Selecteer een pagina

Nederland wil niet meer garant staan voor de medische zorg van vervroegd gepensioneerden, die in ander EU-land willen gaan wonen

Huidige regeling verdragsgerechtigden

Nederlandse gepensioneerden met enkel Nederlandse pensioenen of uitkeringen hebben, als zij in een verdragsland (o.a. EU enz.) wonen of gaan wonen, recht op medische verstrekkingen in hun woonland ten financiële last van Nederland. Deze verdragsgerechtigden hebben ook recht op medische zorg in Nederland. Dit is niet gratis. De verdragsgerechtigen betalen daarvoor de nominale en procentuele Zvw/WLZ-bijdragen aan CAK Buitenland. De verdragsbijdrage wordt vermenigvuldigd met de zgn. woonlandfactor. Op bijlage XI van de huidige EU-verordening 883/2004 staat vermeld, wie verdragsgerechtigde is. Dat is iedereen met een wettelijk pensioen of een wettelijke uitkering. Dus een AOW, Anw, WIA-uitkering. Doch ook iemand met een niet-wettelijk vervroegd bedrijfs(tak)pensioen. Wie alleen een niet-wettelijk nabestaandepensioen ontvangt is géén verdragsgerechtige. Betrokken nabestaande moet maar zien hoe hij/zij tegen ziekkosten verzekerd wordt in zijn/haar woonland. Er zijn nog twee problemen waarvoor de VBNGB zich inzet. Te weten: ongeplande spoedeisende zorg van een verdragsgerechtigde buiten de EU waarover we in contact zijn met de Europese Commissie en het feit dat verdragsgerechtigden in hun woonland geen aanspraak hebben op vrij besteedbare uitkeringen voor langdurige zorg. 

 

Nieuwe regeling verdragsgerechtigen: alleen voor personen met een wettelijk pensioen of uitkering

Zonder dat er ooit gecommuniceerd werd met de Tweede Kamer werd de VBNGB onaangenaam verrast door het voorstel van het Ministerie van VWS om de bijlage XI op te schonen. Dankzij de VBNGB lag er een voorstel om de lijst op bijlage XI uit te breiden met de kleine groep personen (veelal vrouwen), die (tijdelijk) recht hadden op een niet-wettelijk nabestaandenpensioen. De VBNG wilde dat deze nabestaanden verdrag gerechtigde bleven. Dit voorstel was zelfs goedgekeurd door de Europese Raad. In mei 2026 bleek dat Nederland de bijlage XI rücksichtsloos opgeschoond had. De bijlage XI maakt deel uit van de herziening van EU Verordening nr. 883/2004. Vanaf 2016 is men in Brussel aan het onderhandelen over deze verordening.  

Alle niet-wettelijke pensioenen en uitkeringen waren van de lijst verdwenen. Personen die nu een niet-wettelijk vervroegd pensioen ontvangen blijven verdragsgerechtige (zgn. overgangsrecht). Doch personen, die na publicatie van de wijziging met een niet-wettelijk vroegpensioen in een andere Lidstaat dan Nederland gaan wonen, krijgen niet meer het statuut van verdragsgerechtigde. Dus een Nederlander, die met een niet-wettelijk pensioen naar Zweden, Oostenrijk, Spanje verhuist, moet maar zien hoe hij daar verzekerd wordt tegen ziektekosten. Een sprong in het donker. Welllicht kan betrokkene zich in het nieuwe woonland toch nog wettelijk verzekeren of verzekerd worden voor een vrijwillige verzekering of andere vangnetbepaling. Het kan ook zijn dat betrokkene als partner meeverzekerd wordt. Zo niet, dan is hij aangewezen op een particuliere verzekering. Die zal niet goedkoop zijn voor een 60-jarige. Ook kunnen er problemen ontstaan met het verblijfsrecht. Het is een bizarre regeling, want wanneer betrokkene na 8 maanden of 2 jaar zijn AOW-pensioen ontvangt, dan wordt hij wel weer gekwalificeerd als verdragsgerechtigde.  

Belangenbehartiging door de VBNGB

De VBNGB heeft zich via een persbericht en via het benaderen van de Tweede Kamer Commissie en Tweede Kamerleden getracht het probleem te agenderen. Hierop is geen dan wel nauwelijks reactie gekomen wellicht door een gebrek aan belangstelling dan wel kennis van dit soort regelingen bij leden van de Tweede Kamer. Toch lukte het de VBNGB om een Kamerlid Ellen van de Akker (CDA) een schriftelijke vraag te laten stellen. Zie het antwoord van het Kabinet via onderstaande verwijzing. Het antwoord komt er kortweg op neer dat onduidelijke niet goed uitvoerbare passages zijn verwijderd. Daaronder valt de huidige verwijzing naar arbeidsvoorwaarden welke verzorging van gewezen werknemers ten doel heeft, die vanaf 55 jaar en vóór 65 jaar van een dergelijke arbeidsvoorwaarde gebruikmaken. In de praktijk was een keuzerecht ontstaan: als een burger zich meldde bij CAK ontstond er een recht op zorg betaald door Nederland, als een burger zich niet meldde bij CAK ontstond er geen recht op zorg betaald door Nederland. Die onduidelijke situatie vindt het kabinet onwenselijk en die situatie is nu “hersteld” door de niet-wettelijke vroegpensioenen te schrappen zodat alleen personen met een Nederlandse wettelijk pensioen of uitkering als verdragsgerechtigde kwalificeren. De regeling is ondertussen goedgekeurd door het Europees parlement. En zal waarschijnlijk in 2027 in werking treden. 

Hoe verder?

Het is en blijft voorlopig onduidelijk op welke wijze Nederlandse vervroegd gepensioneerden verzekerd zullen worden tegen ziektekosten ondanks dat de minister in zijn antwoord de indruk wekt dat er nauwelijks dan wel geen problemen zijn te verwachten omdat in een aantal situaties een vervroegd gepensioneerde op grond van de wet- en regelgeving van het woonland meeverzekerd kan worden met zijn/haar partner in het woonland of als medeverzekerd gezinslid bij CAK- Buitenland. Wanneer de vervroegd gepensioneerde in zijn woonland werkt, dan geldt de wet- en regelgeving van het werk- en woonland. Wanneer er daarbij in het woonland pensioen wordt opgebouwd, blijft deze vervroegd gepensioneerde bij pensionering in het woonland verzekerd tegen ziektekosten, ongeacht de hoogte van dit pensioen.  

Wanneer een Nederlandse vervroegd gepensioneerde naar een verdragsstaat verhuist, dan zal hij aldaar zich moeten verzekeren tegen ziektekosten. Hoe? Dat verschilt per land. Soms wordt men verplicht verzekerd, soms kan men zich vrijwillig wettelijk verzekeren of is er een sociale vangnet verzekering. Van groot belang is het zgn. het EU-formulier E104 (S040). Dit is een bewijs dat én hoe lang men in Nederland tegen ziektekosten verzekerd is geweest. Het is zinvol om dit formulier vóór emigratie aan te vragen bij de Nederlandse zorgverzekeraar. Dit voorkomt zgn wachttijden. In een aantal geval is wellicht een (dure) particuliere verzekering een mogelijkheid. DE VBNGB doet er moeite voor, de mogelijkheden per land in kaart te brengen.  

Bijlagen 

  1. Persbericht VBNGB 
  1. Recente discussie in de Tweede Kamer over de opschoning van Bijlage XI 

Klik hieronder op de pijl rechts om de bijlagen te openen

Persbericht VBNGB

Nabestaanden en vroeggepensioneerden in het buitenland raken zorgdekking kwijt

VBNGB: herziening Verordening 883/2004 is een gemiste kans

De Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland (VBNGB) is teleurgesteld over het voorlopige akkoord voor de herziening van Europese Verordening 883/2004. Door een Nederlandse ‘opschoning’ van deze verordening raken meeverzekerde nabestaanden en mensen met een Nederlands vroegpensioen die naar een andere EU-lidstaat verhuizen tijdelijk onverzekerd voor ziektekosten. Dat bedreigt hun verblijfsrecht en zorgt voor een onwerkbare jojo-situatie.

Hoe werkt het nu? Gepensioneerden met een pensioen uit Nederland, die in een andere EU-lidstaat wonen, hebben recht op medische zorg in hun woonland, ze zijn ‘verdragsgerechtigde’. Nederland betaalt deze kosten; gepensioneerden dragen bij via bijdragen aan het CAK. Dit geldt nu voor AOW-gerechtigden, voor meeverzekerde partners en mensen met een pensioen dat is ingegaan voor de AOW-leeftijd.

Wat verandert er? In 2018 zegde de minister toe om een juridisch gat te dichten voor meeverzekerde partners na het overlijden van de hoofdverzekerde. Zij zouden via een aanpassing in Bijlage XI van de Europese verordening hun Nederlandse zorgdekking behouden totdat zij zelf de AOW-leeftijd bereikten. Omdat de herziening van de Europese verordening jarenlang stillag in Brussel, is deze toezegging technisch echter nooit in werking getreden.

Met de huidige ‘opschoning’ wordt de bescherming voor nabestaanden en vroeggepensioneerden nu zelfs definitief uit de verordening geschrapt. Wie nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt en naar een ander EU-land verhuist of daar als partner achterblijft, valt vervolgens niet meer onder de Nederlandse zorgdekking en is tijdelijk onverzekerd. Het overgangsrecht beschermt bestaande gevallen, maar laat toekomstige groepen in de kou staan.

Dat schept reële risico’s: het EU-verblijfsrecht vereist dat wie in een ander EU-land wil wonen, een verzekering heeft die de ziektekosten daar volledig dekt. Wie dat niet kan aantonen, kan het verblijfsrecht worden geweigerd. Bovendien is het gezien hun leeftijd voor deze groep moeilijk en kostbaar zich particulier te verzekeren.

Zodra dezelfde persoon de AOW-leeftijd bereikt, wordt hij/zij verplicht verdragsgerechtigde en moet opnieuw bijdragen betalen aan het CAK. De VBNGB noemt dit een ‘jojo-situatie’: eerst verplicht verzekerd via Nederland, dan een periode onverzekerd, dan opnieuw verplicht verzekerd via het CAK.

Standpunt VBNGB De VBNGB vindt de ‘opschoning’ ondoordacht en onrechtvaardig. Toekomstige nabestaanden en vroeggepensioneerden moeten hun zorgdekking via Nederland behouden totdat zij de AOW-leeftijd bereiken. Het is onaanvaardbaar dat de overheid het verblijfsrecht van deze kwetsbare groepen in gevaar brengt en betrokkenen dwingt tot een kostbare private verzekering in het woonland. Ook op andere vlakken brengt de herziening geen verbetering: de aanspraak op langdurige zorg – met name zorguitkeringen – in het buitenland en de vergoeding van medische kosten bij verblijf buiten de EU blijven juridisch onduidelijk.

Oproep De Tweede Kamer en het Europees Parlement stemmen binnenkort over de herziening. De VBNGB roept beide parlementen op kritisch te kijken naar de gevolgen voor nabestaanden en vroeggepensioneerden, de afspraken voor nabestaanden gemaakt in 2018 alsnog te respecteren, en het akkoord niet in deze vorm te laten passeren.

 

Recente discussie in de Nederlandse Tweede Kamer over de opschoning van Bijlage XI1

Schriftelijke vraag CDA-fractie en reactie van de Minister staat op pa. 15-17 van Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Formele Raad WSB van 29 juni 2026 en Informele Raad WSB van 6 juli 2026 (Kamerstuk 21501-31-828), te downloaden via www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2026Z14248&did=2026D31947.

De leden van de CDA-fractie lezen dat verwijzingen naar tweede-pijlerpensioenen uit Bijlage XI van Verordening 883/2004 worden verwijderd, waardoor een flexibel gekozen pensioendatum met een tweede-pijlerpensioen of vergelijkbare uitkering voorafgaand aan de AOW-leeftijd niet langer kan leiden tot verdragsrecht op zorg ten laste van Nederland. Deze leden vragen welke categorieën personen hierdoor worden geraakt, hoeveel personen naar verwachting worden getroffen en of het klopt dat personen met uitsluitend een niet-wettelijk Nederlands prepensioen of vergelijkbare uitkering in het buitenland niet langer als verdragsgerechtigde kunnen worden aangemerkt. Daarnaast vragen deze leden naar de gevolgen hiervan voor de toegang tot medische zorg in het woonland, de toegang tot medische zorg tijdens tijdelijk verblijf in Nederland, het verblijfsrecht op grond van Richtlijn 2004/38/EG en de verplichting tot het afsluiten van een particuliere zorgverzekering in het woonland, en of hierbij overgangsproblemen worden voorzien en op welke wijze deze worden ondervangen.

Antwoord van Minister Vijlbrief. Bijlage XI van deze verordening beschrijft bijzondere bepalingen per lidstaat voor de toepassing van de verordening en geeft hiermee praktische invulling aan grensoverschrijdende zorg (denk aan wie moet zich verzekeren, welke zorgrechten je in Nederland hebt als je elders verzekerd bent, wie zorg ten laste van Nederland kan krijgen). Met deze nieuwe aanpassingen in bijlage XI zijn verwijzingen naar verouderde, deels niet meer van kracht zijnde, wet- en regelgeving en onduidelijke niet goed uitvoerbare passages verwijderd.

Bijlage XI is daarmee vereenvoudigd en geüpdatet. Alle bestaande rechten die voorzien in zorg ten laste van Nederland blijven bestaan. Dat is geregeld in het overgangsrecht. Nieuwe gevallen worden op hun eigen merites beoordeeld, maar in die gevallen is uiteraard geen sprake van een bestaand recht.

In de huidige tekst van bijlage XI was een verwijzing opgenomen naar arbeidsvoorwaarden die de verzorging van gewezen werknemers ten doel heeft, die vanaf 55 jaar en vóór 65 jaar van een dergelijke arbeidsvoorwaarde gebruikmaken. In de praktijk is en was niet duidelijk waar die passage precies naar verwees. Dat maakte dat in de praktijk een keuzerecht was ontstaan: als een burger zich meldde bij CAK ontstond er een recht op zorg betaald door Nederland, als een burger zich niet meldde bij CAK ontstond er geen recht op zorg betaald door Nederland. Die onduidelijke situatie vindt het kabinet onwenselijk en die situatie is nu hersteld.

Zorg in het woonland is en blijft voor iedereen toegankelijk, mede op basis van de recente Hofuitspraak ‘A. tegen Latvijas Republikas Veselības ministrija (C-535/19)’ op basis waarvan het een economisch niet actieve burger niet kan worden tegengeworpen dat hij van zijn recht op vrij verkeer van personen gebruik maakt. Uiteraard mag de EU-burger geen onredelijke last vormen voor de overheidsfinanciën van het nieuwe EU-woonland. Het nieuwe EU-woonland mag daarom voorwaarden stellen aan bijdragen voor een ziektekostenverzekering.

Deze voorwaarden kunnen onder meer inhouden dat de EU-burger een premiebijdrage betaalt aan het publieke zorgstelsel van het nieuwe EU-woonland, of dat de EU-burger een betaalbare particuliere ziektekostenverzekering afsluit.

Het is niet precies aan te geven uit hoeveel personen deze huidige groep van personen bestaat die van de arbeidsvoorwaarden op basis van een tweede pijler pensioensysteem gebruik maken en die in het buitenland wonen. Er wordt in de cijfers geen onderscheid gemaakt tussen gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden en daaraan gelijkgestelden met een recht op zorg ten laste van Nederland. Er zijn wel cijfers beschikbaar van de gehele groep van gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden en daaraan gelijkgestelden. In 2024 waren er 86.868 gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden en daaraan gelijkgestelden met een recht op zorg ten laste van Nederland. Conform de reguliere afspraken die volgen uit de Verordening hebben ook nabestaanden recht op en toegang tot zorg in hun EU-woonland en kunnen zij zich aansluiten bij het stelsel van hun woonland. Daarmee wordt gebruik gemaakt van het geboden zorgpakket in het woonland. Voor nabestaanden wijzigt er overigens niets. Hiermee is de zorg in de basis goed geregeld. Er zijn geen gevolgen voor het recht op toegang tot medische zorg in het woonland’’

0 reacties

Blijf op de hoogte

Ontvang een e-mail wanneer er nieuwe berichten online staan.

Factsheet