<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Binnenlandse of buitenlandse belastingplicht?	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Mon, 06 Feb 2023 13:35:31 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/#comment-11819</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2023 13:35:31 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11887#comment-11819</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:GHARL:2023:667
Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak24-01-2023 Datum publicatie 03-02-2023 Zaaknummer21/00614
Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie IB/PVV. Binnenlands belastingplichtige? Woonplaats.
VindplaatsenRechtspraak.nl Viditax (FutD), 3-2-2023 FutD 2023-0359
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 21 mei 2021, nummer AWB 20/847, in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Eindhoven
 daaruit:
Is belanghebbende binnenlands dan wel buitenlands belastingplichtige?
4.3.
Voor het antwoord op de vraag of belanghebbende binnenlands dan wel buitenlands belastingplichtige is, dient vastgesteld te worden of hij in 2016 in Nederland woonde. Waar iemand woont wordt, op grond van artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), beoordeeld naar de omstandigheden. Als uitgangspunt heeft daarbij te gelden dat, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende, een natuurlijk persoon zijn woonplaats in Nederland heeft indien een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Die duurzame band hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijke leven zich in Nederland bevindt. Daarbij wordt verder opgemerkt dat de wetgever geen bijzondere betekenis heeft toe willen kennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals iemands sociale of economische binding met een land.2
4.4.
Het Hof is van oordeel dat de Inspecteur, op wie op dit punt de bewijslast rust, met de door hem aangedragen feiten aannemelijk heeft gemaakt dat tussen belanghebbende en Nederland in 2016 een duurzame band van persoonlijke aard bestond. De stellingen van belanghebbende dat hij óók stond ingeschreven in Turkije, aldaar een dienstbetrekking had en daar ook verbleef doen daaraan niet af. Deze omstandigheden laten onverlet dat er een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland was.
4.5.
De conclusie luidt dan ook dat belanghebbende in 2016 in Nederland woonde in de zin van artikel 4 van de AWR. De Inspecteur heeft belanghebbende ingevolge het bepaalde in artikel 2.1, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 in 2016 dus terecht als binnenlandse belastingplichtige aangemerkt.
Is belanghebbende inwoner van Nederland volgens het Verdrag?
4.6.
Gelet op de stellingen van belanghebbende dat hij in 2016 in Turkije heeft gewerkt, belasting heeft betaald en dat hij in Turkije staat ingeschreven op een vast woonadres, zal het Hof tevens beoordelen of belanghebbende op grond van het Verdrag geacht wordt inwoner van Nederland dan wel Turkije te zijn.
4.9.
Niet is komen vast te staan dat belanghebbende ingevolge de wetgeving van Turkije aldaar aan belasting was onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf of enige soortgelijke omstandigheid. Het Hof heeft zich niet vergewist van de inhoud van het Turkse belastingrecht, maar gaat er veronderstellende wijs vanuit dat belanghebbende op basis van artikel 4, eerste lid, van het Verdrag ook inwoner was van Turkije.4 De verdragswoonplaats dient aldus te worden bepaald aan de hand van artikel 4, tweede lid, van het Verdrag.
4.10.
Bij de beoordeling van de eerste stap (in welke Staat heeft belanghebbende duurzaam een tehuis tot zijn beschikking) stelt het Hof voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat de eigen woning te [woonplaats] gedurende 2016 duurzaam ter beschikking stond aan belanghebbende en zijn echtgenote. Aldus stond belanghebbende duurzaam een tehuis in Nederland ter beschikking. Wat betreft het duurzaam ter beschikking staan van een tehuis in Turkije, merkt het Hof op dat belanghebbende gedurende de tussenstops van zijn intercontinentale vluchten verbleef in hotelkamers in [plaats1] die hem ter beschikking werden gesteld door zijn werkgever. Ter zitting heeft belanghebbendes gemachtigde desgevraagd verklaard dat, anders dan in het hogerberoepschrift is vermeld, aan belanghebbende geen vaste hotelkamer ter beschikking stond, maar dat hij de toezegging had dat er altijd een hotelkamer voor hem beschikbaar was. Uit het OESO-commentaar kan worden afgeleid dat een woonruimte permanent en continu ter beschikking dient te staan en niet alleen kortdurend ten behoeve van het verblijf. In dit licht bezien is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan hem in 2016 in Turkije permanent en continu woonruimte ter beschikking stond. De aan belanghebbende ter beschikking staande wisselende hotelkamer kan niet worden aangemerkt als een duurzaam tehuis in Turkije.
4.11.
Het Hof overweegt ten overvloede dat, zelfs als er veronderstellende wijs vanuit wordt gegaan dat belanghebbende duurzaam een tehuis ter beschikking stond in Turkije, belanghebbende gedurende 2016 inwoner is van Nederland nu zijn persoonlijke en economische betrekkingen (middelpunt van levensbelangen) met Nederland het nauwst waren. Bij dit oordeel heeft het Hof de volgende omstandigheden betrokken. In de gronden van het hogerberoepschrift en de overgelegde pleitnota heeft belanghebbende aangegeven dat van meet af aan duidelijk was dat belanghebbende slechts gedurende enkele jaren werkzaamheden zou gaan verrichten voor [naam6] en dat het, gelet op dit tijdelijke karakter, nooit de bedoeling is geweest om zich definitief in Turkije te vestigen. Gegeven dit tijdelijke karakter, en gelet op de omstandigheid dat belanghebbende vanwege de aard van zijn werk veelal afwezig zou zijn, is de echtgenote van belanghebbende in de eigen woning te [woonplaats] blijven wonen, waarbij belanghebbende iedere maand gedurende een week naar zijn echtgenote terugkeerde. Andere omstandigheden waaruit volgt dat de persoonlijke en economische betrekkingen met Nederland het nauwst waren zijn de eigen woning in Nederland, het pensioen dat belanghebbende vanaf 2013 genoot en de omstandigheid dat belanghebbende vanwege zijn werk slechts gedurende tussenstops in [plaats1] verbleef. Het feit dat belanghebbende voor een Turkse luchtvaartmaatschappij is gaan werken en daarmee een deel van zijn inkomen in het buitenland is gaan verdienen, betekent niet dat het middelpunt van zijn levensbelangen in Turkije is komen te liggen.
4.12.
Gelet op hetgeen is overwogen in 4.10 en 4.11 concludeert het Hof dat belanghebbende in 2016 voor de toepassing van het Verdrag inwoner van Nederland was.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:GHARL:2023:667<br />
Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak24-01-2023 Datum publicatie 03-02-2023 Zaaknummer21/00614<br />
Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep<br />
Inhoudsindicatie IB/PVV. Binnenlands belastingplichtige? Woonplaats.<br />
VindplaatsenRechtspraak.nl Viditax (FutD), 3-2-2023 FutD 2023-0359<br />
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer<br />
op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)<br />
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 21 mei 2021, nummer AWB 20/847, in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Eindhoven<br />
 daaruit:<br />
Is belanghebbende binnenlands dan wel buitenlands belastingplichtige?<br />
4.3.<br />
Voor het antwoord op de vraag of belanghebbende binnenlands dan wel buitenlands belastingplichtige is, dient vastgesteld te worden of hij in 2016 in Nederland woonde. Waar iemand woont wordt, op grond van artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), beoordeeld naar de omstandigheden. Als uitgangspunt heeft daarbij te gelden dat, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende, een natuurlijk persoon zijn woonplaats in Nederland heeft indien een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Die duurzame band hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijke leven zich in Nederland bevindt. Daarbij wordt verder opgemerkt dat de wetgever geen bijzondere betekenis heeft toe willen kennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals iemands sociale of economische binding met een land.2<br />
4.4.<br />
Het Hof is van oordeel dat de Inspecteur, op wie op dit punt de bewijslast rust, met de door hem aangedragen feiten aannemelijk heeft gemaakt dat tussen belanghebbende en Nederland in 2016 een duurzame band van persoonlijke aard bestond. De stellingen van belanghebbende dat hij óók stond ingeschreven in Turkije, aldaar een dienstbetrekking had en daar ook verbleef doen daaraan niet af. Deze omstandigheden laten onverlet dat er een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland was.<br />
4.5.<br />
De conclusie luidt dan ook dat belanghebbende in 2016 in Nederland woonde in de zin van artikel 4 van de AWR. De Inspecteur heeft belanghebbende ingevolge het bepaalde in artikel 2.1, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 in 2016 dus terecht als binnenlandse belastingplichtige aangemerkt.<br />
Is belanghebbende inwoner van Nederland volgens het Verdrag?<br />
4.6.<br />
Gelet op de stellingen van belanghebbende dat hij in 2016 in Turkije heeft gewerkt, belasting heeft betaald en dat hij in Turkije staat ingeschreven op een vast woonadres, zal het Hof tevens beoordelen of belanghebbende op grond van het Verdrag geacht wordt inwoner van Nederland dan wel Turkije te zijn.<br />
4.9.<br />
Niet is komen vast te staan dat belanghebbende ingevolge de wetgeving van Turkije aldaar aan belasting was onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf of enige soortgelijke omstandigheid. Het Hof heeft zich niet vergewist van de inhoud van het Turkse belastingrecht, maar gaat er veronderstellende wijs vanuit dat belanghebbende op basis van artikel 4, eerste lid, van het Verdrag ook inwoner was van Turkije.4 De verdragswoonplaats dient aldus te worden bepaald aan de hand van artikel 4, tweede lid, van het Verdrag.<br />
4.10.<br />
Bij de beoordeling van de eerste stap (in welke Staat heeft belanghebbende duurzaam een tehuis tot zijn beschikking) stelt het Hof voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat de eigen woning te [woonplaats] gedurende 2016 duurzaam ter beschikking stond aan belanghebbende en zijn echtgenote. Aldus stond belanghebbende duurzaam een tehuis in Nederland ter beschikking. Wat betreft het duurzaam ter beschikking staan van een tehuis in Turkije, merkt het Hof op dat belanghebbende gedurende de tussenstops van zijn intercontinentale vluchten verbleef in hotelkamers in [plaats1] die hem ter beschikking werden gesteld door zijn werkgever. Ter zitting heeft belanghebbendes gemachtigde desgevraagd verklaard dat, anders dan in het hogerberoepschrift is vermeld, aan belanghebbende geen vaste hotelkamer ter beschikking stond, maar dat hij de toezegging had dat er altijd een hotelkamer voor hem beschikbaar was. Uit het OESO-commentaar kan worden afgeleid dat een woonruimte permanent en continu ter beschikking dient te staan en niet alleen kortdurend ten behoeve van het verblijf. In dit licht bezien is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan hem in 2016 in Turkije permanent en continu woonruimte ter beschikking stond. De aan belanghebbende ter beschikking staande wisselende hotelkamer kan niet worden aangemerkt als een duurzaam tehuis in Turkije.<br />
4.11.<br />
Het Hof overweegt ten overvloede dat, zelfs als er veronderstellende wijs vanuit wordt gegaan dat belanghebbende duurzaam een tehuis ter beschikking stond in Turkije, belanghebbende gedurende 2016 inwoner is van Nederland nu zijn persoonlijke en economische betrekkingen (middelpunt van levensbelangen) met Nederland het nauwst waren. Bij dit oordeel heeft het Hof de volgende omstandigheden betrokken. In de gronden van het hogerberoepschrift en de overgelegde pleitnota heeft belanghebbende aangegeven dat van meet af aan duidelijk was dat belanghebbende slechts gedurende enkele jaren werkzaamheden zou gaan verrichten voor [naam6] en dat het, gelet op dit tijdelijke karakter, nooit de bedoeling is geweest om zich definitief in Turkije te vestigen. Gegeven dit tijdelijke karakter, en gelet op de omstandigheid dat belanghebbende vanwege de aard van zijn werk veelal afwezig zou zijn, is de echtgenote van belanghebbende in de eigen woning te [woonplaats] blijven wonen, waarbij belanghebbende iedere maand gedurende een week naar zijn echtgenote terugkeerde. Andere omstandigheden waaruit volgt dat de persoonlijke en economische betrekkingen met Nederland het nauwst waren zijn de eigen woning in Nederland, het pensioen dat belanghebbende vanaf 2013 genoot en de omstandigheid dat belanghebbende vanwege zijn werk slechts gedurende tussenstops in [plaats1] verbleef. Het feit dat belanghebbende voor een Turkse luchtvaartmaatschappij is gaan werken en daarmee een deel van zijn inkomen in het buitenland is gaan verdienen, betekent niet dat het middelpunt van zijn levensbelangen in Turkije is komen te liggen.<br />
4.12.<br />
Gelet op hetgeen is overwogen in 4.10 en 4.11 concludeert het Hof dat belanghebbende in 2016 voor de toepassing van het Verdrag inwoner van Nederland was.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Ton Egberink		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/#comment-10179</link>

		<dc:creator><![CDATA[Ton Egberink]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 20 Mar 2022 14:34:31 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11887#comment-10179</guid>

					<description><![CDATA[In antwoord op &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/#comment-10169&quot;&gt;Jan de Voogd&lt;/a&gt;.

Ik denk dat het in dit geval niet zo gecompliceerd is. Handig is ook de beoordeling van het gerechtshof te lezen. Daaruit komt namelijk het beeld naar voren van een Nederlandse gepensioneerde belastingdeskundige, die vanaf eind 2008 naar Thailand is verhuisd, daar is gehuwd, gezin, woning en auto heeft en voor belastingwetgeving als uitgangspunt neemt in Thailand te leven en wonen. De daarop volgende twee jaren wordt geen aangifte IB in NL gedaan. (En naar later blijkt kennelijk ook niet in Thailand.) Medio 2013 vindt een gesprek plaats tussen de belastingdienst en betrokkene. Kennelijk was het de belastingdienst opgevallen dat de man nog als belastingadviseur in NL actief was. In elk geval wordt de man verzocht als buitenlands belastingplichtige aangifte inkomstenbelasting over 2011 t/m 2014 te doen. Die aangiften geven de belastingdienst aanleiding tot het stellen van meer uitleg (informatiebeschikking) aan betrokkene. Ook start zij een woonplaats onderzoek. Uit dat onderzoek komt naar voren dat de man weliswaar een leven heeft in Thailand, maar in werkelijkheid voor meer dan de helft van het jaar daadwerkelijk in Nederland verblijft, woont en geld verdient. Conclusie van de belastingdienst is dat er als ingezetene van Nederland belastingaangifte had moeten worden gedaan. 

De reden dat de HR het arrest van het gerechtshof vernietigt, staat los van het vraagstuk in welk land men belastingplichtig is. De verwachting is reëel, dat de beoordeling over die vraag tijdens de beoordeling door de volgende rechter hetzelfde zal zijn.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In antwoord op <a href="https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/#comment-10169">Jan de Voogd</a>.</p>
<p>Ik denk dat het in dit geval niet zo gecompliceerd is. Handig is ook de beoordeling van het gerechtshof te lezen. Daaruit komt namelijk het beeld naar voren van een Nederlandse gepensioneerde belastingdeskundige, die vanaf eind 2008 naar Thailand is verhuisd, daar is gehuwd, gezin, woning en auto heeft en voor belastingwetgeving als uitgangspunt neemt in Thailand te leven en wonen. De daarop volgende twee jaren wordt geen aangifte IB in NL gedaan. (En naar later blijkt kennelijk ook niet in Thailand.) Medio 2013 vindt een gesprek plaats tussen de belastingdienst en betrokkene. Kennelijk was het de belastingdienst opgevallen dat de man nog als belastingadviseur in NL actief was. In elk geval wordt de man verzocht als buitenlands belastingplichtige aangifte inkomstenbelasting over 2011 t/m 2014 te doen. Die aangiften geven de belastingdienst aanleiding tot het stellen van meer uitleg (informatiebeschikking) aan betrokkene. Ook start zij een woonplaats onderzoek. Uit dat onderzoek komt naar voren dat de man weliswaar een leven heeft in Thailand, maar in werkelijkheid voor meer dan de helft van het jaar daadwerkelijk in Nederland verblijft, woont en geld verdient. Conclusie van de belastingdienst is dat er als ingezetene van Nederland belastingaangifte had moeten worden gedaan. </p>
<p>De reden dat de HR het arrest van het gerechtshof vernietigt, staat los van het vraagstuk in welk land men belastingplichtig is. De verwachting is reëel, dat de beoordeling over die vraag tijdens de beoordeling door de volgende rechter hetzelfde zal zijn.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/#comment-10169</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 19 Mar 2022 09:03:38 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11887#comment-10169</guid>

					<description><![CDATA[De rechtsgang illustreert hoe gecompliceerd het soms kan zijn de vraag vast te stellen of de fiscale woonplaats in of buiten Nederland ligt. Hier speelt dat vooral op grond van het feit dat (digitale?) advieswerkzaamheden verricht zijn vanuit Nederland terwijl als woonland Thailand geclaimd wordt door de belastingplichtige.   Daarnaast spelen bepalingen van de belastingprocesorde een rol (vooral termijnbepalingen). De rechtsgang is nog niet afgerond aangezien verwijzing heeft plaatsgevonden door de Hoge Raad.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De rechtsgang illustreert hoe gecompliceerd het soms kan zijn de vraag vast te stellen of de fiscale woonplaats in of buiten Nederland ligt. Hier speelt dat vooral op grond van het feit dat (digitale?) advieswerkzaamheden verricht zijn vanuit Nederland terwijl als woonland Thailand geclaimd wordt door de belastingplichtige.   Daarnaast spelen bepalingen van de belastingprocesorde een rol (vooral termijnbepalingen). De rechtsgang is nog niet afgerond aangezien verwijzing heeft plaatsgevonden door de Hoge Raad.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Rudi Holzhauer		</title>
		<link>https://vbngb.eu/2022/03/18/binnelandse-of-buitenlandse-belastingplicht/#comment-10165</link>

		<dc:creator><![CDATA[Rudi Holzhauer]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 18 Mar 2022 20:25:49 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?p=11887#comment-10165</guid>

					<description><![CDATA[Zonder toelichting is dit een wel erg ingewikkelde situatie en uitspraken.  Dus .... wat moeten we hiermee?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zonder toelichting is dit een wel erg ingewikkelde situatie en uitspraken.  Dus &#8230;. wat moeten we hiermee?</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
