Herziening woonlandfactor Duitsland

mrt 3, 2020

Vanuit het CAK ontving de VBNGB het volgende bericht inzake de aanpassing van de woonlandfactor voor Duitsland.

De gecorrigeerde jaarafrekeningen worden vanaf deze week verstuurd.
Dit zal de hele maand maart in beslag nemen. Reden hiervoor is dat men veel vragen verwacht en wil voorkomen dat het callcenter overbelast raakt.

Op de website van het CAK wordt informatie verstrekt over deze wijziging. Als de vragen daar aanleiding voor geven zal deze informatie dagelijks worden aangepast. U wordt dus verzocht bij vragen eerst op de website te kijken.

Het gaat om 16.800 jaarafrekeningen 2017 en 2018, waaronder 8.300 voor gepensioneerden. Indien de belastinggegevens over deze jaren nog niet bij het CAK aangekomen zijn wordt daarop gewacht. Voor 2019 wordt direct de juiste woonlandfactor toegepast.

12 Reacties

  1. Ik hoop dat het goed nieuws is en dat de woonlandfactor ten gunste van de gepensioneerden is bijgesteld. Ik wacht met spanning het concrete resultaat af.
    In ieder geval bedankt dat hier aandacht aan is besteed.
    Met vriendelijke groet,
    Jan Sjoukens

    Antwoord
    • Ik neem toch aan, dat u een brief heeft gekregen in december ergens, daar staat helder in, dat de woonlandfactor naar beneden is bijgesteld. Dat betekent, dat u minder hoeft bij te dragen.
      Dus u hoeft niet meer te hopen, het is al realiteit.

      Antwoord
      • Ja, die brief heb ik ontvangen. Maar met het CAK is het wat mij betreft Eerst Zien, Dan Geloven. Heb tot nu toe geen goede ervaringen met ze.

      • Nou ja uh, dit gaat het CAK te boven, de minister heeft het gepubliceerd in de Staatscourant.
        Nou heb ik niet zoveel op met ministers, maar wel met publicaties in de Staatscourant.

  2. En Frankrijk, want als de jaarafrekeningen voor Duitsland niet kloppen, kan je er op rekenen dat dat voor andere landen ook zo is.

    Antwoord
    • Dat moet dan wel aannemelijk gemaakt worden door degene die de aanslag van het CAK moet betalen, zoals in het proces voorafgaande aan de verlaging van de woonlandfactoren Duitsland (en eerder: Zweden) is gebleken.

      Antwoord
    • Dat is nog maar de vraag natuurlijk, daar is al meer over geschreven m.b.t. Frankrijk, maar dan zal toch een keer een in Frankrijk wonende verdragsgerechtigde daar energie in moeten stoppen.
      Deze site is natuurlijk hartstikke waardevol, maar helpt niet om die woonlandfactor voor Frankrijk eventueel omlaag te krijgen.
      Net zoals Jan de Voogd schrijft, aantonen en dat geldt niet alleen voor Frankrijk maar voor ieder verdragsland.

      Antwoord
  3. Nou ja. Die woonlandfactoren en de vaststelling er van is natuurlijk steeds weer een verhaal apart. Het zal wel geen willekeur zijn, maar de berekeningsgrondslagen – daar is nog wel wat over te doen. Ook voor de VBNGB.

    Wonend in Spanje kreeg ik onlangs de tweede correctie op mijn ingehouden bijdragen van 2016!

    Daar is men dus mee bezig. Ik kan weliswaar lezen en schrijven, maar deze 2x herberekening … 4 jaar na dato …. ik begrijp het echt niet. Niet navolgbaar – de getallen. Zo blijft een instantie als het CAK natuurlijk wel lekker bezig. Ook Nederlands belastinggeld ….

    Ik denk dat het veel beter en veel makkelijker kan, maar ja …. de beste stuurlui …..

    Antwoord
  4. De gecorrigeerde woonlandfactoren voor 2017, 2018 en 2019 vallen ongeveer 10% lager uit.

    Antwoord
  5. vanuit het gastenboek:
    Wouter Boer uit Dalum/Geeste
    schreef op 24 maart 2020 om 18:23:
    Wat valt op aan de aangepaste Woonlandfactor.

    De Woonlandfactor voor Duitsland is aangepast en terecht en door een van de leden aan de kaak gesteld, daarvoor dank.

    De factor 2017 en 2019 zijn weer op het niveau zoals eerdere jaren terug. Zo ongeveer tussen de 0,72 en 0,75. Ware het niet dat 2018 er toch aan de hoge kant uitkomt.

    Het komt mij vreemd voor dat er een jaar tussen in, zijnde 2018, aan de hoge kant er uit komt met, 0.8595.
    Toch de conclusie nog steeds een onnauwkeurige berekening over 2018. Of zie ik e.e.a. niet goed. Zou het CAK meer weten?

    Antwoord
  6. De veranderingen in woonlandfactor voor Duitsland zijn als volgt geweest, eerst oorspronkelijk, daarna gecorrigeerd ( )

    2017: 0,8372 (0,7532)
    2018: 0,9559 (0,8595)
    2019: 0,8701 (0,7827)

    Conclusie: de correctie op de oorspronkelijke woonlandfactor was voor 2018 in procentpunten groter dan in 2017 en 2019.
    Ter verdere toelichting: voor het jaar 2017 zijn de zorgkosten van het berekeningsjaar 2014 gebruikt. Voor 2018 die van het berekeningsjaar 2015. De stijging van 2017 op 2018, zowel in de oorspronkelijke als de gecorrigeerde woonlandfactor, is vooral veroorzaakt door de daling van de noemer (=gem. wettelijke zorgkosten Nederland). Die waren resp. 3492,83 Euro (2017) en 3158,82 Euro (2018). De daling voor Nederland is vooral veroorzaakt door de invoering van de WLZ in 2015.

    Voor het jaar 2019 is een andere berekeningssystematiek ingevoerd: uitgangspunt is de woonlandfactor 2017 voor Duitsland met daarop een indexatie voor relatieve ontwikkelingen in zorgkosten van Duitsland t.o.v. Nederland op basis van WHO-gegevens. De stijging (gecorrigeerde factoren) van 0,7532 naar 0,7827 impliceert dan dat in die periode de zorgkosten – naar WHO definitie- in Duitsland iets sterker gestegen zijn dan in Nederland. Vermoedelijk zou de woonlandfactor voor Duitsland bij slechts gebruikmaking van nationale gegevens voor zowel Nederland als Duitsland (zoals tot en met 2018 gebruikelijk) voor 2019 hoger uitgevallen zijn dan door overgaan op deze WHO indexatiesystematiek.

    Dit oordeel houdt echter geen “liefdesverklaring” voor deze indexatiemethode met WHO gegevens, of ook gebruik van WHO gegevens als grondslag voor toekomstige berekeningen, in het algemeen in. Zie daartoe mijn commentaar op het CBS-onderzoek naar de houdbaarheid van woonlandfactoren , zoals dat commentaar in een bijlage van dat rapport is opgenomen.

    Antwoord
  7. Aangezien ik graag mijn haat/liefdeverhouding met het CAK in stand wil houden, heb ik ze vorige week een mail gestuurd, met de vraag wanneer in mijn definitieve jaarafrekening over 2018 krijg, aangezien ik een NinBi 2018 op 7 februari 2020 had ontvangen.
    Als eerste antwoord kreeg ik , dat ik eerst een voorlopige afrekening krijg voor 30 september 2020.
    Daarop heb ik geantwoord, dat ik die waarschijnlijk over 2019 dan krijg, maar dat dit over 2018 gaat en dat ik die voorlopige afrekening in september 2019 al heb ontvangen.
    Toen kreeg ik de vraag of ik de mail over de NinBi naar hun door kon sturen, aangezien het CAK niets ontvangen heeft.
    Ik heb hun toen geantwoord, dat ik geen mail van de belastingdienst heb ontvangen, maar een beschikking en dat ik niet weet hoe de communicatie over NinBi´s tussen de belastingdienst en het CAK gaat, misschien per postduif.
    Dat was tegen het zere been en kreeg een kort antwoord, ik ga uw overbodige vraag doorzetten naar de betreffende afdeling.
    En zowaar, de volgende dag een antwoord, dat ik binnen drie weken de definitieve afrekening over 2018 krijg.
    Ik had toch de stille hoop, dat ze na de ellende met de Duitse wlf ingezet zouden hebben op kwaliteitsverbetering binnen het CAK, maar helaas.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Ontvang een e-mail wanneer er nieuwe berichten online staan.