Nieuwsbrief 2018-3

jan 20, 2019

De derde nieuwsbrief van 2018 betreffende het vierde kwartaal 2018 is beschikbaar. Leden van de VBNGB ontvangen de nieuwsbrief ook per e-mail. De nieuwsbrief bevat een overzicht van de acties die door het bestuur genomen zijn gedurende deze periode. Nieuwsbrief 2018-3

Deze pagina is afgesloten en alleen toegankelijk voor leden van de VBNGB

Een deel van deze website is afgesloten en alleen toegankelijk voor leden. Het bij elkaar brengen van relevante informatie kost inspanningen en geld. Zo ook deze website en het onderhouden er van. Een deel van de website houden wij vrij toegankelijk. Hier leest u wat vrij is en wat niet, en waarom.
Als u al lid bent kunt u hieronder inloggen. Bent u nog geen lid? Dan nodigen wij u uit om lid te worden, door het aanmeldformulier in te vullen.

3 Reacties

  1. graag overzicht van reacties

    Antwoord
  2. Vraagjes :
    Hoe staat het nou eigenlijk met dat (onzalige) plan van NL om ons inkomen in NL te gaan belasten i.p.v. in Frankrijk of een ander woonland in de EU ?
    Willen ze dan ook soms die 1,2 % “spaarbelasting” gaan heffen ?
    Dus onder het motto dat zelfs de Hoge Raad het “oneigenlijke ontneming” (lees diefstal) vindt, maar onze geliefde en hoogst betrouwbare NL overheid, er toch gewoon mee door mag gaan ?
    Ik zie allerlei referenties aan “overleg” VNBG met NL-ministeries over zgn “overgangsregelingen”.
    Maar geen man-en-paard mededelingen in klare taal.
    Of kalenderdata.
    Wanneer moet ik mijn spaargeld (waar ik al 63 % belasting over heb betaald in NL) in veiligheid gaan brengen ?
    PS :
    Hebben we ergens een “verklarend woordenboek” waarin al die kreupele ministeriele uitdrukkingen worden vertaald in menselijk nederlands ?
    En wat die dan wel betekenen voor een “niet-ambtenaar” ?
    Ik doel hier met name op al die “kwalificende xxxxxxx ” etc.terminologie.
    M.vr.gr. Hans Carstens

    Antwoord
  3. Het gaat erom welk land het belastingheffingsrecht krijgt toebedeeld over het pensioen. Doorgaans gaat het over het bedrijfspensioen, daar overheidspensioenen in de regel door het bronland worden belast. Voor heffing van inkomstenbelasting over Nederlandse pensioenen in het woonland pleit dat inwoners van een land gebruik maken van faciliteiten die m.b.v. die belastinggelden worden betaald, zoals infrastructuur en diensten. Voor heffing in Nederland dat er belastingverlichting is gegeven bij de pensioenopbouw. Zowel werkgevers- als werknemersdeel van de pensioenpremie is in het verleden buiten de belastingheffing gehouden.

    De Nederlandse regering heeft in 2011 ervoor gekozen naar bronlandheffing te streven als de pensioenopbouw inderdaad met belastingverlichting gepaard is gegaan. Hiermee ziet men dus af van belasting over de pensioenen van immigranten. Dit voornemen had en heeft brede ondersteuning van de volksvertegenwoordiging.

    Nu kan de Nederlandse regering daarnaar streven, een belastingverdrag blijft een kwestie van bilateraal onderhandelen. Het is maar de vraag of het andere land het met dit principe (bronlandbelasting) eens kan zijn. Zo kan bijvoorbeeld van belang zijn of dat land veel immigranten heeft of voornamelijk emigranten.

    Of het voor Nederlandse emigranten gunstig is of niet hangt af waar men woont. In sommige landen is de belastingdruk hoger dan in Nederland, in andere lager. Wat de heer Carstens ”onzalig” noemt is voor inwoners van andere landen juist “zalig”.

    Bij de wijziging van enkele belastingverdragen in de laatste jaren werden in de regel bestaande gevallen gerespecteerd. Bij de parlementaire behandeling van het verdrag met Duitsland is dit thema uitgebreid aan de orde geweest. Vanwege de relatief grote belastingvoordelen voor inwoners van Duitsland met een Nederlands bedrijfspensioen heeft de regering besloten dit niet te doen.

    De VBNGB heeft in een zogenaamde consultatieprocedure over belastingverdragen bij het ministerie van Financiën naar voren gebracht dat gepensioneerden niet de flexibiliteit hebben op grote inkomensachteruitgang te reageren. Bij belastingverdragen waarbij sprake is van inkomensverlies dient daarom respectering van bestaande gevallen plaats te vinden, een levenslang overgangsrecht dan wel de keuze tussen toepassing van het oude dan wel het nieuwe verdrag.

    De belasting op vermogen (de genoemde 1,2%) is een apart onderdeel van de belastingheffing. Het heffingsrecht ligt doorgaans in het woonland en de Nederlandse regering heeft geen plannen dat principieel te veranderen.

    Dat wetten vaak ingewikkeld geformuleerd zijn valt niet te ontkennen. Het VBNGB bestuur probeert met eenvoudige taal de zaken voor te stellen.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.