EHvJ over wijze van berekening van erfbelasting naar Duits recht

dec 27, 2021

In zaak C‑394/20,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Finanzgericht Düsseldorf (belastingrechter in eerste aanleg Düsseldorf, Duitsland) bij beslissing van 20 juli 2020, ingekomen bij het Hof op 18 augustus 2020, in de procedure

XY tegen Finanzamt V,

Dictum:  De artikelen 63 en 65 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een regeling van een lidstaat inzake de berekening van erfbelasting die bepaalt dat de belastingvrije som bij verkrijging van in die lidstaat gelegen onroerende goederen wordt verminderd met een bedrag dat overeenkomt met het aandeel dat de waarde van het niet in die lidstaat belastbare vermogen vertegenwoordigt in de totale waarde van de nalatenschap, wanneer op de datum van het overlijden noch de erflater noch de erfgenaam zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in die lidstaat had, terwijl dat niet het geval is wanneer op die datum ten minste één van hen zijn woonplaats of gewone verblijfplaats wél in die lidstaat had.

2)      De artikelen 63 en 65 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een regeling van een lidstaat inzake de berekening van erfbelasting die bepaalt dat de verplichtingen ter zake van de legitieme porties bij verkrijging van in die lidstaat gelegen onroerende goederen niet als schulden van de nalatenschap in mindering kunnen worden gebracht op de waarde van de nalatenschap, wanneer op de datum van het overlijden noch de erflater noch de erfgenaam zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in die lidstaat had, terwijl die verplichtingen volledig in mindering kunnen worden gebracht indien op die datum ten minste één van hen zijn woonplaats of gewone verblijfplaats wél in die lidstaat had.

1 Reactie

  1. HvJ EU, 09-02-2023, nr. C-670/21
    ECLI:EU:C:2023:89

    Conclusie 09 02 2023
    Inhoudsindicatie
    (Reference for a preliminary ruling — Free movement of capital — Articles 63 to 65 TFEU — Inheritance tax — Real estate property located in a third country — Favourable tax treatment for property located in a Member State or in a State of the European Economic Area — Restriction — Justification on grounds of social policy — Housing policy — Proportionality)
    Collins
    Partij(en)
    Case C-670/21 1.
    BA v Finanzamt X
    (Request for a preliminary ruling from the Finanzgericht Köln (Finance Court, Cologne, Germany))

    Daaruit:
    V. Conclusion
    49.
    In the light of the foregoing considerations, I propose that the Court answer the question referred for a preliminary ruling by the Finanzgericht Köln (Finance Court, Cologne, Germany) as follows:
    Article 63(1) TFEU is to be interpreted to the effect that:

    it does not preclude national legislation which, for the purposes of calculating inheritance tax, treats the value of real estate property leased for residential use in a Member State or in a State of the European Economic Area more favourably than property located in a third country put to the same use in order to promote the availability of affordable rental housing in the European Union and in the European Economic Area, provided that national legislation is appropriate to achieve the objective pursued and there are no less restrictive yet equally effective measures to attain that goal;

    it precludes national legislation which, for the purposes of calculating inheritance tax, treats the value of real estate property leased for residential use in a Member State or in a State of the European Economic Area more favourably than property located in a third country put to the same use in order to ensure the effectiveness of fiscal supervision, where there exists a legal framework for the exchange of relevant information between the competent tax authorities.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met het plaatsen van een reactie accepteert u het privacybeleid.