Pensioenakkoord

jan 29, 2021

Als VBNGB volgen we op enige afstand de discussies inzake de pensioenen in Nederland. Pensioenen is een onderwerp dat heel specifieke kennis en inzicht vraagt en daarom niet voor iedereen even gemakkelijk te begrijpen.
We willen de leden die hiervoor belangstelling hebben helpen bij het vinden van informatie.

Een van onze leden bracht onder onze aandacht de gezamenlijke activiteiten van:
– Stichting Pensioenbehoud https://www.stichtingpensioenbehoud.nl  Mr. Erik L. Daae (voorzitter)
– Landelijk actiecomité Red het Pensioenstelsel https://redhetpensioenstelsel.nl Ir.Jan Ilsink (voorzitter)
– Nederlandse Bond Pensioenbelangen NBP https://www.pensioenbelangen.nl Drs.WillemSchuddeboomRA,AAG (voorzitter)

Via de website van deze organisaties kunt u informatie over en een beeld van hun activiteiten en stellingnames krijgen.

Verder kunt u een indruk krijgen via de verslagen van de Rondetafelgesprekken die de Tweede Kamer heeft met deskundigen en
vertegenwoordigers van veel verschillende organisaties via:
Rondetafelgesprek pensioenakkoord deel 1:
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2021Z00405&did=2021D01173

Rondetafelgesprek pensioenakkoord deel 2
https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2020A04281

Klik hier om het verzoek te lezen gericht aan de Tweede Kamer om een Parlementaire Ondervragingscommissie Pensioen in te stellen.

20 Reacties

  1. Waarom volgen op enige afstand?. Ik vermoed dat de meeste leden hier belangen hebben.

    Antwoord
  2. De meeste leden zullen er inderdaad belang bij hebben.
    Het pensioenstelsel is echter een Nederlandse aangelegenheid zonder grensoverschrijdende aspecten. Dat laatste is voorwaarde voor acties van de VBNGB. De VBNGB houdt zich bezig met problemen die zich voordoen als de Nederlandse pensioenuitkering in het buitenland plaatsvindt.

    Bovendien zijn er, zoals opgemerkt, veel belangenbehartigers in Nederland die zich om deze materie bekommeren. Doel van het plaatsen van dit artikel was om u daarop attent te maken. Als u wilt kunt zich bij een of meer van deze organisaties aansluiten.

    Antwoord
  3. Formeel (nog) wel zonder grensoverschrijdende aspecten.
    Helaas zijn in andere landen de gretige ogen gericht op de nederlandse pensioenkassen en wordt er via “Europa” al gezocht naar mogelijkheden om die spaarkassen over te hevelen naar een door EU geregeerd fonds teneinde landen als ITA uit de pensioenbrand te helpen als daar één of meerdere banken omvallen.
    Deze afgedwongen “solidariteit” zou de doodsteek betekenen voor nederlandse pensioenfondsen en een “oneigenlijke ontneming” door de EU-machten ten gevolge hebben.
    Ergo : “Nederland let op uw saeck !”.
    Ook de VBNGB is daarbij betrokken namens de belangen van haar al dan niet gepensioneerde leden.
    Het zijn HUN pensioenpotten die in het geding zijn !
    Zie eerdere berichtgevingen daarover.

    Antwoord
  4. Mij is niets bekend van een plan om Nederlandse pensioengelden collectief over te brengen naar een door de EU geregeerd fonds. In welk document is dat terug te vinden?

    Antwoord
  5. Niets definitiefs in documenten die openbaar zijn, nog niet.
    Maar ik heb wel een luisterend oor naar wat er in andere landen speelt, op radie, tv en in kranten als de Figaro, Le Monde, TV7 (Dld) etc. en wat de commentaren zijn hier en daar.
    Macron is “bezig” met een pensioenhervorming “op Europees gebied”.
    Dat zegt al genoeg.

    Antwoord
  6. Het enige wat momenteel speelt, naar mijn mening, is dat de EU een aanklacht tegen Nederland aan het voorbereiden is, aangezien in de Nederlandse pensioenvoorwaarden ,hun inziens , beperkende maatregelen zijn opgenomen , waardoor bijv. het vrij verkeer van personen in het geding komt.
    Een voorbeeld daarvan is, het onderbrengen van een pensioen bij een buitenlandse verzekeraar.
    Van een op handen zijnde roof van de Nederlandse pensioenfondsen is mij, als inwoner van Duitsland, in ieder geval niets bekend

    Antwoord
  7. Datum10-5-2021BetreftStand van zaken uitwerking pensioenakkoord

    Planning wetsvoorstel
    Ik verwacht volgende maand de toezicht- en uitvoeringstoetsen aan respectievelijk de toezichthouders en de Belastingdienst uit te vragen, en advies in te winnen bij met name het College voor de Rechten van de Mens en de Raad voor de rechtspraak. Na verwerking van de toetsen en adviezen volgt nog de adviesaanvraag aan de afdeling advisering van de Raad van State. Vanwege deze (reguliere) processtappen bij een wetstraject verwacht ik het wetsvoorstel niet eerder dan begin volgend jaar naar de Tweede Kamer te kunnen zenden.
    Uw Kamer heeft aangegeven het wetsvoorstel met alle noodzakelijke zorgvuldigheid te willen behandelen, en daar ben ik het zeer mee eens. Het gaat om grote belangen en complexe materie. Daarvoor is een adequate termijn nodig. Ik acht inwerkingtreding van het nieuwe pensioenstelsel uiterlijk per 1 januari 2023 realistisch. In overleg met beide Kamers tijdens het parlementaire proces en met betrokken partijen zal ik in het wetstraject bezien of de wet waar mogelijk en uitvoerbaar op onderdelen eerder dan 1 januari 2023 in werking kan treden. De voorziene inwerkingtreding uiterlijk per 1 januari 2023 is later dan aanvankelijk met 1 januari 2022 verwacht. Het past echter bij een gedegen proces van een van de meest grote stelselveranderingen van de afgelopen decennia. Tegelijkertijd acht ik het van belang dat zo snel mogelijk aan alle betrokkenen duidelijkheid wordt gegeven over de inhoud van de nieuwe wet, zodat zij aan de slag kunnen met de transitie en implementatie. Partijen geven ook aan hier behoefte aan te hebben.
    Voor betrokken partijen –sociale partners, jongeren- en ouderenorganisaties, pensioenfondsen, verzekeraars, uitvoeringorganisaties, toezichthouders- is het van belang om tijdig inzicht te krijgen in de beoogde uiterlijke inwerkingtreding van de wet. Door hierover duidelijkheid te scheppen kunnen decentrale partijen hun voorbereidende handelingen hierop inrichten c.q. herijken, zodat zij de stelselherziening op een ordentelijke wijze kunnen vormgeven. In overleg met genoemde partijen heb ik gekozen om de voorziene uiterlijke inwerkingtreding weliswaar op te schuiven, maar die vertraging zoveel mogelijk te beperken.
    Samen met betrokken partijen span ik mij in om in de komende periode tempo te blijven maken in de uitwerking van de wetgeving en om de stelselherziening de komende jaren zo goed mogelijk beslag te laten krijgen. Ook bij een latere inwerkingtreding zullen deze voorbereidende werkzaamheden zoveel als mogelijk de komende maanden doorgang blijven vinden. Zo zal er naar verwachting in de zomer een gezamenlijk informatieplatform voor betrokken decentrale partijen beschikbaar zijn. De Stichting van de Arbeid (hierna de Stichting), de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben de handen ineengeslagen om voor de betrokken decentrale partijen op dit platform informatie op maat te ontsluiten ten behoeve van de transitie naar een ander pensioencontract.
    De komende periode is de inzet van alle betrokken partijen erop gericht om de wetswijzigingen uiterlijk per 1 januari 2023 inwerking te laten treden en hierna de implementatie soepel te laten verlopen. Indien uw Kamer voorafgaand aan indiening van het wetsvoorstel behoefte heeft om op technisch niveau geïnformeerd te worden over de afspraken uit het pensioenakkoord, ben ik graag bereid dit te faciliteren.
    Vanwege de nauwe onderlinge inhoudelijke samenhang zal de wetgeving van de stelselherziening integraal, gelijktijdig voor parlementaire behandeling worden ingediend. In beginsel geldt de beoogde inwerkingtreding van uiterlijk 1 januari 2023 voor alle onderdelen van de wet. Met betrokken partijen en in samenspraak met beide Kamers zal ik zoals gezegd bezien of eerdere inwerkingtreding van onderdelen van de wet nog gewenst en mogelijk is.
    In onderstaande ga ik nader in op enkele onderdelen uit het wetsvoorstel.
    De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
    W. Koolmees
    Lees verder op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/05/10/stand-van-zaken-uitwerking-pensioenakkoord

    Antwoord
  8. voorts: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/05/10/nieuwe-pensioenwet-gaat-uiterlijk-1-1-2023-in

    Transitieperiode en transitie-ftk
    In het pensioenakkoord is afgesproken dat sociale partners en pensioenuitvoerders vier jaar de tijd krijgen om pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Daarbij werd uitgegaan van inwerkingtreding op 1 januari 2022. Ook bij inwerkingtreding op 1 januari 2023 krijgen partijen maximaal vier jaar de tijd voor de nodige aanpassingen, dus tot 1 januari 2027. Wel benadrukken alle betrokken partijen het belang van een snelle overgang, waarbij het streven is zo veel als mogelijk per 1 januari 2026 of eerder over te stappen naar het nieuwe stelsel. Met alle belanghebbende partijen wordt bekeken wat er nodig is om te zorgen dat partijen die al met ingang van 2023 over willen naar het nieuwe stelsel, dit ook kunnen doen.

    Tijdens de overgang (transitie) van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel geldt het transitie-ftk (financiële toetsingskader). Het uitgangspunt daarvan is dat tijdens de overgangsperiode al zoveel als mogelijk met de blik van het nieuwe stelsel naar de huidige situatie wordt gekeken.

    Het transitie-ftk is onderdeel van de wetgeving en verschuift daarmee ook naar uiterlijk 1 januari 2023 tot uiterlijk 1 januari 2027. In overleg met betrokken partijen wordt bezien of het mogelijk is of het transitie-kader eerder in werking kan treden dan 1 januari 2023, mits het parlementaire proces dan is afgerond. In dat geval kan er bijvoorbeeld al eerder gebruik worden gemaakt van de voorgenomen verlaagde indexatiegrens. Voor het jaar 2022 zal blijven gelden dat in aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel onnodige kortingen worden voorkomen. Voornemen is om onder dezelfde voorwaarden als de voorgaande twee jaren in 2022 voor pensioenfondsen het aantal meetmomenten waarna aan het minimaal vereiste vermogen moet worden voldaan te verruimen, evenals de hersteltermijnen van het vereist eigen vermogen. Daarbij zal dus ook in 2022 een minimale dekkingsgraad van 90% worden gehanteerd.

    Antwoord
  9. Antwoorden op Kamervragen over stand van zaken uitwerking pensioenakkoord
    Minister Koolmees (SZW) beantwoordt vragen over de stand van zaken van de uitwerking van het pensioenakkoord. De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Tweede Kamer heeft deze vragen gesteld.

    II Reactie van de minister
    Ik dank de leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor hun inbreng en de gestelde vragen over de brief Stand van zaken uitwerking pensioenakkoord (Kamerstukken II 2020/21, 32043 nr. 559). Bij de volgorde van de beantwoording (cursief gedrukt) is de volgorde van de inbreng van het schriftelijk overleg aangehouden.
    I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
    (….)

    De leden van de SP-fractie lezen dat er met betrekking tot het zelfstandigenpensioen goed gekeken wordt naar het voorkomen van strijdigheid met (Europese) mededingings- en gelijke behandelingswetgeving. Welke (Europese) wetgeving betreft dit specifiek en welke problematiek ligt precies voor?
    De leden van de SP-fractie hebben gevraagd op welke wijze wordt omgegaan met de mededingingsrechtelijke eisen en welke (Europese) wetgeving dit specifiek betreft en welke problematiek voorligt. Een soortgelijke vraag is ook gesteld door de leden van de VVD-fractie.
    Voorkomen moet worden dat experimenteerwetgeving bij gebleken succes niet omgezet kan worden in structurele wetgeving omdat het strijdigheid oplevert met bijvoorbeeld Europeesrechtelijke regels of omdat de experimenteerwetgeving de collectieve en solidaire elementen van ‘de tweede pijler’ onder druk zetten. De wettelijke kaders voor de experimenten worden daarom getoetst op Europeesrechtelijke aspecten. Deze toets zal deel uitmaken van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.
    Het mededingingsrecht is neergelegd in de Mededingingswet en in het Verdrag betreffende de Europese Unie. In artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is geregeld dat overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst, verboden en nietig zijn, tenzij deze inbreuk kan worden gerechtvaardigd. Het is daarom van belang dat de wet- en regelgeving voor de experimenten en de pensioenafspraken die worden gemaakt tussen zelfstandigen en pensioenuitvoerders de mededingingsrechtelijke toets kunnen doorstaan.
    Uitgangspunt van de experimenteerwetgeving is dat zelfstandigen toegang krijgen tot tweede pijler pensioenregelingen. Om dit te regelen zijn afwijkingen van het huidige wettelijke kader gerechtvaardigd. Echter, niet alle denkbare afwijkingen zijn beleidsmatig wenselijk. Voor een voldoende draagvlak voor collectiviteit en solidariteit tussen werknemers en zelfstandigen binnen een pensioenfonds is het onwenselijk dat er sprake is van een te vergaande ongelijke behandeling tussen werknemers en zelfstandigen, bijvoorbeeld doordat zelfstandigen veel meer keuzemogelijkheden worden geboden dan werknemers die verplicht aan een regeling deelnemen. Bovendien kunnen afwijkingen van het huidige wettelijke kader de collectieve en solidaire elementen van de tweede pijler onder druk zetten.
    Lees verder op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/07/01/beantwoording-schriftelijk-overleg-stand-van-zaken-uitwerking-pensioenakkoord-32043-559

    Antwoord
  10. Pensioensector onderschat risico van invaren
    Door de pensioenhervorming moet 2.000 miljard euro vermogen in het nieuwe stelsel worden ‘ingevaren’. Volgens hoogleraar Europees pensioenrecht en advocaat Hans van Meerten leidt dat tot onoverkomelijke juridische problemen en moet de verantwoordelijke minister van Sociale Zaken op zoek naar alternatieven.
    Lees verder op: https://www.ewmagazine.nl/opinie/achtergrond/2021/07/pensioensector-onderschat-risico-van-invaren-832376/

    Antwoord
  11. Datum 10-2-2022 Betreft Planningsbrief ministerie SZW

    2.5. Pensioenen en AOW: een houdbaar stelsel voor de oudedagsvoorziening
    Het kabinet is voornemens om het pensioenakkoord uit te voeren voor een goed en fatsoenlijk pensioen voor alle generaties. Naast de herziening van het arbeidsvoorwaardelijke pensioen (de tweede pijler) zijn in het pensioenakkoord ook afspraken gemaakt over een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, de invoering van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en over een pakket maatregelen met als doel dat het voor een ieder haalbaar wordt om gezond werkend het pensioen te bereiken. Het pensioenakkoord vormt als geheel een samenhangend en evenwichtig pakket van afspraken.
    Het wetsvoorstel toekomst pensioenen (WTP) beoogt de afspraken in het pensioenakkoord over de herziening van het pensioenstelsel te verankeren. Het wetsvoorstel toekomst pensioenen is begin december 2021 voor advies aan de Raad van State verzonden. De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen verwacht dat het wetsvoorstel vóór 1 april a.s. bij uw Kamer kan worden ingediend. Dit hangt – onder meer – af van het moment waarop de Raad van State zijn advies over de WTP vaststelt en van de inhoud van dat advies.
    De WTP betreft een belangrijk en omvangrijk wetsvoorstel dat – ook volgens uw Kamer – een zorgvuldige behandeling vergt. Alle betrokken partijen, waaronder werkgevers- en werknemersorganisaties, pensioenfondsen en –verzekeraars, toezichthouders en de Belastingdienst richten zich bij hun voorbereidingen op 1 januari 2023 als datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen. De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zet zich er maximaal voor in om dit mogelijk te maken.
    De vernieuwing van het pensioenstelsel wordt nader uitgewerkt in enkele besluiten en ministeriële regelingen. De planning is erop gericht om de internetconsultatie van de ontwerpbesluiten van start te laten gaan op het moment waarop het wetsvoorstel WTP bij uw Kamer wordt ingediend.
    Voor drie besluiten (uitvoering nettopensioen door pensioenfondsen, experimenten pensioenopbouw door zzp-ers en aanpassing parameters/scenarioset) geldt een voorhangprocedure. De betreffende ontwerpbesluiten zal de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen na het verwerken van de uitkomsten van de internetconsultatie en de toetsen en adviezen aan u voorleggen. Dit zal naar verwachting na deze zomer gebeuren.
    Voor de andere onderdelen van het pensioenakkoord houdt de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen de planning aan, zoals gemeld in de brieven van het vorige Kabinet van 17 november 2021 over de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU)9 en van 10 mei 2021 over de andere onderdelen van het pensioenakkoord10. De planning van de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen loopt mee in uitwerking van het gehele arbeidsmarktpakket zoals in § 2.1. uiteen is gezet.
    In het coalitieakkoord is aangegeven dat het kabinet het advies van de adviescommissie onvolledige opbouw AOW ouderen van Surinaamse herkomst (commissie-Sylvester) en de voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State terzake spoedig ter hand zal nemen en daarover in overleg zal treden met de Surinaamse gemeenschap en de Tweede Kamer. De minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen wil nog dit kwartaal in gesprek gaan met de Surinaamse gemeenschap en met uw Kamer over de dilemma’s die in het advies van de commissie Sylvester en de voorlichting van de Raad van State naar voren komen.

    Antwoord
  12. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/03/30/wetsvoorstel-wet-toekomst-pensioenen
    zie:
    Wetsvoorstel wijziging Wet toekomst pensioenen
    Voorstel van wijziging van de Pensioenwet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten vanwege herziening van het pensioenstelsel, standaardisering van het nabestaandenpensioen, aanpassing van de fiscale behandeling van pensioen en enige andere wijzigingen ten aanzien van pensioen (Wet toekomst pensioenen).
    Daar ook Memorie van toelichting en Nader Rapport

    Antwoord
  13. WEER : Opgepast, er wordt nu al gesproken over het “ontnemen” van een deel van de pensioen-buit (ruim 2.000 Miljard vermogen ), door likkebaardende kamerleden, via andere aanwendingen van enkele miljarden zoals t.b.v. Defensie en andere doeleinden.
    Zie de avond praatprgramma’s als OP1 via BVN en de daar opduikende lieden, die de weg al aan voorbereiden zijn en de opinie proberen te beinvloeden.

    Net als het achterbaks verminderen van de AOW betalingen die ineens “niet meer houdbaar” zouden zijn en DUS stilletjes, beetje bij beetje, de ouderen wordt afgepikt.
    Dat is bij definitie wel degelijk grensoverschrijdend, van Nederland naar mijn woonland.

    Let op het PEP-gebeuren, het plan voor een EUROPEES pensioenstelsel, waarin een van de grotere buit-kapitalen uit Nederland komt.
    Dat betekent grensoverschrijdende kapitaal transporten van het land naar een europees niveau. Van noord naar zuid ! Om mee te beginnen.
    Dus wel degelijk niet alleen een potentieel probleem maar een “clear and present danger”, ook en juist voor de VBNGB leden.

    Aanpassing fiscale behandeling pensioenen : idem !
    NL lonkt al jaren jaloers naar de belastingafdrachten in het woonland over NL pensioenen en wil die koste-wat-kost terughalen naar NL.
    Goedschiks of kwaadschiks.
    Zie de Duitsland pensioen-trukendoos, listig verstopt diep onder een andere lading, gewoon binnengesmokkeld in de NL wetgeving, geen haan die er naar kraaide voor het te laat was en de benadeelden voor een voldongen feit stonden.

    BLIJF ALERT.
    Vertrouwen in de overheid is misplaatst, zo is gebleken.
    En “resultaten behaald in het verleden” bieden al een perspectief op wat komen gaat.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.