<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: CRvB over AOW in geval van polygamie	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2020/08/03/crvb-over-aow-in-geval-van-polygamie/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2020/08/03/crvb-over-aow-in-geval-van-polygamie/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Mon, 21 Jun 2021 09:37:12 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/08/03/crvb-over-aow-in-geval-van-polygamie/#comment-7070</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 21 Jun 2021 09:37:12 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8796#comment-7070</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2021:1443 Centrale Raad van Beroep, 17-06-2021, 19/1326 AOW
Datum uitspraak:
17-06-2021
Datum publicatie:
21-06-2021
Rechtsgebieden:
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken:
Hoger beroep
Vindplaatsen:
Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
In geding is of de Svb gehouden is terug te komen van de intrekking van het ouderdomspensioen in het besluit van 27 november 2012, voor zover gehandhaafd in het besluit van 19 februari 2014. Dit geding betreft een zogeheten duuraanspraak. Met de Svb wordt geoordeeld dat appellante geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding om te oordelen dat de afwijzing van het verzoek om herziening - die bij het bestreden besluit is gehandhaafd - evident onredelijk is dan wel onmiskenbaar onjuist. Vastgesteld wordt dat appellante op grond van het bepaalde in het NMV geen zelfstandige aanspraak heeft op een Nederlands ouderdomspensioen. Voor zover appellante heeft beoogd te betogen dat zij wel als eerste echtgenote moet worden aangemerkt of daarmee moet worden gelijkgesteld, omdat er sprake zou zijn geweest van een situatie van duurzaam gescheiden leven met de eerste (officiële) echtgenote, volgt de Raad dit standpunt niet. De Raad is met de Svb van oordeel dat de gelijkstelling van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW - van degene die duurzaam gescheiden leeft van een ongehuwde - uitsluitend geldt voor de AOW en de daarop berustende bepalingen en niet voor het NMV (vergelijk de uitspraak van de Raad van 6 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2317). Uit de overwegingen volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2021:1443 Centrale Raad van Beroep, 17-06-2021, 19/1326 AOW<br />
Datum uitspraak:<br />
17-06-2021<br />
Datum publicatie:<br />
21-06-2021<br />
Rechtsgebieden:<br />
Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken:<br />
Hoger beroep<br />
Vindplaatsen:<br />
Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
In geding is of de Svb gehouden is terug te komen van de intrekking van het ouderdomspensioen in het besluit van 27 november 2012, voor zover gehandhaafd in het besluit van 19 februari 2014. Dit geding betreft een zogeheten duuraanspraak. Met de Svb wordt geoordeeld dat appellante geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding om te oordelen dat de afwijzing van het verzoek om herziening &#8211; die bij het bestreden besluit is gehandhaafd &#8211; evident onredelijk is dan wel onmiskenbaar onjuist. Vastgesteld wordt dat appellante op grond van het bepaalde in het NMV geen zelfstandige aanspraak heeft op een Nederlands ouderdomspensioen. Voor zover appellante heeft beoogd te betogen dat zij wel als eerste echtgenote moet worden aangemerkt of daarmee moet worden gelijkgesteld, omdat er sprake zou zijn geweest van een situatie van duurzaam gescheiden leven met de eerste (officiële) echtgenote, volgt de Raad dit standpunt niet. De Raad is met de Svb van oordeel dat de gelijkstelling van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW &#8211; van degene die duurzaam gescheiden leeft van een ongehuwde &#8211; uitsluitend geldt voor de AOW en de daarop berustende bepalingen en niet voor het NMV (vergelijk de uitspraak van de Raad van 6 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2317). Uit de overwegingen volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/08/03/crvb-over-aow-in-geval-van-polygamie/#comment-6759</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 14 Apr 2021 09:31:50 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=8796#comment-6759</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:CRVB:2021:803 Centrale Raad van Beroep, 08-04-2021, 18/4708 ANW
Datum uitspraak:
08-04-2021
Datum publicatie:
13-04-2021
Rechtsgebieden:
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken:
Hoger beroep
Vindplaatsen:
Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
Nabestaandenuitkering terecht herzien. Polygamie. De Svb heeft op juiste gronden vastgesteld dat appellante op grond van artikel 23 van het NMV en artikel 27 van het Administratief Akkoord recht heeft op 50% van de nabestaandenuitkering. De inmenging in het eigendom is naar het oordeel van de Raad dan ook gerechtvaardigd en dus niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol. Het beroep op internationaalrechtelijke discriminatieverboden slaagt niet. Nu de Svb aan appellante geen toezegging heeft gedaan voor het geval sprake zou zijn van een polygame situatie, kan appellante zich niet met vrucht op het vertrouwensbeginsel beroepen]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:CRVB:2021:803 Centrale Raad van Beroep, 08-04-2021, 18/4708 ANW<br />
Datum uitspraak:<br />
08-04-2021<br />
Datum publicatie:<br />
13-04-2021<br />
Rechtsgebieden:<br />
Socialezekerheidsrecht<br />
Bijzondere kenmerken:<br />
Hoger beroep<br />
Vindplaatsen:<br />
Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
Nabestaandenuitkering terecht herzien. Polygamie. De Svb heeft op juiste gronden vastgesteld dat appellante op grond van artikel 23 van het NMV en artikel 27 van het Administratief Akkoord recht heeft op 50% van de nabestaandenuitkering. De inmenging in het eigendom is naar het oordeel van de Raad dan ook gerechtvaardigd en dus niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol. Het beroep op internationaalrechtelijke discriminatieverboden slaagt niet. Nu de Svb aan appellante geen toezegging heeft gedaan voor het geval sprake zou zijn van een polygame situatie, kan appellante zich niet met vrucht op het vertrouwensbeginsel beroepen</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
