<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	
	>
<channel>
	<title>
	Reacties op: Erfrecht en erfbelasting	</title>
	<atom:link href="https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://vbngb.eu</link>
	<description>Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland</description>
	<lastBuildDate>Tue, 13 Feb 2024 11:48:19 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>
		Door: Ed Roosen		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-13639</link>

		<dc:creator><![CDATA[Ed Roosen]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 13 Feb 2024 11:48:12 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-13639</guid>

					<description><![CDATA[&lt;strong&gt;&quot;Verrassende fiscale weetjes in een internationale context, kijk niet enkel met uw Belgische bril!&quot;&lt;/strong&gt;

Naast inkomstenbelasting is er ook nog zoiets als schenkbelasting, erfbelasting én vermogensbelasting om het hele fiscale plaatje zo
mogelijk nog wat complexer te maken! En op dat vlak is er nauwelijks bescherming van bilaterale verdragen.

Jozefien Dobbelaere &amp; Wim Vermeulen van cazimir.be geven via de website van Vlamingen in de Wereld een aantal opvallende voorbeelden uit hun praktijkervaring, waaruit blijkt dat we niet steeds een internationale situatie moeten bekijken met louter een Belgische bril op. Daarom ook mogelijk interessant voor u om dit te lezen via:
&lt;a href=&quot;https://www.viw.be/nl/verrassende-fiscale-weetjes-een-internationale-context-kijk-niet-enkel-met-uw-belgische-bril&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow ugc&quot;&gt;https://www.viw.be/nl/verrassende-fiscale-weetjes-een-internationale-context-kijk-niet-enkel-met-uw-belgische-bril&lt;/a&gt;

Zie ook gerelateerde bericht(en): &lt;a href=&quot;https://vbngb.eu/2019/03/07/schenken-aan-in-nederland-wonende-kinderen-fiscaal/&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener ugc&quot;&gt;https://vbngb.eu/2019/03/07/schenken-aan-in-nederland-wonende-kinderen-fiscaal/&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>&#8220;Verrassende fiscale weetjes in een internationale context, kijk niet enkel met uw Belgische bril!&#8221;</strong></p>
<p>Naast inkomstenbelasting is er ook nog zoiets als schenkbelasting, erfbelasting én vermogensbelasting om het hele fiscale plaatje zo<br />
mogelijk nog wat complexer te maken! En op dat vlak is er nauwelijks bescherming van bilaterale verdragen.</p>
<p>Jozefien Dobbelaere &#038; Wim Vermeulen van cazimir.be geven via de website van Vlamingen in de Wereld een aantal opvallende voorbeelden uit hun praktijkervaring, waaruit blijkt dat we niet steeds een internationale situatie moeten bekijken met louter een Belgische bril op. Daarom ook mogelijk interessant voor u om dit te lezen via:<br />
<a href="https://www.viw.be/nl/verrassende-fiscale-weetjes-een-internationale-context-kijk-niet-enkel-met-uw-belgische-bril" target="_blank" rel="noopener nofollow ugc">https://www.viw.be/nl/verrassende-fiscale-weetjes-een-internationale-context-kijk-niet-enkel-met-uw-belgische-bril</a></p>
<p>Zie ook gerelateerde bericht(en): <a href="https://vbngb.eu/2019/03/07/schenken-aan-in-nederland-wonende-kinderen-fiscaal/" target="_blank" rel="noopener ugc">https://vbngb.eu/2019/03/07/schenken-aan-in-nederland-wonende-kinderen-fiscaal/</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-12071</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 29 Mar 2023 09:41:34 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-12071</guid>

					<description><![CDATA[Online aangifte erfbelasting na overlijden in 2023 mogelijk:

 &lt;a href=&quot;https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/berichten/nieuws/online-aangifte-erfbelasting-2023-weer-mogelijk&quot; rel=&quot;nofollow&quot;&gt;https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/berichten/nieuws/online-aangifte-erfbelasting-2023-weer-mogelijk&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Online aangifte erfbelasting na overlijden in 2023 mogelijk:</p>
<p> <a href="https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/berichten/nieuws/online-aangifte-erfbelasting-2023-weer-mogelijk" rel="nofollow">https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/berichten/nieuws/online-aangifte-erfbelasting-2023-weer-mogelijk</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-11422</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 19 Nov 2022 12:52:32 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-11422</guid>

					<description><![CDATA[Erfbelasting. Ongehuwd samenwonenden. Partnervrijstelling. Toelichting van 21 oktober 2022, nr. 2022-0000238345, op het intrekken van het beroep in cassatie tegen de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2022, nr. 21/00852, ECLI:NL:GHARL:2022:5910. Samenvatting rechtspraak.nl Erfbelasting. Ongehuwd samenwonenden. Partnervrijstelling. De staatssecretaris trekt het beroep in cassatie in. Ter toelichting merkt hij het volgende op. Belanghebbende heeft vanaf 1969 met zijn zus en haar echtgenoot op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven gestaan. De zus en haar echtgenoot kwalificeerden tot het moment van overlijden van laatstgenoemde in 2017 als partners ingevolge artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De zus van belanghebbende (hierna: erflaatster) is in 2019 overleden en belanghebbende is haar enige erfgenaam. In geschil is of belanghebbende en erflaatster als partners kunnen worden aangemerkt ingevolge artikel 1a van de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956), zodat recht bestaat op toepassing van de partnervrijstelling.1
 Lees verder op:
&lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2022/10/21/toelichting-intrekking-cassatieberoep-erfbelasting-ongehuwd-samenwonenden-partnervrijstelling&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2022/10/21/toelichting-intrekking-cassatieberoep-erfbelasting-ongehuwd-samenwonenden-partnervrijstelling&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Erfbelasting. Ongehuwd samenwonenden. Partnervrijstelling. Toelichting van 21 oktober 2022, nr. 2022-0000238345, op het intrekken van het beroep in cassatie tegen de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2022, nr. 21/00852, ECLI:NL:GHARL:2022:5910. Samenvatting rechtspraak.nl Erfbelasting. Ongehuwd samenwonenden. Partnervrijstelling. De staatssecretaris trekt het beroep in cassatie in. Ter toelichting merkt hij het volgende op. Belanghebbende heeft vanaf 1969 met zijn zus en haar echtgenoot op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven gestaan. De zus en haar echtgenoot kwalificeerden tot het moment van overlijden van laatstgenoemde in 2017 als partners ingevolge artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De zus van belanghebbende (hierna: erflaatster) is in 2019 overleden en belanghebbende is haar enige erfgenaam. In geschil is of belanghebbende en erflaatster als partners kunnen worden aangemerkt ingevolge artikel 1a van de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956), zodat recht bestaat op toepassing van de partnervrijstelling.1<br />
 Lees verder op:<br />
<a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2022/10/21/toelichting-intrekking-cassatieberoep-erfbelasting-ongehuwd-samenwonenden-partnervrijstelling" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2022/10/21/toelichting-intrekking-cassatieberoep-erfbelasting-ongehuwd-samenwonenden-partnervrijstelling</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-11261</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 31 Oct 2022 09:40:59 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-11261</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBZWB:2022:6124 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-10-2022, BRE 21/3198
Datum uitspraak: 20-10-2022 Datum publicatie: 25-10-2022
Rechtsgebieden: Belastingrecht
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen: Viditax (FutD), 26-10-2022 V-N Vandaag 2022/2615 Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
Navorderingsaanslag erfbelasting, artikel 16 AWR. De inspecteur heeft aan belanghebbende een navorderingsaanslag erfbelasting opgelegd omdat, in zijn visie, de fiscale woonplaats van erflater in de periode van 10 jaar voor zijn overlijden in Nederland lag. Tussen partijen is, onder meer, in geschil of de inspecteur beschikt over een nieuw feit op grond waarvan hij erfbelasting bij belanghebbende mocht navorderen. De rechtbank leidt uit verklaringen van de inspecteur af dat de inspecteur ook vóór het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn er mee bekend was dat erflater mogelijk in de periode tien jaar voorafgaand aan zijn overlijden in Nederland woonde. Verder brengt een behoorlijke taakuitoefening van de inspecteur in dit geval, namelijk de situatie dat de inspecteur kennelijk met de inspecteur inkomstenbelasting werkafspraken over het onderzoek naar de woonplaats van erflater maakt, mee dat de inspecteur vóór het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn ten minste had moeten informeren bij de inspecteur inkomstenbelasting naar het lopende onderzoek, zodat hij in ieder geval ook toen had moeten beoordelen of naar zijn mening de fiscale woonplaats van erflater in Nederland lag, hetgeen hij kennelijk heeft nagelaten. De rechtbank is daarom van oordeel dat de inspecteur ten tijde van het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn over zodanige gegevens beschikte, dan wel had behoren te beschikken, dat hij op basis daarvan in redelijkheid tot de slotsom had moeten komen dat – in zijn visie – erfbelasting is verschuldigd. In verband daarmee had hij bij een behoorlijke taakuitoefening het opleggen van een primitieve aanslag erfbelasting niet mogen nalaten. De inspecteur beschikt daarom niet over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBZWB:2022:6124 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-10-2022, BRE 21/3198<br />
Datum uitspraak: 20-10-2022 Datum publicatie: 25-10-2022<br />
Rechtsgebieden: Belastingrecht<br />
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg &#8211; meervoudig<br />
Vindplaatsen: Viditax (FutD), 26-10-2022 V-N Vandaag 2022/2615 Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
Navorderingsaanslag erfbelasting, artikel 16 AWR. De inspecteur heeft aan belanghebbende een navorderingsaanslag erfbelasting opgelegd omdat, in zijn visie, de fiscale woonplaats van erflater in de periode van 10 jaar voor zijn overlijden in Nederland lag. Tussen partijen is, onder meer, in geschil of de inspecteur beschikt over een nieuw feit op grond waarvan hij erfbelasting bij belanghebbende mocht navorderen. De rechtbank leidt uit verklaringen van de inspecteur af dat de inspecteur ook vóór het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn er mee bekend was dat erflater mogelijk in de periode tien jaar voorafgaand aan zijn overlijden in Nederland woonde. Verder brengt een behoorlijke taakuitoefening van de inspecteur in dit geval, namelijk de situatie dat de inspecteur kennelijk met de inspecteur inkomstenbelasting werkafspraken over het onderzoek naar de woonplaats van erflater maakt, mee dat de inspecteur vóór het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn ten minste had moeten informeren bij de inspecteur inkomstenbelasting naar het lopende onderzoek, zodat hij in ieder geval ook toen had moeten beoordelen of naar zijn mening de fiscale woonplaats van erflater in Nederland lag, hetgeen hij kennelijk heeft nagelaten. De rechtbank is daarom van oordeel dat de inspecteur ten tijde van het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn over zodanige gegevens beschikte, dan wel had behoren te beschikken, dat hij op basis daarvan in redelijkheid tot de slotsom had moeten komen dat – in zijn visie – erfbelasting is verschuldigd. In verband daarmee had hij bij een behoorlijke taakuitoefening het opleggen van een primitieve aanslag erfbelasting niet mogen nalaten. De inspecteur beschikt daarom niet over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-10239</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 06 Apr 2022 10:09:06 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-10239</guid>

					<description><![CDATA[35 927 Wijziging van enkele belastingwetten en enige
andere wetten (Belastingplan 2022)
Nr. 119 MOTIE VAN HET LID ROMKE DE JONG
Voorgesteld 30 maart 2022
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel schenk- en erfbelasting wordt ontweken met
constructies met bijvoorbeeld baby-bv’s, afgezonderd particulier
vermogen en ik-opa-testamenten;
overwegende dat dit ertoe kan leiden dat kleine vermogenden meer
belasting betalen dan grote vermogenden;
constaterende dat er geen grondig onderzoek is verricht naar de ontwijkingsmogelijkheden in de schenk- en erfbelasting;
verzoekt de regering deze en andere belastingontwijkingsconstructies in
de schenk- en erfbelasting te betrekken bij het onderzoek naar de BOR of
in het ibo vermogensongelijkheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
Romke de Jong
 Deze motie is aangenomen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>35 927 Wijziging van enkele belastingwetten en enige<br />
andere wetten (Belastingplan 2022)<br />
Nr. 119 MOTIE VAN HET LID ROMKE DE JONG<br />
Voorgesteld 30 maart 2022<br />
De Kamer,<br />
gehoord de beraadslaging,<br />
constaterende dat veel schenk- en erfbelasting wordt ontweken met<br />
constructies met bijvoorbeeld baby-bv’s, afgezonderd particulier<br />
vermogen en ik-opa-testamenten;<br />
overwegende dat dit ertoe kan leiden dat kleine vermogenden meer<br />
belasting betalen dan grote vermogenden;<br />
constaterende dat er geen grondig onderzoek is verricht naar de ontwijkingsmogelijkheden in de schenk- en erfbelasting;<br />
verzoekt de regering deze en andere belastingontwijkingsconstructies in<br />
de schenk- en erfbelasting te betrekken bij het onderzoek naar de BOR of<br />
in het ibo vermogensongelijkheid,<br />
en gaat over tot de orde van de dag.<br />
Romke de Jong<br />
 Deze motie is aangenomen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-9398</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 23 Nov 2021 10:59:10 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-9398</guid>

					<description><![CDATA[Besluit op Wob-verzoek over handboeken voor de erf- en schenkbelasting
Besluit op een verzoek om informatie over de handboeken voor de erf- en schenkbelasting. Het verzoek is gedaan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). 
&lt;a href=&quot;https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/wob-verzoeken/2021/11/19/besluit-op-wob-verzoek-over-handboeken-voor-de-erf--en-schenkbelasting&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/wob-verzoeken/2021/11/19/besluit-op-wob-verzoek-over-handboeken-voor-de-erf--en-schenkbelasting&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Besluit op Wob-verzoek over handboeken voor de erf- en schenkbelasting<br />
Besluit op een verzoek om informatie over de handboeken voor de erf- en schenkbelasting. Het verzoek is gedaan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).<br />
<a href="https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/wob-verzoeken/2021/11/19/besluit-op-wob-verzoek-over-handboeken-voor-de-erf--en-schenkbelasting" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/wob-verzoeken/2021/11/19/besluit-op-wob-verzoek-over-handboeken-voor-de-erf&#8211;en-schenkbelasting</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-8158</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 29 Oct 2021 12:07:04 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-8158</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:RBDHA:2021:7995 Rechtbank Den Haag, 12-07-2021, 20_2583
Datum uitspraak:
12-07-2021
Datum publicatie:
27-10-2021
Rechtsgebieden:
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken:
Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen:
Viditax (FutD), 27-10-2021
V-N Vandaag 2021/2548
Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
Eiseres is enig erfgenaam en heeft de nalatenschap van haar vader beneficiair aanvaard. De aanslag erfbelasting is terecht aan haar opgelegd. Dat de executeur het bedrag van de nalatenschap niet heeft uitbetaald doet daar niet aan af. De rechtbank acht de schatting waarop de aanslag is gebaseerd niet redelijk en heeft de aanslag daarom verminderd. Beroep gegrond]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:RBDHA:2021:7995 Rechtbank Den Haag, 12-07-2021, 20_2583<br />
Datum uitspraak:<br />
12-07-2021<br />
Datum publicatie:<br />
27-10-2021<br />
Rechtsgebieden:<br />
Belastingrecht<br />
Bijzondere kenmerken:<br />
Eerste aanleg &#8211; enkelvoudig<br />
Vindplaatsen:<br />
Viditax (FutD), 27-10-2021<br />
V-N Vandaag 2021/2548<br />
Rechtspraak.nl<br />
Inhoudsindicatie:<br />
Eiseres is enig erfgenaam en heeft de nalatenschap van haar vader beneficiair aanvaard. De aanslag erfbelasting is terecht aan haar opgelegd. Dat de executeur het bedrag van de nalatenschap niet heeft uitbetaald doet daar niet aan af. De rechtbank acht de schatting waarop de aanslag is gebaseerd niet redelijk en heeft de aanslag daarom verminderd. Beroep gegrond</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-7927</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 25 Oct 2021 12:28:22 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-7927</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:HR:2021:1574
Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 22-10-2021 Datum publicatie 22-10-2021 Zaaknummer 20/03660 Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:584
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:1878 echtsgebieden
Belastingrecht Bijzondere kenmerken Cassatie Inhoudsindicatie
artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001; uitgezonderde bezittingen; vruchtgebruik op grond van een uiterste wilsbeschikking of buitenlands wettelijk erfrecht; Franse ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’; geen uitleg van buitenlands recht in cassatie. Vindplaatsen
Rechtspraak.nl Viditax (FutD), 22-10-2021 V-N Vandaag 2021/2496 FutD 2021-3267
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 20/03660 Datum 22 oktober 2021
ARREST in de zaak van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
Tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
 Daaruit:
2Uitgangspunten in cassatie
2.1
De ouders van belanghebbende woonden in Frankrijk. Bij notariële akte van 6 juni 2011 hebben de ouders de bloot eigendom van de door hen bewoonde woning in Frankrijk (hierna: de woning) overgedragen aan belanghebbende, onder voorbehoud van een levenslang vruchtgebruik voor beide ouders en voor de langstlevende ouder. De overdracht heeft plaatsgehad naar Frans recht, als een ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’. Volgens de daarvan opgemaakte akte is de overdracht gegrond op de bepalingen van de artikelen 1075 en volgende van de Code Civil.
2.2
Op [...] 2012 is de vader van belanghebbende overleden.
2.3
De waarde van de bloot eigendom van de woning is in de jaren 2013 tot en met 2016 begrepen in de rendementsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen van belanghebbende.
3De procedure voor het Hof
3.1
Voor het Hof was in geschil of artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 meebrengt dat de bloot eigendom van de woning bij belanghebbende niet behoort tot de bezittingen die onderdeel uitmaken van de rendementsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat dit het geval is omdat het vruchtgebruik ten behoeve van de moeder op de woning rust op grond van een uiterste wilsbeschikking dan wel buitenlands wettelijk erfrecht.
3.2
Het Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat onder ‘uiterste wilsbeschikking’ op grond van artikel 4:42, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek moet worden verstaan een eenzijdige rechtshandeling waarbij een erflater een beschikking maakt die eerst werkt na zijn overlijden en die in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek is geregeld of in de wet als zodanig wordt aangemerkt. Het Hof heeft vastgesteld dat de bloot eigendom van de woning is overgedragen aan belanghebbende en het recht van vruchtgebruik is gevestigd op 6 juni 2011 bij leven van beide ouders. Daarbij heeft het Hof vastgesteld dat de titel van verkrijging volgens de daaraan ten grondslag liggende akte is ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’ als bedoeld in de artikelen 1075 en volgende van de Code Civil. Uit artikel 1075 van de Code Civil volgt dat een ieder zijn bezittingen kan overdragen aan en verdelen onder zijn vermoedelijke erfgenamen en dat een dergelijke overdracht blijkens het genoemde artikel de vorm kan hebben van een ‘donation-partage’ (schenking-verdeling) of een ‘testament-partage’ (testamentaire verdeling). In het eerste geval zijn de bepalingen inzake schenkingen tussen de levenden (‘donations entre vifs’) van toepassing. Het Hof is van oordeel dat, mede gelet op de bepalingen van het Franse recht die aan de akte ten grondslag liggen, de ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’ gezien moet worden als een schenking bij leven ten titel van vervroegde verdeling en niet als een verkrijging krachtens Frans erfrecht. Voor de jaren 2014 tot en met 2016 geldt bovendien dat het vruchtgebruik van de woning evenmin is gevestigd op grond van buitenlands wettelijk erfrecht. De uitzondering van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 is daarom niet van toepassing, aldus het Hof.
4Beoordeling van de klachten
4.1
Tegen dit oordeel keren de klachten zich met het betoog dat het Hof artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 te beperkt heeft uitgelegd. Belanghebbende leidt uit de bewoordingen en parlementaire behandeling van deze bepaling af dat de wetgever heeft beoogd in die gevallen waarin in een erfrechtelijke context de situatie is ontstaan dat de belastingplichtige de bloot eigendom heeft van een zaak waarvan een overlevende ouder het vruchtgebruik geniet, de waarde van die onroerende zaak alleen bij de vruchtgebruiker in de belastingheffing wordt betrokken, en niet bij de bloot eigenaar.
4.2
Deze door belanghebbende voorgestane uitleg van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 kan niet worden gevolgd aangezien deze geen steun vindt in de tekst of strekking van die bepaling, terwijl de wetsgeschiedenis, weergegeven in de onderdelen 3.13 tot en met 3.23 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, evenmin aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat de wetgever die uitleg voor ogen heeft gestaan. Het Hof heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat voor de uitlegging van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 dient te worden aangeknoopt bij het begrip ‘uiterste wilsbeschikking’ als bedoeld in artikel 4:42, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek.
4.3
Voor zover de klachten erop neerkomen dat het oordeel van het Hof over de toepassing van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 berust op een onjuiste toepassing van de Franse wettelijke bepalingen, kunnen zij niet tot cassatie leiden. De uitleg van buitenlands recht kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst, en voor het overige is het bestreden oordeel verweven met de aan de feitenrechter voorbehouden waarderingen.
4.4
De klachten falen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:HR:2021:1574<br />
Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 22-10-2021 Datum publicatie 22-10-2021 Zaaknummer 20/03660 Formele relaties<br />
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:584<br />
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:1878 echtsgebieden<br />
Belastingrecht Bijzondere kenmerken Cassatie Inhoudsindicatie<br />
artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001; uitgezonderde bezittingen; vruchtgebruik op grond van een uiterste wilsbeschikking of buitenlands wettelijk erfrecht; Franse ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’; geen uitleg van buitenlands recht in cassatie. Vindplaatsen<br />
Rechtspraak.nl Viditax (FutD), 22-10-2021 V-N Vandaag 2021/2496 FutD 2021-3267<br />
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 20/03660 Datum 22 oktober 2021<br />
ARREST in de zaak van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)<br />
Tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN<br />
 Daaruit:<br />
2Uitgangspunten in cassatie<br />
2.1<br />
De ouders van belanghebbende woonden in Frankrijk. Bij notariële akte van 6 juni 2011 hebben de ouders de bloot eigendom van de door hen bewoonde woning in Frankrijk (hierna: de woning) overgedragen aan belanghebbende, onder voorbehoud van een levenslang vruchtgebruik voor beide ouders en voor de langstlevende ouder. De overdracht heeft plaatsgehad naar Frans recht, als een ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’. Volgens de daarvan opgemaakte akte is de overdracht gegrond op de bepalingen van de artikelen 1075 en volgende van de Code Civil.<br />
2.2<br />
Op [&#8230;] 2012 is de vader van belanghebbende overleden.<br />
2.3<br />
De waarde van de bloot eigendom van de woning is in de jaren 2013 tot en met 2016 begrepen in de rendementsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen van belanghebbende.<br />
3De procedure voor het Hof<br />
3.1<br />
Voor het Hof was in geschil of artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 meebrengt dat de bloot eigendom van de woning bij belanghebbende niet behoort tot de bezittingen die onderdeel uitmaken van de rendementsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat dit het geval is omdat het vruchtgebruik ten behoeve van de moeder op de woning rust op grond van een uiterste wilsbeschikking dan wel buitenlands wettelijk erfrecht.<br />
3.2<br />
Het Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat onder ‘uiterste wilsbeschikking’ op grond van artikel 4:42, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek moet worden verstaan een eenzijdige rechtshandeling waarbij een erflater een beschikking maakt die eerst werkt na zijn overlijden en die in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek is geregeld of in de wet als zodanig wordt aangemerkt. Het Hof heeft vastgesteld dat de bloot eigendom van de woning is overgedragen aan belanghebbende en het recht van vruchtgebruik is gevestigd op 6 juni 2011 bij leven van beide ouders. Daarbij heeft het Hof vastgesteld dat de titel van verkrijging volgens de daaraan ten grondslag liggende akte is ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’ als bedoeld in de artikelen 1075 en volgende van de Code Civil. Uit artikel 1075 van de Code Civil volgt dat een ieder zijn bezittingen kan overdragen aan en verdelen onder zijn vermoedelijke erfgenamen en dat een dergelijke overdracht blijkens het genoemde artikel de vorm kan hebben van een ‘donation-partage’ (schenking-verdeling) of een ‘testament-partage’ (testamentaire verdeling). In het eerste geval zijn de bepalingen inzake schenkingen tussen de levenden (‘donations entre vifs’) van toepassing. Het Hof is van oordeel dat, mede gelet op de bepalingen van het Franse recht die aan de akte ten grondslag liggen, de ‘donation entre vifs à titre de partage anticipé’ gezien moet worden als een schenking bij leven ten titel van vervroegde verdeling en niet als een verkrijging krachtens Frans erfrecht. Voor de jaren 2014 tot en met 2016 geldt bovendien dat het vruchtgebruik van de woning evenmin is gevestigd op grond van buitenlands wettelijk erfrecht. De uitzondering van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 is daarom niet van toepassing, aldus het Hof.<br />
4Beoordeling van de klachten<br />
4.1<br />
Tegen dit oordeel keren de klachten zich met het betoog dat het Hof artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 te beperkt heeft uitgelegd. Belanghebbende leidt uit de bewoordingen en parlementaire behandeling van deze bepaling af dat de wetgever heeft beoogd in die gevallen waarin in een erfrechtelijke context de situatie is ontstaan dat de belastingplichtige de bloot eigendom heeft van een zaak waarvan een overlevende ouder het vruchtgebruik geniet, de waarde van die onroerende zaak alleen bij de vruchtgebruiker in de belastingheffing wordt betrokken, en niet bij de bloot eigenaar.<br />
4.2<br />
Deze door belanghebbende voorgestane uitleg van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 kan niet worden gevolgd aangezien deze geen steun vindt in de tekst of strekking van die bepaling, terwijl de wetsgeschiedenis, weergegeven in de onderdelen 3.13 tot en met 3.23 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, evenmin aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat de wetgever die uitleg voor ogen heeft gestaan. Het Hof heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat voor de uitlegging van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 dient te worden aangeknoopt bij het begrip ‘uiterste wilsbeschikking’ als bedoeld in artikel 4:42, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek.<br />
4.3<br />
Voor zover de klachten erop neerkomen dat het oordeel van het Hof over de toepassing van artikel 5.4, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 berust op een onjuiste toepassing van de Franse wettelijke bepalingen, kunnen zij niet tot cassatie leiden. De uitleg van buitenlands recht kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst, en voor het overige is het bestreden oordeel verweven met de aan de feitenrechter voorbehouden waarderingen.<br />
4.4<br />
De klachten falen.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-7755</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 22 Oct 2021 12:28:31 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-7755</guid>

					<description><![CDATA[ECLI:NL:GHARL:2021:9560
Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 12-10-2021 Datum publicatie 22-10-2021 Zaaknummer 20/01094 Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2020:6228, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken
Hoger beroep Inhoudsindicatie
Overdrachtsbelasting. Verdeling tot ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap behorende woning. Vindplaatsen Rechtspraak.nl
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer 20/01094
uitspraakdatum: 12 oktober 2021
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 november 2020, nummer AWB 19/1084, ECLI:NL:RBGEL:2020:6228, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht
daaruit:
 Het geschil
In geschil is of de woning is verkregen krachtens de verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap.
4Beoordeling van het geschil
4.1.
Ten tijde van het huwelijk behoorde de woning tot de huwelijksgemeenschap van erflaatster en de bezwaarde.
4.2.
Ten gevolge van het overlijden van erflaatster werd de huwelijksgemeenschap ontbonden (artikel 1:99 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De bezwaarde bleef gerechtigd tot de onverdeelde helft van de ontbonden huwelijksgemeenschap. De (gerechtigdheid tot de) andere onverdeelde helft behoorde tot de nalatenschap, waartoe gerechtigd waren de erfgenamen, te weten de bezwaarde onder ontbindende voorwaarde en de kinderen onder opschortende voorwaarde. Weliswaar wordt de bezwaarde jegens derden als de uitsluitend rechthebbende aangemerkt, maar tussen de bezwaarde en de verwachters zijn de wettelijke voorschriften betreffende vruchtgebruik van overeenkomstige toepassing (artikel 4:138 van het BW). Om die reden zijn ook de kinderen (weliswaar voorwaardelijk) gerechtigd tot de huwelijksgemeenschap. Derhalve is – anders dan waarvan de Rechtbank kennelijk is uitgegaan – nog steeds sprake van een situatie waarin een ontbonden huwelijksgemeenschap bestaat waartoe de woning behoort (vgl. artikel 3:166, eerste lid, en artikel 3:189, tweede lid, van het BW). Anders dan de Rechtbank is het Hof dan ook van oordeel dat de ontbonden huwelijksgemeenschap is blijven bestaan en dat de bezwaarde, belanghebbende en zijn broer gerechtigd zijn tot de, in de nalatenschap vallende onverdeelde helft van de huwelijksgemeenschap.
4.3.
Er zijn tot 28 december 2017 geen handelingen verricht die hebben geleid de verdeling van de huwelijksgemeenschap en/of de nalatenschap. Beide gemeenschappen zijn dus tot die datum blijven bestaan.
4.4.
Bij akte van 28 december 2017 zijn beide gemeenschappen verdeeld, waarbij de tot de gemeenschappen behorende woning is toegedeeld aan belanghebbende. Deze verdeling is de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap en een nalatenschap. De verkrijging van de onroerende zaak bij deze verdeling is daarom geen verkrijging in de zin van de overdrachtsbelasting (artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer).
4.5.
De naheffingsaanslag is derhalve ten onrechte opgelegd.
4.6.
Het hoger beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Omdat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, is ook de belastingrente ten onrechte in rekening gebracht.
Slotsom
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>ECLI:NL:GHARL:2021:9560<br />
Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 12-10-2021 Datum publicatie 22-10-2021 Zaaknummer 20/01094 Formele relaties<br />
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2020:6228, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken<br />
Hoger beroep Inhoudsindicatie<br />
Overdrachtsbelasting. Verdeling tot ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap behorende woning. Vindplaatsen Rechtspraak.nl<br />
GERECHTSHOF ARNHEM &#8211; LEEUWARDEN<br />
locatie Arnhem<br />
nummer 20/01094<br />
uitspraakdatum: 12 oktober 2021<br />
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer<br />
op het hoger beroep van<br />
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)<br />
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 november 2020, nummer AWB 19/1084, ECLI:NL:RBGEL:2020:6228, in het geding tussen belanghebbende en<br />
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht<br />
daaruit:<br />
 Het geschil<br />
In geschil is of de woning is verkregen krachtens de verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap.<br />
4Beoordeling van het geschil<br />
4.1.<br />
Ten tijde van het huwelijk behoorde de woning tot de huwelijksgemeenschap van erflaatster en de bezwaarde.<br />
4.2.<br />
Ten gevolge van het overlijden van erflaatster werd de huwelijksgemeenschap ontbonden (artikel 1:99 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De bezwaarde bleef gerechtigd tot de onverdeelde helft van de ontbonden huwelijksgemeenschap. De (gerechtigdheid tot de) andere onverdeelde helft behoorde tot de nalatenschap, waartoe gerechtigd waren de erfgenamen, te weten de bezwaarde onder ontbindende voorwaarde en de kinderen onder opschortende voorwaarde. Weliswaar wordt de bezwaarde jegens derden als de uitsluitend rechthebbende aangemerkt, maar tussen de bezwaarde en de verwachters zijn de wettelijke voorschriften betreffende vruchtgebruik van overeenkomstige toepassing (artikel 4:138 van het BW). Om die reden zijn ook de kinderen (weliswaar voorwaardelijk) gerechtigd tot de huwelijksgemeenschap. Derhalve is – anders dan waarvan de Rechtbank kennelijk is uitgegaan – nog steeds sprake van een situatie waarin een ontbonden huwelijksgemeenschap bestaat waartoe de woning behoort (vgl. artikel 3:166, eerste lid, en artikel 3:189, tweede lid, van het BW). Anders dan de Rechtbank is het Hof dan ook van oordeel dat de ontbonden huwelijksgemeenschap is blijven bestaan en dat de bezwaarde, belanghebbende en zijn broer gerechtigd zijn tot de, in de nalatenschap vallende onverdeelde helft van de huwelijksgemeenschap.<br />
4.3.<br />
Er zijn tot 28 december 2017 geen handelingen verricht die hebben geleid de verdeling van de huwelijksgemeenschap en/of de nalatenschap. Beide gemeenschappen zijn dus tot die datum blijven bestaan.<br />
4.4.<br />
Bij akte van 28 december 2017 zijn beide gemeenschappen verdeeld, waarbij de tot de gemeenschappen behorende woning is toegedeeld aan belanghebbende. Deze verdeling is de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap en een nalatenschap. De verkrijging van de onroerende zaak bij deze verdeling is daarom geen verkrijging in de zin van de overdrachtsbelasting (artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer).<br />
4.5.<br />
De naheffingsaanslag is derhalve ten onrechte opgelegd.<br />
4.6.<br />
Het hoger beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Omdat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, is ook de belastingrente ten onrechte in rekening gebracht.<br />
Slotsom<br />
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond.</p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
		<item>
		<title>
		Door: Jan de Voogd		</title>
		<link>https://vbngb.eu/algemene-dossiers/belastingen/erfbelasting/#comment-6565</link>

		<dc:creator><![CDATA[Jan de Voogd]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 16 Mar 2021 10:34:29 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">https://vbngb.eu/?page_id=4214#comment-6565</guid>

					<description><![CDATA[In 4 stappen online aangifte doen voor de erfbelasting
Aangifte doen voor de erfbelasting is iets waar u even voor moet gaan zitten. Maar we proberen het u zo eenvoudig mogelijk te maken.
Met deze instructie doet u in 4 stappen online aangifte voor een erfenis die u kreeg in 2020 of daarna.
Let op!

In de huidige versie van de online aangifte 2021 is het niet mogelijk om gegevens van een onderneming in te vullen. In de nieuwe versie van de online aangifte 2021 kan dat wel. Die versie is begin juni 2021 beschikbaar.
Had de overledene een onderneming? Dan kunt u als alternatief aangifte doen met het papieren aangifteformulier erfbelasting 2021 (pdf).

&lt;a href=&quot;https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/in-4-stappen-aangifte-doen-erfbelasting&quot; target=&quot;_blank&quot; rel=&quot;noopener nofollow&quot;&gt;https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/in-4-stappen-aangifte-doen-erfbelasting&lt;/a&gt;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In 4 stappen online aangifte doen voor de erfbelasting<br />
Aangifte doen voor de erfbelasting is iets waar u even voor moet gaan zitten. Maar we proberen het u zo eenvoudig mogelijk te maken.<br />
Met deze instructie doet u in 4 stappen online aangifte voor een erfenis die u kreeg in 2020 of daarna.<br />
Let op!</p>
<p>In de huidige versie van de online aangifte 2021 is het niet mogelijk om gegevens van een onderneming in te vullen. In de nieuwe versie van de online aangifte 2021 kan dat wel. Die versie is begin juni 2021 beschikbaar.<br />
Had de overledene een onderneming? Dan kunt u als alternatief aangifte doen met het papieren aangifteformulier erfbelasting 2021 (pdf).</p>
<p><a href="https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/in-4-stappen-aangifte-doen-erfbelasting" target="_blank" rel="noopener nofollow">https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/in-4-stappen-aangifte-doen-erfbelasting</a></p>
]]></content:encoded>
		
			</item>
	</channel>
</rss>
