Het VBNGB Bestuur vraagt aandacht aan de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Het bestuur schreef de volgende brief aan de Vaste Commissie SoZaWe.

Aan de leden van de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer,

Datum: 27 november 2017,

Geachte Leden van de Commissie,

Op 25 oktober 2017 ontving u van de (voormalige) minister van SZW Brief Nr. 459 Den Haag, 25 oktober 2017, 21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken .

In die brief wordt onder meer de voorgenomen wijziging “Wijziging Coördinatieverordening sociale zekerheidsstelsels (Vo883/2004)” van de EU aan de orde gesteld (blz.4). Wij brengen onder uw aandacht dat ten minste één urgent onderwerp in de voorstellen van de Europese Commissie niet voorkomt. Dat betreft de discoördinatie van fiscale en sociale zekerheidsstelsels. Wij doelen in het bijzonder op het gegeven dat pensioenemigranten en hun gezinsleden, die op grond van art. 24 of 25 Vo883/2004 ten laste van Nederland zorg in hun woonland genieten, veelal tevens via de belastingen van hun woonland, in het bijzonder de inkomstenbelasting, nogmaals bijdragen aan de financiering van het zorgstelsel van hun woonland indien dit berust op financiering vanuit de algemene middelen in plaats vanuit een afgezonderd premiestelsel.

Dat komt in veel lidstaten van de EU/EER voor. Aldus betalen pensioenemigranten in feite, in economische zin, dan dubbel voor hun verdragsrecht op basis van art. 24 of 25 Vo883/2004. Deze problematiek wordt ook gesignaleerd in het recente rapport “Grenswerkers in Europa”, uitgave Vereniging voor Belastingwetenschap,2017, ISBN 978-90-825275-1-3, par. 5.4.2. Dat rapport bevat nog veel meer voorbeelden van de problematische uitwerking van het gebrek aan coördinatie tussen fiscale en sociale zekerheidsstelsels in de EU, maar als VBNGB gaat onze interesse in het bijzonder naar deze zaak uit die financieel uiterst onrechtvaardig uitwerkt voor veel pensioenemigranten. Als VBNGB (zie www.vbngb.eu) behartigen wij namelijk de belangen van pensioenemigranten, in het bijzonder binnen het geografische gebied van Vo883/2004.

De oplossing van dit probleem kan theoretisch gezien op diverse wijze geschieden, nationaal via de wetgeving van de bevoegde pensioenstaat of de woonstaat, middels een bepaling in de bilaterale belastingverdragen of via wijziging van Vo883/2004. Onze voorkeur gaat uit naar vermindering van de aan de woonstaat te betalen inkomstenbelasting door aftrek van de aan het CAK betaalde zorgbijdrage. Dit is een weg, zij het op verzoek van de individuele belastingplichtige, die Denemarken als woonstaat heeft gekozen, zo is ons in de praktijk gebleken. Veel andere woonstaten blijken die weg echter niet te (willen) gaan.

De herziening van Vo883/2004 die thans aan de orde is biedt wel de mogelijkheid van de oplossing die het bovengenoemde rapport noemt (zie blz. 229), namelijk een aanvulling op art. 30 Vo883/2004, en wel als volgt in een lid 3:

Wanneer een pensioengerechtigde of diens gezinsleden in de in artikel 24 of 25 bedoelde gevallen krachtens de wetgeving van de lidstaat waar hij woont fiscale heffingen verschuldigd is of zijn, zijn deze niet invorderbaar voor dat deel van die heffingen dat geheven wordt voor de financiering van het verkrijgen van prestaties bij ziekte en van moederschap en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen als bedoeld in art. 24 of 25.

Toelichting: deze aanvulling is analoog aan hetgeen in de leden 1 en 2 van art. 30 bepaald wordt ter uitsluiting van de mogelijkheid van de woonstaat om zorgpremies te heffen indien betrokkenen ten laste komen van een andere pensioenstaat, maar breidt die uitsluiting uit naar fiscale heffingen van de woonstaat. In concreto: stel een pensioengerechtigde woont in een lidstaat A die de zorg geheel of ten dele uit de algemene middelen financiert. Stel 9% van de belastingheffing (bv. Spanje) wordt besteed aan zorgverstrekkingen. Op grond van Vo883/2004 heeft betrokkene aanspraak op zorgverstrekkingen in lidstaat A ten laste van lidstaat B. Het pensioen van betrokkene wordt belast in zijn woonstaat A. In dit geval ontvangt betrokkenen een reductie van 9% op zijn inkomstenbelasting. Details over de meting van het genoemde percentage, alsmede van de belastingen die per woonstaat in de fiscale heffingen zijn te betrekken (inkomstenbelasting op de eerste plaats, maar andere persoonsgerichte belastingen zijn ook denkbaar), kunnen worden uitgewerkt in de toepassingsverordening Vo987/2009. Wij zijn graag bereid daartoe voorstellen te doen.

Wij stellen het zeer op prijs indien u in uw komende overleg met de Minister van SZW het bovenstaande wilt betrekken. Tienduizenden pensioenemigranten zouden aldus geholpen kunnen worden in het vermijden van een onrechtvaardige dubbele betaling voor zorgverstrekkingen. Tot nadere toelichting van het bovenstaande ben ik graag bereid.

Met vriendelijke groet,

Cees van der Wiel
Voorzitter VBNGB

Hier vindt u de brief van de VBNGB aan de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november 2017 in pdf vorm

4 Reacties

  1. In Spanje mogen wij toch al die bijdrage aftrekken.
    Hartelijke groet en fijne feestdagen toegewenst

    Jan van Delft

    Antwoord
  2. Zou mag je het eigenlijk niet stellen want je krijgt terug wat je dubbel betaalt.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Ontvang een e-mail wanneer er nieuwe berichten online staan.