<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: KBB en Hoge Raad uitspraak over massaal bezwaar box 3	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Tue, 06 Feb 2024 09:36:09 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Ed Roosen		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-13608</link>

		<dc:creator><![CDATA[Ed Roosen]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 06 Feb 2024 09:36:02 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-13608</guid>

					<description><![CDATA[&lt;strong&gt;40 praktijkvragen box 3 aan de staatssecretaris van Financiën en een verzoek aan de Hoge Raad&lt;/strong&gt;.

De discussie over de vraag of en hoe de box 3-heffing verschuldigd is over het werkelijk rendement in plaats van het forfaitair rendement is nog lang niet afgerond. Als burgers voortaan belasting moeten betalen over hun werkelijk rendement in box 3 is de hamvraag: wat moeten we  verstaan onder het begrip ‘werkelijk rendement’?
Op de website van taxlive wordt stilgestaan bij  40 vragen die in de praktijk spelen aan de hand van een alledaagse casus en waarop nu nog geen zwart-wit antwoord is te geven omdat het nog steeds een grijs gebied is.
&lt;a href=&quot;https://www.taxlive.nl/nl/documenten/opinie/columns/40-praktijkvragen-box-3-aan-de-staatssecretaris-van-financien-en-een-verzoek-aan-de-hoge-raad/&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow ugc&quot;&gt;https://www.taxlive.nl/nl/documenten/opinie/columns/40-praktijkvragen-box-3-aan-de-staatssecretaris-van-financien-en-een-verzoek-aan-de-hoge-raad/&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>40 praktijkvragen box 3 aan de staatssecretaris van Financiën en een verzoek aan de Hoge Raad</strong>.</p>
<p>De discussie over de vraag of en hoe de box 3-heffing verschuldigd is over het werkelijk rendement in plaats van het forfaitair rendement is nog lang niet afgerond. Als burgers voortaan belasting moeten betalen over hun werkelijk rendement in box 3 is de hamvraag: wat moeten we  verstaan onder het begrip ‘werkelijk rendement’?<br />
Op de website van taxlive wordt stilgestaan bij  40 vragen die in de praktijk spelen aan de hand van een alledaagse casus en waarop nu nog geen zwart-wit antwoord is te geven omdat het nog steeds een grijs gebied is.<br />
<a href="https://www.taxlive.nl/nl/documenten/opinie/columns/40-praktijkvragen-box-3-aan-de-staatssecretaris-van-financien-en-een-verzoek-aan-de-hoge-raad/" target="_blank" rel="noopener nofollow ugc">https://www.taxlive.nl/nl/documenten/opinie/columns/40-praktijkvragen-box-3-aan-de-staatssecretaris-van-financien-en-een-verzoek-aan-de-hoge-raad/</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-13277</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 25 Oct 2023 10:39:20 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-13277</guid>

					<description><![CDATA[Commentaar jdv:
Er zijn dus twee mogelijkheden waardoor buitenlands belastingplichtigen eerder voor KBB of toepassing van de Schumackerdoctrine in aanmerking zouden kunnen komen:
1. door de (voortdurend verschuivende) jurisprudentie waarbij rechters steeds meer geneigd zijn werkelijke rendementen op ook andere vermogenscategorieen dan bankrekeningen in aanmerkingen te nemen (in plats van hoge fictieve rendementen uit de huidige wetgeving)
2. door (vooralsnog de Rechtbank Breda) onverbindend verklaren van art. 7.8. lid 7 Wetib2001dat voorschrijft het inkomenscriterium van 90% te toetsen aan de hand van de Ned. definities van wereldinkomen en Ned. belast inkomen. In plaats daarvan dient volgens de Rechtbank de woonstaatdefinitie van inkomen te gelden. Niet helemaal duidelijk is of een belastingplichtige nooit meer een beroep zou kunnen doen op art. 7.8. lid 7, ook als dat gnstiger voor hem zou  zijn.

Overigens heeft het Hof Den Bosch voor de toetsing op het woonstaatcriterium  in het zgn Stappenplan eveneens de woonstaatdefinitie van inkomen als doorslaggevend beschouwd.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Commentaar jdv:<br />
Er zijn dus twee mogelijkheden waardoor buitenlands belastingplichtigen eerder voor KBB of toepassing van de Schumackerdoctrine in aanmerking zouden kunnen komen:<br />
1. door de (voortdurend verschuivende) jurisprudentie waarbij rechters steeds meer geneigd zijn werkelijke rendementen op ook andere vermogenscategorieen dan bankrekeningen in aanmerkingen te nemen (in plats van hoge fictieve rendementen uit de huidige wetgeving)<br />
2. door (vooralsnog de Rechtbank Breda) onverbindend verklaren van art. 7.8. lid 7 Wetib2001dat voorschrijft het inkomenscriterium van 90% te toetsen aan de hand van de Ned. definities van wereldinkomen en Ned. belast inkomen. In plaats daarvan dient volgens de Rechtbank de woonstaatdefinitie van inkomen te gelden. Niet helemaal duidelijk is of een belastingplichtige nooit meer een beroep zou kunnen doen op art. 7.8. lid 7, ook als dat gnstiger voor hem zou  zijn.</p>
<p>Overigens heeft het Hof Den Bosch voor de toetsing op het woonstaatcriterium  in het zgn Stappenplan eveneens de woonstaatdefinitie van inkomen als doorslaggevend beschouwd.</p>
<ul class="wpcomment-ul"><li class="wpcomment-li"><strong>Hoedanigheid:</strong> - Adviseur</li></ul>]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-12329</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 10 May 2023 11:16:24 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-12329</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBZWB:2023:2777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-04-2023, BRE - 21 _ 4922
Datum uitspraak:24-04-2023Datum publicatie:10-05-2023Rechtsgebieden:Bestuursrecht; BelastingrechtBijzondere kenmerken:Eerste aanleg -  enkelvoudig Vindplaatsen:Rechtspraak.nlInhoudsindicatie:Aanslag IB/PVV 2015.  

Inwoner van België die werkt in Nederland. De inspecteur weigert hypotheekrenteaftrek omdat het (in België te belasten) box 3 inkomen hoog is. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de jurisprudentie van het EU Hof van Justitie dat bij de beoordeling van de vraag of in de woonstaat rekening kan worden gehouden met de persoonlijke en gezinssituatie van de belastingplichtige, uitgegaan moet worden van het in de woonstaat te belasten inkomen volgens de regels van die woonstaat. De rechtbank acht daarom artikel 7.8, zevende lid, van de Wet IB 2001 onverbindend. Uitgaande van het in de Belgie te belasten inkomen volgens de regels van Belgie is nagenoeg het gehele gezinsinkomen van belanghebbende in Nederland onderworpen aan IB. Als gevolg daarvan kwalificeren belanghebbende en zijn echtgenote als buitenlandse belastingplichtigen als bedoeld in artikel 7.8, zesde lid en achtste lid, van de Wet IB 2001 en hebben zij recht op toepassing van de eigenwoningregeling

&lt;a href=&quot;https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/resultaat?zoekterm=buitenland&#038;inhoudsindicatie=zt0&#038;publicatiestatus=ps1&#038;rechtsgebied=r6,r12&#038;sort=PublicatieDatumDesc&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow ugc&quot;&gt;https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/resultaat?zoekterm=buitenland&amp;inhoudsindicatie=zt0&amp;publicatiestatus=ps1&amp;rechtsgebied=r6,r12&amp;sort=PublicatieDatumDesc&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBZWB:2023:2777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-04-2023, BRE &#8211; 21 _ 4922<br />
Datum uitspraak:24-04-2023Datum publicatie:10-05-2023Rechtsgebieden:Bestuursrecht; BelastingrechtBijzondere kenmerken:Eerste aanleg &#8211;  enkelvoudig Vindplaatsen:Rechtspraak.nlInhoudsindicatie:Aanslag IB/PVV 2015.  </p>
<p>Inwoner van België die werkt in Nederland. De inspecteur weigert hypotheekrenteaftrek omdat het (in België te belasten) box 3 inkomen hoog is. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de jurisprudentie van het EU Hof van Justitie dat bij de beoordeling van de vraag of in de woonstaat rekening kan worden gehouden met de persoonlijke en gezinssituatie van de belastingplichtige, uitgegaan moet worden van het in de woonstaat te belasten inkomen volgens de regels van die woonstaat. De rechtbank acht daarom artikel 7.8, zevende lid, van de Wet IB 2001 onverbindend. Uitgaande van het in de Belgie te belasten inkomen volgens de regels van Belgie is nagenoeg het gehele gezinsinkomen van belanghebbende in Nederland onderworpen aan IB. Als gevolg daarvan kwalificeren belanghebbende en zijn echtgenote als buitenlandse belastingplichtigen als bedoeld in artikel 7.8, zesde lid en achtste lid, van de Wet IB 2001 en hebben zij recht op toepassing van de eigenwoningregeling</p>
<p><a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/resultaat?zoekterm=buitenland&amp;inhoudsindicatie=zt0&amp;publicatiestatus=ps1&amp;rechtsgebied=r6,r12&amp;sort=PublicatieDatumDesc" target="_blank" rel="noopener nofollow ugc">https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/resultaat?zoekterm=buitenland&#038;inhoudsindicatie=zt0&#038;publicatiestatus=ps1&#038;rechtsgebied=r6,r12&#038;sort=PublicatieDatumDesc</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10775</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 12 Jul 2022 09:25:14 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-10775</guid>

					<description><![CDATA[Zie deze brief van Staatssecretaris van Rij naar de Tweede Kamer 8 juli 2022
 &lt;a href=&quot;https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z14815&#038;did=2022D30513&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z14815&amp;did=2022D30513&lt;/a&gt;
Geachte voorzitter,
In mijn brief van 28 april jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over het rechtsherstel inzake box 3 naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (hierna: Kerstarrest).  Het rechtsherstel geldt voor belastingplichtigen die vielen onder de massaal bezwaarprocedures voor box 3 (2017-2020) en voor alle belastingplichtigen wiens definitieve aanslag nog niet onherroepelijk vaststond of nog moest worden opgelegd op de datum van het Kerstarrest. 

Zie hier voor een samenvatting:
 &lt;a href=&quot;https://www.taxence.nl/nieuws/van-rij-stuurt-scenarios-voor-rechtsherstel-box-3-niet-bezwaarmakers/&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.taxence.nl/nieuws/van-rij-stuurt-scenarios-voor-rechtsherstel-box-3-niet-bezwaarmakers/&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zie deze brief van Staatssecretaris van Rij naar de Tweede Kamer 8 juli 2022<br />
 <a href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z14815&amp;did=2022D30513" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z14815&#038;did=2022D30513</a><br />
Geachte voorzitter,<br />
In mijn brief van 28 april jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over het rechtsherstel inzake box 3 naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (hierna: Kerstarrest).  Het rechtsherstel geldt voor belastingplichtigen die vielen onder de massaal bezwaarprocedures voor box 3 (2017-2020) en voor alle belastingplichtigen wiens definitieve aanslag nog niet onherroepelijk vaststond of nog moest worden opgelegd op de datum van het Kerstarrest. </p>
<p>Zie hier voor een samenvatting:<br />
 <a href="https://www.taxence.nl/nieuws/van-rij-stuurt-scenarios-voor-rechtsherstel-box-3-niet-bezwaarmakers/" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.taxence.nl/nieuws/van-rij-stuurt-scenarios-voor-rechtsherstel-box-3-niet-bezwaarmakers/</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10715</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 01 Jul 2022 10:03:15 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-10715</guid>

					<description><![CDATA[In verband met de mogelijkheid alsnog kwalificerende buitenlands belastingplichtige te worden voor de belastingjaren 2017 t/m 2021 adviseer ik degenen die het aangaat opnieuw aangifte inkomstenbelasting te doen (kan binnen 5 jaren), uiteraard indien dat (door heffingskortingen of aftrekposten die aan een KBB&#039;er toegekend worden) voldoende financieel voordeel oplevert. Zo nodig in bezwaar en beroep kan beroep gedaan worden op de mei-uitspraak van de Rechtbank Breda die ik hierboven citeerde. Het zal dan over het algemeen gaan over situaties waarbij een vrij groot vermogen grotendeels op de bank is gezet (en dus niet is belegd of anderszins in bezit is geweest). Het Besluit biedt de mogelijkheid te voren uit te rekenen  hoe groot het verschil per jaar zal zijn tussen het werkelijke voordeel uit sparen en beleggen (box3 ) en het indertijd geldende forfaitaire voordeel, en dus ook de vraag of bij hanteren werkelijke voordeel aan het 90% inkomenscriterium voor KBB  is voldaan.
Deze procedure zal bij gepensioneerde verdragsgerechtigden eventueel ook van belang zijn voor de ninbi- aangifte, als het WLZ pseudo premieinkomen, als grondslag in de CAK-bijdrage,  hersteld moet worden vanwege een resulterend lager inkomen.
 Ik zie niet de mogelijkheid rechtsreeks om ambtshalve vermindering bij het CAK te verzoeken. Immers de Belastingdienst is opgedragen de inkomensgrondslagen voor  de CAK-bijdrage aan te leveren aan het CAK, dus deze zo nodig ook te herzien. Het CAK kan dat niet eigenhandig doen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In verband met de mogelijkheid alsnog kwalificerende buitenlands belastingplichtige te worden voor de belastingjaren 2017 t/m 2021 adviseer ik degenen die het aangaat opnieuw aangifte inkomstenbelasting te doen (kan binnen 5 jaren), uiteraard indien dat (door heffingskortingen of aftrekposten die aan een KBB&#8217;er toegekend worden) voldoende financieel voordeel oplevert. Zo nodig in bezwaar en beroep kan beroep gedaan worden op de mei-uitspraak van de Rechtbank Breda die ik hierboven citeerde. Het zal dan over het algemeen gaan over situaties waarbij een vrij groot vermogen grotendeels op de bank is gezet (en dus niet is belegd of anderszins in bezit is geweest). Het Besluit biedt de mogelijkheid te voren uit te rekenen  hoe groot het verschil per jaar zal zijn tussen het werkelijke voordeel uit sparen en beleggen (box3 ) en het indertijd geldende forfaitaire voordeel, en dus ook de vraag of bij hanteren werkelijke voordeel aan het 90% inkomenscriterium voor KBB  is voldaan.<br />
Deze procedure zal bij gepensioneerde verdragsgerechtigden eventueel ook van belang zijn voor de ninbi- aangifte, als het WLZ pseudo premieinkomen, als grondslag in de CAK-bijdrage,  hersteld moet worden vanwege een resulterend lager inkomen.<br />
 Ik zie niet de mogelijkheid rechtsreeks om ambtshalve vermindering bij het CAK te verzoeken. Immers de Belastingdienst is opgedragen de inkomensgrondslagen voor  de CAK-bijdrage aan te leveren aan het CAK, dus deze zo nodig ook te herzien. Het CAK kan dat niet eigenhandig doen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10714</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 01 Jul 2022 09:48:50 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-10714</guid>

					<description><![CDATA[Zie: &lt;a href=&quot;https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-17063.html&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-17063.html&lt;/a&gt;
Inkomstenbelasting. Besluit rechtsherstel box 3 Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek Besluit van 28 juni 2022, nr. 2022-176296 De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963, bevat dit besluit de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen in box 3 voor nog niet onherroepelijk vaststaande en nog niet vastgestelde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022., daaruit:

 2. Doelgroepen rechtsherstel box 3
 Rechtsherstel wordt geboden aan drie groepen belastingplichtigen en uitsluitend voor aanslagen inkomstenbelasting voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022. Ten eerste wordt per kalenderjaar rechtsherstel geboden aan belastingplichtigen die tijdig voor dat betreffende kalenderjaar een bezwaarschrift hebben ingediend tegen de aanslag inkomstenbelasting en van wie het bezwaar is aangewezen als massaal bezwaar als bedoeld in artikel 25c AWR (doelgroep 1). Ten tweede wordt per kalenderjaar rechtsherstel geboden aan belastingplichtigen van wie een vastgestelde aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit sparen en beleggen, op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond en die niet hebben meegelopen met de hiervoor genoemde massaalbezwaarprocedure en aan belastingplichtigen van wie een aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit sparen en beleggen, na 24 december 2021 en voor de inwerkingtreding van dit besluit is vastgesteld zonder dat daarbij rekening is gehouden met het eerdergenoemde arrest (doelgroep 2). Ten derde wordt per kalenderjaar rechtsherstel geboden aan belastingplichtigen van wie de aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit en sparen en beleggen, bij de inwerkingtreding van dit besluit nog niet is vastgesteld (doelgroep 3).4 Voor alle doelgroepen geldt dat het rechtsherstel enkel wordt geboden als het berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen lager is dan het op grond van de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen. Als dit niet het geval is, wordt geen rechtsherstel geboden. 3. Vormgeving van het rechtsherstel In dit onderdeel wordt ingegaan op de wijze waarop het voordeel uit sparen en beleggen in het rechtsherstel wordt berekend (onderdeel 3.1) en wanneer de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd of wordt vastgesteld op basis van het berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen (onderdeel 3.2).
(..)
 3.1 Berekening nieuwe voordeel uit sparen en beleggen Bij het rechtsherstel wordt uitgegaan van de werkelijke (in de aangifte inkomstenbelasting aangegeven) samenstelling van het vermogen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor iedere vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage. Het nieuwe voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend door vier stappen te doorlopen. Voor zover deze stappen niet afwijken van het wettelijke kader, gelden de wettelijke bepalingen onverkort (zoals de in hoofdstuk 5 Wet IB 2001 opgenomen vrijstellingen). 
Stap 1 – splitsen van de bezittingen en schulden in drie vermogenscategorieën
Stap 2 – berekenen van het rendement in de verschillende vermogenscategorieën 
Stap 3 – berekenen van het rendementspercentage
Stap 4 – berekenen van het nieuwe voordeel uit sparen en beleggen
(..)
 3.2 Vermindering of vaststelling van de aanslag Voor de gevolgen van het rechtsherstel aan de in onderdeel 2 beschreven doelgroepen is van belang of al een aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld (onderdeel 3.2.1) of nog moet worden vastgesteld (onderdeel 3.2.2). 3.2.1 Reeds vastgestelde aanslagen Als een aanslag inkomstenbelasting voor een kalenderjaar reeds is vastgesteld, dan is van belang of het in onderdeel 3.1 berekende voordeel uit sparen en beleggen lager of hoger is dan het in de aanslag ingevolge de wet vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat lager is dan het in de aanslag inkomstenbelasting voor het betreffende kalenderjaar wettelijk vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen, dan vermindert de inspecteur de aanslag rekening houdend met het verschil tussen het op grond van onderdeel 3.1 berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen en het in de aanslag ingevolge de wet vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen. Hiertoe hoeft de belastingplichtige geen verzoek in te dienen. Een wijziging van het voordeel uit sparen en beleggen werkt door in het verzamelinkomen en kan daarmee gevolgen hebben voor andere onderdelen uit de aanslag inkomstenbelasting en andere inkomensafhankelijke regelingen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het in de aanslag inkomstenbelasting voor het betreffende kalenderjaar wettelijk vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt de aanslag niet aangepast. De belastingplichtige ontvangt hierover een besluit. 3.2.2 Aanslagen die nog moeten worden vastgesteld Als een aanslag inkomstenbelasting voor een kalenderjaar nog moet worden vastgesteld, dan is van belang of het in onderdeel 3.1 berekende voordeel uit sparen en beleggen lager of hoger is dan het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat lager is dan het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt de aanslag inkomstenbelasting vastgesteld naar het in onderdeel 3.1 berekende voordeel uit sparen en beleggen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt de aanslag vastgesteld naar het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen. 4. Rechtsbescherming Als een belastingplichtige het niet eens is met het conform dit besluit geboden rechtsherstel of met het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, geniet hij rechtsbescherming op de wijze waarin de wet voorziet. De bestaande mogelijkheden van rechtsbescherming worden hieronder per in onderdeel 2 beschreven doelgroep toegelicht. Doelgroep 1 Het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, zijn niet voor bezwaar vatbaar. Als een belastingplichtige het niet eens is met het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, kan hij een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Doelgroep 2 Het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, zijn niet voor bezwaar vatbaar. Als een belastingplichtige het niet eens is met het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, kan hij een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. 4 Staatscourant 2022 nr. 17063 30 juni 2022  Daarnaast kunnen er belastingplichtigen zijn die bij de inwerkingtreding van dit besluit nog bezwaar kunnen maken of dat reeds hebben gedaan. Doelgroep 3 Een belastingplichtige kan binnen zes weken na dagtekening van de aanslag inkomstenbelasting bezwaar maken bij de inspecteur. Daarnaast kan een belastingplichtige om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting verzoeken. Ambtshalve vermindering Het hierboven genoemde verzoek om ambtshalve vermindering moet zijn ingediend binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. Tenzij ik anders beslis, kan jurisprudentie die is gewezen nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan, geen aanleiding zijn om die aanslag ambtshalve te verminderen. Om die reden zal de inspecteur een verzoek (om rechtsherstel) afwijzen van een belastingplichtige die niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit sparen en beleggen. Tegen deze afwijzing staat bezwaar en beroep open.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zie: <a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-17063.html" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-17063.html</a><br />
Inkomstenbelasting. Besluit rechtsherstel box 3 Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek Besluit van 28 juni 2022, nr. 2022-176296 De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963, bevat dit besluit de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen in box 3 voor nog niet onherroepelijk vaststaande en nog niet vastgestelde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022., daaruit:</p>
<p> 2. Doelgroepen rechtsherstel box 3<br />
 Rechtsherstel wordt geboden aan drie groepen belastingplichtigen en uitsluitend voor aanslagen inkomstenbelasting voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022. Ten eerste wordt per kalenderjaar rechtsherstel geboden aan belastingplichtigen die tijdig voor dat betreffende kalenderjaar een bezwaarschrift hebben ingediend tegen de aanslag inkomstenbelasting en van wie het bezwaar is aangewezen als massaal bezwaar als bedoeld in artikel 25c AWR (doelgroep 1). Ten tweede wordt per kalenderjaar rechtsherstel geboden aan belastingplichtigen van wie een vastgestelde aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit sparen en beleggen, op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond en die niet hebben meegelopen met de hiervoor genoemde massaalbezwaarprocedure en aan belastingplichtigen van wie een aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit sparen en beleggen, na 24 december 2021 en voor de inwerkingtreding van dit besluit is vastgesteld zonder dat daarbij rekening is gehouden met het eerdergenoemde arrest (doelgroep 2). Ten derde wordt per kalenderjaar rechtsherstel geboden aan belastingplichtigen van wie de aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit en sparen en beleggen, bij de inwerkingtreding van dit besluit nog niet is vastgesteld (doelgroep 3).4 Voor alle doelgroepen geldt dat het rechtsherstel enkel wordt geboden als het berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen lager is dan het op grond van de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen. Als dit niet het geval is, wordt geen rechtsherstel geboden. 3. Vormgeving van het rechtsherstel In dit onderdeel wordt ingegaan op de wijze waarop het voordeel uit sparen en beleggen in het rechtsherstel wordt berekend (onderdeel 3.1) en wanneer de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd of wordt vastgesteld op basis van het berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen (onderdeel 3.2).<br />
(..)<br />
 3.1 Berekening nieuwe voordeel uit sparen en beleggen Bij het rechtsherstel wordt uitgegaan van de werkelijke (in de aangifte inkomstenbelasting aangegeven) samenstelling van het vermogen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor iedere vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage. Het nieuwe voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend door vier stappen te doorlopen. Voor zover deze stappen niet afwijken van het wettelijke kader, gelden de wettelijke bepalingen onverkort (zoals de in hoofdstuk 5 Wet IB 2001 opgenomen vrijstellingen).<br />
Stap 1 – splitsen van de bezittingen en schulden in drie vermogenscategorieën<br />
Stap 2 – berekenen van het rendement in de verschillende vermogenscategorieën<br />
Stap 3 – berekenen van het rendementspercentage<br />
Stap 4 – berekenen van het nieuwe voordeel uit sparen en beleggen<br />
(..)<br />
 3.2 Vermindering of vaststelling van de aanslag Voor de gevolgen van het rechtsherstel aan de in onderdeel 2 beschreven doelgroepen is van belang of al een aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld (onderdeel 3.2.1) of nog moet worden vastgesteld (onderdeel 3.2.2). 3.2.1 Reeds vastgestelde aanslagen Als een aanslag inkomstenbelasting voor een kalenderjaar reeds is vastgesteld, dan is van belang of het in onderdeel 3.1 berekende voordeel uit sparen en beleggen lager of hoger is dan het in de aanslag ingevolge de wet vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat lager is dan het in de aanslag inkomstenbelasting voor het betreffende kalenderjaar wettelijk vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen, dan vermindert de inspecteur de aanslag rekening houdend met het verschil tussen het op grond van onderdeel 3.1 berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen en het in de aanslag ingevolge de wet vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen. Hiertoe hoeft de belastingplichtige geen verzoek in te dienen. Een wijziging van het voordeel uit sparen en beleggen werkt door in het verzamelinkomen en kan daarmee gevolgen hebben voor andere onderdelen uit de aanslag inkomstenbelasting en andere inkomensafhankelijke regelingen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het in de aanslag inkomstenbelasting voor het betreffende kalenderjaar wettelijk vastgestelde voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt de aanslag niet aangepast. De belastingplichtige ontvangt hierover een besluit. 3.2.2 Aanslagen die nog moeten worden vastgesteld Als een aanslag inkomstenbelasting voor een kalenderjaar nog moet worden vastgesteld, dan is van belang of het in onderdeel 3.1 berekende voordeel uit sparen en beleggen lager of hoger is dan het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat lager is dan het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt de aanslag inkomstenbelasting vastgesteld naar het in onderdeel 3.1 berekende voordeel uit sparen en beleggen. Als de berekening in onderdeel 3.1 leidt tot een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt de aanslag vastgesteld naar het voor het betreffende kalenderjaar ingevolge de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen. 4. Rechtsbescherming Als een belastingplichtige het niet eens is met het conform dit besluit geboden rechtsherstel of met het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, geniet hij rechtsbescherming op de wijze waarin de wet voorziet. De bestaande mogelijkheden van rechtsbescherming worden hieronder per in onderdeel 2 beschreven doelgroep toegelicht. Doelgroep 1 Het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, zijn niet voor bezwaar vatbaar. Als een belastingplichtige het niet eens is met het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, kan hij een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Doelgroep 2 Het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, zijn niet voor bezwaar vatbaar. Als een belastingplichtige het niet eens is met het besluit tot vermindering van de aanslag inkomstenbelasting of het besluit dat geen rechtsherstel wordt geboden, kan hij een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. 4 Staatscourant 2022 nr. 17063 30 juni 2022  Daarnaast kunnen er belastingplichtigen zijn die bij de inwerkingtreding van dit besluit nog bezwaar kunnen maken of dat reeds hebben gedaan. Doelgroep 3 Een belastingplichtige kan binnen zes weken na dagtekening van de aanslag inkomstenbelasting bezwaar maken bij de inspecteur. Daarnaast kan een belastingplichtige om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting verzoeken. Ambtshalve vermindering Het hierboven genoemde verzoek om ambtshalve vermindering moet zijn ingediend binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. Tenzij ik anders beslis, kan jurisprudentie die is gewezen nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan, geen aanleiding zijn om die aanslag ambtshalve te verminderen. Om die reden zal de inspecteur een verzoek (om rechtsherstel) afwijzen van een belastingplichtige die niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit sparen en beleggen. Tegen deze afwijzing staat bezwaar en beroep open.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10489</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 11 May 2022 15:50:32 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-10489</guid>

					<description><![CDATA[Bij uitspraak van 10 mei 2022 heeft de Rechtbank Breda gevolg gegeven aan het kerstarrest van de hoge Raad door op basis daarvan een in Duitsland wonende buitenlands belastingplichtige alsnog als kwalificerend aan te merken aangezien zijn werkelijke box 3 rendement (649 Euro) ver beneden het forfaitaire rendement (ong. 15000 Euro) lag, waardoor hij alsnog aan de 90% inkomenseis voldeed. Ten principale is dit een belangrijke uitspraak, zij het dat niet alle geclaimde onderhoudsverplichtingen in aftrek gehonoreerd zijn. Het gaat  om arrest BRE21/12 IBPVV, waaruit ik uitgebreider zal citeren na publicatie. De VBNGB ondersteunde deze zaak.
 Af te wachten is of de belastingnspecteur in hoger beroep zal gaan .]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Bij uitspraak van 10 mei 2022 heeft de Rechtbank Breda gevolg gegeven aan het kerstarrest van de hoge Raad door op basis daarvan een in Duitsland wonende buitenlands belastingplichtige alsnog als kwalificerend aan te merken aangezien zijn werkelijke box 3 rendement (649 Euro) ver beneden het forfaitaire rendement (ong. 15000 Euro) lag, waardoor hij alsnog aan de 90% inkomenseis voldeed. Ten principale is dit een belangrijke uitspraak, zij het dat niet alle geclaimde onderhoudsverplichtingen in aftrek gehonoreerd zijn. Het gaat  om arrest BRE21/12 IBPVV, waaruit ik uitgebreider zal citeren na publicatie. De VBNGB ondersteunde deze zaak.<br />
 Af te wachten is of de belastingnspecteur in hoger beroep zal gaan .</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10488</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 11 May 2022 11:29:43 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-10488</guid>

					<description><![CDATA[Commentaar jdv: hoewel de opsomming niet limitatief blijkt te zijn is opvallend dat de regeling kwalificerende buitenlandse belastingplicht niet genoemd is. Zoals hierboven genoemd kan deze wel degelijk in het geding zijn, namelijk indien bij hertoetsing op het 90% inkomenscriterium blijkt dat men alsnog wel aan dit criterium voldoet.
 Evenmin wordt de CAK bijdrage van verdragsgerechtigden genoemd die, waarschijnlijk in minder gevallen, ook verlaagd zou moeten worden bij toepassing werkelijk rendement in box 3.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Commentaar jdv: hoewel de opsomming niet limitatief blijkt te zijn is opvallend dat de regeling kwalificerende buitenlandse belastingplicht niet genoemd is. Zoals hierboven genoemd kan deze wel degelijk in het geding zijn, namelijk indien bij hertoetsing op het 90% inkomenscriterium blijkt dat men alsnog wel aan dit criterium voldoet.<br />
 Evenmin wordt de CAK bijdrage van verdragsgerechtigden genoemd die, waarschijnlijk in minder gevallen, ook verlaagd zou moeten worden bij toepassing werkelijk rendement in box 3.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10487</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 11 May 2022 11:22:14 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-10487</guid>

					<description><![CDATA[Kamerbrief van staatssecretaris over rechtsherstel box 3:

Datum10 mei 2022BetreftRegelingen waarop het rechtsherstel box 3 effect heeft
Geachte voorzitter, 

In mijn brief van 28 april jl.1 heb ik uw Kamer gemeld dat er diverse (inkomensafhankelijke) regelingen zijn waar doorwerking plaatsvindt bij aanpassing van het verzamelinkomen naar aanleiding van het rechtsherstel box-3. 
Tijdens het commissiedebat ‘Opties voor rechtsherstel box-3’ op 20 april jl. heb ik in antwoord op een vraag van het lid Omtzigt ook toegezegd uw Kamer te informeren over welke regelingen het tenminste gaat. 
Het rechtsherstel box-3 zal voor veel burgers tot gevolg hebben dat het box 3-inkomen daalt, waardoor ook het verzamelinkomen daalt. Voor regelingen die de omvang van de vergoeding afhankelijk stellen van dit verzamelinkomen kan daarmee sprake zijn van een doorwerking. De Belastingdienst levert het aangepaste verzamelinkomen aan; uitvoering wordt gedaan door een veelheid aan organisaties die dit gegeven afnemen. 
Uit een interdepartementale inventarisatie zijn tenminste de volgende regelingen naar voren gekomen waarvan reeds bekend is, of verwacht wordt, dat er sprake is van budgettaire impact: 
1 Kamerstukken II, 2021-2022, 3240, nr. 106. 
Daarnaast zijn er enkele regelingen die gebruik maken van het verzamelinkomen, waarbij het zou kunnen zijn dat er een effect optreedt. Dit zijn onder andere erfbelasting, Wet op de Rechtsbijstand, Energiebespaarlening via het Warmtefonds en de huurtoeslag. Een uitvoeringstoets zal uitsluitsel moeten bieden. 
Voor de bepaling van de precieze effecten van het rechtsherstel box-3 op deze en mogelijk andere regelingen die gebruik maken van het verzamelinkomen, worden de geëigende stappen doorlopen: na besluitvorming wordt de uitvoerbaarheid getoetst door middel van een uitvoeringstoets. Uitgangspunt is dat waar dit doorwerkt naar regelingen die worden uitgevoerd door de Belastingdienst en DG Toeslagen dit bij het herstel automatisch wordt aangepast. De burger hoeft hier geen actie voor te ondernemen. 
Over hoe dit er precies uitziet voor andere regelingen ben ik in overleg met de departementen wier regelgeving het betreft. 
De budgettaire derving van deze doorwerking naar andere regelingen is onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming, zoals vermeld in de Kamerbrief van 28 april jl. 
Hoogachtend, 
de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst 
Marnix L.A. van Rij
 Regeling :	Uitgevoerd door:

1 	Kinderopvangtoeslag 	DG Toeslagen 
2 	Wet Kindgebonden Budget 	DG Toeslagen 
3 	Zorgtoeslag 	DG Toeslagen 
4 	Ouderenkorting 	Belastingdienst 
5 	Aanvullende Beurs 	DUO 
6 	Tegemoetkoming uit de Wet tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Scholing (WTOS) 	DUO 
7 	Draagkrachtberekening 	DUO 
8 	Bijverdiengrens in het MBO 	DUO 
9 	Inkomensafhankelijke hogere huurverhoging 	Verhuurders (Belastingdienst levert op aanvraag gegevens) 
10 	Eigen Bijdrage WLZ/WMO 	CAK 

&lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/kamerstukken/2022/05/10/kamerbrief-regelingen-waarop-het-rechtsherstel-box-3-effect-heeft&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/kamerstukken/2022/05/10/kamerbrief-regelingen-waarop-het-rechtsherstel-box-3-effect-heeft&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Kamerbrief van staatssecretaris over rechtsherstel box 3:</p>
<p>Datum10 mei 2022BetreftRegelingen waarop het rechtsherstel box 3 effect heeft<br />
Geachte voorzitter, </p>
<p>In mijn brief van 28 april jl.1 heb ik uw Kamer gemeld dat er diverse (inkomensafhankelijke) regelingen zijn waar doorwerking plaatsvindt bij aanpassing van het verzamelinkomen naar aanleiding van het rechtsherstel box-3.<br />
Tijdens het commissiedebat ‘Opties voor rechtsherstel box-3’ op 20 april jl. heb ik in antwoord op een vraag van het lid Omtzigt ook toegezegd uw Kamer te informeren over welke regelingen het tenminste gaat.<br />
Het rechtsherstel box-3 zal voor veel burgers tot gevolg hebben dat het box 3-inkomen daalt, waardoor ook het verzamelinkomen daalt. Voor regelingen die de omvang van de vergoeding afhankelijk stellen van dit verzamelinkomen kan daarmee sprake zijn van een doorwerking. De Belastingdienst levert het aangepaste verzamelinkomen aan; uitvoering wordt gedaan door een veelheid aan organisaties die dit gegeven afnemen.<br />
Uit een interdepartementale inventarisatie zijn tenminste de volgende regelingen naar voren gekomen waarvan reeds bekend is, of verwacht wordt, dat er sprake is van budgettaire impact:<br />
1 Kamerstukken II, 2021-2022, 3240, nr. 106.<br />
Daarnaast zijn er enkele regelingen die gebruik maken van het verzamelinkomen, waarbij het zou kunnen zijn dat er een effect optreedt. Dit zijn onder andere erfbelasting, Wet op de Rechtsbijstand, Energiebespaarlening via het Warmtefonds en de huurtoeslag. Een uitvoeringstoets zal uitsluitsel moeten bieden.<br />
Voor de bepaling van de precieze effecten van het rechtsherstel box-3 op deze en mogelijk andere regelingen die gebruik maken van het verzamelinkomen, worden de geëigende stappen doorlopen: na besluitvorming wordt de uitvoerbaarheid getoetst door middel van een uitvoeringstoets. Uitgangspunt is dat waar dit doorwerkt naar regelingen die worden uitgevoerd door de Belastingdienst en DG Toeslagen dit bij het herstel automatisch wordt aangepast. De burger hoeft hier geen actie voor te ondernemen.<br />
Over hoe dit er precies uitziet voor andere regelingen ben ik in overleg met de departementen wier regelgeving het betreft.<br />
De budgettaire derving van deze doorwerking naar andere regelingen is onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming, zoals vermeld in de Kamerbrief van 28 april jl.<br />
Hoogachtend,<br />
de staatssecretaris van Financiën &#8211; Fiscaliteit en Belastingdienst<br />
Marnix L.A. van Rij<br />
 Regeling :	Uitgevoerd door:</p>
<p>1 	Kinderopvangtoeslag 	DG Toeslagen<br />
2 	Wet Kindgebonden Budget 	DG Toeslagen<br />
3 	Zorgtoeslag 	DG Toeslagen<br />
4 	Ouderenkorting 	Belastingdienst<br />
5 	Aanvullende Beurs 	DUO<br />
6 	Tegemoetkoming uit de Wet tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Scholing (WTOS) 	DUO<br />
7 	Draagkrachtberekening 	DUO<br />
8 	Bijverdiengrens in het MBO 	DUO<br />
9 	Inkomensafhankelijke hogere huurverhoging 	Verhuurders (Belastingdienst levert op aanvraag gegevens)<br />
10 	Eigen Bijdrage WLZ/WMO 	CAK </p>
<p><a href="https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/kamerstukken/2022/05/10/kamerbrief-regelingen-waarop-het-rechtsherstel-box-3-effect-heeft" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/kamerstukken/2022/05/10/kamerbrief-regelingen-waarop-het-rechtsherstel-box-3-effect-heeft</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Hans Carstens		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10462</link>

		<dc:creator><![CDATA[Hans Carstens]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 07 May 2022 16:34:17 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11508#comment-10462</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10430&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

Ondanks alle fraaie bewoordingen en volzinnen, mitsen en maren van de resp. rechtbanken/gerechtshoven blijft staan : 
Dat wat van mij is van mij en daar blijft een ander van af !
En als je dat met alle geweld een heffing op wilt leggen, overheid, doe dat dan naar redelijkheid en billijkheid en niet stomweg met een ambtelijk regeltje en vaste percentages uit het niet gegrepen.
Trek van de &quot;opbrengst&quot; dan een een &quot;landelijk&quot; inflatie percentage vanaf dat gebaseerd is op alle huishoudens en alle kosten, energie-belastingen en bankkosten inbegrepen.
Daarna pas heffen over de netto reeele opbrengst.
Met een vrijstelling voor eerste 2 tranches van de IB.    
  
Indien overgegaan wordt naar een &quot;gouwe ouwe&quot; kapitaal-belasting, zoals gesuggereerd in diverse artikelen, doe dat dan met een redelijke hoge franchise en niet met/vanaf een karig minimum vrijstellingsbedrag zoals nu. 
  
Frankrijk kent een franchise van ruim een miljoen euro (ISF/ISI), gebaseerd op het feit dat mensen ooit hebben willen sparen voor een oude dagsvoorziening.
Naast een al dan niet karig pensioentje of een algehele afwezigheid daarvan (zpp&#039;ers).
En dat het zuurverdiende kapitaaltje dan niet al van te voren wordt ingepikt door een fiscale handeling via een BOX-3 of andere trucs. 
Nee, juist het sparen en weer beleggen wordt gestimuleerd om de economie op peil te houden en geld te laten ciculeren. 

Het argument dat sparen betekent dat er geen uitgaven worden gedaan die BTW opleveren voor de overheid, is een non-argument, maar wel de ondeliggende gedachte voor de Box-3 heffingen &quot;wegens gemist inkomen&quot; dat gecompenseerd dient te worden vanuit dat overheidsstandpunt. 
  
En daar hoor de de rechters niet over. 
Dat zijn ook overheidsdienaren, linksom of rechtsom en  wiens brood men eet ........]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2021/12/26/kbb-en-hoge-raad-uitspraak-over-massaal-bezwaar-box-3/#comment-10430">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>Ondanks alle fraaie bewoordingen en volzinnen, mitsen en maren van de resp. rechtbanken/gerechtshoven blijft staan :<br />
Dat wat van mij is van mij en daar blijft een ander van af !<br />
En als je dat met alle geweld een heffing op wilt leggen, overheid, doe dat dan naar redelijkheid en billijkheid en niet stomweg met een ambtelijk regeltje en vaste percentages uit het niet gegrepen.<br />
Trek van de &#8220;opbrengst&#8221; dan een een &#8220;landelijk&#8221; inflatie percentage vanaf dat gebaseerd is op alle huishoudens en alle kosten, energie-belastingen en bankkosten inbegrepen.<br />
Daarna pas heffen over de netto reeele opbrengst.<br />
Met een vrijstelling voor eerste 2 tranches van de IB.    </p>
<p>Indien overgegaan wordt naar een &#8220;gouwe ouwe&#8221; kapitaal-belasting, zoals gesuggereerd in diverse artikelen, doe dat dan met een redelijke hoge franchise en niet met/vanaf een karig minimum vrijstellingsbedrag zoals nu. </p>
<p>Frankrijk kent een franchise van ruim een miljoen euro (ISF/ISI), gebaseerd op het feit dat mensen ooit hebben willen sparen voor een oude dagsvoorziening.<br />
Naast een al dan niet karig pensioentje of een algehele afwezigheid daarvan (zpp&#8217;ers).<br />
En dat het zuurverdiende kapitaaltje dan niet al van te voren wordt ingepikt door een fiscale handeling via een BOX-3 of andere trucs.<br />
Nee, juist het sparen en weer beleggen wordt gestimuleerd om de economie op peil te houden en geld te laten ciculeren. </p>
<p>Het argument dat sparen betekent dat er geen uitgaven worden gedaan die BTW opleveren voor de overheid, is een non-argument, maar wel de ondeliggende gedachte voor de Box-3 heffingen &#8220;wegens gemist inkomen&#8221; dat gecompenseerd dient te worden vanuit dat overheidsstandpunt. </p>
<p>En daar hoor de de rechters niet over.<br />
Dat zijn ook overheidsdienaren, linksom of rechtsom en  wiens brood men eet &#8230;&#8230;..</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
