<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Kamerbrief over pensioenen defensiepersoneel	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2021/06/23/kamerbrief-over-pensioenen-defensiepersoneel/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2021/06/23/kamerbrief-over-pensioenen-defensiepersoneel/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Wed, 23 Jun 2021 13:15:54 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Maarten		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/06/23/kamerbrief-over-pensioenen-defensiepersoneel/#comment-7081</link>

		<dc:creator><![CDATA[Maarten]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 23 Jun 2021 11:14:15 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=10781#comment-7081</guid>

					<description><![CDATA[Wat een ´slappe´ uitspraak in eerste aanleg. Hopelijk gaan eisers in beroep.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wat een ´slappe´ uitspraak in eerste aanleg. Hopelijk gaan eisers in beroep.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/06/23/kamerbrief-over-pensioenen-defensiepersoneel/#comment-7080</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 23 Jun 2021 09:33:33 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=10781#comment-7080</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBDHA:2021:5372
Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 26-05-2021 Datum publicatie 09-06-2021 Zaaknummer 8525237 RL EXPL 20-8964 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig Inhoudsindicatie
Eindloonregeling militairen ABP periode 2004-2018. Hoe komt de vaststelling van de in die periode op het salaris van de militairen ingehouden premie tot stand; heeft Defensie steeds de juiste bedragen ingehouden op de juiste gronden? Vindplaatsen Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0748 RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage
nv+hvb/dd Rolnr.: 8525237 RL EXPL 20-8964 26 mei 2021

 daaruit:

 3.2. Eisers leggen aan hun vorderingen, kort samengevat, het navolgende ten grondslag.
In 2004 zijn alle deelnemers aan de ABP-pensioenregeling, met uitzondering van de militairen, overgestapt van een eindloonregeling naar een middelloonregeling. Voor militairen bleef tot 2019 de eindloonregeling gehandhaafd. Gelet hierop is in 2004 tussen Defensie en de vakcentrales in het Sectoroverleg Defensie (hierna: het SOD) een koppelafspraak gemaakt. Op basis van deze koppelafspraak zou de werknemerspremie voor militairen worden verhoogd met afzonderlijke premieopslagen, wanneer handhaving van de eindloonregeling zou leiden tot meerkosten voor de Defensie. Als gevolg van de handhaving van de eindloonregeling voor militairen mochten immers geen meerkosten ontstaan voor andere overheidssectoren. Om te beoordelen of sprake is van meerkosten moeten de werkelijke eindloonkosten voor de militairen worden vergeleken met de middelloonkosten, bij de berekening waarvan moet worden uitgegaan dat de militairen deelnemen aan dezelfde middelloonregeling als die voor burgerpersoneel geldt. Dat de premieopslag is gekoppeld aan meerkosten blijkt zowel uit de tekst van de koppelafspraak uit 2004 als uit de objectief kenbare bedoeling, die volgt uit de verslagen van het SOD waarin telkenjare overleg is gepleegd over de vaststelling van de door Defensie in te houden premie in verband met de door Defensie af te dragen bedragen aan ABP vanwege de door ABP aan de militairen uit te keren ouderdomspensioenen op basis van de voor militairen geldende eindloonregeling.
Gebleken is, aldus eisers, dat er geheel geen meerkosten waren, behoudens het jaar 2014. Dat volgt uit het als productie 1 bij dagvaarding overgelegde rapport van [X] . Defensie wist ook dat er geen meerkosten waren, althans had dit moeten weten. Defensie heeft nagelaten de vakcentrales te informeren over de omstandigheid dat er geen meerkosten waren. De vakcentrales verkeerden dus ten onrechte in de veronderstelling dat telkens een premieopslag werd toegepast wegens hogere kosten van de eindloonregeling. Wanneer de vakcentrales dit wel hadden geweten dan waren de regelingen in het SOD nimmer tot stand gekomen op de wijze als zij daar zijn overeengekomen.
Defensie heeft wanprestatie gepleegd en/of onrechtmatig gehandeld, door ondanks de wetenschap dat er geen meerkosten waren toch premieopslagen te incasseren bij de militairen, onder wie eisers. Door deze wanprestatie en/of dit onrechtmatig handelen hebben eisers schade geleden. Deze schade bestaat uit de afzonderlijke premieopslagen die Defensie ten onrechte heeft ingehouden en de structurele premieopslag van 5% (de stijging van 25 naar 30%) die vanaf 2006 is ingehouden op het loon van eisers. Tot slot is Defensie schadeplichtig omdat – ondanks de lagere pensioenlasten voor militairen in de eindloonregeling – geen premieafslag is toegepast.
3.3.
Voorts leggen eisers aan hun vordering te grondslag dat Defensie zich ongerechtvaardigd heeft verrijkt ten koste van de militairen door premieopslagen in te houden voor niet bestaande meerkosten.
En voorts: Samengevatte beoordeling van de Rechtbank:

 Conclusie
5.17.
De vorderingen van eisers moeten worden afgewezen en eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
5.18.
Uit de door eisers ingenomen standpunten op basis van hun overgelegde cijfermatige inzichten leidt de kantonrechter af dat zij van mening zijn dat Defensie bij de financiering van de voor eisers geldende eindloonregeling in de periode van 2004 tot en 2018 andere (beleids)keuzes had moeten maken en/of andere regelingen had moeten treffen dan Defensie heeft gedaan. Defensie zou dan wellicht zelfs goedkoper uit zijn geweest.
Het is evenwel in de Nederlandse verhoudingen niet aan de rechter om de innerlijke waarde of de billijkheid van vastgestelde wettelijke regelingen te toetsen. Die beoordeling is aan andere organen van Defensie voorbehouden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBDHA:2021:5372<br />
Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 26-05-2021 Datum publicatie 09-06-2021 Zaaknummer 8525237 RL EXPL 20-8964 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig Inhoudsindicatie<br />
Eindloonregeling militairen ABP periode 2004-2018. Hoe komt de vaststelling van de in die periode op het salaris van de militairen ingehouden premie tot stand; heeft Defensie steeds de juiste bedragen ingehouden op de juiste gronden? Vindplaatsen Rechtspraak.nl<br />
AR-Updates.nl 2021-0748 RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage<br />
nv+hvb/dd Rolnr.: 8525237 RL EXPL 20-8964 26 mei 2021</p>
<p> daaruit:</p>
<p> 3.2. Eisers leggen aan hun vorderingen, kort samengevat, het navolgende ten grondslag.<br />
In 2004 zijn alle deelnemers aan de ABP-pensioenregeling, met uitzondering van de militairen, overgestapt van een eindloonregeling naar een middelloonregeling. Voor militairen bleef tot 2019 de eindloonregeling gehandhaafd. Gelet hierop is in 2004 tussen Defensie en de vakcentrales in het Sectoroverleg Defensie (hierna: het SOD) een koppelafspraak gemaakt. Op basis van deze koppelafspraak zou de werknemerspremie voor militairen worden verhoogd met afzonderlijke premieopslagen, wanneer handhaving van de eindloonregeling zou leiden tot meerkosten voor de Defensie. Als gevolg van de handhaving van de eindloonregeling voor militairen mochten immers geen meerkosten ontstaan voor andere overheidssectoren. Om te beoordelen of sprake is van meerkosten moeten de werkelijke eindloonkosten voor de militairen worden vergeleken met de middelloonkosten, bij de berekening waarvan moet worden uitgegaan dat de militairen deelnemen aan dezelfde middelloonregeling als die voor burgerpersoneel geldt. Dat de premieopslag is gekoppeld aan meerkosten blijkt zowel uit de tekst van de koppelafspraak uit 2004 als uit de objectief kenbare bedoeling, die volgt uit de verslagen van het SOD waarin telkenjare overleg is gepleegd over de vaststelling van de door Defensie in te houden premie in verband met de door Defensie af te dragen bedragen aan ABP vanwege de door ABP aan de militairen uit te keren ouderdomspensioenen op basis van de voor militairen geldende eindloonregeling.<br />
Gebleken is, aldus eisers, dat er geheel geen meerkosten waren, behoudens het jaar 2014. Dat volgt uit het als productie 1 bij dagvaarding overgelegde rapport van [X] . Defensie wist ook dat er geen meerkosten waren, althans had dit moeten weten. Defensie heeft nagelaten de vakcentrales te informeren over de omstandigheid dat er geen meerkosten waren. De vakcentrales verkeerden dus ten onrechte in de veronderstelling dat telkens een premieopslag werd toegepast wegens hogere kosten van de eindloonregeling. Wanneer de vakcentrales dit wel hadden geweten dan waren de regelingen in het SOD nimmer tot stand gekomen op de wijze als zij daar zijn overeengekomen.<br />
Defensie heeft wanprestatie gepleegd en/of onrechtmatig gehandeld, door ondanks de wetenschap dat er geen meerkosten waren toch premieopslagen te incasseren bij de militairen, onder wie eisers. Door deze wanprestatie en/of dit onrechtmatig handelen hebben eisers schade geleden. Deze schade bestaat uit de afzonderlijke premieopslagen die Defensie ten onrechte heeft ingehouden en de structurele premieopslag van 5% (de stijging van 25 naar 30%) die vanaf 2006 is ingehouden op het loon van eisers. Tot slot is Defensie schadeplichtig omdat – ondanks de lagere pensioenlasten voor militairen in de eindloonregeling – geen premieafslag is toegepast.<br />
3.3.<br />
Voorts leggen eisers aan hun vordering te grondslag dat Defensie zich ongerechtvaardigd heeft verrijkt ten koste van de militairen door premieopslagen in te houden voor niet bestaande meerkosten.<br />
En voorts: Samengevatte beoordeling van de Rechtbank:</p>
<p> Conclusie<br />
5.17.<br />
De vorderingen van eisers moeten worden afgewezen en eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.<br />
5.18.<br />
Uit de door eisers ingenomen standpunten op basis van hun overgelegde cijfermatige inzichten leidt de kantonrechter af dat zij van mening zijn dat Defensie bij de financiering van de voor eisers geldende eindloonregeling in de periode van 2004 tot en 2018 andere (beleids)keuzes had moeten maken en/of andere regelingen had moeten treffen dan Defensie heeft gedaan. Defensie zou dan wellicht zelfs goedkoper uit zijn geweest.<br />
Het is evenwel in de Nederlandse verhoudingen niet aan de rechter om de innerlijke waarde of de billijkheid van vastgestelde wettelijke regelingen te toetsen. Die beoordeling is aan andere organen van Defensie voorbehouden.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
