<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: AOW pensioen soms vrijgesteld van Nederlandse belastingheffing	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Fri, 16 Jun 2023 13:37:46 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: R. Klarenbeek		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-12547</link>

		<dc:creator><![CDATA[R. Klarenbeek]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 16 Jun 2023 13:37:46 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-12547</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-12534&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

Hartelijk dank]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-12534">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>Hartelijk dank</p>
<ul class="wpcomment-ul"><li class="wpcomment-li"><strong>Hoedanigheid:</strong> - Lid</li></ul>]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-12534</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 15 Jun 2023 14:28:05 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-12534</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-12533&quot;&gt;R. Klarenbeek&lt;/a&gt;.

Ik kan geen nieuwe jurisprudentie vinden over heffing WAZ van een inwoner van Portugal.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-12533">R. Klarenbeek</a>.</p>
<p>Ik kan geen nieuwe jurisprudentie vinden over heffing WAZ van een inwoner van Portugal.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: R. Klarenbeek		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-12533</link>

		<dc:creator><![CDATA[R. Klarenbeek]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 15 Jun 2023 13:59:22 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-12533</guid>

					<description><![CDATA[Geachte heer de Voogd,
Na verificatie dmv een gesprek met de Belastingtelefoon Buitenland van een mogelijk gewijzigd beleid nav deze uitspraak van de Hoge Raad, tav de heffing IB over een WAZ-uitkering door de Nederlandse Belastingdienst, was ik in de veronderstelling dat de heffing aan Portugal toekomt.
Nu zie ik in een schema online (over welk inkomen, in welk land IB-belasting), dat er onderscheid is gemaakt tussen WAO (heffing in Portugal) en WAZ (heffing door Nederland).

Is u iets bekend over mogelijke ontwikkelingen, nieuwe rechtszaken, waardoor in het geval van een WAZ-uitkering, ook de heffing aan Portugal toegekend wordt? Er is immers weinig verschil tussen de aard van WAO en WAZ.
Bvd
Ruud]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Geachte heer de Voogd,<br />
Na verificatie dmv een gesprek met de Belastingtelefoon Buitenland van een mogelijk gewijzigd beleid nav deze uitspraak van de Hoge Raad, tav de heffing IB over een WAZ-uitkering door de Nederlandse Belastingdienst, was ik in de veronderstelling dat de heffing aan Portugal toekomt.<br />
Nu zie ik in een schema online (over welk inkomen, in welk land IB-belasting), dat er onderscheid is gemaakt tussen WAO (heffing in Portugal) en WAZ (heffing door Nederland).</p>
<p>Is u iets bekend over mogelijke ontwikkelingen, nieuwe rechtszaken, waardoor in het geval van een WAZ-uitkering, ook de heffing aan Portugal toegekend wordt? Er is immers weinig verschil tussen de aard van WAO en WAZ.<br />
Bvd<br />
Ruud</p>
<ul class="wpcomment-ul"><li class="wpcomment-li"><strong>Hoedanigheid:</strong> - Lid</li></ul>]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10242</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 06 Apr 2022 10:31:28 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-10242</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10231&quot;&gt;R. Klarenbeek&lt;/a&gt;.

Dat is nog maar de vraag. De Hoge Raad heeft het feit dat de AOW via een omslagstelsel is gefinancierd, ook al is enige tijd de AOW-premie wel aftrekbaar geweest als persoonlijke verplichting, genoemd als niet voldaan zijn aande eis van fiscale faciliëring in het verleden als bedoeld in art. 18 lid 2a van het belastingverdrag. Al eerder sprak ik uit dat mijns inziens een vergelijkbare redenering voor  de WAO geldt. Het zou wenselijk zijn in een rechtszaak te toetsen voor alle Nederlandse sociale zekerheidsuitkeringen die in Portugal genoten worden of het gegeven dat ze via een omslagstelsel gefinancieerd worden/werden (daaronder de WAZ) inderdaad leidt tot het ontbreken van heffingsrecht voor Nederland, gegeven die Hoge Raadsuitspraak. Dat de Hoge Raad in de specifieke uitspraak over de WAO in Portugal niet aan toetsing van art. 18 lid 2a van het verdrag toekwam maakt dit urgenter.
 Overigens zijn er aanwijzingen dat Portugese inspecteurs soms geen heffingsrecht voor Portugal wensen te aanvaarden over de AOW, kennelijk omdat ze de Hoge Raadsuitspraak niet kennen of niet wensen te volgen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10231">R. Klarenbeek</a>.</p>
<p>Dat is nog maar de vraag. De Hoge Raad heeft het feit dat de AOW via een omslagstelsel is gefinancierd, ook al is enige tijd de AOW-premie wel aftrekbaar geweest als persoonlijke verplichting, genoemd als niet voldaan zijn aande eis van fiscale faciliëring in het verleden als bedoeld in art. 18 lid 2a van het belastingverdrag. Al eerder sprak ik uit dat mijns inziens een vergelijkbare redenering voor  de WAO geldt. Het zou wenselijk zijn in een rechtszaak te toetsen voor alle Nederlandse sociale zekerheidsuitkeringen die in Portugal genoten worden of het gegeven dat ze via een omslagstelsel gefinancieerd worden/werden (daaronder de WAZ) inderdaad leidt tot het ontbreken van heffingsrecht voor Nederland, gegeven die Hoge Raadsuitspraak. Dat de Hoge Raad in de specifieke uitspraak over de WAO in Portugal niet aan toetsing van art. 18 lid 2a van het verdrag toekwam maakt dit urgenter.<br />
 Overigens zijn er aanwijzingen dat Portugese inspecteurs soms geen heffingsrecht voor Portugal wensen te aanvaarden over de AOW, kennelijk omdat ze de Hoge Raadsuitspraak niet kennen of niet wensen te volgen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: R. Klarenbeek		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10231</link>

		<dc:creator><![CDATA[R. Klarenbeek]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 06 Apr 2022 00:58:50 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-10231</guid>

					<description><![CDATA[Geachte heer de Voogd,
Negeer de vraag die ik zojuist stuurde. Voor de WAZ was premieaftrek dus wel door NL belast...
Mvg
Ruud]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Geachte heer de Voogd,<br />
Negeer de vraag die ik zojuist stuurde. Voor de WAZ was premieaftrek dus wel door NL belast&#8230;<br />
Mvg<br />
Ruud</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: R. Klarenbeek		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10230</link>

		<dc:creator><![CDATA[R. Klarenbeek]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 06 Apr 2022 00:52:22 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-10230</guid>

					<description><![CDATA[Geachte heer de Voogd,
Is het correct als ik uit bovenstaande uitleg afleid dat ook een WAZ uitkering van het UWV, voor een inwoners van Portugal met NHR status, niet belast mag worden door Nederland ivm ‘sociale uitkering’ en ‘omslagsysteem’?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Geachte heer de Voogd,<br />
Is het correct als ik uit bovenstaande uitleg afleid dat ook een WAZ uitkering van het UWV, voor een inwoners van Portugal met NHR status, niet belast mag worden door Nederland ivm ‘sociale uitkering’ en ‘omslagsysteem’?</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10096</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Mar 2022 12:44:11 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-10096</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10095&quot;&gt;monique kelders&lt;/a&gt;.

Heffingsrecht is bij verdrag aan Nederland. Aangifteplicht bestaat tenzij er geen belasting betaald hoeft te worden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10095">monique kelders</a>.</p>
<p>Heffingsrecht is bij verdrag aan Nederland. Aangifteplicht bestaat tenzij er geen belasting betaald hoeft te worden.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: monique kelders		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-10095</link>

		<dc:creator><![CDATA[monique kelders]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Mar 2022 12:02:40 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-10095</guid>

					<description><![CDATA[ik ontvang een klein pensioen (AOW) uit Portugal
onder de 10.000 Euro
Moet ik dit aangeven aan de belasting? Ben woonachtig in Nederland.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ik ontvang een klein pensioen (AOW) uit Portugal<br />
onder de 10.000 Euro<br />
Moet ik dit aangeven aan de belasting? Ben woonachtig in Nederland.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-7209</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 07 Aug 2021 06:33:17 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-7209</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBZWB:2021:3911
Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum uitspraak 28-07-2021 Datum publicatie 06-08-2021 Zaaknummer BRE - 18 _ 6871 Rechtsgebieden
Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig Inhoudsindicatie Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt. Vindplaatsen Rechtspraak.nl
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda Zaaknummer BRE 18/6871 uitspraak van 28 juli 2021
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , en
de inspecteur van de Belastingdienst
daaruit:
 1. Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd.
1.2.
De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 augustus 2018 de aanslag verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 11.902. In de voorafgaande motivering van deze uitspraak heeft de inspecteur het verzoek om een integrale kostenvergoeding afgewezen en opgemerkt dat belanghebbende “in aanmerking komt voor een forfaitaire kostenvergoeding van 1 punt.”
1.3.
Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 9 oktober 2018, ontvangen bij de rechtbank op 10 oktober 2018, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 46.
1.4.
De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2020 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord als gemachtigde van belanghebbende: mr. M. van der Voort, mr. D.L. Janse en drs. R.A.M. Keiner en namens de inspecteur: [inspecteur] .
1.6.
Bij brief van 31 maart 2020 heeft de rechtbank partijen geïnformeerd dat zij de behandeling van het beroep aan zal houden. Dit in verband met het voornemen van de rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak. Belanghebbende heeft hierop bij brief van 24 april 2020 gereageerd.
1.7.
Bij brief van 29 april 2020 heeft de rechtbank partijen in kennis gesteld de zaak aan te houden in afwachting van het antwoord van de Hoge Raad op de gestelde prejudiciële vragen.1
1.8.
De Hoge Raad heeft deze vragen op 6 november 2020 beantwoord.2 De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De inspecteur heeft gereageerd bij brief van 30 november 2020 en belanghebbende bij brief van 28 december 2020.
1.9.
Bij brief van 26 mei 2021 heeft de rechtbank partijen geïnformeerd dat de uitspraak door een andere rechter zal worden gedaan dan de rechter die de zaak op de zitting heeft behandeld. Het proces-verbaal van de eerdere zitting is samen met deze brief aan partijen gestuurd. Belanghebbende heeft hierop de rechtbank verzocht om, in plaats van een nadere zitting, schriftelijk te reageren. Deze schriftelijke reactie is op 30 juni 2021 bij de rechtbank ontvangen. De inspecteur heeft niet gereageerd. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank vervolgens bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft.
2Beoordeling van het geschil
Inkomstenbelasting
2.1.
Het beroep zag enkel nog op de heffing over de AOW-uitkering van € 11.902. Tussen partijen is niet langer in geschil dat het heffingsrecht over de AOW-uitkering van belanghebbende toekomt aan Portugal. Het beroep is daarom gegrond. De aanslag wordt vastgesteld op een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € nihil. De belastingrente wordt dienovereenkomstig aangepast. Anders dan belanghebbende bepleit, wordt de aanslag dus niet vernietigd; belanghebbende heeft namelijk belang bij de aanslag wegens de (niet in geschil zijnde) verrekening van de loonheffing.
Vergoeding van immateriële schade
2.2.
De door belanghebbende gevraagde vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen voor € 1.000.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBZWB:2021:3911<br />
Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum uitspraak 28-07-2021 Datum publicatie 06-08-2021 Zaaknummer BRE &#8211; 18 _ 6871 Rechtsgebieden<br />
Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig Inhoudsindicatie Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt. Vindplaatsen Rechtspraak.nl<br />
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer<br />
Locatie: Breda Zaaknummer BRE 18/6871 uitspraak van 28 juli 2021<br />
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , en<br />
de inspecteur van de Belastingdienst<br />
daaruit:<br />
 1. Ontstaan en loop van het geding<br />
1.1.<br />
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd.<br />
1.2.<br />
De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 augustus 2018 de aanslag verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 11.902. In de voorafgaande motivering van deze uitspraak heeft de inspecteur het verzoek om een integrale kostenvergoeding afgewezen en opgemerkt dat belanghebbende “in aanmerking komt voor een forfaitaire kostenvergoeding van 1 punt.”<br />
1.3.<br />
Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 9 oktober 2018, ontvangen bij de rechtbank op 10 oktober 2018, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 46.<br />
1.4.<br />
De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.<br />
1.5.<br />
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2020 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord als gemachtigde van belanghebbende: mr. M. van der Voort, mr. D.L. Janse en drs. R.A.M. Keiner en namens de inspecteur: [inspecteur] .<br />
1.6.<br />
Bij brief van 31 maart 2020 heeft de rechtbank partijen geïnformeerd dat zij de behandeling van het beroep aan zal houden. Dit in verband met het voornemen van de rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak. Belanghebbende heeft hierop bij brief van 24 april 2020 gereageerd.<br />
1.7.<br />
Bij brief van 29 april 2020 heeft de rechtbank partijen in kennis gesteld de zaak aan te houden in afwachting van het antwoord van de Hoge Raad op de gestelde prejudiciële vragen.1<br />
1.8.<br />
De Hoge Raad heeft deze vragen op 6 november 2020 beantwoord.2 De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De inspecteur heeft gereageerd bij brief van 30 november 2020 en belanghebbende bij brief van 28 december 2020.<br />
1.9.<br />
Bij brief van 26 mei 2021 heeft de rechtbank partijen geïnformeerd dat de uitspraak door een andere rechter zal worden gedaan dan de rechter die de zaak op de zitting heeft behandeld. Het proces-verbaal van de eerdere zitting is samen met deze brief aan partijen gestuurd. Belanghebbende heeft hierop de rechtbank verzocht om, in plaats van een nadere zitting, schriftelijk te reageren. Deze schriftelijke reactie is op 30 juni 2021 bij de rechtbank ontvangen. De inspecteur heeft niet gereageerd. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank vervolgens bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft.<br />
2Beoordeling van het geschil<br />
Inkomstenbelasting<br />
2.1.<br />
Het beroep zag enkel nog op de heffing over de AOW-uitkering van € 11.902. Tussen partijen is niet langer in geschil dat het heffingsrecht over de AOW-uitkering van belanghebbende toekomt aan Portugal. Het beroep is daarom gegrond. De aanslag wordt vastgesteld op een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € nihil. De belastingrente wordt dienovereenkomstig aangepast. Anders dan belanghebbende bepleit, wordt de aanslag dus niet vernietigd; belanghebbende heeft namelijk belang bij de aanslag wegens de (niet in geschil zijnde) verrekening van de loonheffing.<br />
Vergoeding van immateriële schade<br />
2.2.<br />
De door belanghebbende gevraagde vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen voor € 1.000.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2020/11/07/aow-pensioen-soms-vrijgesteld-van-nederlandse-belastingheffing/#comment-6931</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 25 May 2021 10:21:01 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=9267#comment-6931</guid>

					<description><![CDATA[Toetsing aan voorwaarde b

3.1.
De rechtbank zal eerst de voorwaarde van artikel 18, tweede lid, onderdeel b van het Verdrag behandelen (hierna: voorwaarde b). De Hoge Raad heeft ter zake van voorwaarde b in zijn beslissing het volgende antwoord gegeven op een prejudiciële vraag van de rechtbank:

“Voor de toepassing van artikel 18, lid 2, letter b, van het Verdrag geldt dat is voldaan aan de voorwaarde dat een uitkering in de heffing wordt betrokken, wanneer die uitkering volgens de wetgeving van de woonstaat in de belastingheffing moet worden betrokken. Daarbij komt geen betekenis toe aan het effect op die heffing van maatregelen ter voorkoming van dubbele belasting.”

3.2.
Aan voorwaarde b wordt voldaan indien de WAO-uitkering niet tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief voor inkomsten verkregen uit niet-zelfstandige arbeid, dan wel het brutobedrag van de WAO-uitkering voor minder dan 90 percent, in de belastingheffing wordt betrokken in Portugal. Niet in geschil is dat de WAO-uitkering feitelijk in Portugal volledig tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief in de belastingheffing is betrokken. Dat is echter niet doorslaggevend omdat – zie 3.1 – het erom gaat hoe de WAO-uitkering volgens de wetgeving in Portugal in de belastingheffing moet worden betrokken.

Nu de WAO-uitkering feitelijk volledig in de belastingheffing is betrokken tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief in Portugal, ligt het op de weg van de inspecteur om voldoende onderbouwd uiteen te zetten dat niettemin toch aan voorwaarde b is voldaan. Deze onderbouwing heeft de inspecteur niet gegeven. In zijn reactie van 23 november 2020 heeft de inspecteur volstaan met een verwijzing naar zijn verweerschrift en de reactie van 25 maart 2020 op de voorgestelde prejudiciële vragen. Dat is onvoldoende. In deze stukken is de stelling te vinden dat Portugal altijd credit verleent voor socialezekerheidsuitkeringen die het bedrag van € 10.000 overschrijden, alsmede de stelling dat de reden dat belanghebbende geen credit heeft ontvangen, te wijten is aan het feit dat belanghebbende aan de Portugese belastingautoriteiten niet (voldoende) duidelijk heeft gemaakt dat het gaat om een socialezekerheidsuitkering. Dit is onvoldoende als onderbouwing. Zeker gelet op het antwoord van de Hoge Raad op de vraag van de rechtbank over de betekenis van een maatregel ter voorkoming van dubbele belasting voor de toepassing van voorwaarde b, had de inspecteur een nadere toelichting moeten geven over de aard van de credit, met name of die credit niet een maatregel ter voorkoming van dubbele belasting is. Dat geldt te meer nu de inspecteur in zijn verweerschrift ervan lijkt uit te gaan dat de (gestelde) credit juist wel gegeven wordt in het kader van de voorkoming van dubbele belasting.3

Bij gebrek aan voldoende onderbouwing door de inspecteur komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de juistheid van stellingen over het Portugese recht.

3.3.
Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat aan voorwaarde b is voldaan. Dit betekent dat het heffingsrecht over de WAO-uitkering van belanghebbende in de buitenlandse periode van € 16.745 niet aan Nederland maar aan Portugal toekomt. Het beroep is daarom gegrond. De aanslag IB/PVV voor het jaar 2016 moet wat betreft de IB worden verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van (€ 26.389 minus € 16.745 is) € 9.644.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Toetsing aan voorwaarde b</p>
<p>3.1.<br />
De rechtbank zal eerst de voorwaarde van artikel 18, tweede lid, onderdeel b van het Verdrag behandelen (hierna: voorwaarde b). De Hoge Raad heeft ter zake van voorwaarde b in zijn beslissing het volgende antwoord gegeven op een prejudiciële vraag van de rechtbank:</p>
<p>“Voor de toepassing van artikel 18, lid 2, letter b, van het Verdrag geldt dat is voldaan aan de voorwaarde dat een uitkering in de heffing wordt betrokken, wanneer die uitkering volgens de wetgeving van de woonstaat in de belastingheffing moet worden betrokken. Daarbij komt geen betekenis toe aan het effect op die heffing van maatregelen ter voorkoming van dubbele belasting.”</p>
<p>3.2.<br />
Aan voorwaarde b wordt voldaan indien de WAO-uitkering niet tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief voor inkomsten verkregen uit niet-zelfstandige arbeid, dan wel het brutobedrag van de WAO-uitkering voor minder dan 90 percent, in de belastingheffing wordt betrokken in Portugal. Niet in geschil is dat de WAO-uitkering feitelijk in Portugal volledig tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief in de belastingheffing is betrokken. Dat is echter niet doorslaggevend omdat – zie 3.1 – het erom gaat hoe de WAO-uitkering volgens de wetgeving in Portugal in de belastingheffing moet worden betrokken.</p>
<p>Nu de WAO-uitkering feitelijk volledig in de belastingheffing is betrokken tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief in Portugal, ligt het op de weg van de inspecteur om voldoende onderbouwd uiteen te zetten dat niettemin toch aan voorwaarde b is voldaan. Deze onderbouwing heeft de inspecteur niet gegeven. In zijn reactie van 23 november 2020 heeft de inspecteur volstaan met een verwijzing naar zijn verweerschrift en de reactie van 25 maart 2020 op de voorgestelde prejudiciële vragen. Dat is onvoldoende. In deze stukken is de stelling te vinden dat Portugal altijd credit verleent voor socialezekerheidsuitkeringen die het bedrag van € 10.000 overschrijden, alsmede de stelling dat de reden dat belanghebbende geen credit heeft ontvangen, te wijten is aan het feit dat belanghebbende aan de Portugese belastingautoriteiten niet (voldoende) duidelijk heeft gemaakt dat het gaat om een socialezekerheidsuitkering. Dit is onvoldoende als onderbouwing. Zeker gelet op het antwoord van de Hoge Raad op de vraag van de rechtbank over de betekenis van een maatregel ter voorkoming van dubbele belasting voor de toepassing van voorwaarde b, had de inspecteur een nadere toelichting moeten geven over de aard van de credit, met name of die credit niet een maatregel ter voorkoming van dubbele belasting is. Dat geldt te meer nu de inspecteur in zijn verweerschrift ervan lijkt uit te gaan dat de (gestelde) credit juist wel gegeven wordt in het kader van de voorkoming van dubbele belasting.3</p>
<p>Bij gebrek aan voldoende onderbouwing door de inspecteur komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de juistheid van stellingen over het Portugese recht.</p>
<p>3.3.<br />
Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat aan voorwaarde b is voldaan. Dit betekent dat het heffingsrecht over de WAO-uitkering van belanghebbende in de buitenlandse periode van € 16.745 niet aan Nederland maar aan Portugal toekomt. Het beroep is daarom gegrond. De aanslag IB/PVV voor het jaar 2016 moet wat betreft de IB worden verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van (€ 26.389 minus € 16.745 is) € 9.644.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
