Reactie op de berichten over het nieuwe belastingverdrag met Duitsland

jun 19, 2016

Reactie op de inzendingen van René Hogendoorn, Wilma Brouwer en Wouter Boer over het nieuwe belastingverdrag met Duitsland (correctie-versie op 22 juni)

Informatie over dit belastingverdrag is op deze website te vinden te vinden onder “Landeninformatie/Duitsland portal/Belastingen in Duitsland”. Doordat bij belastingverdragen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende soorten pensioen (bedrijfs- en overheidspensioen) is het soms moeilijk te begrijpen wat er aan de hand is.

De eerste twee schrijvers ontvangen een bedrijfspensioen, dat volgens het oude verdrag onder de gunstige Duitse regels in Duitsland belast was. Die regels zijn gunstig omdat in Duitsland slechts een deel van het pensioen belast wordt. Onder het nieuwe verdrag gaat het heffingsrecht voor inkomens boven een bepaald minimum over op Nederland. Dat wil zeggen dat belasting moet worden betaald als inwoner van Nederland. Aangezien Nederland belasting heft over het hele pensioen gaan zij er behoorlijk op achteruit. Dat dit ernstig invloed heeft op de manier van leven en de gemaakte financiële planning danig in de war schopt is wel duidelijk en de overgangsregeling brengt hier niet veel verbetering in. Het standpunt van de VBNGB is, dat bestaande gevallen zouden moeten worden gerespecteerd. Enkele Nederlanders in Duitsland hebben zich teweergesteld tegen het niet ontzien van bestaande gevallen en zijn daarin door de VBNGB ondersteund.

Het zal een schrale troost zijn, maar er is hier formeel geen sprake van het toebrengen van een nadeel, maar van het ontnemen van een voordeel. In Nederland worden de voor het pensioen betaalde premies altijd fiscaal gefaciliteerd: het werknemersdeel is aftrekbaar en het werkgeversdeel wordt niet als inkomen belast. Als tegenprestatie wordt het pensioen in Nederland volledig belast. In Duitsland werden pensioenpremies tot 2005 niet fiscaal gefaciliteerd en dit werd gecombineerd met een lage belasting over de pensioenen. De lage belasting in Duitsland is dus een tegemoetkoming voor de relatief hoge belasting in de opbouwfase. Vanaf 2005 wordt dit stapsgewijs veranderd. Hierbij worden overigens bestaande gevallen (gepensioneerd voor 2005) ontzien. Nederlanders van wie de pensioenpremies fiscaal gefaciliteerd werden en die over het pensioen de lage Duitse belasting hebben betaald hebben dus tot in kracht treden van het nieuwe verdrag wel de voordelen en niet de nadelen van beide landen genoten. Het voordeel van de lage belasting in Duitsland is aan Nederlanders in Duitsland met een Nederlands overheidspensioen onthouden. Zij betaalden altijd al belasting in Nederland.

Wouter Boer heeft kennelijk een overheidspensioen. Hij heeft altijd over zowel AOW als aanvullend pensioen belasting betaald in Nederland. Op grond van het nieuwe verdrag blijft het ABP pensioen in Nederland belast, maar gaat het heffingsrecht over de AOW naar Duitsland. Dit is in principe gunstig, aangezien ook hier niet de gehele AOW bij de belastingheffing wordt meegenomen. Nadelig wordt het indien er voorheen hoge bedragen fiscaal aftrekbaar waren, zoals hypotheekrente. Deze aftrek verdwijnt zomaar omdat men niet meer voldoet aan de 90% voorwaarde van de regeling kwalificerende buitenlandse belastingplicht. De gevolgen kunnen zeer ernstig zijn. Nederlanders in Duitsland met een overheidspensioen die geen aftrekposten hebben verliezen in dit geval alleen de heffingskortingen en eventueel het heffingvrij vermogen box 3 en kunnen er met het nieuwe verdrag op vooruit gaan.

Roy Meijnderts

0 reacties