Geen compensatie voor verhoging intredeleeftijd AOW-verzekering

sep 13, 2021

ECLI:NL:CRVB:2021:2244 Centrale Raad van Beroep, 02-09-2021, 21/1171 AOW

Datum uitspraak: 02-09-2021 Datum publicatie: 13-09-2021 Rechtsgebieden: Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Vindplaatsen: Rechtspraak.nl Inhoudsindicatie:

Appellant is het niet eens met de verhoging van zijn aanvangsleeftijd van vijftien jaar naar zestien jaar en vier maanden. In de aangevallen uitspraak is terecht verwezen naar de uitspraken van de Raad van 18 juli 2016, waaronder ECLI:NL:CRVB:2016:2502 en ECLI:NL:CRVB:2016:2503. Daarin is overwogen dat de verhoging van de aanvangsleeftijd in het algemeen proportioneel is te achten en deze in het algemeen niet leidt tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Appellant heeft in hoger beroep uitdrukkelijk gesteld dat compensatie voor een onevenredig zware last vanwege het ontstane AOW-gat niet in het geding is. Het beroep van appellant op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel kan niet slagen. Het beroep van appellant op het zorgvuldigheidsbeginsel treft evenmin doel. Appellant heeft gesteld dat zijn positie als geëmigreerde met een AOW-opbouw beduidend nadeliger is dan de positie van mensen met een AOW-opbouw die in Nederland zijn gebleven, omdat deze laatsten, in tegenstelling tot appellant, tot hun nieuwe AOW-leeftijd verzekerd blijven en op die manier het aan de voorkant ontstane gat in hun verzekeringsloopbaan kunnen opvullen. Dit betoog wordt verworpen. Appellant heeft zijn zorgen geuit over de vraag of het primaire besluit en bestreden besluit zijn genomen door algoritmes zonder dat er nog medewerkers aan te pas zijn gekomen. Ook de gebruikte argumentatie is volgens appellant door logaritmes ingegeven. Voor zover appellant met dit betoog heeft bedoeld te stellen dat het bestreden besluit of de aangevallen uitspraak niet op een voldoende onderbouwing berust, volgt de Raad appellant niet in zijn betoog. De aanvangsleeftijd van appellant is terecht vastgesteld op zestien jaar en vier maanden, en de hoogte van het ouderdomspensioen is terecht bepaald op 66% van het maximale pensioen. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

22 Reacties

  1. Daaruit:

    4.4. Appellant heeft gesteld dat zijn positie als geëmigreerde met een AOW-opbouw beduidend nadeliger is dan de positie van mensen met een AOW-opbouw die in Nederland zijn gebleven, omdat deze laatsten, in tegenstelling tot appellant, tot hun nieuwe AOW-leeftijd verzekerd blijven en op die manier het aan de voorkant ontstane gat in hun verzekeringsloopbaan kunnen opvullen. Dit betoog wordt verworpen. Zowel voor mensen die in Nederland wonen als voor mensen die naar het buitenland zijn verhuisd, geldt dat de tijdvakken van verzekering die zij vóór hun aanvangsleeftijd hebben opgebouwd, niet in hun ouderdomspensioen verzilverd worden. Het verschil tussen beide categorieën is, voor zover hier van belang, dat mensen die in Nederland zijn blijven wonen in beginsel tot hun AOW-leeftijd verzekerd blijven, terwijl personen die buiten Nederland zijn gaan wonen veelal niet langer AOW-verzekerd zijn. Voor deze beperking van de verzekeringsplicht voor volksverzekeringen tot ingezetenen bestaat volgens vaste rechtspraak een toereikende objectieve rechtvaardiging. In die rechtspraak is overwogen dat het onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen aansluit bij de basisgedachte van een volksverzekering. Die gedachte houdt in dat de overheid van een land alleen sociale bescherming door middel van een verplichte verzekering biedt aan personen die door ingezetenschap een voldoende band hebben met dat land (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ1980). In die visie berust de primaire verantwoordelijkheid voor de sociale bescherming van personen die buiten Nederland zijn gaan wonen, bij het nieuwe woon- en/of werkland.
    4.5. Appellant heeft zijn zorgen geuit over de vraag of het primaire besluit en bestreden besluit zijn genomen door algoritmes zonder dat er nog medewerkers aan te pas zijn gekomen. Ook de gebruikte argumentatie is volgens appellant door logaritmes ingegeven. Voor zover appellant met dit betoog heeft bedoeld te stellen dat het bestreden besluit of de aangevallen uitspraak niet op een voldoende onderbouwing berust, volgt de Raad appellant niet in zijn betoog. Het gaat in dit geval niet om een open norm waarvan de toepassing afhankelijk is van een weging van de omstandigheden van het geval of een afweging van belangen, maar om een wettelijke leeftijdsgrens.

    Antwoord
  2. Ik ben eigenlijk meer benieuwd naar het mede automatisch afkappen van de mogelijkheid van vrijwillig voor de AOW door-/bijverzekeren. Dat kon voor max 10 jaar. En ook daar kwam geen 1 jaar en tig maanden-optie bij. En waarom niet? In NL nooit aan de orde. Buiten NL voor sommigen wel. Even niet gezien?

    Antwoord
    • Nou daar weet ik alles van Min SZW wilde de duur destijds tot 5 jaar beperken en de hoogte van minimumpremie met factor 5 verhogen.
      Destijds via FNV daar voor als een 🦁 gevochten en het is gelukt om dat 10 jaar en factor 2 van te maken. Met dank aan D66 en PvdA destijds!!!

      Antwoord
  3. De argumentering van de rechtbank is dat een ieder die in Nederland woont (gratis) is verzekerd voor de AOW.
    Echter er zijn ook mensen die op 15 jarige leeftijd zijn gaan werken en AOW premie hebben betaald. Mag je niet concluderen dat als je premie betaald hebt, er dan ook recht op mag doen gelden.
    Trouwens als je van de 15-17e jaar AOW premie betaald hebt, naar een buitenland bent gegaan, bijverzekerd bent, wordt toch aan de voorkant je 2 jaar ontnomen. Waarom bijverzekeren?
    Verder wordt gesteld dat een ieder op de hoogte is van de mogelijkheid om bij te verzekeren voor de AOW, en zelfs dat de SVB inlicht hierover. Bij mij is geen beiden gebeurd.
    Kortom de Nederlandse staat, gesteund door de rechtbank, praat recht wat eigenlijk krom is.

    Antwoord
  4. Volg het met interesse vanuit Australië. Ja de optie voor mij om AOW premie door te betalen (toen ik Nederland verliet om met mijn partner mee te gaan) was niet haalbaar vanwege de hoge kosten. Ik was mijn baan kwijt door emigratie. Pensioen heb ik wel door betaald , mocht maar 3 jaar. Ook zo een vreemde regel die nog steeds niet veranderd is( waarom niet?) en met een pensioen gat en geen baan kunnen vinden hier vanwege mijn leeftijd (65 )wordt het er niet makkelijker op.
    Na 45 jaar nooit een dag zonder werk gezeten hebben is het nu sappelen…

    Antwoord
  5. ECLI:NL:CRVB:2021:2902 Centrale Raad van Beroep, 18-11-2021, 18/710 AOW
    Datum uitspraak: 18-11-2021 Datum publicatie: 25-11-2021 Rechtsgebieden:
    Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Vindplaatsen:
    Rechtspraak.nl
    Inhoudsindicatie:
    AOW-gat. Geen bijzondere omstandigheden die moeten leiden tot het aannemen van een onevenredig zware last voor betrokkene en daardoor tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol. Buiten kijf staat dat betrokkene door de verhoging van de AOW-leeftijd en de latere ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen financieel nadeel heeft ondervonden. Betrokkene is zes maanden AOW-pensioen onthouden, waarop hij in de tijd dat zijn VUT-uitkering inging aanspraak dacht te kunnen maken. Zijn AOW-pensioen is echter niet in de kern aangetast. Betrokkene heeft zich op deze te overbruggen periode ook al vanaf 2012/2013 kunnen instellen. Gedurende die zes maanden van het AOW-gat had betrokkene een inkomen dat lag boven het bestaansminimum. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan niettemin zou moeten worden aangenomen dat de situatie van betrokkene gedurende het AOW-gat dermate schrijnend was dat in zijn geval sprake was van een onevenredig zware last, is niet gebleken. Hiervoor is onvoldoende dat hij heeft moeten interen op zijn spaargeld. Ook het naar voren halen van het ABP-pensioen en de financiële consequenties daarvan op termijn kan in dit geval niet als een dergelijke omstandigheid worden beschouwd. Geen zorgvuldige voorbereiding bestreden besluit. Vernietiging besluit. Nu de Svb in hoger beroep alsnog een zorgvuldige beoordeling heeft gedaan en de Raad de door de Svb daaraan verbonden conclusie deelt, is er aanleiding de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit in stand te laten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, behalve voor zover de rechtbank de Svb opdracht heeft gegeven tot het nemen van een nieuw besluit. De Raad zal de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit in stand laten.

    Antwoord
    • Het Europese Hof heeft geoordeeld dat de bescherming van eigendom geldt voor het pensioen van de Oostenrijkse gepensioneerde. Beperkingen van het overeengekomen pensioenbedrag zijn echter mogelijk, wanneer deze een algemeen belang dienen en de wezenlijke inhoud van de pensioenrechten niet aantasten.

      Lutjens trekt uit het arrest de conclusie dat het hof bevestigt dat pensioen een eigendomsrecht is, maar dat dit geen recht op pensioen van een bepaalde hoogte geeft en dat beperkingen mogelijk zijn.
      (https://www.montaepartners.nl/post/pensioenakkoord-belemmert-het-europees-hof-het-invaren).
      Kan je dus na verhoging AOW leeftijd van 15 naar 17 jaar, zomaar twee jaar (=4%) AOW ontnemen voor Nederlanders die in het buitenland wonen?

      Antwoord
      • Hoewel dit onderwerp diverse keren bij de rechter is gebracht heb ik nog nooit gezien dat ten gunste van de klager werd beslist.

  6. ECLI:NL:CRVB:2022:1507 Centrale Raad van Beroep, 06-07-2022, 19/3164 WIA
    Datum uitspraak: 06-07-2022 Datum publicatie: 13-07-2022
    Rechtsgebieden: Socialezekerheidsrecht
    Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
    Vindplaatsen: Rechtspraak.nl
    Inhoudsindicatie:
    Toekennen en vaststellen hoogte loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Voor appellant was het einde van het prepensioen en het pas later aanspraak kunnen maken op AOW-uitkering wel voorzienbaar. Appellant is door het alleen rekening houden met verlies van het in het refertejaar genoten verzekerd inkomen niet onevenredig benadeeld. Er bestaat daarom geen aanleiding om artikel 14 van het Dagloonbesluit wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing te laten. Het beroep van appellant op artikel 6 van het EVRM treft geen doel.

    Antwoord
  7. ECLI:NL:RBGEL:2022:5361 Rechtbank Gelderland, 16-09-2022, 20/1114
    Datum uitspraak: 16-09-2022
    Datum publicatie: 30-09-2022
    Rechtsgebieden: Socialezekerheidsrecht
    Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg – enkelvoudig
    Vindplaatsen: Rechtspraak.nl
    Inhoudsindicatie:
    AOW-gat. Door de verschuiving van de AOW-leeftijd geen terugval is ontstaan in eisers inkomen of uitkering als bedoeld in artikelen 4 en 4a van de OBR, zodat eiser niet voldoet aan de voorwaarden om voor een overbruggingsuitkering in aanmerking te komen. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan niettemin zou moeten worden aangenomen dat de situatie van eiser gedurende het AOW-gat dermate schrijnend was dat in zijn geval sprake was van een onevenredig zware last, is niet gebleken. Buiten kijf staat dat eiser door de verhoging van de AOW-leeftijd en de latere ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen financieel nadeel heeft ondervonden. Eiser is zestien maanden AOW-pensioen onthouden, waarop hij in de tijd dat zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering inging aanspraak dacht te kunnen maken. Zijn AOW-pensioen is echter niet in de kern aangetast. Eiser heeft zich op deze te overbruggen periode ook al vanaf 2012/2013 kunnen instellen. Gedurende die zestien maanden van het AOW-gat had eiser ook een inkomen dat lag boven het bestaansminimum. Uit de stukken volgt onder meer dan eiser inkomsten uit arbeid en inkomsten uit pensioen heeft genoten. Daarnaast heeft hij bijstand van de gemeente ontvangen op grond van de Tozo-regeling. Verder blijkt uit de stukken dat eiser een spaartegoed heeft van € 30.000,-. Op basis van deze gegevens stelt de Svb zich terecht op het standpunt dat eiser en zijn echtgenote gedurende het AOW-gat op basis van hun inkomen en hun spaartegoed konden voorzien in hun levensonderhoud. Dat het spaartegoed bedoeld is voor de uitvaartkosten van eiser en zijn echtgenote, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Omdat de Svb pas in beroep heeft beoordeeld of in het geval van eiser sprake is van een onevenredig zware last, kleeft er in zoverre een gebrek aan het bestreden besluit. Dit gebrek zal met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd, omdat aannemelijk is dat eiser daardoor niet is benadeeld.

    Antwoord
    • Schandalige rechterlijke uitspraak:
      16 maanden AOW premie ingelegd, en daarna worden je 16 maanden onthouden.
      Ik weet dat de AOW collectief is, en zelfs mensen die nooit hebben gewerkt en nooit AOW premie hebben betaald er ook uit mogen profiteren.
      Zijn er ook mensen in het buitenland die vrijwillig AOW premie hebben betaald, en nu ook 16 maanden bestolen worden?
      Ik ben benieuwd of de rechter die vrijwillige premie ook weglacht.

      Antwoord
      • Het zou bijzonder zijn als (een deel van de) vrijwillige verzekering AOW zou zijn ontnomen. Daar is geen wettelijke basis voor. Heeft geen verband met het ontstaan van het AOW gat in de verplichte verzekering.

      • Als je met je 15 jarige kind naar het buitenland gaat en je betaalt een vrijwillige premie AOW voor je kind, moet je aan het einde van de rit toch wel 16 maanden doorbetalen om 100% AOW te verkrijgen voor je kind.

      • Je hebt gelijk: in theorie zou dat kunnen, namelijk je vrijwillig verzekeren vanaf de aanvangsleeftijd , die in het verleden dus op 15 jaar lag. En wel krachtens art. 38 lid 1 AOWet. Een nadere voorwaarde is wel dat betrokkene dan daarna nog ten minste 5 laar verplicht verzekerd is geweest voor de AOW (door werken of ingezetenschap). Het zal niet al te vaak zijn voorgekomen. Iemand die voor de aanvangsleeftijd emigreert kan zich echter niet vrijwillig verzekeren. De algemene regeling voor vrijwillige verzekering bepaalt namelijk dat je je in aansluiting op een beëindigde verplichte verzekering vrijwillig kunt verzekeren (art. 35 AOWet).

  8. ECLI:NL:CRVB:2023:385
    Instantie Centrale Raad van Beroep
    Datum uitspraak24-02-2023
    Datum publicatie03-03-2023
    Zaaknummer16/6955 AOW
    RechtsgebiedenSocialezekerheidsrecht
    Bijzondere kenmerkenHoger beroep
    Inhoudsindicatie
    Deze uitspraak is een vervolg op een prejudiciële vraag van 17 december 2020 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) (verwijzingsbeslissing)1 en het arrest van het Hof van 13 oktober 2022.2
    Op betrokkene was tijdens de tussenliggende periodes niet de Nederlandse, maar de Duitse wetgeving van toepassing. Geen onjuiste vaststelling tussenliggende periodes. Met het pensioenoverzicht is niet een ongerechtvaardigde inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van betrokkene.
    Vindplaatsen Rechtspraak.nl
    Uitspraak 166955 AOW
    Meervoudige kamer
    Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2016, 16/762 (aangevallen uitspraak)
    Partijen:
    de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
    [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
    Daaruit:

    Verschuiving aanvangsleeftijd
    2.8.
    Betrokkene heeft er nog op gewezen dat zij al vanaf haar zestiende jaar in Nederland heeft gewerkt. Doordat haar AOW-opbouw is verschoven van de leeftijd van vijftien jaar (21 april 1971) naar vijftig jaar voor haar AOW-leeftijd (21 april 1973), wordt het feit dat zij op haar zestiende en zeventiende jaar in Nederland heeft gewerkt niet meegenomen bij de berekening van haar pensioen. Zij was toen wel verzekerd en heeft ook premie betaald. De Raad vat deze stelling op als een beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM6. Die bepaling gaat over bescherming van het eigendomsrecht.
    2.9.
    Het is juist dat door de verschuiving van de aanvangsleeftijd van betrokkene twee jaar van eerdere opbouw van verzekerde tijdvakken zijn vervallen, ook als zij over die jaren premie heeft betaald. Die jaren zijn dan ook niet op het pensioenoverzicht vermeld. Dit wil echter niet zeggen dat met dit pensioenoverzicht een ongerechtvaardigde inbreuk is gemaakt op het eigendomsrecht van betrokkene. Dit oordeel berust op het volgende.
    2.10.
    Het vervallen van deze verzekerde tijdvakken is het gevolg van een wetswijziging waarbij de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd per leeftijdscohort wordt opgeschoven. Dit is een keuze van de wetgever. Bij de inrichting van het stelsel van sociale zekerheid heeft de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid. Dat is vaste rechtspraak van het EHRM.7 Bij de wetswijziging tot verhoging van de AOW leeftijd en de hieraan verbonden verschuiving van de aanvangsleeftijd heeft de wetgever de grenzen niet overschreden. Daarom leidt die verschuiving in het algemeen niet tot een schending van artikel 1 van het EP. De Raad heeft dit oordeel in eerdere zaken uitgebreid gemotiveerd.8
    2.11.
    Het is wel mogelijk dat de verhoging van de AOW-leeftijd en de verschuiving van de aanvangsleeftijd in concrete gevallen leidt tot een onevenredig zware last en tot een schending van artikel 1 van het EP. Dat moet, als een burger hierop een beroep doet, van geval tot geval op basis van een deugdelijk individueel feitenonderzoek worden beoordeeld. Die beoordeling kan echter pas plaatsvinden in het kader van de besluitvorming over toekenning van een AOW-pensioen. Het besluit dat in deze zaak aan de orde is, gaat niet over de toekenning of weigering van een AOW-pensioen. In deze zaak ligt een pensioenoverzicht voor.
    2.12.
    Om volledig te zijn, merkt de Raad wel op dat betrokkene vanaf haar 65e jaar nog twee verzekerde jaren heeft opgebouwd die zij niet had kunnen opbouwen als de AOW-leeftijd niet was verschoven. Per saldo heeft de verschuiving van de AOW-leeftijd voor haar dus niet tot gevolg dat er minder verzekerde jaren in haar pensioen worden gehonoreerd. Ook overigens heeft betrokkene niets aangevoerd dat erop duidt dat zij een onevenredig zware last heeft te dragen als gevolg van de verschuiving van haar AOW-leeftijd.

    Antwoord
  9. Dag Jan,

    ik heb aan de SVB gevraagd mijn AOw pensioen in te laten gaan op 65e jarige leeftijd.
    Dit is afgewezen door de SVB.
    Echter als ik op de site van de SVB kijk, bij mijn pensioenopbouw,
    staat daar vermeld 16/08/1973 tot 29-07-1990.
    Op 16 augustus 1973 ben ik 15 jaar geworden en heb, via bijbaantjes, AOW premie betaald.
    Kan ik nu rechten doen gelden op mijn pensioenoverzicht van de SVB?

    Antwoord
    • De opbouw vanaf 15 jaar vervalt voor de berekening van verzekerde jaren naarmate de AOW-pensioenleeftijd boven 65jaar ligt, zoals al uiteengezet in diverse berichten, ook in dit bericht. Wel of geen premiebetaling rond 15-jarige leeftijd doet daarbij kennelijk niet terzake. Slechts als het vervallen van die opbouw individueel gezien een excessieve financiële last met zich brengt zou er, vanwege schending van eigendomsrecht (EVRM), van afgeweken kunnen worden. Ik heb daarvan echter nog geen voorbeeld gezien.

      Antwoord
      • Jan, de SVB geeft in pensioenoverzicht aan dat mijn pensioenleeftijd 67 jaar en 3 maanden gaat worden,
        maar dat ik verzekerd ben vanaf de leeftijd dat ik 15 geworden ben
        (Uw AOW-opbouw (Site SVB, 08-02-2023)
        U heeft eerder een SVB Pensioenoverzicht van ons ontvangen. Het overzicht hieronder is aangevuld met gegevens over uw AOW-opbouw die nu bij ons bekend zijn.
        • Van 16-08-1973 tot en met 29-07-1990 verzekerd)
        mijn geboortedatum is 16-08-1958.
        Kan ik nu rechten doen ontlenen aan dit pensioenoverzicht?
        (ik heb hiervan een screenshot gemaakt met datum er bij).

      • Neen, aan dat screenshot heb je niet veel. De aanvangsleeftijd van de verzekerde periode wordt gedefinieerd in art. 7a van de AOWet: 50 jaren voor de pensioenleeftijd. In jouw geval dus toen je 17 jaar en 3 maanden werd.

      • Jan, jammer!

    • Twee vragen:
      als je van je 65-67 niet werkt of woont in Nederland, dan raak je hoe dan ook 2 jaar van je AOW opbouw kwijt.
      En wat stelt de Centrale Raad van Beroep zich dan voor bij een
      onevenredig zware last.
      Het missen van 2 jaar AOW, ad 4%,
      10%,20%,
      of bij mij zelfs 40%?

      • Hoedanigheid: - Lid
      Antwoord
  10. ECLI:NL:CRVB:2023:1079 Centrale Raad van Beroep, 30-05-2023, 21/3514 AOW
    Datum uitspraak:30-05-2023
    Datum publicatie: 14-06-2023
    Rechtsgebieden:Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
    Bijzondere kenmerken:Hoger beroep
    Vindplaatsen: Rechtspraak.nl
    Inhoudsindicatie:
    Geen onevenredig zware last tijdens AOW-gat. Appellant heeft een overbruggingsuitkering, winst uit onderneming en een bedrijfstakpensioen ontvangen. Geen sprake van verboden ongelijke behandeling. Geen recht op schadevergoeding

    • Hoedanigheid: - Adviseur
    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.