Hypotheekrenteaftrek mogelijk bij buitenlandse eigen woning – 90% kbb-eis gaat mogelijk te ver

jun 30, 2017

Stel, u woont als zelfstandige in Spanje. 60 procent van uw totale inkomen verdient u in Nederland. Heeft u recht op hypotheekrenteaftrek op uw Spaanse woning, als de aftrek in Spanje niet mogelijk is (omdat u daar onvoldoende inkomen heeft)? Volgens de Hoge Raad wel.

Ontvangt u als niet-ingezeten zelfstandige ook een zelfstandig inkomen in één of meer andere werkstaten, waarvoor u daar hypotheekrente in aftrek kan brengen? Dan moet Nederland volgens de Hoge Raad de hypotheekrenteaftrek toekennen naar verhouding van het aandeel van uw inkomen in Nederland. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat Nederland de aftrek van de Spaanse hypotheekrente voor de eigen woning niet mag onthouden aan een in Spanje wonende Nederlander. Deze beslissing van de Hoge Raad volgt na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Een man heeft de Nederlandse nationaliteit, woont in Spanje en bezit daar een woning die mede gefinancierd is door een hypothecaire lening. Hij geniet geen positieve inkomsten uit Spaanse bronnen. Zijn beroep is het zaakwaarnemen voor professionele voetbalspelers. Hij is aandeelhouder in een in Nederland gevestigde bv en ontving in 2007 voor werkzaamheden voor die bv € 77.606 aan inkomen. Voor werkzaamheden in 2007 van een in Zwitserland gevestigde Gmbh genoot hij een inkomen van € 51.516.

De man stelt dat hij, zonder dat daarvoor een beroep nodig is op artikel 2.5 Wet IB 2001, op grond van het recht van de Europese Unie (de Schumacker/Renneberg-jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie) aanspraak heeft op aftrek in Nederland van de op de ‘eigen woning’ in Spanje betrekking hebbende hypotheekrente. Volgens de Inspecteur komt hem geen beroep toe op bedoelde jurisprudentie van het HvJ en bestaat slechts aanspraak op aftrek van de hypotheekrente als hij kiest voor toepassing van artikel 2.5 Wet IB 2001.

Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam hebben het (hoger) beroep van de in Spanje wonende Nederlander ongegrond verklaard. Op het cassatieberoep van de man besloot de Hoge Raad op 22 mei 2015 om over deze kwestie prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie (13/03468, ECLI:NL:HR:2015:1258).

Het Europese Hof oordeelde  op 9 februari 2017dat artikel 49 VWEU meebrengt dat Nederland de aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning niet mag onthouden aan een niet-ingezeten zelfstandige die 60 percent van zijn totale inkomen in Nederland verwerft, terwijl die niet-ingezeten zelfstandige in de lidstaat waar zijn woning is gelegen geen inkomen ontvangt op grond waarvan hij een gelijkwaardig recht op aftrek van die negatieve inkomsten uit de woning geldend kan maken. Indien de niet-ingezeten zelfstandige tevens in een of meer andere werkstaten dan Nederland een zelfstandig inkomen ontvangt op grond waarvan hij ook in die werkstaat of werkstaten een overeenkomstig recht op aftrek geldend kan maken, dient Nederland het voordeel van de aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning toe te kennen naar verhouding van het aandeel van het inkomen dat de zelfstandige in Nederland ontvangt.

De Hoge Raad doet de zaak thans conform het arrest van het Europese Hof van Justitie af. De zaak is verwezen naar Hof Den Haag. Conform conclusie A-G Niessen (ECLI:NL:PHR:2014:1761).

Meer informatie:

Maak bezwaar tegen aanslag

Zoals aangegeven bij de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Europese Hof van Justitie, lijkt uit deze arresten te volgen dat de nu geldende 90 procent-eis voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen te ver gaat.

Totdat de Nederlandse regeling is aangepast, is het te adviseren om bezwaar te maken tegen de aanslag in situaties die vergelijkbaar zijn met de zaak uit het arrest, al is het maar ter behoud van rechten. Het is namelijk niet de verwachting dat deze uitspraak alleen van toepassing is bij het verdrag met Spanje maar dat het ook in andere verdragssituaties aan de orde kan zijn. Het moet dan uiteraard wel om een buitenlandse eigen woning gaan.

In zijn Column over de kbb-regeling van 11 februari j.l. signaleert Jan de Voogd ook reeds deze nogelijke implicaties van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 9 februari 2017.

Bronnen: AIV AccountantWeek, 15 mei 2017;  FLYNTH adviseurs/accountants, 26 juni 2017

0 reacties