ouderdomspensioen. Ook als appellant niet duidelijk was of het huwelijk rechtsgeldig was en of hij ondanks het huwelijk als ongehuwde zou worden aangemerkt, dan nog heeft hij kunnen weten dat het huwelijk van invloed kon zijn op (de hoogte van) het ouderdomspensioen. Appellant heeft in november 2015 en december 2016 contact met de Svb opgenomen. Bij dit laatste contact heeft appellant verklaard dat hij nog geen partner heeft gevonden en dat als hij gaat trouwen, hij dit laat weten. Appellant heeft de juistheid van de weergave van deze gesprekken door de Svb niet betwist. De omstandigheid dat appellant (naar zijn zeggen) uit het contact met de Svb tot een andere (onjuiste) conclusie is gekomen over de vraag of hij als gehuwd moet worden beschouwd, moet voor rekening en risico van appellant komen. Bij gelegenheid van het contact van de Svb met appellant in 2015 en 2016 is appellant duidelijk gemaakt dat hij een huwelijk moet melden. Dit is appellant daarnaast ook meegedeeld in de bijlage bij het besluit van 30 januari 2015 tot toekenning van het ouderdomspensioen.<br />
4.12.<br />
Uit overweging 4.1 tot en met 4.11 volgt dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat appellant voor de toepassing van de AOW niet is aan te merken als ongehuwde en appellant de inlichtingenplicht niet is nagekomen. Nu het niet nakomen van de inlichtingenplicht ertoe heeft geleid dat appellant in de periode in geding ten onrechte een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde is verleend, was de Svb verplicht dit ouderdomspensioen te herzien naar het pensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-11654</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 22 Dec 2022 11:42:39 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-11654</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2022:2737 InstantieCentrale Raad van Beroep Datum uitspraak08-12-2022 Datum publicatie22-12-2022 Zaaknummer21 / 4486 AOW
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag ongehuwdenpensioen. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven.
VindplaatsenRechtspraak.nl
Daaruit:
Wettelijk kader
4.1.1.
Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
4.1.2.
Voor gevallen waarin geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a) ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;
b) ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;
c) ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan immers bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen (uitspraak van de Raad van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932). Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken (uitspraken van de Raad van 2 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1277 en 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1093).
4.1.3.
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven. De nog bestaande mate van financiële verstrengeling tussen appellant en zijn echtgenote staat aan duurzaam gescheiden leven in de weg. Appellant en zijn echtgenote zijn beiden eigenaar van een vakantiehuisje in Frankrijk. Zij hebben de bouw van de woning gezamenlijk gefinancierd en zien de woning als een beleggingsobject voor een aanvullend pensioen. De woning wordt door hen beiden onderhouden. Appellant en zijn echtgenote maken één keer per jaar samen met vrienden de woning gebruiksklaar en reizen daarvoor soms samen. Appellant en zijn echtgenote blijven gehuwd zodat de langstlevende de woning zal erven. Bij een eventuele echtscheiding zal volgens appellant op grond van het Franse recht niet langer een algehele vrijstelling voor de successierechten gelden en zal de woning verkocht moeten worden. Dat willen zij niet. Verder is van belang dat voor de inkomsten van de verhuur van die woning en de uitgaven een Franse bankrekening wordt gebruikt, die op naam van appellant staat. De echtgenote is ook gemachtigd tot die rekening, omdat zij beide betalingen doen voor die woning. Verder zijn zij beiden vernoemd in elkaars testament. Deze omstandigheden tezamen wijzen op zichzelf al voldoende op een zekere mate van zorg voor elkaar. Tot slot hebben appellant en zijn echtgenote nog sporadisch contact met elkaar bij het om de drie weken afgeven van de honden van zijn echtgenote op elkaars adres en heeft de echtgenote in dat verband een sleutel van de woning van de appellant. De Raad is van oordeel dat geen sprake is van een situatie waarin ieder van hen afzonderlijk een eigen leven leidt alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd. Daaraan doet niet af dat appellant en zijn echtgenote verder geen activiteiten ondernemen samen.
4.1.4.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2022:2737 InstantieCentrale Raad van Beroep Datum uitspraak08-12-2022 Datum publicatie22-12-2022 Zaaknummer21 / 4486 AOW<br />
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep<br />
Inhoudsindicatie<br />
Afwijzing aanvraag ongehuwdenpensioen. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven.<br />
VindplaatsenRechtspraak.nl<br />
Daaruit:<br />
Wettelijk kader<br />
4.1.1.<br />
Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.<br />
4.1.2.<br />
Voor gevallen waarin geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:<br />
a. a) ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;<br />
b) ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;<br />
c) ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.<br />
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan immers bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen (uitspraak van de Raad van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932). Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken (uitspraken van de Raad van 2 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1277 en 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1093).<br />
4.1.3.<br />
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven. De nog bestaande mate van financiële verstrengeling tussen appellant en zijn echtgenote staat aan duurzaam gescheiden leven in de weg. Appellant en zijn echtgenote zijn beiden eigenaar van een vakantiehuisje in Frankrijk. Zij hebben de bouw van de woning gezamenlijk gefinancierd en zien de woning als een beleggingsobject voor een aanvullend pensioen. De woning wordt door hen beiden onderhouden. Appellant en zijn echtgenote maken één keer per jaar samen met vrienden de woning gebruiksklaar en reizen daarvoor soms samen. Appellant en zijn echtgenote blijven gehuwd zodat de langstlevende de woning zal erven. Bij een eventuele echtscheiding zal volgens appellant op grond van het Franse recht niet langer een algehele vrijstelling voor de successierechten gelden en zal de woning verkocht moeten worden. Dat willen zij niet. Verder is van belang dat voor de inkomsten van de verhuur van die woning en de uitgaven een Franse bankrekening wordt gebruikt, die op naam van appellant staat. De echtgenote is ook gemachtigd tot die rekening, omdat zij beide betalingen doen voor die woning. Verder zijn zij beiden vernoemd in elkaars testament. Deze omstandigheden tezamen wijzen op zichzelf al voldoende op een zekere mate van zorg voor elkaar. Tot slot hebben appellant en zijn echtgenote nog sporadisch contact met elkaar bij het om de drie weken afgeven van de honden van zijn echtgenote op elkaars adres en heeft de echtgenote in dat verband een sleutel van de woning van de appellant. De Raad is van oordeel dat geen sprake is van een situatie waarin ieder van hen afzonderlijk een eigen leven leidt alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd. Daaraan doet niet af dat appellant en zijn echtgenote verder geen activiteiten ondernemen samen.<br />
4.1.4.<br />
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-11513</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 01 Dec 2022 13:31:09 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-11513</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2022:2505
Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 24-11-2022 Datum publicatie 01-12-2022 Zaaknummer 21 / 473 WLZ
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep 
Inhoudsindicatie
Verzoek om terug te komen van eerder genomen besluit, waarin is beslist dat appellante niet verzekerd is voor de Wlz omdat zij niet in Nederland woont, terecht afgewezen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. De beslissing was ook niet onmiskenbaar onjuist. Wat betreft de periode na de herhaalde aanvraag onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank dat de Svb terecht geen ingezetenschap heeft aangenomen.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl
21473 WLZ

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2020, 20/1112 (aangevallen uitspraak)
Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (Suriname) (appellante) 
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2022:2505<br />
Instantie Centrale Raad van Beroep<br />
Datum uitspraak 24-11-2022 Datum publicatie 01-12-2022 Zaaknummer 21 / 473 WLZ<br />
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep<br />
Inhoudsindicatie<br />
Verzoek om terug te komen van eerder genomen besluit, waarin is beslist dat appellante niet verzekerd is voor de Wlz omdat zij niet in Nederland woont, terecht afgewezen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. De beslissing was ook niet onmiskenbaar onjuist. Wat betreft de periode na de herhaalde aanvraag onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank dat de Svb terecht geen ingezetenschap heeft aangenomen.</p>
<p>Vindplaatsen Rechtspraak.nl<br />
21473 WLZ</p>
<p>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2020, 20/1112 (aangevallen uitspraak)<br />
Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (Suriname) (appellante)<br />
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-10929</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 17 Aug 2022 17:24:32 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-10929</guid>

					<description><![CDATA[Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 29-07-2022
Datum publicatie 17-08-2022
Zaaknummer 21/3027 AOW
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie
In tegenstelling tot de rechtbank is de Raad van oordeel dat in het tijdvak in geding een situatie is ontstaan van duurzaam gescheiden leven. Dit betekent dat appellant in aanmerking komt voor een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Uit artikel 17, eerste en derde lid, van de AOW volgt dat de ingangsdatum daarvoor op 1 december 2019 moet worden bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak
Uitspraak
213027 AOW
Datum uitspraak: 29 juli 2022

Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 juli 2021, 20/4876 (aangevallen uitspraak)]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Instantie Centrale Raad van Beroep<br />
Datum uitspraak 29-07-2022<br />
Datum publicatie 17-08-2022<br />
Zaaknummer 21/3027 AOW<br />
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken Hoger beroep<br />
Inhoudsindicatie<br />
In tegenstelling tot de rechtbank is de Raad van oordeel dat in het tijdvak in geding een situatie is ontstaan van duurzaam gescheiden leven. Dit betekent dat appellant in aanmerking komt voor een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Uit artikel 17, eerste en derde lid, van de AOW volgt dat de ingangsdatum daarvoor op 1 december 2019 moet worden bepaald.</p>
<p>Vindplaatsen<br />
Rechtspraak.nl<br />
Verrijkte uitspraak<br />
Uitspraak<br />
213027 AOW<br />
Datum uitspraak: 29 juli 2022</p>
<p>Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer</p>
<p>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 juli 2021, 20/4876 (aangevallen uitspraak)</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/04/28/verweerder-heeft-terecht-de-aow-uitkering-van-eisers-herzien-naar-de-norm-voor-gehuwden-er-is-geen-sprake-van-duurzaam-gescheiden-leven-beroep-ongegrond/#comment-10746</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 07 Jul 2022 12:30:38 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8193#comment-10746</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2022:1449
Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 24-06-2022
Datum publicatie 07-07-2022
Zaaknummer 21/2617 AOW
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Duurzaam gescheiden leven. In 2018 door de Svb onderzoek naar de woon- en leefsituatie van betrokkenen. Onvoldoende uitgebreid onderzoek gedaan door Svb naar de feiten. Dat uit mag worden gegaan van de ondertekende verklaring DGL wordt in dit concrete geval niet onderschreven. De rechtbank heeft onvoldoende onderkend dat met name zorgvuldig moet worden onderzocht wat een echtpaar nog aan elkaar bindt. Op grond van alle gegevens moet geconcludeerd worden dat betrokkenen ten tijde in geding duurzaam gescheiden van elkaar leefden.

Anders dan de rechtbank zal de Raad de Svb niet meer in de gelegenheid stellen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De Raad zal zelf in de zaak voorzien. Voor het overige zal de aangevallen uitspraak worden bevestigd, met verbetering van de gronden. De Svb wordt veroordeeld in de kosten van betrokkenen in bezwaar en hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl
21/2617 AOW en 21/2618 AOW
Datum uitspraak: 24 juni 2022

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2021, 19/2610 en 19/2611 (aangevallen uitspraak)

Partijen: 
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2022:1449<br />
Instantie Centrale Raad van Beroep<br />
Datum uitspraak 24-06-2022<br />
Datum publicatie 07-07-2022<br />
Zaaknummer 21/2617 AOW<br />
Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken Hoger beroep<br />
Inhoudsindicatie<br />
Duurzaam gescheiden leven. In 2018 door de Svb onderzoek naar de woon- en leefsituatie van betrokkenen. Onvoldoende uitgebreid onderzoek gedaan door Svb naar de feiten. Dat uit mag worden gegaan van de ondertekende verklaring DGL wordt in dit concrete geval niet onderschreven. De rechtbank heeft onvoldoende onderkend dat met name zorgvuldig moet worden onderzocht wat een echtpaar nog aan elkaar bindt. Op grond van alle gegevens moet geconcludeerd worden dat betrokkenen ten tijde in geding duurzaam gescheiden van elkaar leefden.</p>
<p>Anders dan de rechtbank zal de Raad de Svb niet meer in de gelegenheid stellen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De Raad zal zelf in de zaak voorzien. Voor het overige zal de aangevallen uitspraak worden bevestigd, met verbetering van de gronden. De Svb wordt veroordeeld in de kosten van betrokkenen in bezwaar en hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.</p>
<p>Vindplaatsen Rechtspraak.nl<br />
21/2617 AOW en 21/2618 AOW<br />
Datum uitspraak: 24 juni 2022</p>
<p>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2021, 19/2610 en 19/2611 (aangevallen uitspraak)</p>
<p>Partijen:<br />
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
