Kamerbrief over dubbel betalen door verdragsgerechtigde gepensioneerden

Datum 11 december 2019 Betreft Commissiebrief Tweede Kamer inzake Verzoek om technische uiteenzetting dubbele zorgkosten in het buitenland

 

Geachte voorzitter,

Conform het verzoek van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, stuur ik u hierbij mijn reactie op uw vraag over wonen en werken voor Nederlanders woonachtig in het buitenland, waarbij u specifiek vraagt om een toelichting met betrekking tot het Zorgverzekeringswet gedeelte.

U heeft mij twee vragen van de heer M. v. V. doorgestuurd. Die vragen zijn: 1. Waarom is door Nederland geen enkele aandacht gegeven aan het probleem van dubbele belasting tijdens de verdragsonderhandelingen met Denemarken, naar het voorbeeld van Zweden? 2. Welke actie is door de minister genomen met betrekking tot de dubbele betaling voor ziektekosten? Als hier geen actie op is ondernomen wanneer denkt de minister hier actie op te ondernemen en welke actie?

U vraagt mij vanuit de zorg om een toelichting op met name de tweede vraag te geven. Beide vragen liggen echter in elkaars verlengde, en worden daarom gezamenlijk beantwoord. Het antwoord is afgestemd met (ambtelijk) Financiën, en gedeeld met (ambtelijk) Sociale Zaken.

Antwoord op beide vragen

In afwijking van Nederland, hanteren sommige EU-landen een zorgstelsel dat gebaseerd is op het uitgangspunt dat de kosten van de medische zorg worden gefinancierd uit de algemene middelen. Nederland daarentegen financiert de zorg uit premies. Als gevolg van verschillende wijzen van financiering van de sociale zekerheid kan economische dubbele (premie)heffing ontstaan bij geëmigreerde gepensioneerden. Dit vloeit voort uit de discoördinatie van zorgbijdragen en belastingheffing tussen lidstaten.

Belastingverdragen bieden slechts zelden een oplossing voor economische dubbele belasting en richten zich primair op vermijding van juridische dubbele belasting. Van juridische dubbele belasting is sprake wanneer één persoon ter zake van één inkomensbestanddeel door twee landen in de belastingheffing wordt betrokken. In een belastingverdrag wordt het heffingsrecht tussen Staten verdeeld om situaties van juridische dubbele heffing te voorkomen. In artikel 18 van het verdrag tot het vermijden van dubbele belasting, gesloten tussen Nederland en

Denemarken (hierna: het Verdrag) zijn de heffingsrechten ten aanzien van socialezekerheidsuitkeringen (o.a. AOW) toebedeeld aan de bronstaat. Hiermee wordt een mogelijke juridische dubbele belasting voorkomen. Deze in het Verdrag gerealiseerde heffingsverdeling van socialezekerheidsuitkering is in lijn met het vaststaand Nederlands verdragsbeleid.

Voor economische dubbele premieheffing biedt het belastingverdrag echter geen oplossing. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van lidstaten om hun socialezekerheidsstelsel en de financiering hiervan in te richten. Deze autonomie hangt sterk samen met de nationale planning en financiering van de zorg. Dat maakt dat er verder weinig ruimte is om dit punt (alleen) vanuit Nederlandse zijde op te lossen.

Er zijn enkele lidstaten, waaronder Zweden, die onder voorwaarden de via de algemene middelen betaalde zorgpremie terugbetalen in het geval tevens een zorgpremie verschuldigd is in het werkland. Dit zou eventueel wel een oplossing kunnen zijn voor het probleem. Het is echter de keuze van de betreffende lidstaat om tot een restitutie over te gaan. In dit specifieke geval behoort dat tot de autonomie van Denemarken.

Om binnen de EU de socialezekerheidsrechten te kunnen coördineren (let op: niet harmoniseren!) zijn daarover op Europees niveau afspraken gemaakt in de Europese Verordening nr. 883/2004 (hierna: de Verordening). De Verordening bepaalt dat maar één socialezekerheidsstelsel van één van de lidstaten tegelijk van toepassing kan zijn. De Verordening regelt dwingend – afhankelijk van de individuele situatie – in welk land iemand verzekerd is voor de sociale zekerheid.

In de Verordening is voor gepensioneerden bepaald dat het land dat de zorgkosten draagt de bijdragen daarvoor in rekening kan brengen. Nederland is in de zin van de Europese regels de bevoegde lidstaat en houdt de zorgbijdragen in, omdat deze personen ten laste komen van Nederland. Als het nieuwe woonland de zorg via de algemene middelen bekostigt, kan dubbele betaling ontstaan. Iedere lidstaat maakt zijn eigen afweging in de wijze waarop het stelsel gefinancierd wordt. De verschillende wijze van inrichting en financiering van sociale zekerheid kan voor individuen voordelen of nadelen opleveren.

Hieruit blijkt dat er een bepaalde discoördinatie is tussen de sociale zekerheidsverordening en de bilaterale belastingverdragen die tussen lidstaten van toepassing zijn. Coördinatie van sociale zekerheid en belastingheffing zijn twee verschillende rechtsgebieden, waar nationale lidstaten exclusieve bevoegdheid hebben in de manier waarop ze dit regelen.

Hoogachtend, de minister voor Medische Zorg en Sport, Bruno Bruins

Zie: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2019Z24755&did=2019D51018

14 Reacties

  1. Wat een antwoord zeg. Zo’n ingetrapte open-deur heb ik nog nooit gezien.
    Meer actie ri. kamerleden graag om deze minister tot meer actie te dwingen.

    Jaap

    Antwoord
  2. Tja, Het is natuurlijk prettig dat de minister het probleem van dubbel betalen (deftiger: discoördinatie tussen fiscale en socialezekerheidsstelsels in grensonsoverschrijdende situaties) begrijpt en in een Kamerbrief op papier kan zetten. Want veel meer doet deze brief niet (dat er ambtelijk overleg geweest is met Financiën en SZW getuigt van lef van VWS om überhaupt uit de eigen ivoren toren te kruipen, maar is bij dit vraagstuk natuurlijk evident noodzakelijk). Je zou echter mogen verwachten dat een zwaarwegend probleem als deze discoördinatieproblematiek , die tienduizenden verdragsgerechtigde gepensioneerden en hun gezinsleden raakt, nadat het geschetst is leidt tot ten minste onderzoek van de mogelijke oplossingen. Vooralsnog wordt door de minister niet meer gesteld dan: laat de woonstaat het maar oplossen als het dat zou willen doen (met de belastingcompensatie van Zweden als voorbeeld). Dat is te mager. Zowel de VBNGB (zie de factsheet discoördinatie elders op deze site) als anderen organisaties en deskundigen hebben wel , en ook concrete, oplossingen (bijv. ITEM) voorgesteld. Een diepergravend onderzoek naar de mogelijkheden en implicaties van die oplossingen zou zeker op zijn plaats zijn, liefst gecoördineerd vanuit de EC. Kortom: VWS, SZW en Financiën, wees eens wat creatiever en zet het onderwerp op de Europese agenda, of als dat niet lukt, probeer het dan met bijv. een interministeriële commissie zelf eens grondiger en beleidsgerichter te (doen) onderzoeken.

    Antwoord
  3. Kijk kijk.
    Min. Bruins krijgt zijn centen binnen via vooruitbetalingen/inhoudingen op betalingen vanuit Nederland aan de verdragsgerechtigde zorgverzekerde.
    Dus is het zijn “pakkie an” niet meer. Duidelijk.
    Dus hoeft hij “niets” meer te doen dan zich verder verschuilen achter bestaande verdragen en regelingen.
    Maar zijn geloofwaardigheid is daarmee naar de knoppen.
    Politiek correct gezegd :
    De minister is aan zet om gerechtigheid te bevorderen in de geest van de verdragen en vigerende wetgeving, ook als het hem verder “niet aan gaat”.

    Coordinatie van oplossinggerichte aktie moet derhalve bij hem neer worden gelegd, opdat in eendrachtige samenwerking tussen VWS,SZW en Financien naar de EU-EC kan worden toegewerkt naar een schema dat deze misstanden uit de wereld helpt.
    Eén van de aanknopingspunten zou kunnen zijn, dat volgens 2004/883 art. 30.1 er internationaal niet meer bijdragen kunnen worden verlangd dan de reeele kosten.
    Ook als die kosten opgebracht worden via financiering uit meerdere landen en via meerdere bronnen (Zvw-bijdragen, belastingen en/of andere heffingen).
    De synchronisatie van de bronnen is een EU-niveau-zaak, waarvoor de minister het pro-actieve voortouw dient te nemen.
    Om te beginnen met een restitutie van teveel geinde gelden aan betrokkenen, via internationale verrekening tussen de betrokken landen.

    Antwoord
    • Het niet meer laten bijdragen dan de reeële kosten lost dit probleem niet op. Sterker nog: daar zit het probleem helemaal niet. Het gaat om tegelijkertijd, en dubbel, via belastingen en een bijdrage aan het CAK betalen voor het verdragsrecht.

      Antwoord
  4. IK ben geen lid van de vereniging om reden dat ik nog niet in het buitenland woon, hetgeen wel een van de vereisten is (lees ik) voor het lidmaatschap.

    Ik ben de auteur van de brief inzake dubbele ziektekosten Denemarken.
    Naar aanleiding van dit antwoord heb ik een schrijven gericht aan de commissie verzoekschriften van het Europees Parlement. Dit verzoek is ontvankelijk verklaard.
    Ik heb op 28 april 2020 antwoord van de commissie ontvangen.
    De belangrijkste conclusie van de commissie is:

    ” In deze verordening ( = EG 883/2004) zijn gemeenschappelijke regels en beginselen vastgesteld die door de nationale overheden in acht moeten worden genomen wanneer zij de nationale wetgeving ten uitvoer leggen. Dankzij deze regelgeving worden de basisbeginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie bij de toepassing van de nationale wetgeving geëerbiedigd en ontstaan er geen negatieve gevolgen voor personen die hun recht op vrij verkeer binnen de EU uitoefenen.”

    en

    “Wanneer personen die in een andere lidstaat dan Denemarken verzekerd zij, in Denemarken wonen en hun belastingen en/of socialezekerheidspremies in dit land betalen, moeten de Deense autoriteiten overeenkomstig de wettelijke bepalingen gerechtigd zijn om met deze situatie rekening te houden, zodat dubbele betaling voorkomen wordt.”

    Aldus de reactie van de commissie verzoekschriften van het Europees Parlement.

    Het was mij niet bekend welk aandeel ziektekostenbijdrage thans in Denemarken is begrepen in de algemene belastingtarieven. Dit was een aantal jaren terug eveneens 8% net zoals Zweden.
    De eindconclusie van deze “Mededeling aan de leden van de Europese commissie” is als volgt:

    “Aangezien gedetailleerde informatie over de door de indiener beschreven situatie ontbreekt, zal de Commissie contact opnemen met de Deense autoriteiten. Indiener zal worden geïnformeerd over de uitkomst hiervan.”

    Ik had inmiddels ook een email gestuurd naar het Deense Ministerie van Financiën te Kopenhagen. De in Nederland verschuldigde CAK premie kan op geen enkele wijze verrekend worden met de verschuldigde Deense inkomstenbelasting of in mindering op het Deense belastbaar inkomen worden gebracht. Als reden werd genoemd dat “Udbetaling Danmark” die verantwoordelijk is voor internationale verhoudingen en die ressorteert onder het Deense Ministerie van Werkgelegenheid hiervoor geen toestemming heeft gegeven.

    Denemarken declareert alle ziektekosten voor gepensioneerde Nederlanders die in Denemarken wonen en die een wettelijk “sociaal pensioen” ( zoals AOW) ontvangen door aan het CAK te Amsterdam. Dit is conform de EU verordening 883/2004.

    Echter in art 16 lid 2 van genoemde verordening is de uitzondering opgenomen waarin bepaald is dat diegene die een pensioen ontvangt uit een andere staat (in casu NL) OP ZIJN/HAAR VERZOEK vrijgesteld kan worden van de wettelijke bepalingen van de woonstaat ( DK). ( uitzondering op art 11 t/m 15 EG verordening 883/2004).

    Ik wacht eerst het antwoord af van de Commissie verzoekschriften van de EG af en zal mij daarna nog eventueel indien nodig wenden tot “Udbetaling Danmark”.

    Met vriendelijke groet,
    Michael van Velzen

    Antwoord
    • De VBNGB is in het bezit van een brief waaruit blijkt dat (lang geleden) de bijdrage aan CAK wel degelijk, op beslissing van de Deense belastinginspecteur, verrekend kon worden met aan Denemarken te betalen belasting (dus anders dan aan u nu geantwoord is door het MvF). Die staat ter beschikking aan u, zo u dat wenst.
      De artikel 16 procedure is interessant als mogelijkheid, al betwijfel ik dat Denemarken verplicht is eraan mee te werken. Antwoord van Commissie verzoekschriften is van belang om te delen alhier. Vriendelijk verzoek dat te doen.

      Antwoord
  5. De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Datum 1-7-2020 Betreft Toezeggingen van de Minister van SZW rondom de fiscale en socialezekerheidspositie van grensarbeiders

    Daaruit:

    Inleiding Tijdens het AO Belasting- en socialezekerheidspositie van grensarbeiders (hierna: AO grensarbeid) dd. 5 maart 2020 heb ik toegezegd u te zullen informeren over knelpunten die binnenkomen bij GrensInfoPunten, Duits ouderschapsverlof in relatie tot een Nederlandse werkloosheidsuitkering en dubbele heffing voor de zorg. Met deze brief geef ik invulling aan die toezeggingen.
    (..)
    De mogelijke oplossingen voor de problematiek van ervaren dubbele betaling van zorgpremies De heer Omtzigt (CDA) heeft verzocht om hem te informeren op welke wijze dubbele betaling voor zorg voorkomen kan worden. Deze vraag ziet op de financiering van zorg en ik beantwoord deze mede namens de Minister van Medische Zorg en Sport en de Staatssecretaris van Financiën.
    Geen dubbele belastingheffing of dubbele premie De heer Omtzigt wijst meer specifiek op personen die in Nederland een bijdrage betalen voor de zorg, omdat zij zorg ten laste van Nederland genieten, maar in hun woonland via de algemene middelen (belastingheffing) ook aan de financiering van de zorg aldaar bijdragen. Dit wordt ervaren als dubbele betaling. Dubbele betaling voor de zorg wordt echter voorkomen via de coördinatieverordening en de belastingverdragen.
    Laat ik beginnen bij de coördinatieverordening. Deze verordening coördineert de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten. Er is geen sprake van harmonisatie. Lidstaten zijn vrij om de inrichting van het zorgstelsel en de financiering naar eigen inzicht in te richten. Ik vind dat een goede zaak. Dit brengt wel mee dat er tussen de lidstaten verschillen kunnen bestaan in de financiering van de zorg. Sommige lidstaten kiezen ervoor het zorgstelsel te financieren door middel van premieheffing terwijl andere lidstaten kiezen voor financiering uit de algemene middelen (belastingheffing), of een combinatie van beide.

    Dit verschil in de inrichting van (de financiering van) de zorg betekent echter niet dat beide lidstaten – het woonland en de lidstaat die de zorg bekostigt – zorgpremies mogen heffen. Met de coördinatieverordening wordt geregeld dat er slechts in één lidstaat premies voor de zorg worden betaald. Ik illustreer dit met een voorbeeld. Als personen, bijvoorbeeld na hun pensionering, emigreren naar een andere EU-lidstaat, dan hebben zij op basis van de coördinatieverordening recht op zorg ten laste van Nederland4. Als ‘verdragsgerechtigde’ hebben zij recht op door Nederland bekostigde zorg in hun nieuwe woonland, op basis van het pakket van het zorgstelsel van hun nieuwe woonland. In Nederland hebben we een (gedeeltelijk) premie-gefinancierd zorgstelsel. Deze personen betalen in Nederland vanuit de solidariteitsgedachte in de zorg hier een soort vervangende zorgpremie, die ‘verdragsbijdrage’ heet. Deze bijdrage is afhankelijk van het niveau van zorg in het nieuwe woonland. Deze ‘verdragsbijdrage’ komt tot stand op basis van een weging van het pakket van het nieuwe woonland ten opzichte van het Nederlandse pakket (woonlandfactor). In het nieuwe woonland is dan geen zorgpremie meer verschuldigd5. Daarmee wordt er maar één keer betaald voor de zorg ten laste van Nederland.

    Voor de vraag waar de gepensioneerde uit voormelde voorbeeld belasting moet betalen, en dus bijdraagt aan de algemene middelen, zijn de belastingverdragen van belang. Met de Nederlandse belastingverdragen wordt voorkomen dat gepensioneerden dubbel belast worden over bijvoorbeeld een AOW-uitkering of het pensioen dat zij uit Nederland ontvangen. Belastingverdragen bepalen daartoe, kort gezegd, welk land (woonland of bronland) belasting mag heffen over het pensioen van personen die in het ene land wonen en pensioen ontvangen uit het andere land. Dit betekent wel dat, als het nieuwe woonland de zorg financiert uit de belastinginkomsten (de algemene middelen) en personen moeten nog (een deel) belasting betalen in hun nieuwe woonland, een deel van die betaalde belasting ook naar de financiering van de zorg in het nieuwe woonland kan gaan. Net als de coördinatieverordening treden de belastingverdragen niet in de autonomie van een land om de algemene middelen naar eigen inzicht te besteden.
    Samenvattend zijn op het niveau van de coördinatieverordening en in de belastingverdragen afspraken gemaakt om te coördineren welke lidstaat premies en/of belastingen mag heffen. Dit neemt niet alle verschillen in nationale stelsels weg. De verschillen tussen de nationale stelsels kunnen op onderdelen nadelig of voordelig uitpakken voor personen die zich grensoverschrijdend bewegen. Ik vind het echter belangrijk dat de aanwending van de algemene middelen binnen de eigen autonomie van de lidstaten ligt. Nederland is, als gezegd, voorstander van de autonomie om het eigen socialezekerheids- en belastingstelsel in te richten. Nederland heeft bijvoorbeeld ook een gemengd stelsel van financiering van de zorg, ook hier gaat een deel van de belastingopbrengsten naar de financiering van de zorg. Ik zou daar dan ook niet aan willen tornen en vind het niet wenselijk om op Europees niveau deze autonomie inzake de inrichting en financiering van de zorgstelsels aan de orde te stellen. De verschillen in nationale stelsels zijn inherent aan grensoverschrijdend wonen en werken. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie kan iemand er ook niet vanuit gaan dat het feit dat hij in een andere lidstaat gaat wonen, neutraal uitpakt voor zijn socialezekerheidspositie.

    Vanwege de gevolgen die grensoverschrijdend wonen en werken kunnen hebben door de verschillende stelsels van landen, hecht ik er zeer aan dat personen bewust en op basis van voldoende informatie de keuze kunnen maken om zich in een andere EU-lidstaat te vestigen. Er zijn diverse websites waarop informatie te vinden is over de implicaties van grensoverschrijdend bewegen op het gebied van zorgkosten. Bijvoorbeeld de site van het CAK (https://www.hetcak.nl/regelingen/buitenland) of de site van de Rijksoverheid (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverzekering/vraag-enantwoord/ben-ik-verzekerd-voor-de-zorgverzekering-als-ik-in-het-buitenlandwoon). de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

    Antwoord
    • De minister blijft ontkennen dat er een probleem is van dubbel betalen, d.w.z. van discoördinatie tussen fiscale en sociale zekerheidsstelsels in bepaalde gevallen.
      Het hele verhaal dat er regels zijn BINNEN beide typen stelsels om dubbel betalen tegen te gaan in grensoverschrijdende situaties regardeert dit vraagstuk niet. Inderdaad : op grond van art. 30 Vo883/2004 is er een verbod op dubbele premieheffing voor ziektekosten,en belastingverdragen voorkomen dat twee EU-staten dubbel belasting heffen over hetzelfde inkomen. Maar dat is het probleem dus niet. Evenmin is de vraag aan de orde of lidstaten autonoom hun sociale zekerheidsstelsels kunnen inrichten, daarbij inbegrepen de financiering daarvan. Verdragsgerechtigde gepensioneerden zijn er niet op uit om dat autonome beslissingsrecht aan te tasten. De problematiek is uitdrukkelijk daartoe beperkt dat het onrechtvaardig is dat men dubbel betaalt , via de CAK bijdrage en via belastingen aan het woonland, voor het woonlandpakket aan zorg. Dat probleem werd door een vorig kabinet,in het bijzonder het Ministerie van Financiën, wel erkend. Toen werd initiatief genomen om in ruil voor afschaffing van de Nederlandse vergoeding voor verdragsgerechtigden aan Spanje ook de CAK-bijdrage af te schaffen. Dat was een zinvol initiatief om in de relatie Nederland-Spanje het probleem op te lossen. Dat dit op Spaanse onwil niet is gelukt is een andere zaak. Ook de EC heeft al eens in de relatie tussen Noorwegen en Zweden waar voor gepensioneerde verdragsgerechtigden hetzelfde “discoördinatieprobleem” speelt, erkend dat dit een belemmering van het vrije verkeer van personen impliceert en in feite wacht op initiatieven van lidstaten om er iets aan te doen. Merk ook op dat voor andere doelgroepen , bijvoorbeeld grensarbeiders in de relatie tussen Nederland en België, wel degelijk erkend is dat het discoördinatieprobleem (dwz onrechtvaardig uitwerkende verschillen in internationale coördinatie binnen fiscale en sociale stelsels) om oplossingen vroeg. Die is er dan ook gekomen zonder dat bij voorbaat gesteld werd dat grensarbeiders nu eenmaal de lusten en lasten van verschillende belasting- en sociale stelsels hebben te aanvaarden.
      Hopelijk laat Pieter Omtzigt zich met dit mistige en misleidende antwoord van de minister niet afschepen.

      Antwoord
  6. Datum15 september 2020BetreftFiscale motie en toezeggingenbrief Prinsjesdag Tweede Kamer
    J.A. Vijlbrief Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst

    Daaruit:

    Overzicht discoördinatie belastingheffing/premieheffing
    Tijdens het AO Belasting- en socialezekerheidspositie van grensarbeiders, gehouden op 5 maart 2020, heb ik toegezegd u een zo volledig mogelijk overzicht van situaties van discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing te verstrekken in relatie tot België en Duitsland.14 Met deze brief geef ik invulling aan die toezegging.
    (..)
    Overzicht van situaties van discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing in relatie tot België en Duitsland
    In bijlage 3 bij deze brief zijn (gesimplificeerde) voorbeelden opgenomen van situaties waarin discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing zich kan voordoen. Een groot gedeelte van de voorbeeldsituaties in de bijlage is ontleend aan situaties benoemd in het rapport ‘Grenswerkers in Europa’ van de Commissie grenswerkers van de Vereniging voor Belastingwetenschap en aan situaties besproken in de inaugurele rede van M.J.G.A.M. Weerepas van 21 december 2018.18
    (..)

    III. Gepensioneerden In het overzicht in de bijlage zijn situaties opgenomen waarin discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing zich kan voordoen in relatie tot gepensioneerden.19

    (..)
    Hiermee is discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing niet volledig afwezig. De mogelijkheden voor het wegnemen van (overgebleven) situaties van discoördinatie zijn beperkt. Dit komt onder meer door de exclusieve bevoegdheid die landen op deze terreinen hebben. Zo is Nederland voor het aanpassen van de socialezekerheidsregels onder meer afhankelijk van alle andere lidstaten van de Europese Unie (EU) en bij de bilaterale belastingverdragen is uiteraard altijd een andere (EU-lid)staat betrokken

    Lees verder op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/15/kamerbrief-fiscale-moties-en-toezeggingen-prinsjesdag-tweede-kamer

    Bijlage: Voorbeeldsituaties van discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing in relatie tot België en Duitsland

    III. Gepensioneerden
    a) De heer De Vries woont in Duitsland en is gepensioneerd. Hij ontvangt AOW-pensioen en een aanvullend tweede pijler pensioen afkomstig uit Nederland (totale (bruto)bedrag hoger dan €

    15.000 per kalenderjaar). De heer De Vries ontvangt geen pensioen uit Duitsland.
    o Belastingheffing: Het heffingsrecht over het pensioen van de heer De Vries is op grond van het belastingverdrag Nederland – Duitsland toegewezen aan Nederland.
    o Premieheffing: De heer De Vries is op grond van Verordening (EG) Nr. 883/2004 sociaal verzekerd in Duitsland.14
    14
    In bovenstaande voorbeeldsituatie doet zich derhalve discoördinatie voor, omdat belasting verschuldigd is in een ander land dan waar (een deel van) de sociale verzekeringspremies verschuldigd zijn. Deze situatie kan zich tevens voordoen in relatie tot België.15
    b) Mevrouw Van der Kam woont in Nederland en is gepensioneerd. Zij ontvangt pensioen (waaronder haar wettelijke pensioen) afkomstig uit Duitsland (totale (bruto)bedrag hoger dan € 15.000 per kalenderjaar). Zij ontvangt tevens pensioen (waaronder haar wettelijke pensioen) afkomstig uit België (totale (bruto)bedrag lager dan € 25.000 per kalenderjaar). Mevrouw Van der Kam ontvangt geen pensioen uit Nederland. Zij is (vóór haar pensioneren) het langst sociaal verzekerd geweest in België.
    o Belastingheffing: Het heffingsrecht over het pensioen uit Duitsland is op grond van het belastingverdrag Nederland – Duitsland toegewezen aan Duitsland. Het heffingsrecht over het pensioen uit België is op grond van het belastingverdrag Nederland – België toegewezen aan Nederland.
    o Premieheffing: Mevrouw Van der Kam is op grond van Verordening (EG) Nr. 883/2004 sociaal verzekerd in Nederland.16

    In bovenstaande voorbeeldsituatie doet zich derhalve discoördinatie voor, omdat de belastingheffing toekomt aan twee landen en in één land (een deel van) de sociale verzekeringspremies verschuldigd zijn.

    Antwoord
  7. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/21/beantwoording-kamervragen-schriftelijk-overleg-notitie-fiscaal-verdragsbeleid

    5.1.3 Tegengaan discoördinatie
    De leden van de fractie van D66 vragen naar de stand van zaken bij de verdragsonderhandelingen met België ten aanzien van de hooglerarenbepaling.
    Onlangs heb ik hierover, zoals ook toegezegd aan uw Kamer tijdens het AO fiscale – en sociale zekerheidspositie van grensarbeiders van 5 maart 2020, contact gehad met de Belgische minister van Financiën, Alexander De Croo. België staat er voor open de besprekingen hierover later dit jaar voort te zetten. Daarvoor is echter wel vereist dat er op dat moment een bevoegde regering in België is.

    Antwoord
  8. Uit: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/27/verslag-van-schriftelijk-overleg-inzake-brief-fiscale-moties-en-toezeggingen

    VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG INZAKE DE BRIEF FISCALE MOTIES EN TOEZEGGINGEN
    II Reactie staatssecretaris
    Met interesse heb ik kennisgenomen van de vragen die door de verschillende fracties zijn gesteld naar aanleiding van de brief van 15 september 2020 (Kamerstukken II 35570-IX, nr. 5). Bij beantwoording van de vragen is rekening gehouden met het thema waar de vragen op zien.

    Discoördinatieproblematiek
    De leden van de fractie van het CDA vragen wat mijn inzet is om de in de bijlage van de Prinsjesdag fiscale moties en toezeggingenbrief uiteengezette voorbeeldsituaties van discoördinatie tegen te gaan. Deze leden noemen in dat kader het voorbeeld van, kort gezegd, thuiswerken. In het verlengde daarvan vragen deze leden naar de inzet van het kabinet om de discoördinatie in de diverse voorbeeldsituaties op te lossen.
    De mogelijkheden om de (overgebleven) vormen van discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing te voorkomen zijn beperkt. Een van de redenen daarvoor is dat Nederland deze problematiek niet eenzijdig kan oplossen. Uit de geschetste situaties van discoördinatie die zijn opgenomen in de bijlage bij de brief blijkt dat de uitgangspunten voor belastingheffing verschillen van die voor de heffing van sociale verzekeringspremies. Die uitgangspunten voor de heffing van premies zijn vastgelegd in de Europese verordeningen en socialezekerheidsverdragen. Bij 1 onderhandelingen over belastingverdragen sluit Nederland zoveel mogelijk aan bij internationaal gebruikelijke regels zoals opgenomen in het OESO-modelverdrag. Nederland heeft bij het aanpassen van de socialezekerheidsregels en de bilaterale belastingverdragen dus te maken met bestaande principes en uitgangspunten en is voor afwijking daarvan ook afhankelijk van andere (EU-lid)staten. Daarnaast kunnen in algemene zin ook andere belangen een rol spelen bij de vormgeving van regelgeving, zodat het belang van (het bewerkstelligen van meer) coördinatie tussen belastingheffing en premieheffing dient te worden afgewogen tegen deze belangen. Dit maakt de problematiek complex. Daarom wil ik mij op dit moment richten op de aanpak van twee concrete knelpunten om meer coördinatie tussen belastingheffing en premieheffing te bewerkstelligen. Allereerst ben ik aan het verkennen of een regeling voor thuiswerkdagen in de belastingverdragen met Duitsland en België mogelijk is. Daarbij is de gedachte dat een beperkt aantal thuiswerkdagen geen gevolgen heeft voor de verdeling van de heffingsbevoegdheid. Ik zet niet in op een regeling waarbij de beloning die toerekenbaar is aan thuiswerkdagen altijd ter belastingheffing wordt toegewezen aan de werkstaat (niet zijnde het woonland waar het ‘thuiswerken’ wordt verricht). Door voor de belastingheffing in alle situaties van ‘thuiswerkers’ uit te gaan van een werkstaatheffing kan in voorkomende gevallen de discoördinatie toenemen, bijvoorbeeld omdat de premieheffing is toegewezen aan de woonstaat. Op grond van Verordening (EG) Nr. 883/2004 is een werknemer namelijk sociaal verzekerd in de woonstaat indien hij in twee (of meer) lidstaten werkzaamheden verricht en in zijn woonstaat een substantieel gedeelte van die werkzaamheden verricht. Ten tweede wil ik de discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing waarmee Belgische en Nederlandse (hoog)leraren te maken kunnen krijgen oplossen in een nieuw belastingverdrag.
    Verder vragen de leden van de fractie van het CDA of mijn inzet is om te proberen Verordening (EG) nr. 883/2004 zo aangepast te krijgen dat de premieheffing niet afhangt van de vlag van een schip, maar van de vestigingsplaats van de exploitant van het schip.
    De Verordening (EG) nr. 883/2004 valt onder het beleidsterrein van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er lopen op dit moment onderhandelingen over de herziening van Verordening (EG) Nr. 883/2004. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer eerder geïnformeerd over het beperkte bereik van deze onderhandelingen. Er zijn geen wijzigingen voorzien op het vlak van de zeevarenden.13
    De leden van de fractie van D66 vragen of Nederland zich tijdens de onderhandelingen van belastingverdragen (actief) kan inzetten om discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing zoveel mogelijk te voorkomen en deze onderhandelingsinzet ook op te nemen in het fiscale verdragsbeleid.
    Discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing kan in het bijzonder spelen in relatie tot onze buurlanden. In paragraaf 5.1.3 van de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 202014 wordt aangegeven dat Nederland zich in de onderhandelingen met België en Duitsland ervoor inzet om de discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing daar waar dat mogelijk is te voorkomen.

    Antwoord
  9. Datum27 november 2020BetreftAanbiedingsbrief bij verslag van een schriftelijk overleg inzake de brief fiscale moties en toezeggingen

    VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG INZAKE DE BRIEF FISCALE MOTIES EN TOEZEGGINGEN
    II Reactie staatssecretaris

    Daaruit:

    Discoördinatieproblematiek
    De leden van de fractie van het CDA vragen wat mijn inzet is om de in de bijlage van de Prinsjesdag fiscale moties en toezeggingenbrief uiteengezette voorbeeldsituaties van discoördinatie tegen te gaan. Deze leden noemen in dat kader het voorbeeld van, kort gezegd, thuiswerken. In het verlengde daarvan vragen deze leden naar de inzet van het kabinet om de discoördinatie in de diverse voorbeeldsituaties op te lossen.
    De mogelijkheden om de (overgebleven) vormen van discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing te voorkomen zijn beperkt. Een van de redenen daarvoor is dat Nederland deze problematiek niet eenzijdig kan oplossen. Uit de geschetste situaties van discoördinatie die zijn opgenomen in de bijlage bij de brief blijkt dat de uitgangspunten voor belastingheffing verschillen van die voor de heffing van sociale verzekeringspremies. Die uitgangspunten voor de heffing van premies zijn vastgelegd in de Europese verordeningen en socialezekerheidsverdragen. Bij onderhandelingen over belastingverdragen sluit Nederland zoveel mogelijk aan bij internationaal gebruikelijke regels zoals opgenomen in het OESO-modelverdrag. Nederland heeft bij het aanpassen van de socialezekerheidsregels en de bilaterale belastingverdragen dus te maken met bestaande principes en uitgangspunten en is voor afwijking daarvan ook afhankelijk van andere (EU-lid)staten. Daarnaast kunnen in algemene zin ook andere belangen een rol spelen bij de vormgeving van regelgeving, zodat het belang van (het bewerkstelligen van meer) coördinatie tussen belastingheffing en premieheffing dient te worden afgewogen tegen deze belangen. Dit maakt de problematiek complex. Daarom wil ik mij op dit moment richten op de aanpak van twee concrete knelpunten om meer coördinatie tussen belastingheffing en premieheffing te bewerkstelligen. Allereerst ben ik aan het verkennen of een regeling voor thuiswerkdagen in de belastingverdragen met Duitsland en België mogelijk is. Daarbij is de gedachte dat een beperkt aantal thuiswerkdagen geen gevolgen heeft voor de verdeling van de heffingsbevoegdheid. Ik zet niet in op een regeling waarbij de beloning die toerekenbaar is aan thuiswerkdagen altijd ter belastingheffing wordt toegewezen aan de werkstaat (niet zijnde het woonland waar het ‘thuiswerken’ wordt verricht). Door voor de belastingheffing in alle situaties van ‘thuiswerkers’ uit te gaan van een werkstaatheffing kan in voorkomende gevallen de discoördinatie toenemen, bijvoorbeeld omdat de premieheffing is toegewezen aan de woonstaat. Op grond van Verordening (EG) Nr. 883/2004 is een werknemer namelijk sociaal verzekerd in de woonstaat indien hij in twee (of meer) lidstaten werkzaamheden verricht en in zijn woonstaat een substantieel gedeelte van die werkzaamheden verricht. Ten tweede wil ik de discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing waarmee Belgische en Nederlandse (hoog)leraren te maken kunnen krijgen oplossen in een nieuw belastingverdrag.
    (..)
    De leden van de fractie van D66 vragen of Nederland zich tijdens de onderhandelingen van belastingverdragen (actief) kan inzetten om discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing zoveel mogelijk te voorkomen en deze onderhandelingsinzet ook op te nemen in het fiscale verdragsbeleid.
    Discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing kan in het bijzonder spelen in relatie tot onze buurlanden. In paragraaf 5.1.3 van de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 202014 wordt aangegeven dat Nederland zich in de onderhandelingen met België en Duitsland ervoor inzet om de discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing daar waar dat mogelijk is te voorkomen.

    J.A. Vijlbrief
    Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst

    Antwoord
  10. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG INZAKE DE BRIEF FISCALE MOTIES EN TOEZEGGINGEN II Reactie staatssecretaris Met interesse heb ik kennisgenomen van de vragen die door de verschillende fracties zijn gesteld naar aanleiding van de brief van 15 september 2020 (Kamerstukken II 35570-IX, nr. 5). Bij beantwoording van de vragen is rekening gehouden met het thema waar de vragen op zien.
    , daaruit:

    Discoördinatieproblematiek De leden van de fractie van het CDA vragen wat mijn inzet is om de in de bijlage van de Prinsjesdag fiscale moties en toezeggingenbrief uiteengezette voorbeeldsituaties van discoördinatie tegen te gaan. Deze leden noemen in dat kader het voorbeeld van, kort gezegd, thuiswerken. In het verlengde daarvan vragen deze leden naar de inzet van het kabinet om de discoördinatie in de diverse voorbeeldsituaties op te lossen. De mogelijkheden om de (overgebleven) vormen van discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing te voorkomen zijn beperkt. Een van de redenen daarvoor is dat Nederland deze problematiek niet eenzijdig kan oplossen. Uit de geschetste situaties van discoördinatie die zijn opgenomen in de bijlage bij de brief blijkt dat de uitgangspunten voor belastingheffing verschillen van die voor de heffing van sociale verzekeringspremies. Die uitgangspunten voor de heffing van premies zijn vastgelegd in de Europese verordeningen en socialezekerheidsverdragen. Bij 1 onderhandelingen over belastingverdragen sluit Nederland zoveel mogelijk aan bij internationaal gebruikelijke regels zoals opgenomen in het OESO-modelverdrag. Nederland heeft bij het aanpassen van de socialezekerheidsregels en de bilaterale belastingverdragen dus te maken met bestaande principes en uitgangspunten en is voor afwijking daarvan ook afhankelijk van andere (EU-lid)staten. Daarnaast kunnen in algemene zin ook andere belangen een rol spelen bij de vormgeving van regelgeving, zodat het belang van (het bewerkstelligen van meer) coördinatie tussen belastingheffing en premieheffing dient te worden afgewogen tegen deze belangen. Dit maakt de problematiek complex. Daarom wil ik mij op dit moment richten op de aanpak van twee concrete knelpunten om meer coördinatie tussen belastingheffing en premieheffing te bewerkstelligen. Allereerst ben ik aan het verkennen of een regeling voor thuiswerkdagen in de belastingverdragen met Duitsland en België mogelijk is. Daarbij is de gedachte dat een beperkt aantal thuiswerkdagen geen gevolgen heeft voor de verdeling van de heffingsbevoegdheid. Ik zet niet in op een regeling waarbij de beloning die toerekenbaar is aan thuiswerkdagen altijd ter belastingheffing wordt toegewezen aan de werkstaat (niet zijnde het woonland waar het ‘thuiswerken’ wordt verricht). Door voor de belastingheffing in alle situaties van ‘thuiswerkers’ uit te gaan van een werkstaatheffing kan in voorkomende gevallen de discoördinatie toenemen, bijvoorbeeld omdat de premieheffing is toegewezen aan de woonstaat. Op grond van Verordening (EG) Nr. 883/2004 is een werknemer namelijk sociaal verzekerd in de woonstaat indien hij in twee (of meer) lidstaten werkzaamheden verricht en in zijn woonstaat een substantieel gedeelte van die werkzaamheden verricht. Ten tweede wil ik de discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing waarmee Belgische en Nederlandse (hoog)leraren te maken kunnen krijgen oplossen in een nieuw belastingverdrag.

    (…)
    De leden van de fractie van D66 vragen of Nederland zich tijdens de onderhandelingen van belastingverdragen (actief) kan inzetten om discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing zoveel mogelijk te voorkomen en deze onderhandelingsinzet ook op te nemen in het fiscale verdragsbeleid. Discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing kan in het bijzonder spelen in relatie tot onze buurlanden. In paragraaf 5.1.3 van de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 202014 wordt aangegeven dat Nederland zich in de onderhandelingen met België en Duitsland ervoor inzet om de discoördinatie tussen belastingheffing en premieheffing daar waar dat mogelijk is te voorkomen.

    Antwoord
  11. ECLI:NL:RBGEL:2021:6401 Rechtbank Gelderland, 01-12-2021, AWB – 20 _ 2261
    Datum uitspraak: 01-12-2021 Datum publicatie: 16-12-2021 Rechtsgebieden: Belastingrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg – meervoudig Vindplaatsen: Viditax (FutD), 16-12-2021 Rechtspraak.nl Inhoudsindicatie:
    Internationaal belastingrecht. Eiser belastingplichtig in Australië. In Australië wordt het health care systeem met belastingopbrengsten bekostigd. Daarnaast is eiser in Nederland premieplichtig voor de Wet Langdurige Zorg en de Zorgverzekeringswet. Premieplicht is niet hetzelfde als belastingplicht. De rechtbank is daarom van oordeel dat geen sprake is van dubbele belasting. Beroep ongegrond.
    Beoordeling
    7. De rechtbank heeft vastgesteld dat de aanslag IB/PVV 2016 op nihil is vastgesteld (nihilaanslag), terwijl ook geen voorlopige aanslag IB/PVV 2016 aan eiser is opgelegd. Een beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van het beroepschrift geen belang daarbij heeft.3 Daarvan is sprake als het beroep, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende rechterlijke beslissingen zoals die met betrekking tot proceskosten en griffierecht. Aangezien hier sprake is van een nihilaanslag en aan eiser daarvóór geen voorlopige aanslag is opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat het beroep aangaande de aanslag IB/PVV 2016 eiser niet in een financieel betere positie kan brengen. Daarom zal de rechtbank het beroep met betrekking tot de aanslag IB/PVV 2016 niet-ontvankelijk verklaren.
    8. Vervolgens zal de rechtbank het beroep met betrekking tot de aanslag Zvw 2016 beoordelen. De rechtbank constateert allereerst dat eiser over (een deel van) het door hem ontvangen pensioen uit Australië feitelijk tweemaal premies heeft betaald, enerzijds in de vorm van Australische belasting met betrekking tot de ‘health care’ en anderzijds in de vorm van Nederlandse premies met betrekking tot de Zvw. Uit de intitulé en artikel 2 van het Belastingverdrag Nederland-Australië volgt dat dit verdrag alleen betrekking heeft op het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de premies voor de Zvw naar hun aard niet als belastingheffing of daaraan gelijkgesteld worden aangemerkt. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de wetgever met het begrip premie, zoals neergelegd in onder meer de Zvw, tevens heeft bedoeld belastingen te heffen, zoals de Hoge Raad in het hiervoor aangehaalde arrest van 22 april 2016 heeft beslist. Eisers uitleg over en toepassing van het commentaar op artikel 2 van het OESO-modelverdrag vindt geen steun in het recht. Concluderend komt de rechtbank tot het oordeel dat geen sprake is van dubbele belastingheffing.
    9. De rechtbank begrijpt dat het voor eiser onrechtvaardig aanvoelt dat hij over hetzelfde pensioeninkomen feitelijk tweemaal moet betalen voor verzekering van ziektekosten. Dat komt in zijn geval door een overlapping die zich voordoet in de grensoverschrijdende situatie tussen de twee rechtsstelsels van Nederland en Australië. Hiervoor is in de wet en in verdragen (nog) geen passende oplossing opgenomen.
    10. Het beroep aangaande de aanslag IB/PVV 2016 is niet-ontvankelijk en het beroep aangaande de aanslag Zvw 2016 is ongegrond.
    11. Aangezien eiser geen afzonderlijke beroepsgronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente heeft aangevoerd, dient ook het beroep inzake de beschikking belastingrente ongegrond te worden verklaard.

    Antwoord

Trackbacks/Pingbacks

  1. Eerste nieuwsbrief van 2020 - Stichting Nederlanders Buiten Nederland - […] brief is hier te downloaden en hier op de website van de VBNGB te zien. Specialist Jan de Voogd…

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.