Woonlandfactoren 2021 voor CAK-bijdrage

zie : Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 12 oktober 2020, kenmerk 1748365-210596-Z, houdende wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met het vaststellen van de woonlandfactoren voor het jaar 2021 ten behoeve van de gedifferentieerde berekening van de bijdrage voor verdragsgerechtigden

 

Lees verder op, via aanklikken nieuwsbron of klik hier voor de Staatscourant

https://www.taxlive.nl/nl/documenten/vn-vandaag/woonlandfactoren-2021-bekendgemaakt/

52 Reacties

  1. Uit de toelichting in de Staatscourant:
    Berekeningswijze 2021
    Met artikel I van deze regeling is de woonlandfactor vastgesteld die geldt voor het jaar 2021.Per land staat de factor vermeld in bijlage 4 van de Rzv. De woonlandfactoren zijn berekend door het CAK. Het CAK heeft mij daarover op 2 oktober 2020 geadviseerd. De berekeningswijze van de woonlandfactoren is gelijk aan die van de woonlandfactor 2019.Voor de berekening van de woonlandfactoren is gebruik gemaakt van de meest recente cijfers van de World Health Organization (WHO). De WHO publiceert jaarlijks op haar website de gemiddelde zorgkosten van de aangesloten landen, meer specifiek de indicator ‘Government schemes and compulsory contributory health care financing schemes’1. De woonlandfactoren die zijn vastgesteld aan de hand van de kosten uit het meest recente jaar voorafgaand aan 2015 zijn geïndexeerd op basis van de meest gegevens van de WHO over de zorgkosten. De kosten uit het meest recente jaar voorafgaand aan 2015 zijn verwerkt in de woonlandfactoren voor het jaar 2018 of 2017.De meest recente gegevens van de WHO hebben betrekking op 2017. Om de woonlandfactoren voor het jaar 2021 te berekenen worden de voor de jaren 2018 of 2017 vastgestelde woonlandfactoren bijgesteld aan de hand van de verhouding tussen de ontwikkeling van de gemiddelde zorgkosten in het woonland en in Nederland in de periode tot en met 2017 volgens de gegevens van de WHO. Deze berekeningswijze is als volgt weer te geven in een formule:Hierbij geeft de wijzigingsfactor de verhouding aan van de gemiddelde zorgkosten in het jaar dat gebruikt werd bij het berekenen van de eerder vastgestelde woonlandfactor en het berekeningsjaar 2017. Zo leidt een verhoging van de kosten met 10% tot een wijzigingsfactor van 1,1 en een kostenver-laging van 5% tot een wijzigingsfactor van 0,95.

    Antwoord
  2. Voorts uit de toelichting in de Staatscourant:
    Onderzoek CBS en advies CAK
    In november 2019 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het rapport ‘Onderzoek houd-baarheid woonlandfactor-berekening’2 gepubliceerd. Bij dit onderzoek is gekeken of de huidige woonlandfactorberekening (indexatie op basis van WHO-data) toekomstbestendig is. Daarbij is gekeken naar de:•duurzaamheid van de brongegevens,•uitlegbaarheid van de berekeningssystematiek,•redelijkheid van de berekeningswijze en•geschiktheid van de gebruikte WHO-cijfers. Tevens is door het CBS onderzocht of er andere (betere) berekeningswijzen van de woonlandfactor mogelijk zijn en hoe een eventuele transitie van de huidige naar een nieuwe berekeningswijze kan worden vormgegeven. Op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn ook twee belangenverenigingen van verdragsgerechtigden actief bij dit onderzoek betrokken geweest.Het CBS heeft naast de huidige variant gekeken naar zeven varianten om de woonlandfactor te berekenen. Uit het CBS rapport blijkt niet één duidelijke voorkeursvariant. Volgens het CBS is de huidige indexmethode correct en toepasbaar, maar is deze variant op langere termijn niet toekomstbe-stendig. Immers, de huidige berekening extrapoleert ooit vastgestelde woonlandfactoren met een relatieve ontwikkeling van uitgaven in het woonland ten opzichte van die in Nederland. Technisch is deze variant wel langdurig uit te voeren.Alle onderzochte varianten kennen voor- en nadelen. Daarbij zijn de volgende criteria gehanteerd:a)het al dan niet voldoen aan de uitgangspunten van de Verordening (EG) Nr. 883/2004, betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels,b)de beschikbaarheid van statistische bronnen,c)de duurzaamheid op de lange termijn end)de eenvoud en uitlegbaarheid van berekening.Het CBS komt tot de conclusie dat er niet direct een andere (betere) methode voor de berekening van de woonlandfactor beschikbaar is. Hiervoor zal mogelijk nader onderzoek moeten worden uitgevoerd.Gezien bovenstaande heeft het CAK mijn op 5 oktober 2020 geadviseerd voor de berekening van de woonlandfactoren voor het jaar 2021 uit te gaan van de huidige indexatiemethode.
    Indexatie van woonlandfactor 2018 of 2017
    In 2015 is het zorgstelsel in Nederland aanzienlijk gewijzigd met de introductie van de Wet maatschap-pelijke ondersteuning 2015 en de Wet langdurige zorg. De manier waarop die stelselwijziging tot uitdrukking komt in de gegevens die tot en met 2018 werden gebruikt voor de berekening van de woonlandfactoren, verschilt van de verwerking in de gegevens van de WHO. Teneinde voor alle landen deze stelselwijziging op uniforme wijze in de ontwikkeling van de zorgkosten te verdisconteren, is gekozen om de woonlandfactoren te indexeren die zijn gebaseerd op zorgkosten in het meest recente jaar vóór de stelselwijzing. In principe wordt daarom de woonlandfactor voor 2018 geïn-dexeerd, tenzij deze gebaseerd was op zorgkosten in het jaar 2015. In dat geval is de woonlandfactor voor 2017 geïndexeerd.

    Antwoord
    • Vergelijking van de woonlandfactoren met 2020 leert dat deze voor de meeste woonlanden weinig veranderd zijn. Uitzonderingen zijn de zeer sterke stijging voor Ijsland : van 1,1637 naar 1,3453 en verder dalingen van meer dan 3 procentpunten voor: Finland, Liechtenstein, Noorwegen, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.

      Antwoord
  3. Het onderstaande is van betekenis voor de bepaling van de nominale ZVW component in de CAK bijdrage in 2021:
    Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 12 oktober 2020, kenmerk 1756590-211630-Z, houdende vaststelling van de geraamde gemiddelde nominale premie voor 2021
    De Minister voor Medische Zorg,Gelet op artikel 2b, tweede lid, van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag;Besluit:
    Artikel 1
    De geraamde gemiddelde nominale premie, bedoeld in artikel 2b, eerste lid, van het Besluit minimum-loon en minimumvakantiebijslag wordt voor het jaar 2021 vastgesteld op € 1.473.
    Artikel 2
    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
    Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.De Minister voor Medische Zorg,T. van Ark

    Antwoord
  4. ik snap niet goed waarom je dan jaarlijks zoveel moet betalen. Terwijl je in België je blauw betaalt en Nederland de premie ook afneemt. Terwijl je geen zorg krijgt. Elke maand wordt er een bedrag afgenomen van mijn wao. ik zit al jaren in de schulden door ziekenhuisopname en betaling van medicijnen. Ik ben er doorheen. Ik heb geen goed woord voor dit besluit. mvg gedupeerde laila

    Antwoord
    • Beste Layla,
      Ik overweeg van naar België te verhuizen en dacht dat ik dan ook recht had op zorg en medicijnen in Nederland. Is dit in jou geval niet zo?
      Ik wens je nog veel sterkte.
      Mia

      Antwoord
  5. A) En waar is dan de lijst met WLF voor de diverse landen ?
    B) En zijn de WLF en ZVW berekening geschoond van alle niet ter zake doende betalingen zoals 30 extra vrije dagen voor nieuwe papa’s en andere NIET-MEDISCHE kosten die onder welk mom dan ook worden ondergeschoven in het totaal-kosten-plaatje van NL en de andere landen ?
    Nooit meer iets over deze vervuiling gehoord.
    Maar het gaat WEL over puur medische zorgkosten en niet over ander flauwekul die er met de haren bij wordt gesleept sinds 1-1-2006.

    Antwoord
    • ad A) Zie de nieuwsbron in het bericht dat ik citeerde.
      ad B) Als het goed is zitten niet-medische kosten er niet in. Het zou slechts verstrekkingen onder wettelijk stelsels moeten betreffen. Wie dit betwijfelt dient zelf tegenbewijs (aan VWS) te leveren, zoals Willem Vos deed voor Duitsland. Waarna de woonlandfactor voor dat land met ong. 10 procentpunten verlaagd werd.

      Antwoord
      • Klopt idd dat VWS de Duitse wlf had aangepast n.a.v. dhr Vos. Dat was goed opgemerkt van dhr Vos, maar ook zeer goed gehandeld door VWS. Zo zie je dat je de overheid kan vertrouwen. Duidelijk dat hier wel geluisterd kan worden naar ons. Ik was hier heel erg blij mee. Veel dank aan dhr Vos en VWS!!

  6. Uit een analyse over de periode 2006 t/m 2021 van de woonlandfactoren blijkt het volgende:
    Tamelijk sterk stijgend in trendmatige zin (gemeten aan de hand van regressiecoëfficient) zijn vooral de woonlandfactoren van: Denemarken, Finland, Estland, Frankrijk, Liechtenstein, Litouwen, Malta, Slowakije, Zwitserland. Licht dalend eigenlijk alleen: Ierland. Vrij sterk fluctuerende woonlandfactoren van jaar op jaar (aan de hand van standaarddeviatie): Denemarken, Frankrijk, Ijsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland.

    Antwoord
  7. doordat ik een klein Belgisch pensioen heb , heb ik hiermee gelukkig niets meer te maken.

    Antwoord
  8. De berekening per land ontbreekt. Vragen die bij mij nog steeds openstaan zijn o.m.:
    – Wij betalen Wlz premie (9,65% over het wereldinkomen met de mededeling dat wij er geen gebruik van kunnen maken. De rechter vindt het verwarrend maar niet onterecht.
    – In de premies zit dus ook een factor “Wet Maatschappelijke Ondersteuning” met als uitvoerder de gemeenten. Ook hier kunnen Nederlanders wonend buiten Nederland geen gebruik maken echter er in feite wel voor moeten betalen.
    – De Duitse Wlz (Pflegeversicherung) onlosmakelijk verbonden aan de ziektekosten verzekering berekent 3,5% (ook over het werledinkomen). Dat is andere koek dan 9,65%.
    – In de premie Duitse zorgkostenverzekering ± 15% voor werkenden (Krankenkassen) zit ook de dekking van loonderving bij ziekte. Dit wordt dus betaald door de Krankenkasse. Ik vraag mij dan ook af of deze feiten zijn meegenomen.
    – Gepensioneerden betalen de helft van de premie aangezien zij geen aanspraak behoeven te maken op ziektegeld. Is dit meegenomen? Ik denk het niet want het CAK maakt geen uitzondering anders dan een ouderenkorting toe te passen en dat heeft weer niets te maken met loonderving.
    – Nu baseert het CAK zich op gegevens van de WHO. De club die het SARS-CoV-2 virus (corona in de wandelgangen genoemd) op de A lijst van levensgevaarlijke ziekten heeft gezet zoals Ebola en Denque met een sterftekans bij besmetting van 50 tot 80%. Half Nederland moet dan al begraven liggen. Derhalve een bron waar je zeker op kunt vertrouwen.
    – CBS enz. concluderen voorlopig dat het moeilijk is zaken te vergelijken. Indien dit zo is waarom er dan mee doorgaan? Waarom gewoon niet in het woonland verzekeren tegen de daar geldende regelen der kunst. Toen wij in Australië en de USA woonden waren wij daar ook gewoon volgens de daar geldende regels verzekerd.
    – Ik heb de rekentool van de Duitse Krankenkasse meerdere malen gehanteerd en kom tot een bedrag van ± € 120,- pp pm inclusief Pflege. Dit bedrag wordt door het CAK omgetoverd tot € 345,- en aan mij in rekening gebracht. De voorwaarden van de Krankenkasse blijven ongewijzigd. Kunnen de andere leden het nog volgen? Ik in ieder geval niet.

    Antwoord
    • De volgende kanttekeningen zijn te maken:
      – de lagere omvang van langdurige zorg in Duitsland, en dus de genoemde verschillen in premiepercentages, worden tot uitdrukking gebracht in de woonlandfactor, aldus inderdaad de rechters.
      – de WMO wordt niet uit de premie gefinancierd in Nederland, maar uit de belastingen. bovendien is de WMO geen ziektekostenverzekering in de zin van titel III van Vo883/2004. De kosten van de WMO zitten dus niet in de noemer van de woonlandfactor of in andere componenten van de CAK-bijdrage.
      – de wijze van financiering in Duitsland van de Krankenversicherung en Pflegeversicherung is niet van belang voor de hoogte van de CAK bijdrage. Het gegeven dat Duitse pensioenfondsen een deel van de kosten van de Krankenversicherung voor gepensioneerde verzekerden voor hun rekening nemen leidt tot relatief lage premies voor hen in Duitsland. Het verschil in bijdrage aan het CAK en wat iemand zou betalen aan premie aan de Krankenkasse die als gepensioneerde verzekerd is in Duitsland is mede uit die financieringswijze te verklaren.
      – uit de toelichting blijkt dat VWS er opnieuw voor gekozen heeft als grondslag niet de WHO gegevens te kiezen maar een woonlandfactor uit een voorgaand jaar die voor de meeste landen gebaseerd is op EU cijfers of op nationale cijfers, daarmee trendbreuken voorkomend. Slechts voor indexering vanaf dat voorgaande jaar zijn WHO cijfers gebruikt. Die zijn echter van veel geringere invloed dan indien rechtstreeks op WHO cijfers zou zijn overgegaan. Die benadering van VWS is prudent. Wel vraag ik me af wat er in volgende jaren gaat gebeuren.
      – verzekeren in het woonland tegen de premies die daar voor niet-migranten gelden zou inderdaad een goede mogelijkheid zijn. Ik verwacht echter vooral verzet van de woonlanden , althans als ze veel pensioenimmigranten hebben, als die regeling in verdragen en Vo883/2004 zou worden opgenomen. Ze verliezen dan waarschijnlijk nogal wat inkomsten. Het verschil tussen de door u genoemde bedragen 120 Euro per maand en 345 Euro per maand illustreert dat.
      – kosten voor loonderving bij ziekte zijn niet meegenomen in de woonlandfactor of de CAK-bijdrage. Uitzuivering heeft plaatsgevonden nadat Willem Vos bezwaar maakte tegen de wijze van berekening van de Duitse woonlandfactor, als beschreven op deze site.

      Antwoord
      • Jan, jij schrijft in jouw toelichting; – “de WMO wordt niet uit de premie gefinancierd in Nederland, maar uit de belastingen”. Per 1 januari 2019 zijn wij verdragsgerechtigden toch BELASTING gaan betalen en betalen wij als ingezetene van Duitsland toch mee aan de WMO ?

      • Verdragsgerechtigden in Duitsland bepalen over hun pensioeninkomsten belasting aan Duitsland en/of Nederland . Per 2016 is er een nieuw belastingverdrag met Duitsland en kan de heffingstoewijzing veranderd zijn. Of en over welke pensioeninkomsten men aan Duitsland of Nederland betaalt is van diverse factoren afhankelijk, die per individu verschillen. Als men aan Nederland belasting betaalt, betaalt men dus mee aan de financiering van de WMO. Maar dat loopt niet via de CAK-bijdrage.

  9. Kijk ik niet goed?Maar kan nergens de wlf van 2021 voor Belgie vinden.

    M.vr. gr.

    Antwoord
    • Die van België 2021 is gepubliceerd als 0,7347.

      Antwoord
  10. Dank Jan voor de uitvoerige toelichting. In het verlengde wil ik nog het volgende toevoegen;

    – De rechter (Den Haag) heeft niet geoordeeld dat de Wlz premie in rekening gebracht aan verdragsgerechtigden (9,65%) gecorrigeerd wordt door de landenfactor. Dit verschil alleen al is 6%. Zou ik onverhoopt naar een Pflegeheim moeten dan wordt ik net zoals iedere staatsburger met de Duitse nationaliteit aan de bijbetalingsvoorwaarden onderworpen. In de uitspraak verklaart de rechter dat de 9,65% wordt gehanteerd om de premie van de Duitse Krankenkassen te berekenen. (door het CAK). Zij geloven hetzelf. Zaak komt nog bij de Centrale Raad van Beroep.

    – Duitse pensioenfondsen (en die zijn er nauwelijks) nemen ziektegeld (loonderving bij ziekte) niet voor hun rekening. De dekking en premie zit in de 15%. Vandaar dat pensionada’s die geen loonderving meer kennen de helft aan premie betalen. Men kan dus stellen dat de premie voor dit deel ± 7,5% is. Ook dit zie ik niet terug in het vaststellen van de landenfactor.

    – Ik heb bij Bloomberg (het orakel voor investeerders) de medical facts eens nageplozen en die van de WHO jaar 2017.

    Bloomberg WHO

    Duitsland $ 4.683,- (11% GDP) $ 5.033,-
    Nederland $ 5.737,- (12,5% GDP) $ 4.911,-
    Zwitserland $ 9.956,- ZIE DE LANDENFACTOR!
    USA $ 10.246,-

    Gelt op de landenfactor klopt er dus voor Zwitserland al helemaal geen zier van. Voor Nederland stellen zij dat de kosten per hoofd van de bevolking in Duitsland hoger liggen. Hoezo dan een factor onder de 1 ?

    – Met jouw stelling dat woonlanden bij rechtstreeks verzekeren dan nogal wat inkomsten mislopen begrijp ik niet. Ik denk eerder andersom. Pensionada’s uit niet EU landen zijn ook (verplicht) verzekerd bij de Krankenkassen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd. De Krankenkassen vinden het CAK systeem uitermate prettig. De ingezonden bonnetjes worden 1 op 1 vergoed. Wat er in Den Haag opgeteld afgetrokken aan de strijkstok blijft hangen laat zich raden.

    Antwoord
    • Er zijn verschillende uitspraken van Nederlandse rechters geweest waar dit punt aan de orde is geweest, dwz: waarom betalen voor langdurige zorg die er in een woonland niet of nauwelijks is, of slecht toegankelijk is, door gepensioneerde immigranten?
      De redenering van de rechter komt dan meestal ongeveer op het volgende neer: in de CAK bijdrage worden de kosten van het wettelijke ziektekostenstelsel van het woonland in hun totaliteit in acht genomen, waarbij niet uitgesplitst wordt tussen cure en care of kortdurige en langdurige zorg. Nederland maakt dat onderscheid wel omdat die vormen in verschillende wetten (ZVW, resp. WLZ) ondergebracht zijn, maar andere landen doen dat meestal niet. Er is dus geen reden om die splitsing in de bijdrageformule te maken en dan afzonderlijk te gaan vergelijken tussen de Nederlandse WLZ- component en de buitenlandse vergelijkbare component, als dat al mogelijk zou zijn (vaak dus niet). Omgezet van juridische naar mathematische taal betekent dit dat de rechter van mening is dat (ook) de langdurigezorg-elementen van de wettelijke zorg zijn verwerkt in de woonlandfactor. Dit is constante jurisprudentie van de Nederlandse (hoogste) rechter. Dus veel kans bij de CRvB geef ik je niet. Zie voor jurisprudentie bijvoorbeeld: 5.7 Samenstelling van de verdragsbijdrage in mijn column: De verdragsbijdrage aan het Zorginstituut Nederland (ZIN; vanaf 1 januari 2017: het CAK). Deel 4 – Beschouwingen over de kritiek op de verdragsbijdrage
      30 december 2016

      Eigen bijdragen in het woonland zijn inderdaad door gepensioneerde verdragsgerechtigden te betalen, aangezien zij recht hebben op het wettelijke woonlandpakket op dezelfde wijze als de ingezeten gepensioneerde verzekerden.

      Met de pensioenfondsen bedoelde ik de “Rentenversicherungsträger” op de eerste plaats: die financieren voor Duitse gepensioneerde verzekerden (Rentner) (in de gesetzliche Krankenversicherung) een groot deel van hun wettelijke ziektekosten. Zie bijv. hier:
      https://www.krankenkassen.de/gesetzliche-krankenkassen/krankenkasse-beitrag/rentner/

      Inderdaad: bij rechtstreekse toepassing van WHO gegevens op Zwitserland (en Nederland) zou de woonlandfactor voor dat land zeer sterk stijgen tov wat tot heden gehanteerd wordt. Dat wordt in het CBS rapport over de woonlandfactor onderkend, en ik heb daar in een commentaar (zie bijlage in dat rapport) ook nadrukkelijk voor diverse woonlanden waar dit aan de orde is op gewezen. Gelukkig heeft VWS (vooralsnog) een dergelijke trendbreuk vermeden door niet zonder meer op die WHO gegevens over te gaan. De verklaring voor het verschil tussen EU cijfers en de WHO cijfers moet gelegen zijn in definitieverschillen die slechts via gedetailleerd onderzoek (naar de inrichting van het stelsel van het woonland) gevonden kunnen worden. Ik noemde VWS in dezen prudent omdat het ministerie niet zonder meer over die definitieverschillen is heengestapt wat tot een enorme trendbreuk zou hebben geleid voor de woonlandfactor van Zwitserland.
      Wat betreft Duitsland en Nederland kun je de door jou genoemde cijfers niet zomaar hanteren aangezien deze vermoedelijk ook private kosten bevatten (en mogelijk ook kosten van ziekengeld). Het CBS-rapport over de woonlandfactor geeft betere basiscijfers aangezien dat zich concentreert op kostengegevens die betrekking hebben op publieke uitgaven voor ziektekosten. Dan blijkt dat, anders dan voor Zwitserland, het verschil in woonlandfactor tussen huidige methode (nog grotendeels gebaseerd op EU cijfers) en gebruik van WHO cijfers voor Duitsland niet zo groot is.

      Juist omdat het CAK “de ingezonden bonnetjes 1 op 1 vergoedt” voor verdragsgerechtigden aan het woonland, zullen woonlanden dat graag willen handhaven. Als ze deze groep onder de eigen verzekering brengen zullen ze inkomsten gaan mislopen, omdat alle wettelijke stelsels die ik ken zo ingericht zijn dat de hoge ziektekosten van ouderen niet volledig uit premies gedekt worden: meestal betaalt de werkende bevolking een deel ervan. Voor Duitsland komt daar als specifieke bijzonderheid bij dat dan Nederlandse pensioenfondsen en/of het AOWfonds gedwongen zouden moeten worden bij te betalen aan Duitsland, althans als je van gelijke behandeling t.o.v. Rentenversicherungsträger wilt uitgaan. Ik zie niet hoe dat eenvoudig geregeld zou kunnen worden.

      Antwoord
      • Jan, jij schrijft het volgende in jouw toelichting; “Juist omdat het CAK “de ingezonden bonnetjes 1 op 1 vergoedt” voor verdragsgerechtigden aan het woonland, zullen woonlanden dat graag willen handhaven. Als ze deze groep onder de eigen verzekering brengen zullen ze inkomsten gaan mislopen, omdat alle wettelijke stelsels die ik ken zo ingericht zijn dat de hoge ziektekosten van ouderen niet volledig uit premies gedekt worden: meestal betaalt de werkende bevolking een deel ervan”.

        Ik heb grote moeite met jouw beredenering en wel hierom; “dat de hoge ziektekosten van ouderen niet volledig uit premies gedekt worden”.

        In Nederland wordt 100 miljoen uitgegeven aan zorgkosten, pillen en pleisters, witte jassen en hotelkosten. Dat is ± € 6.000,- pp pj of voor een vader, moeder met twee kindjes € 24.000,- per jaar dat aan premie ieder jaar moet worden opgehoest. Dat gaat dus niet en links om of om rechts vloeit een deel uit de korf zonder zorg richting verleners.

        In jouw stelling staat dat een deel wordt opgebracht door “werkenden”. Betalen pensionado’s dan geen belasting? Dat ouderen “hoge ziektenkosten” zouden veroorzaken vind ik niet kies. Het is ook helemaal niet zo. In de weekends worden de eerste hulpposten overspoeld met jongeren die sporten en sportblessures oplopen. Hiervoor worden zij niet extra belast met een extra sportpremie. Evenmin de rokers, de dileriumdrinkers, de snuivers en spuiters de uit de voegen springende BMI indexers en zo kan ik nog wel even doorgaan. Wij moeten er wel aan bijdragen. Het is net zo’n stelling als over de vergrijzing. Van de 240.000 levend geborenen van mijn jaargang waren er 65 jaar later nog maar 160.000 over. Hoezo vergrijzing? Geen pensioenuitbelatingen meer geen lasten die drukken op de gemeenschap. Niks nada. In 1957 is de AOW ingegaan. 8 jaar later ben ik hiervoor de premie gaan betalen en heb nog decennia lang AOW-ers op mijn nek gehad die voorheen niet in de pot betaald hebben. Onze generatie heeft daar nimmer over geklaagd en wil dan ook geen aantijgingen horen dat “de ouderen” de potverteerders zijn. Toen wij van school kwamen ging je werken en waren er geen loketten om je hand op te houden en op je luie reet te blijven liggen zoals de huidige generaties. Los gezien nog van het feit dat nog niet zo lang geleden men de laatste 5 jaar in Nederland moest hebben gewoond voor je 65ste om volledige AOW te ontvangen. De eerste generatie gastarbeiders hebben maar zeer gering bijgedragen in de AOW pot maar vangen wel volledige AOW. Onze generatie klaagt ook daar niet over. Kortom, onze generatie heeft intussen ALLES betaald en meer.

      • Gepensioneerden betalen belastingen en dragen zo in Nederland ook ten dele bij aan de financiering van met name de WLZ uitgaven. Verdragsgerechtigde gepensioneerden betalen een CAK-bijdrage die geheel in het Zorgverzekeringsfonds gaat waaruit onder meer hun zorgkosten gemaakt in het woonland en daarbuiten betaald worden. Ouderen zijn geen potverteerders (integendeel: in Nederland sparen ze tegen de klippen op) maar hun zorgkosten zijn wel hoger dan die voor jongeren. Wat Duitsland betreft, zie bijv. dit rapport:

        Alternde Bevölkerung – Institut der deutschen Wirtschaft

        https://www.iwkoeln.de/fileadmin/publikationen/2017/330668/IW-Report_8_2017_Kranken_Pflegeversicherung.pdf
        Uit grafiek 1 blijkt dat voor een 75 jarige de wettelijke kosten per hoofd (gesetzliche Krankenversicherung, 2017) in Duitsland ongeveer 3 keer zo hoog zijn als voor een 40-jarige. Bij de Pflegeversicherung (grafiek 2) is dit verschil nog groter.

        De huidige jonge generatie zit niet op zijn luie reet, maar studeert veel langer dan onze oudere generatie indertijd deed. Hoogstens kun je zeggen dat die tussenjaren om de wereld rond te zwerven voor of na studeren nogal luxueus zijn. Maar die zijn er nu in coronatijd even niet meer.
        De vergrijzing bestaat echt (in Nederland en veel westerse landen): het komt erop neer dat het aandeel ouderen in de bevolking stijgt. Inderdaad: het feit dat ouderen na verloop van tijd overlijden doet de vergrijzing verminderen, maar dat lijkt me geen valide argument tegen vergrijzing. En vergrijzing vergroot de zorgkosten (ook als aandeel van de publieke uitgaven tenzij er instrumenten worden ingezet tot kostenvermindering).

        Degene die op latere leeftijd in Nederland gaat wonen, althans dan pas AOW verzekerd raakt, krijgt geen volledige AOW, afgezien van wat hij aan verzekeringsopbouw aangevuld heeft met inkoopmogelijkheden in de AOW. Bij bereiken AOW leeftijd kunnen sommigen een aanvulling tot bijstandsniveau krijgen (via de SVB). Namelijk als er geen/onvoldoende andere inkomsten zijn. Die regeling geldt niet alleen voor de eerste generatie gastarbeiders, maar voor alle immigranten.

  11. Dank Jan,

    Jouw toelichting onderstreept nog eens, gelet op al die warboel aan feiten dat het “in feite” vrijwel niet doenlijk is per land (27) een goed vergelijk te maken om door een “ander” land een zorgkostenpremie te laten berekenen. In feite doen de regels voor een Let in Letland er niet toe indien hij in Spanje woont. Reden te meer om ook het z.g. belastingverdrag Nederland – Duitsland op de schop te zetten. Verhuist een Nederlander naar Duitsland dan wordt hij niet alleen onderworpen aan de verkeersregels (en PKW belasting) van Duitsland maar dient in feite ook te worden onderworpen aan de Steuerregels van Duitsland qua inkomsten. Aan het genot van het wonen in de BRD zitten voor die staat ook kosten aan verbonden en iemand moet het gelag betalen. De geneugten (IB) van inkomen boven de € 15.000,- vallen het Koninkrijk ten deel terwijl men daar geen kosten meer maakt. Infrastructurele voorzieningen, gemeentefonds enz. enz.

    – De ongelijkheid bij de Wlz (AWBZ) zit hem in het feit dat ik 9,65% moet betalen en mijn buur 3,5% maar ik val wel onder dezelfde voorwaarden, uitvoering en bijbetalingsregels. Die 6% verschil maakt ket Koninkrijk / CAK niet over aan mevrouw Merkel. Die gaan in de tas van Hoekstra. Een eventueel tekort in de Pflegekosten wordt niet aangezuiverd door de staat maar door de verpleegde. Zolang men vermogen heeft kan men geen aanspraak maken op Sozialhilfe maar komt eerst het vermogen in zicht en daarna de kinderen die gesetzlich aansprakelijk zijn. In Nederland allemaal niet. Er is hier dus wel degelijk sprake van een onredelijk en onbillijk verschil.

    – Een ander groot verschil zijn de kosten voor medicijnen en bijv. huisartskosten. Ik heb mijn medicijnen vergeleken met de kosten in Nederland. In de BRD een 30% goedkoper. Afname bloed door huisarts (eigen kosten serologische test SARS-CoV-2) € 4,95. Kom daar in NL maar eens om. Verder geen eigen bijdrage, geen eigen risico en tandartskosten in de basis. Mijn Fingerspitzengefühl zegt dat de landenfactor voor de BRD eerder onder de 0,5 moet liggen dan op het huidige niveau. En dat zijn een boel centjes.

    Antwoord
    • Wat het tweede gedachtenstreepje betreft. Nederland betaalt meer aan Duitsland voor de gepensioneerde verdragsgerechtigden dan het aan bijdragen ontvangt van hen: zie de diverse Verzekerdenmonitoren. Als Nederland “winst” zou maken op die component “Pflegeversicherung”zoals je stelt, dan is het “verlies” groter op de Krankenversicherung. En als gezegd: de bijbetaling via eigen bijdragen (die ook in Nederland in de WLZ zorg zit) is in overeenstemming met het internationale recht. Zou die afgeschaft worden door Duitsland dan zou de bijdrage aan het CAK hoger worden door een verhoogde woonlandfactor.
      Wat het derde gedachtenstreepje betreft: als Duitsland goedkopere medicijnen e.d. heeft uit zich dat in een lagere woonlandfactor. Willem Vos heeft kritisch gekeken naar de berekening van de woonlandfactor van Duitsland, maar onder 0,5 kon hij hem ook niet krijgen. Gisteren constateerde je overigens nog dat hij volgens WHO cijfers boven 1 zou komen te liggen.

      Antwoord
      • Ja, afgaande op de WHO cijfers en afgaande op de zuiverheid van die club lust ik er nog wel een. Voor niets gaat de zon op en natuurlijk dient men in alle landen voor verpleeghuiszorg te betalen en of voor de verzekering daartegen. Ik blijf de verhouding scheef vinden. Vast staat dat aan het einde mijn buurman Duitser en ik Nederlander van het verpleeghuis en de Pflegeversicherung hetzelfde bedrag op het bonnetje krijgen voorgelegd. De premieberekening is procentueel en verschilt ten minste 6%. Dat is een ongelijke start bij een gelijke finish. Maak er een brandverzekering van en bij gelijke dekking zou ik dan als Nederlander 6% meer moeten betalen. Ik geef niet op. Het wordt nog ernstiger aangezien nu ook bij een inkomen lager dan € 15.000,- belasting wordt geheven dat niet in de tas van het Finanzamt vloeit maar in die van Hoekstra. Ergens blijft een gedachtenkronkel zitten.

      • Nogmaals: je verwaarloost dat de Duitse Krankenversicherung op een andere wijze gefinancierd wordt dan de Nederlandse ZVW. Kijk je naar de kosten per hoofd dan zijn de verschillen minder groot.

      • Beste Jan, je schrijft;

        “Nederland betaalt meer aan Duitsland voor de gepensioneerde verdragsgerechtigden dan het aan bijdragen ontvangt van hen: zie de diverse Verzekerdenmonitoren.”

        In vele landen is het ziektekostenverzekeringssysteem gebaseerd op een z.g. solidariteits component. Zowel in Nederland alswel in Duitsland. Niet iedereen betaalt een gelijke premie/bijdrage. De voorwaarden en vergoeding is echter voor een ieder een ieder wel gelijk zo ook in Duitsland. In Nederland krek eender. Bij de gepensioneerden component wordt veelal voorbijgegaan aan het feit dat gepensioneerden een leve lang premie/bijdrage hebben betaald inclusief de veelal verborgen belastingcomponent. De balans bij recente intreders of zelfs wellicht na tien jaar is er veelal niet, qua inkomsten en uitgaven.

        Met het huidige verdragsysteem constateer ik dat verdragsgerechtigden in Duitsland 50% meer premie betalen dan het gemiddelde. Dit is merkwaardig aangezien de bonnetjes ingestuurd door de Krankenkassen aan het CAK een aanzienlijk lager bedrag tonen dan voor dezelfde behandelingen enz. in Nederland.

        Je opmerking dat het CAK meer aan de Krankenkassen betaalt dan het aan premie ontvangt geldt voor al dit soort systemen met name die in Nederland. Op basis van 100 miljard aan uitgaven zou de premie per persoon op € 6.000,- per jaar uitkomen of voor een gezinnetje met twee kinders op € 24.000,-. Ook het deel inkomen afhankelijk van 5,65% dekt dit niet. Er moet dan uit andere hoeken en gaten geschoven gaan worden en wel op zodanige wijze dat de geldstroom van beurs naar bed of pil niet meer te traceren (en controleren) is en door de bomen het bos niet meer gezien wordt.

        Wat jij in feite schrijft is dat ten behoeve van de Krankenkasse het CAK een vangnet hanteert om de dure ouderen / gepensioneerden (65%) er voor de Krankenkassen uit te filteren en aangezien de bonnetjes 1 op 1 worden vergoed de gepensioneerden in Duitsland in plaats van een gemiddelde premie van € 1.000,- per jaar op te leggen, een van € 1.500,- een 50% meer. Dit is wat ik lees uit de cijfers. Nogmaals dit verschil wordt niet vereffend door de landenfactor. De landenfactor trekt alleen de kosten van de pleisters recht. Tenminste, dat is de bedoeling.

        De Krankenkassen en het Duitse Gesundheitssysteem vinden dit prachtig en het Koninkrijk jubelt aangezien opgeteld afgetrokken de bedragen op de bonnetjes een 30% lager liggen dan voor gelijke pleisters en pillen in Nederland. Iedereen blij. Echter niet de verzekerde. Om een en ander te onderbouwen geef ik hieronder een berekening van de bijdrage weer van een pensioenbedrag van € 1.000,- per maand voor een verdragsverzekerde en een Duitse gepensioneede.

        NL BRD

        Pensioenbedrag 1.000 1.000
        Nominale premie 120 –
        ——– ——–
        880 1.000
        Inkomenafhankelijk 5,65 % 57 7,5% 75
        ——- ——–
        823 925
        Wlz / Pflege 9,65% 97 3,5% 35
        ——- ———
        726 890
        Er is dan aan premie betaald 274 110
        Landenfactor 0,81 222 110

        Wij zien dus dat aan het eind van de rit een verdraggerechtigde 2x zoveel betaalt als een Duitse verzekerde. De voorwaarden en vergoedingen zijn echter hetzelfde. Tel daar nog eens het verschil in de bedragen op de bonnetjes bij dan wordt het alleen maar erger. Ergens gaat er dus iets goed scheef. Ik heb al eens vergelijk opgevoerd in mijn procedure en de kosten van een darmonderzoek in Duitsland (bloor bedrag zonder vergoeding) € 254,- tegen Nederland € 612,-. Slechts een minim verschil.

        Een ander merkwaardig iets is dat ik constateer dat nogal wat verdragsgerechtigden uit landen met een lage landenfactor zich in Nederland of bijv. Duitsland laten behandelen. Stel wij zouden onze tenten opgetrokken hebben in Marokko. Ik betaal dan geen € 222,- maar € 274,- x 0,02 = € 5,48 per maand. Ik heb het recht mij in Nederland te laten behandelen en het bonnetje van de Nederlandse heelmeester komt eveneens bij het CAK terecht die hem het volle pond betaalt.

        Is hier sprake van gelijkheid en gelijke behandeling?

        Indien ik mij naar de VS begeef voor korte of langere tijd dan weet ik dat ik mij bij moet verzekeren en heb dit dan ook.

        Voorwaar zaken die alles zo mogelijk nog schever trekken dan het al is.

        Heb ik het mis?

      • Ja, je hebt het mis. Zoals ik al eerder zei: het is een valse vergelijking als je niet het totale plaatje van de financieringsmethodiek laat zien van enerzijds het wettelijke stelsel van Nederland en anderzijds van Duitsland. Die zijn zodanig verschillend, namelijk in die zin dat de Duitse gepensioneerde verzekerde door de afwijkend wijze van financiering van de Duitse Kranken- en Pflegeversicherung, zelf vrij weinig premie hoeft te betalen, dat je observaties weinig zinvol zijn.
        Verder is het niet zo eenvoudig om je (zonder aanvullende verzekering) vanuit een land met een lage woonlandfactor in Nederland of Duitsland te laten behandelen, anders dan voor kleine behandelingen op vakantie. Daar zitten alleen al voor mensen die in EUstaten wonen beperkingen op (toestemmingseisen), en voor wie buiten de EU woont is dat nog moeilijker omdat veelal er geen vrij verkeer van personen en dienstverlening geldt. Als het om medisch toerisme gaat is de stroom eerder omgekeerd: van Nederland en Duitsland naar Spanje of Turkije bijvoorbeeld.

  12. Beste Jan, waarom krijg ik in dit format de cijfertjes niet netjes onder elkaar na overseinen?

    Begrijp ik het goed, indien de verdragsgerechtigden het 63 miljoen tekort aanzuiveren met € 500,- pp of € 42,- per maand het CAK afdeling buitenland een sluitende exploitatie heeft?

    Dit kun je van de in Nederland verzekerden niet zeggen.

    Antwoord
    • Je berekening is niet goed. Wat betreft 2019. Het tekort voor verdragsgerechtigden (=kosten minus bijdragen) is ruim 140 miljoen Euro. Gemiddeld dragen ze 1014 Euro per verdragsgerechtigde bij . Dat zou ruim moeten verdubbelen, stijgen met 1107 Euro per persoon namelijk, wil het tekort volledig opgeheven worden. Je moet zowel de kosten van de zorg in het woonland als de pensioenlandzorg in de berekening betrekken. Of dit bij een vergelijkbare groep in Nederland (dus met ook veel ouderen) ook tot zo’n “gat in de kosten” zou leiden is niet te zeggen. Structureel zal dat wel het geval zijn, maar of dat in dezelfde mate zo zou zijn is bij gebrek aan gegevens niet te zeggen. Minister Hoogervorst heeft ooit in de 2de Kamer gezegd dat het “tekort” bij verdragsgerechtigden wat groter zou zijn dan bij vergelijkbare groep van ingezetenen van Nederland. Als dat zo is, wijst dat mijns inziens vooral op een andere inkomenssamenstelling (gemiddeld wat lager inkomen van de emigrant dan in Nederland).

      Antwoord
      • Beste Jan,

        Vraag voor mijn procedure. Wat voor effect heeft het arrest van het EVA-HOF d.d. 14 mei 2019 zaaknr. E-2/18 (zie ook het verzoek) tot zover gehad of nog moet hebben? Het Hof oordeelt dat het hier uitsluitend een “recht” betreft op voorwaarde dat een gepensioneerde (buitenlander) geen recht heeft op verstrekkingen in het woonland. Indien men een recht heeft betekent dat niet dat men er gebruik van “moet” maken, ook niet dwingend van rechtswege. Toch? Zo wordt door het Hof EG 883/2004 uitgelegd.

      • Onduidelijk is wat je precies wenst te eisen in je procedure. Daardoor is ook niet te bepalen of deze uitspraak E-2/18 van enige betekenis kan zijn (die overigens een niet-EU staat betrof: Liechtenstein).
        Hoe dan ook de CRvB maakt het volgende onderscheid:
        1. het verdragsrecht geldt dwingendrechtelijk als je aan de voorwaarden in art. 24 of 25 Vo883/2004 voldoet, ongeacht of je je ervoor hebt aangemeld. Het is dwingendrechtelijk, op te vatten als een verplichte verzekering, ook als je je er niet voor hebt aangemeld bij CAK of woonlandorgaan. Dit is in lijn met arrest C-345/09 van het EHvJ. Er is dus geen keuzerecht in dit opzicht.
        2. Nederland mag een bijdrage eisen als bepaald in de eigen wettelijke regeling als men verdragsgerechtigd is (zie 1), ook als men zich niet heeft aangemeld bij woonlandorgaan of CAK. Dit is goedgekeurd door het EHvJ in C-345/09.
        3. wie zich niet heeft aangemeld als verdragsgerechtigde bij het woonlandorgaan komt in beginsel niet in aanmerking voor woonlandverstrekkingen. Echter, als dit het gevolg is van onachtzaamheid, langzame procedures e.d., zal het woonlandorgaan ook met terugwerkende kracht moeten vergoeden (ofwel: betaling door betrokkene moet achterwege blijven) voor zover betrokkene aan de voorwaarden van verdragsrecht voldeed. Met andere woorden : je kunt ook met terugwerkende kracht altijd een beroep doen op je verdragsrecht als je althans aan de voorwaarden voldeed.
        4. er is geen verplichting in voorkomende gevallen gebruik te maken van het verdragsrecht ook al is dat te duiden als een verplichte verzekering tegen ziektekosten van rechtswege. Wie de ziektekosten zelf wil betalen en afzien van het verdragsrecht, staat dat vrij.
        5. Heeft men naast verdragsrecht nog een part. ziektekostenverzekering die (geheel of ten dele) de dekking van het verdragsrecht overlapt, dan zou men ook gebruik kunnen maken van de part. ziektekostenverzekering voorzover de polisvoorwaarden dit toelaten. Veel polissen kennen echter een clausule waarin is bepaald dat wettelijke dekking (waaronder dus ook verdragsrecht) voorgaat. Dan biedt zo’n verzekering alleen soelaas voor zaken die niet onder de wettelijke dekking vallen maar wel onder die van de particuliere polis. Een soortgelijk gevolg zou kunnen voortkomen uit een nationale wettelijke regeling ter zake van voorrangsregels in geval van dubbele verzekering.
        Zie voor (Nederlandse) jurisprudentie met name deel IV van mijn column over de zorgbijdrage.

      • Beste Jan, ik zie in de uitspraak CRVB 2009 BJ6362 d.d. 26 augustus 2019 de club proces heeft gevoerd in hoger beroep. Kennelijk hadden de door jullie aangestelde advocten nog geen nota van de EVA-HOF uitspraak van 14 mei 2019. In het relaas mis ik de aanval op de gedwongen winkelnering van het CvZ thans CAK. Immers het verdrag stelt allereerst een voorwaarde; “men is uitgesloten van verzekeringsmogelijkheden in het woonland”. In onderhavige was dit nergens aan de orde. Alle appellanten waren verzekerd en als gevolg van de gedwongen winkelnering ging iedereen er in inkomen achteruit. Er is aan de appellanten ook niet gevraagd doet u mee? M.a.w. wilt u gebruik maken van uw recht om van het verdrag gebruik te maken of wilt u het bij uw verzekering laten. Ook mis ik een aanval op de vreselijke ongelijkheid van locatie. Koop ik een tent en kameel en ga in het Atlasgebergte wonen dan kan ik een mij voor opknapbeurt voor nog geen zes tientjes per jaar mij oeverloos in het pensioenland (Nederland) laten repareren. De vraag blijft over; mag een overheid of wie dan ook iemand al dan niet van rechtswege dwingen gebruik te maken van een “recht” ? Ik moet voor 11 november de spullen op de post hebben.

      • Zie mijn reactie op je vorige posting. Verdragsgerechtigden hebben in proefprocedures “de aanval op de gedwongen winkelnering van het verdragsrecht” al jaren geleden ingezet, en met EHvJ arrest C-345/09 is daaraan een eind gemaakt. Ik zie niet dat E-2/18 in dit opzicht daarin een wezenlijke verandering aanbrengt.
        Verder kun je je met “je tent en je kameel” niet zo maar in Nederland melden voor een opknapbeurt. De pensioenlandzorg in Nederland voor gepensioneerden met verdragsrecht geldt niet voor wie woont in Marokko omdat het geen EU-staat is. Een dergelijke pensioenimmigrant van Marokko zou zich wellicht t.o.v. een verdragsgerechtigde gepensioneerde die in Duitsland woont gediscrimineerd kunnen voelen. Maar dat baat hem niet omdat het EU-recht hem daarin niet beschermt en er ook overigens in het Nederlandse recht of in verdragen met Marokko geen verplichting is hem gelijk te behandelen met een EU-inwoner.

      • Waarom staat Marokko dan in het lijstje met landenfactoren?

      • Omdat er een verdrag met Marokko is waarin staat dat er recht op het wettelijke woonlandpakketvoor verstrekkingen bestaat voor gepensioneerde immigranten vanuit wederzijdse landen. Geplande pensioenlandzorg staat er niet bij.
        De woonlandfactor is overigens erg laag: beneden 0,02. Dat illustreert de financiële waarde van het Marokkaanse woonlandpakket t.o.v. het Nederlandse.

  13. Ik ben content dat ik via het CAK verzekerd ben, dat scheelt me aardig wat premie als ik het vergelijk met wat ik zou moeten betalen als ik het via de Duitse Krankenkasse zou doen.
    Dan vergelijk ik mezelf niet met een Duitser, maar als in Duitsland wonende Nederlander met een Nederlands bedrijfspensioen.

    Antwoord
    • Beste heer Vos, heeft u de rekenmodule van de Krankenkasse al eens ingevuld? Ik kom dan aan een lager bedrag dan het CAK bedrag. Eerlijkheidshalve moet ik wel vermelden dat de heffingkortingen, ouderenkorting en zorgtoeslag nog niet is meegenomen.

      Antwoord
      • Inderdaad heb ik dat gedaan, 15,7% aan de Krankenkasse en 3,3% Pflegeversicherung, maakt totaal 19%.
        Aangezien ik KBB-er gekwalificeerd ben, kom ik bij het CAK uit op ongeveer 13%.

      • Beste heer Vos, in de 15,7% zit een heul flink deel ziektegeld (loonderving) dat door de Krankenkassen wordt vergoed. Aangezien gepensioneerden geen ziektegeld meer behoeven en dus hier geen aanspraak op hebben betaalt men 50% van de premie. Dat scheelt heul veul. In Nederland is het prettig geregeld en ter bevordering van de werkgelegenheid is een werkgever bij ziekte / ongevalook al is die ziekte niet arbeidsgerelateerd, van een werknemer veroordeeld tot doorbetaling van loon gedurende twee jaar.

      • De Deutsche Rentenverischerung (DRV) betaalt het werkgeverdeel van de premie. Dat heeft dus niets te maken met loonderving bij ziekte. Er is wel verschil tussen de “allgemeine” en de “ermäßigte” bijdrage voor de ziektekostenverzekering, de laatste voor klanten die geen aanspraak maken op ziektegeld. Het verschil in premie bedraagt 0,6%.

        De Rente is overigens niet een zuiver pensioen, maar bevat delen die in Nederland door andere wetten en regelingen worden afgedekt. Voorbeelden hiervan zijn kosten voor revalidatie en hulpmiddelen, ook van werkenden. Ook als iemand om gezondheidsredenen zijn beroep niet meer kan uitoefenen betaalt de DRV de kosten van omscholing en desnoods van daarmee samenhangende kinderopvang.

        Door deze veel bredere taak van de Rente is de uitkering bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd veel lager dan bij een Nederlands pensioen. Het betalen van een deel van de ZK-premie maakt daar een beetje van goed.

      • Beste heer Vos, ik heb dit gedaan op basis van een gepensioneerde die 50% van de 15% betaalt. Op basis daarvan en de heffingskorting, ouderenkorting, toeslag zorgkosten en de landenfactor meegewogen kom ik op een lager maandelijks / jaarlijks bedrag uit dan mijn buurman zou betalen. Dus niet de bruto bedragen en niet een vergelijk van voorwaarden en dekking meegewogen. Ik blijf de mening toegedaan dat de landenfactor voor Duitsland in de richting van 0,5 moet liggen. Volgens mij weten de jongens en meisjes op de rekenkamer van het CAK en haar voorgangers precies hoe de vork in de steel zit na zestien jaar lang alle bonnetjes vergeleken te hebben. Daar behoeft men geen Prof. Dr. Ing. voor te zijn.

      • Je assumpties zijn niet goed. Je kunt je niet baseren op slechts 50% van die 15%. Stel dat je met soortgelijke pensioenen vanuit een niet EU staat waarmee Duitsland geen verdrag is overeengekomen in Duitsland binnenkomt en Duitsland zou je toelaten tot de Krankenversicherung, dan zou je de andere 50% ook zelf aan premie moeten betalen. Een woonlandfactor van minder dan 0,5 voor Duitsland is niet meer dan een onbeargumenteerde slag in de lucht. De correctie van 10% in de woonlandfactor die voor (drie) vorige jaren is doorgevoerd is gebaseerd op nauwkeurige analyse van Duitse statistieken over de kosten van de gesetzliche Krankenversicherung (dus een vergelijk van bonnetjes is daarbij niet aan de orde) waarin zowel Willem Vos als VWS betrokken waren.

  14. De Krankenkasse rekent voor in Duitsland verzekerde Nederlanders inderdaad de volle premies over Nederlandse aanvullende pensioenen. Met ingang van dit jaar is 159,25 € per maand daarvan vrijgesteld.
    Aangezien de Deutsche Rentenversicherung de helft van de KV-premie betaalt, wordt over de AOW – als zijnde soortgelijke uitkering – ook maar de helft van de KV-premie gerekend.

    Vraag: welke invloed heeft KBB hierop?

    Antwoord
    • Het wel of niet als KBB’er aangemerkt zijn zou niet moeten uitmaken voor de hoogte van de bijdrage aan het CAK. Immers de Ninbi aangifte gaat uit van de fictie van binnenlandse belasting- en premieplicht en dus zijn de gebruikelijke aftrekposten die men als ingezetene van Nederland krijgt altijd aan te geven. Daarnaast gelden de andere voordelen van de vrije verdeling gemeenschappelijke inkomens- en aftrekposten tussen partners.

      Antwoord
      • Beste Jan, in de uitspraak van de Rechtbank Den Haag stelt de Rechtbank; “verdragsrecht en bijdrageplicht staan in rechte vast” zonder te vermelden welk verdrag. De verordening 883/2009 en in navolging EG 987/2009 beschrijft het “recht” van een EU burger dat in geval een EU burger zijn woonland (onderhavig geval Duitsland) geen “recht” heeft op medische hij/zij terug kan vallen op het pensioenland. Dit is voor wat betreft Duitsland niet aan de orde. Omgekeerd evenredig zou men dus kunnen stellen dat men geen gebruik van de verordening kan maken indien men (middels verzekering) wel recht heeft op zorg in het woonland. In de uitleg van het EG verdrag en het latere EU verdrag wordt er nog eens uitdrukkelijk naar verwezen dat de EU (dus ook de verordening) uitsluitend een coordinerende werking heeft en geen dwingend rechtelijke toepassing. De landen onderlingen maken uit hoe zij een en ander bilateraal regelen. Nu is er een belastingverdrag Nederland – Duitsland echter ik kan nergens een verdrag vinden dat het sociale zorgstelsel regelt inclusief de voorwaarden, de berekeningen en het systeem van doorbelasten en op grond waarvan. Enig idee waar ik dit verdrag kan vindien incluis de ratificatie door de Kamers en of bekrachtiging? Bij voorbaat dank.

      • De verordening is niet 883/2009, maar 883/2004.
        Of men krachtens het Duitse stelsel als ingezetene/pensioenimmigrant nu wel of niet recht heeft op Duitse wettelijke ziektekostenverzekering doet niet zo veel ter zake. Vo883/2004 bevat voor pensioenimmigranten met slechts wettelijk pensioen uit een andere EU staat twee artikelen: 24 voor het geval men niet toegelaten is tot de woonlandverzekering en art. 25 voorzover men wel toegang heeft. Het effect is in beide gevallen hetzelfde: men wordt verdragsgerechtigd, dwz. dwingendrechtelijk heeft men recht op het woonlandpakket ten laste van het pensioenland, en het pensioenland mag dan een bijdrage vragen.
        De coördinerende werking van de EU impliceert dat de regels van Vo883/2004 bij voorrang van toepassing zijn. Naar het socialezekerheidsverdrag Duitsland-Nederland hoeft niet gezocht te worden: het wordt terzijde gesteld door Vo883/2004.

      • Dank, wat bedoel je met wettelijk pensioen? 2009 was een foutje. Nu hebben landen onderling vele belastingverdragen afgesloten waarin opgenomen wie, wat waar en hoe. Nu zou er bij zo’n belangrijke component als verzekering en verzekering tegen zorgkosten er geen verdrag aan ten grondslag liggen terwijl de kosten voor een gepensioneerde een flink deel uitmaken van zijn/haar jaarlijkse kosten. Ik kan het niet geloven.

        Afgaande op mijn zoektocht en op jouw mededeling moet ik voorlopig concluderen dat het ontbreekt aan een dergelijke verdrag. Die is er kennelijk wel tussen Nederland en België.

        De component “de gemiddelde uitgaven (van wie?) voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale zorgverzekering in het woonland” en “de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale zorgverzekeringen in Nederland” wordt zo wel erg schimmig gehouden. Het gebruik van de term “sociale zorgverzekeringen” is al discutabel. De verzekeringen worden uitgevoerd door private ondernemingen in Nederland en Duitsland. Allianz is bijv. zo’n geweldenaar. De tekorten op de exploitatie (normale) worden aangezuiverd uit de korf zonder zorg.

        De VBNGB heeft zelf het tot stand komen van de bijdrage waaronder de correctiefactor aan de kaak gesteld. Ik constateer dat de gemiddelde kosten van levensonderhoud in de BRD vergeleken met NL tussen de 20 en 30 % lager liggen. Men (CAK of voorgangers) na tien jaar bonnetjes opgeteld afgetrokken te hebben voor de pillen en de pleisters er toch wel achter moeten zijn hoe de verhoudingen liggen ten opzichte van elkaar. Gelet op (mijn) medicijnen is het verschil al aanzienlijk. Vergelijk daarbij nog eens het aantal (gewone) ziekenhuisbedden en met name IC stations per hoofd van de bevolking dan schieten de tranen in de ogen en dan toch nog een 20% goeiekoper. Het rammelt aan alle kanten.

        Niet dat het in de BRD op dit gebied allemaal rozegeur en maneschijn is. Jaarlijks overlijden > 40.000 mensen als gevolg van de infectieziekte MRSA (ziekenhuis bacterie) . Met een beetje moed beleid en trouw te voorkomen. Niemand heeft het er over.

        Ik blijf het een vreemd verhaal vinden dat indien tussen twee staten een geldstroom ontstaat van een € 250.000.000,- op grond van een Verdrag en een daaraan gekoppelde verordening en de verordening duidelijk stelt dat dit tussen staten geregeld moet worden een dergelijke overeenkomst / verdrag niet bestaat en kennelijk het Koninkrijk de vrije hand heeft om maar wat in elkaar te rommelen. Ik blijf in de veronderstelling dat de landenfactor Duitsland richting de 0,5 moet liggen.

      • Zie mijn column over de zorgbijdrage voor de definitie van wettelijk pensioen, in het algemeen en de bijzondere Nederlandse definitie in het kader van Vo883/2004.
        Het begrip verdragsgerechtigde is een informele term. In zekere zin zou je het VWEU verdrag als de grondslag kunnen zien in de EU context, maar de feitelijke basis is Vo883/2004, artt. 24 en 25 voor gepensioneerden.Vo883/2004 is secundaire EU regelgeving, gebaseerd op het VWEU verdrag.
        Ik denk dat er wel een Duits-Nederlands sociaalzekerheidsverdrag is, met ook bepalingen over recht op ziektekostenvergoeding en verstrekkingen, maar dat is “overruled” door Vo883/2004. De voorlopers van Vo883/2004 hadden tot doel de bestaande bilaterale socialezekerheidsverdragen tussen EU-staten te vervangen door voor alle staten geldende multilaterale coördinatieregels. Het wordt overigens nog interessant ivm Brexit: dan zou het bestaande Brits-Nederlandse sz-verdrag tot leven kunnen komen.
        Op basis van EHvJ jurisprudentie is vast te stellen dat uitvoering door private ondernemingen het wettelijke karakter aan een sociale zekerheidsregeling, als bedoeld in Vo883/2004, niet ontneemt.
        De vraag welke factoren de kostenverhoudingen in ziektekosten tussen Nederland en Duitsland bepalen is complex. In het algemeen geldt: omvang pakket, kwaliteit pakket, medische prijsverschillen wat betreft lonen, goederen, etc. Zonder analyse van al die factoren voor alle onderdelen van de gezondheidszorg valt er weinig over te zeggen.
        De systematiek van afrekening van ziektekosten (voor verstrekkingen) in verband met verdragsrecht is geregeld in diverse bepalingen van Vo883/2004 en Vo987/2009, en bepaalde Besluiten van de Administratieve Commissie.
        Het is zeer begrijpelijk dat dit soort zaken van uitvoering niet in het VWEU verdrag zelf staan.

      • Beste Jan, indertijd heb ik bezwaar gemaakt tegen de CAK jaarafrekening 2017. Het CAK oordeelde dat de jaarafrekening correct was en wees mijn bezwaar af. Daarop heb ik beroep aangetekend bij de Rechtbank in Den Haag. De Rechtbank heeft onrechtmatig mij niet in de gelegenheid gesteld een aanvullende akte te nemen en de brieven van het CAK van december 2019 en maart 2020 (melding foute jaarrekening(en) toe te voegen. De Rechtbank heeft het beroep afgewezen en gesteld dat de jaarafrekening klopt. Inmiddels lagen liggen er de bevestigingen van het CAK dat de jaarafrekening(en) niet kloppen. Ook de herziene jaarafrekening klopt niet en heb ook over deze herziene jaarafrekening 2017 bezwaar ingediend. Hierop heeft het CAK na ongeveer een half jaar gereageerd en toegegeven dat zij absoluut fout zaten. Lopende de beroepsprocedure en wetende dat zij fout zaten hebben zij toch beslag laten leggen op mijn AOW middels een incassobureau en torenhoge invorderingskosten in rekening gebracht. Vast stond en staat dat niet ik over 2017 een aanvullend bedrag schuldig ben maar dat het CAK mij een bedrag schuldig is. Zij hebben dit ruiterlijk toegegeven hun excuses aangeboden ook voor het feit geen beslagvrije voet te hebben toegepast en hebben de door mij betaalde (via beslag) invorderingskosten terug betaald. Ik overweeg dan ook het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep in te trekken zo ook het laatste bezwaarschrift. De zaken zijn inmiddels dus hersteld. Blijft toch nog de uitspraak bestaan dat de jaarafrekening 2017 correct is. Wat is wijsheid?

      • Volgens mij schiet je weinig op met in hoger beroep gaan van deze uitspraak. Integendeel: ik vermoed dat je dan je griffiekosten kwijt zult zijn omdat het CAK naar je eigen zeggen een fout bevredigend hersteld heeft en alle voor jou daaruit voortvloeiende (incasso)kosten heeft vergoed.

      • Zoals het nu gesteld is betalen Nederlanders wonende in Duitsland mee aan het zorgstelsel in Nederland. 1) via de belastingen en 2) via de regel “de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale zorgverzekering in Nederland”. Dit geldt voor alle Nederlanders wonende buiten de Nederland in een EU land. Uit de cijfers van de verzekeringsmonitor blijkt dat opgeteld afgetrokken de opbrengsten bijna de uitgaven zorgkosten dekken voor en door de groep landverhuizers.
        Dit ligt in Nederland wel even anders.

      • Je leest de statistieken in de Verzekerdenmonitoren niet goed. Ongeveer de helft van de ziektekosten van gepensioneerde verdragsgerechtigden en hun gezinsleden wordt gedekt uit hun CAK bijdragen, zo blijkt daaruit. Zoals eerder gezegd : of dit meer of minder is dan de vergelijkbare groep gepensioneerden in Nederland is niet te zeggen: cijfers over het laatste ontbreken en zijn slechts schattenderwijs te benaderen. Het is ook weinig interessant: voor zover zo’n verschil in mate van dekking uit bijdragen er is tussen gepensioneerde emigranten en niet-migranten komen deze waarschijnlijk vooral voort uit verschillen in huishoudens- en inkomenssituatie, naast mogelijk verschil in gezondheid (oudere migranten worden in onderzoek nog wel eens gezonder bevonden dan niet-migranten, misschien een gevolg van selectie-bias of van betere leefomstandigheden). Niet alle gepensioneerde verdragsgerechtigden, ook niet in alle EU landen, dragen via belastingen aan Nederland bij aan financiering van de (Nederlandse, voornamelijk de WLZ) gezondheidszorg, aangezien ze niet alle bij verdrag belastingplichtig zijn aan Nederland. Dat geldt al voor de wat lagere pensioeninkomens van in Duitsland wonenden.

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.