De Europese Justitie verklaart het Spaanse Model 720 of vermogensaangifte in het buitenland in strijd met het EU-recht

jan 28, 2022

De conclusie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is dat de nationale wetgeving die Spaanse belastingplichtigen verplicht hun buitenlandse activa aan te geven in strijd is met het EU-recht. Daarnaast zijn de beperkingen van het vrije verkeer van kapitaal die door die wetgeving worden opgelegd onevenredig, aldus het Hof van Justitie van de Europese Unie op donderdag 27 januari 2022. Het gaat over het beruchte Model 720, in het Spaans ook wel ‘Declaración de Bienes en el Extranjero’ genoemd.

Klik hier voor het gehele artikel (in het Engels, bron: www.curia.europa.eu).

Klik hier om de publicatie hiervan te lezen in het Nederlands (bron: “Spanje Vandaag”)

5 Reacties

  1. In today’s judgment, the Court declares that Spain has failed to fulfil its obligations under the principle of free movement of capital.

    Is er hier niet sprake van een taalkundig misverstand? Free movement of capital is dacht ik het probleem niet. Het schuiven met giraal geld is nergens beperkt in de EU maar wel onderhevig dat de schuivers (banken) het moeten aangeven bij de overheden. Bezit is een ander begrip en kan in de vorm van stenen (capital) niet “moved” worden. Volgens mij eisen de Spanen een opgave van alle bezittingen van de inwoners en dat eisen vrijwel alle landen om daar al dan niet tol over te heffen.

    Antwoord
    • Dit valt wel degelijk onder “vrij verkeer van kapitaal”, een artikel/beginsel in het VWEU verdrag. Of bezit nu liquide, in de vorm van stenen of anders is doet daarbij niet terzake. Het grensoverschrijdende aspect is aan de orde, en dan kan het EHvJ optreden. De “veroordeling”van Spanje zit hem vooral daarin dat Het voor onjuiste aangifte van vermogen in het buitenland strengere sancties hanteert dan in Spanje zelf.

      Antwoord
      • Dan begrijp ik het nog steeds niet. De Spanen eisen kennelijk in de aangifte dat men aangifte moet doen van bezittingen in welk vorm of hoedanigheid dan ook en waar ook ter wereld. Het gaat niet om opgave van inkomen maar dat van bezit. Kennelijk legt de Spaanse belastingdienst (net zoals in Nederland) zonder tussenkomst van de rechter een boete op bij foute aangifte of het ontbreken van bepaalde bezittingen in de aangifte. Ik zie nog steeds het verband niet wat dit van doen heeft met “vrij verkeer” van kapitaal goederen en diensten. Dit vrije verkeer wordt toch niet belemmerd. Wanneer het kapitaal in welke vorm dan ook op de plaats van bestemming is aangekomen is het bezit van iemand. Indien men verzuimt bepaald bezit niet op te geven en men weet van te voren dat dit ook bezit buiten Spanje betreft, dan zit men fout. Vermogensbelasting komt vrijwel overal voor. Gelukkig (nog) niet in de BRD. Weet u nog de z.g. personele belasting (weer zo’n naam dat de lading niet dekt). Dan kwam er zo’n man met een lange zwarte jas op een zwarte rijwiel de koffiekopjes tellen.

      • Het arrest C-788/19 is nog niet gepubliceerd. Kennelijk volgt het Hof de Conclusie van de A-G. Daaruit citeer ik:

        ” Beoordeling

        24. Mijns inziens levert de litigieuze regeling zonder enige twijfel een beperking op.

        25. Uit vaste rechtspraak van het Hof volgt immers dat maatregelen van een lidstaat beperkingen vormen van het kapitaalverkeer in de zin van artikel 63, lid 1, VWEU wanneer zij de ingezetenen van die staat ontmoedigen, beletten of minder mogelijkheden bieden om investeringen te verrichten in andere lidstaten.(13) Zoals de Commissie betoogt, zonder daarin door de Spaanse regering te worden weersproken, voorziet de regeling van formulier 720 in een informatieplicht en in sancties in geval van niet-nakoming ervan ten aanzien van fiscaal ingezetenen die activa in het buitenland bezitten. Deze informatieplicht en sancties bestaan niet voor identieke activa die zich in Spanje bevinden. Een dergelijke regeling kan de ingezetenen van die staat dus ontmoedigen, beletten of minder mogelijkheden bieden om investeringen te verrichten in andere lidstaten.

        26. Het argument dat de Spaanse regering dienaangaande aanvoert en volgens hetwelk personen die hun activa om fiscale redenen verzwijgen geen enkele aanspraak kunnen maken op de bescherming die wordt geboden door het vrije verkeer van kapitaal, kan geen ander resultaat opleveren. Vastgesteld moet worden dat uit de bewoordingen zelf van artikel 65, lid 1, onder b), VWEU voortvloeit dat een beperking van het vrije verkeer van kapitaal kan worden gerechtvaardigd indien zij overtredingen van de nationale wetten en voorschriften op fiscaal gebied tegengaat. Deze bepaling vooronderstelt met andere woorden dat een nationale regeling, zoals in casu in geding, niet ontsnapt aan de verboden beperkingen in de zin van artikel 63 VWEU, louter omdat die regeling tot doel heeft om belastingcontroles uit te voeren of belastingfraude te bestrijden.(14)”

    • Dit is ook een leuke. Heffing over de opbrengst (inkomen) van vermogen.

      Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X recht heeft op een teruggaaf van € 258.828 aan ingehouden dividendbelasting. Uit de door de inspecteur verstrekte informatie blijkt namelijk dat deze teruggaaf nog niet heeft plaatsgevonden.

      X is een naar Duits recht opgericht Publikum Sondervermögen en is in Duitsland subjectief vrijgesteld van winstbelasting. X ontvangt dividenden van in Nederland gevestigde vennootschappen waarop dividendbelasting is ingehouden. X verzoekt om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting over de jaren 2006 – 2014. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat sprake is van een belemmering van het vrije verkeer van kapitaal. Voor deze belemmering bestaat geen rechtvaardiging. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat X niet aannemelijk maakt dat hij in een of meer van de betrokken jaren heeft voldaan aan de dooruitdelingseis. X heeft geen recht op de teruggaven. De rechtbank heropent het onderzoek nog wel voor de teruggaaf van de dividendbelasting over het jaar 2006. X voert namelijk aan dat 25% dividendbelasting is ingehouden en dat zij op grond van het Belastingverdrag NL- D dan nog recht heeft op een teruggaaf van 10%.

      Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X recht heeft op een teruggaaf van € 258.828 aan ingehouden dividendbelasting. Uit de door de inspecteur verstrekte informatie blijkt namelijk dat deze teruggaaf nog niet heeft plaatsgevonden.

      Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.