Selecteer een pagina

Inkomstenbelasting Algemeen

Belastingen in Oostenrijk

Wanneer u naar Oostenrijk emigreert vanuit Nederland valt u voor uw belastingaangiften en belastingheffingen onder het bilaterale belastingverdrag tussen Nederland en Oostenrijk. In tegenstelling tot wat soms gedacht wordt, kunt u niet zelf kiezen waar u belasting betaalt. Wel kunt u vaak voorkomen dat u dubbel belasting betaalt.

Algemeen overzicht

  1. Wie is in Oostenrijk vanaf wanneer belastingplichtig
  2. Verschillen tussen loonbelasting en inkomstenbelasting
  3. Overzicht van de zeven types belastbare inkomsten
  4. Het belastingtarief

1. Persoonlijke belastingplicht: wie is belastbaar in Oostenrijk en vanaf wanneer?

Personen die hun domicilie of hun gewone verblijfplaats in Oostenrijk hebben, zijn in Oostenrijk onbeperkt belastingplichtig.

Een domicilie in Oostenrijk hebben personen met een woning in Oostenrijk, die zij duidelijk op langere termijn als zodanig gebruiken. De woning hoeft niet het hoofdverblijf *) te zijn, maar een verblijf dat geschikt is om in te leven. Om een dergelijk verblijf als zodanig te kunnen vaststellen, is het niet noodzakelijk dat het continu wordt gebruikt, maar wel regelmatig.

Hun gewone verblijfplaats of “gewöhnliche Aufenthalt” in Oostenrijk hebben niet alleen personen die kort in Oostenrijk verblijven (vakantie, zakenreis, bezoek), maar ook personen die zich duidelijk voor langere tijd in Oostenrijk ophouden. In elk geval treedt na zes maanden verblijf in Oostenrijk, en wel met terugwerkende kracht, de onbeperkte belastingplicht in. Het hebben van een staatsburgerschap is niet cruciaal.

Aangezien men in principe dus al op grond van een kort verblijf een ingezetene van Oostenrijk kan zijn, bestaat er de zogenaamde “Zweitwohnsitzverordnung” om problemen bij het bepalen van de staat waar men ingezetene is te voorkomen. Met de “Zweitwohnsitzverordnung” moet worden vermeden, dat men onmiddellijk onderworpen is aan onbeperkte belastingplicht alleen vanwege het hebben van een tweede woning in Oostenrijk. De voorwaarde is echter dat het middelpunt van de levensbelangen voor minimaal vijf jaar naar het buitenland wordt verhuisd en dat het tweede huis niet langer dan 70 dagen per kalenderjaar wordt gebruikt. Als dit het geval is, is de ingezetenheid in ieder geval in het buitenland. 1)

Onbeperkte belastingplicht houdt in dat in principe alle binnenlandse én buitenlandse inkomsten in Oostenrijk worden belast. Beperkt belastingplichtig zijn personen, die in Oostenrijk werken of uit Oostenrijk (bijvoorbeeld van een pensioenfonds) een inkomen ontvangen, maar geen woonplaats of hun gewone verblijfplaats in Oostenrijk hebben.

Verdragen ter voorkoming van dubbele belasting verhinderen, dat meermaals belasting wordt betaald over hetzelfde inkomen, wanneer men in verschillende staten een woonplaats of inkomsten heeft. Als een gepensioneerde Nederlander naar Oostenrijk verhuist, wordt het pensioen inkomen gesplitst volgens het belastingverdrag tussen beide landen. De AOW en een eventueel ambtenarenpensioen, zoals ABP, blijven in Nederland belast. Een bedrijfspensioen wordt echter in Oostenrijk belast, waar u digitaal aangifte kunt doen bij FinanzOnline. Het in Nederland belaste inkomen moet wel in de Oostenrijks aangifte worden opgegeven, want de Oostenrijkse fiscus houdt er wel rekening mee met het bepalen van het tarief. Dit heet Progressionsvorbehalt.

In het eerste emigratiejaar moet u in Nederland nog aangifte doen met een specifiek M-formulier. Daarna vraagt u bij de Nederlandse Belastingdienst een vrijstellingsverklaring voor loonheffing aan over de pensioenen die in Oostenrijk belast zijn om te voorkomen dat er dubbel loonheffing wordt ingehouden.

Als u zich duurzaam in Oostenrijk vestigt, bent u fiscaal inwoner van Oostenrijk vanaf uw verhuisdatum. Er is geen directe aanmeldingstermijn voor het Oostenrijkse Finanzamt als u simpelweg in Oostenrijk woont en alleen AOW en/of een ambtenarenpensioen ontvangt. Zodra u echter belastingplichtig wordt in Oostenrijk, omdat u bijvoorbeeld ook een bedrijfspensioen ontvangt, verloopt de communicatie vaak via de Oostenrijkse aangifte bij FinanzOnline. De registratie met inloggegevens voor FinanzOnline kan persoonlijk worden uitgevoerd bij een kantoor van de Oostenrijkse belastingdienst.

2. Loon- en inkomstenbelasting: wat is het verschil?

In het algemeen betalen Oostenrijkse werknemers en gepensioneerden loonbelasting, zelfstandigen betalen inkomstenbelasting. De loonbelasting verschilt alleen van de inkomstenbelasting in de manier van heffen. Het belastingtarief is in principe hetzelfde. Voor werknemers zijn er echter aanvullende aftrekposten, speciale belastingvrijstellingen en speciale bepalingen voor de belastingheffing op bepaalde “overige inkomsten”.

Elke werkgever houdt loonbelasting in (op niet-zelfstandige inkomsten). Inkomstenbelasting wordt pas na aangifte geheven. Hiertoe moet een “Einkommenssteuererklärung” worden ingediend bij het Finanzamt. Op basis van deze verklaring wordt de inkomstenbelasting berekend en in een “Einkommenssteuerbescheid” voorgeschreven.

Een naar Oostenrijk geëmigreerde Nederlander met alleen een pensioeninkomen uit Nederland moet zelf elk jaar aangifte doen. Hij betaalt dus inkomstenbelasting of Einkommenssteuer na het doen van een belastingaangifte of Arbeitnehmerveranlagung.

3. Inkomsten, inkomen, loon: waarover moet belasting worden betaald?

Het “Einkommenssteuergesetz” kent zeven soorten inkomsten die onderworpen zijn aan de “Einkommenssteuer”.

  1. Inkomsten uit landbouw en bosbouw: bijvoorbeeld boeren of tuinders.
  2. Inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden: bijvoorbeeld artsen, advocaten, belastingadviseurs, architecten of journalisten en directeuren, die voor meer dan 25% aandeelhouder zijn bij ondernemingen (bijvoorbeeld een GmbH).
  3. Inkomsten uit onderneming: winsten van commerciële, industriële of handelsondernemingen,, maar ook timmerbedrijven of kappers. Rechtspersonen, zoals bijvoorbeeld GmbH’s betalen geen inkomstenbelasting, maar vennootschapsbelasting.
  4. Inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid zijn de inkomsten van werknemers (werkenden in loondienst) en gepensioneerden.
  5. Inkomsten uit kapitaalgoederen: bijvoorbeeld particuliere opbrengsten uit sparen, effecten, dividenden en andere opbrengsten uit aandelen in bedrijven of beleggingsfondsen, evenals winsten uit de verkoop van particuliere beleggingen en derivaten.
    Deze inkomsten zijn als binnenlands inkomen direct onderworpen aan de KESt (Kapitalertragsteuer) van 25% of 27,5% en zijn meestal eindbelast, d.w.z. er worden geen verdere inkomstenbelastingen in rekening gebracht. Als dergelijke inkomsten worden verkregen uit het buitenland (bijvoorbeeld rente op buitenlandse spaarrekeningen, dividenden of winsten op aandelenverkopen zonder beheer van effectenrekening in Oostenrijk), dienen zij te worden opgegeven in de aangifte en worden dan belast met resp. 25% en 27,5% inkomstenbelasting.
  6. Inkomsten uit verhuur en verpachten worden gegenereerd, wanneer kamers, appartementen, woningen of huizen worden verhuurd.
  7. Overige inkomsten zijn bijvoorbeeld inkomsten uit:
    • de verkoop van particulier onroerend goed (belasting tegen een vaste rentevoet van 30%, in principe geheven door de “ImmoESt”, de inkomstenbelasting op onroerend goed);
    • speculatieve transacties (verkooptransacties van overige particuliere economische goederen, bijvoorbeeld goud en zilver, binnen één jaar na de aanschaf ervan);
    • incidentele uitkeringen (bijvoorbeeld eenmalige provisies voor makelaardij);
    • bepaalde lopende uitkeringen (lijfrenten);
    • vergoedingen (bijvoorbeeld voor ambtenaren van publiekrechtelijke entiteiten, voor zover zij geen werknemers zijn).

Hét inkomen is dus de som van alle bovengenoemde inkomsten. In dit Landenportal Oostenrijk komen onder het specifieke onderwerp belastingen, de belastingen over de inkomsten hierboven genoemd onder 4 tot en met 7 (deels) aan bot.

4. Het belastingtarief: vanaf welk inkomensniveau begint de belastingplicht?

Van het inkomen vóór belasting kunnen vrijstellingen of Freibeträge worden afgetrokken. In de Oostenrijkse inkomstenbelasting zijn Freibeträge bedragen die het belastbare inkomen verlagen voordat de belasting wordt berekend. De belangrijkste zijn:

  • de belastingvrije voet is een basisinkomen, dat vrij is van inkomstenbelasting
  • Werbungskosten of beroepskosten
  • Sonderausgaben zijn uitgaven, zoals kerkbijdragen of giften aan erkende instellingen
  • Außergewöhnliche Belastungen zijn bijvoorbeeld bepaalde hoge medische kosten of kosten wegens een handicap

Freibeträge verschillen van aftrekposten of Absetzbeträge. Absetzbeträge worden rechtstreeks van de verschuldigde belasting afgetrokken. Een voorbeeld is het Pensionistenabsetzbetrag.

Zowel het belastingvrije basisinkomen als het belastingtarief zijn sinds het jaar 2023 is gestaffeld. In de belastinggidsen van het Bundesministerium Finanzen en van de Arbeiterkammer, die voor elk jaar worden uitgebracht, zijn de belastingtarieven, Freibeträge en Absetzbeträge makkelijk te vinden: Das Steuerbuch en Steuer Sparen

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Ontvang een e-mail wanneer er nieuwe berichten online staan.

Factsheet